Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Zeezoogdieren

SNP Wandelvakanties

In de wateren rond Spanje leven er een groot aantal zeezoogdieren en hierna gaan we ze aan u voorstellen. Er is een verschil tussen de Middellandse zee en de Atlantische Oceaan en ik kan u verzekeren dat men een aantal van deze dieren hier helemaal niet zal verwachten.

Dit artikel stelt een aantal walvisachtigen aan u voor waarbij bij elke soort staat waar men ze in Spanje kan vinden, of in de Atlantische Oceaan, of in de Middellandse Zee of in beide.

  1. Dwergvinvis (in de Atlantische Oceaan)
  2. Blauwe vinvis (in de Atlantische Oceaan)
  3. Gewone vinvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  4. Noordse vinvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  5. Edens vinvis (in de Atlantische Oceaan)
  6. Bultrug (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  7. Noordkaper (in de Atlantische Oceaan)
  8. Potvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  9. Dwergpotvis (in de Atlantische Oceaan)
  10. Kleinste Potvis (in de Atlantische Oceaan)
  11. Dolfijn van Cuvier (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  12. Gewone spitssnuitdolfijn (in de Atlantische Oceaan)
  13. Spitssnuitdolfijn van de Blainville (Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  14. Spitssnuitdolfijn van True (in de Atlantische Oceaan)
  15. Spitssnuitdolfijn van Gervais (in de Atlantische Oceaan)
  16. Noordelijke butskop (in de Atlantische Oceaan)
  17. Gewone dolfijn (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  18. Gestreepte dolfijn (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  19. Tuimelaar (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  20. Gramper (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  21. Griend (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  22. Indische Griend (in de Atlantische Oceaan)
  23. Zwarte zwaardwalvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  24. Orka (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)
  25. Witflankdolfijn (in de Atlantische Oceaan)
  26. Witsnuitdolfijn (in de Atlantische Oceaan)
  27. Snaveldolfijn (in de Atlantische Oceaan)
  28. Bruinvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

1.Dwergvinvis (in de Atlantische Oceaan)

Het zijn redelijk nieuwsgierige dieren die ook mensen en boten opzoeken en soms worden er ook wel speciale tochten georganiseerd om deze dieren te bekijken.

Kenmerken
De dwergvinvis is een van de kleinere baleinwalvissen. Volwassen dwergvinvissen hebben gemiddeld een lengte van 7 tot 7,5 meter, met een maximum van 9 tot 11 meter voor vrouwtjes en 9 tot 10 meter voor mannetjes. Beide geslachten wegen in volwassen vorm gemiddeld 4 à 5 ton en maximaal 14 ton. Bij geboorte zijn de baby's 2,4 à 2,8 meter. Ze worden 5 maanden gezoogd. Het dier heeft korte baleinplaten tot 30 cm en er zijn er 230 tot 360 in elke bovenkaakhelft. De rug is donker met een lichte buikzijde. Op de flippers is een witte band zichtbaar.

Verspreiding
De dwergvinvis komt in alle oceanen en zeeën van het noordelijk halfrond voor. Het geschatte aantal in het noordelijk gedeelte van de Atlantische Oceaan is 150.000 dieren. Ze leven voornamelijk in de open zee en ze zijn niet zeldzaam.

2. Blauwe vinvis (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
Deze walvissen kunnen een lengte van 30 meter bereiken en 170 ton wegen. Dit maakt hen de grootste dieren die, voor zover nu bekend, ooit op aarde geleefd hebben. Ze zijn voornamelijk grijs van kleur; doorgaans een wat donkerder gekleurd bovenlichaam en een lichter gekleurd onderlichaam. Een blauwe vinvis heeft een longcapaciteit van 5000 liter en een hart dat 500 kilo weegt.

Het dier heeft slechts een kleine rugvin die kort zichtbaar is tijdens het duiken. Tijdens het uitademen ontstaat een waternevel van ± 9 meter hoogte.

Ondanks de reusachtige afmetingen heeft de blauwe vinvis een slank voorkomen en kan hij een snelheid bereiken van 40 tot 50 kilometer per uur.

Het gewicht van een blauwe vinvis kan wel sterk wisselen met het seizoen. In de warme periode eten ze zich helemaal vol in de koude wateren bij de polen. Vier maanden lang slokken ze enorme hoeveelheden kleine kreeftjes op: soms wel 4000 kilogram per dag. Zo bouwen ze een flinke speklaag op, waar ze de rest van het jaar op kunnen teren. Aan het einde van de zomer trekken ze naar warmere wateren, waar de vrouwtjes eventueel een jong krijgen. Ze eten dan helemaal niets meer, maar voeden wel hun jong. In de zeven maanden durende zoogperiode kan een vrouwtje maar liefst een kwart van haar lichaamsgewicht (ongeveer 25 ton) verliezen. Haar jong weegt bij geboorte zo'n 2 ton.

Een dier van een dergelijke grootte kan uitsluitend in water leven. Op het land zou het dier stikken daar het door zijn borstkas zakt en dus geen adem kan halen.

Verspreiding
Deze grote dieren leven op volle zee maar blijven aan de oppervlakte omdat hun voedsel zich daar ook bevindt. 's Zomers bevinden ze zich aan de rand van het pakijs, 's winters meer in subtropische wateren. De gebieden waar ze zich bevinden zijn onder andere de Indische Oceaan en de open wateren van de Grote Oceaan.

Blauwe vinvissen leven in alle wereldzeeën en in 2002 verscheen een rapport waarin hun aantal wereldwijd tussen de 5000 en de 12.000 exemplaren werd geschat.

3. Gewone vinvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
Met een lengte van maximaal 27 meter is het de op een na grootste walvisachtige en daarmee ook de op een na grootste diersoort die op aarde leeft en tevens een van de snelste. Alleen de blauwe vinvis is groter. De vinvis heeft een donkergrijze rug, inclusief de borst- en staartvinnen. De rugvin staat ver naar achteren, op twee derde van de rug en heeft een holle achterrand. 

Het is een lange en slanke walvis met een opvallende rugvin die zichtbaar wordt vlak nadat het dier aan de oppervlakte is gekomen om te ademen. De ademwolk bestaat uit een enkele vijf meter hoge kolom. Tijdens het duiken komt de staartvin niet boven het water uit.

Verspreiding
De vinvis komt in alle wereldzeeën voor en in Europa kan men hem vinden in de Golf van Biskaje.

4. Noordse vinvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Beschrijving
Het is één van de grootste dieren op aarde: hij weegt ongeveer twintig tot vijfentwintig ton en heeft een gemiddelde kop-romplengte van 12 tot 16 meter (mannetjes 12,8 tot 18,5 meter, vrouwtjes 13,4 tot 21 meter).

Alleen de blauwe vinvis en de gewone vinvis worden groter. In de noordelijke Atlantische Oceaan wordt de soort ongeveer 14 meter lang. Vrouwtjes worden iets langer, ongeveer 14½ meter. Hij lijkt op de gewone vinvis, maar is kleiner en heeft een langere rugvin.

De noordse vinvis heeft één richel op zijn kop heeft en zijn bovenzijde heeft een donkerblauwgrijze kleur en is vrij scherp afgezet tegen de witte of lichtgrijze onderzijde. In de keelstreek heeft het dier 50 keelgroeven. Het is slank met een spitse kop en een iets omlaag gebogen kaaklijn. In elke bovenkaakhelft staan 320 tot 240 baleinplaten met fijne, dichte franje. De Noordse vinvis is een snelle zwemmer, hij haalt snelheden tot 55 kilometer per uur.

Verspreiding
De Noordse vinvis komt voor in alle oceanen, maar is zeldzaam in tropische gebieden. Hij heeft een voorkeur voor open zee en diepzee en wordt slechts zelden aan de kust waargenomen. Hier leeft hij in kleine groepjes van twee tot vijf (in voedselrijke gebieden tot tien) dieren, maar ook alleen. De groepjes bestaan voornamelijk uit vrouwtjes met hun jongen, ook van een vorige worp. De groepssamenstelling kan tijdens de migratie veranderen.

5. Edens vinvis (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
Deze walvis heeft een blauwgrijze rug en een lichtere buik, verder nog 40 tot 70 keelgroeven, grove baleinen en een kleine, sikkelvormige rugvin. De lichaamslengte bedraagt 9 tot 12 meter en het gewicht 16 tot 25 ton.

Verspreiding
Edens vinvis komt voor in de tropische en subtropische delen van de oostelijke Indische Oceaan en de westelijke Grote Oceaan. Hoewel deze soort uiterlijk veel op de Brydevinvis lijkt, is hij met een lengte van 7 tot 10 m duidelijk kleiner.

Er is nog vrijwel niets bekend over het gedrag van deze soort, omdat hij alleen maar van dode exemplaren bekend is. Het is echter waarschijnlijk dat de levenswijze overeenstemt met die van de Brydevinvis.

6. Bultrug (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
De bultrug is gemakkelijk herkenbaar. Hij heeft een gedrongen lichaamsbouw en is deels zwart van boven. De kop en de onderkaak zijn bedekt met knobbels (haarzakjes). De borstvinnen, met een lengte van een derde van de lichaamslengte, zijn zwart-wit. De staartvinnen, die hoog worden opgetild tijdens het onderduiken, hebben golfvormige uiteinden, en een uniek patroon op de onderzijde waaraan een individuele bultrug kan worden herkend.

Het is een van de grotere walvissoorten met een maximale lengte die kan variëren van 12 tot 15 meter. Het wijfje wordt groter dan het mannetje. Een volwassen exemplaar weegt 25 tot 30 ton. Als een bultrug onderduikt wordt de rug sterk gekromd en komt de kleine rugvin als een soort bult boven water. Vandaar de naam bultrug.

Bultruggen leven meestal solitair, maar vrouwtjes komen elke zomer samen in vaste sociale groepen tussen leeftijdsgenoten. De groepen blijven enkele jaren dezelfde.

Verspreiding
De bultrug komt in alle wereldzeeën voor. In Europa wordt hij regelmatig gezien in de Golf van Biskaje. De populaties op het noordelijk halfrond leven gescheiden van die op het zuidelijk halfrond. Naar schatting leven er 33.000 tot 35.000 bultruggen.

7. Noordkaper (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
De noordkaper is een voornamelijk zwarte walvis waarbij het hoofd ongeveer 1/4 van het lichaam inneemt. Mannetjes worden tussen 14,9 en 16,4 meter lang, vrouwtjes tussen 15,5 en 18,3 meter. Pasgeboren kalveren zijn ruim 4,9 meter lang. Noordkapers kunnen tot zo'n 90.000 kg wegen, pasgeboren kalfjes wegen zo'n 910 kg. Het grootste exemplaar dat ooit gevonden is, was 18 meter lang en woog ruim 117.000 kg. Ze worden zo'n 70 jaar oud en krijgen hun eerste kalf rond 9-10 jaar. De dracht duurt ongeveer een jaar. Na een jaar wordt het jong gespeend.

De kop heeft kleine aangroeisels die bezet worden door zeepokken. Hierdoor lijken ze bedekt met gele, oranje of roze vlekken. Aan de hand van de grootste vlekken, die uniek zijn per exemplaar en zich rond de punt van de onderkaak en boven de ogen bevinden, kunnen de individuele dieren herkend worden.

Noordkapers hebben geen rugvin. Hun buikvinnen zijn breed en hebben de vorm van een spatel. De staartvin is breed met een diepe inkeping in het midden. Deze vin heeft scherpe punten en een gladde, holle achterrand. De eigenaardig gebogen bovenkaak bevat aan weerszijden 200 tot 270 smalle, meestal blauwzwarte (soms witte) baleinplaten, die 3 meter lang kunnen worden.

Verspreiding
De noordkaper komt voor in de subpolaire en gematigde streken van de Atlantische Oceaan op het noordelijk halfrond.

8. Potvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
De potvis is de grootste tandwalvis en tevens een van de grootste roofdieren die bekend zijn in de dierenwereld. Mannetjes worden tot 18 meter lang en vrouwtjes tot 11 meter, het gewicht kan tot 50 ton bedragen. De lichaamskleur is donkergrijs en in het licht van de zon vaak bruinig. Een potvis heeft alleen 20-26 grote kegelvormige zichtbare tanden in de onderkaak, in de bovenkaak zitten rudimentaire tanden die niet door het tandvlees heenkomen. De functie van de tanden is onbekend, er zijn tandeloze potvissen gevonden die desondanks weldoorvoed waren.

De merkwaardige vorm van de kop wordt veroorzaakt door het spermaceti-orgaan in het voorhoofd, dat zo'n 3000 liter wasachtig materiaal, het walschot, bevat. Dit orgaan helpt de potvis bij het duiken en stijgen. Door afkoeling wordt de was hard en krimpt. Door verwarming wordt de was zacht en zet uit. De temperatuur van het walschot wordt beheerst door middel van de doorbloeding, als veel bloedvaten in het spermaceti-orgaan open zijn stijgt de temperatuur.

De kop kan 25-35% van de totale lichaamslengte in beslag nemen. Potvissen hebben hersenen die gemiddeld 7,8 kg wegen. Daarmee zijn het de grootste hersenen van alle dieren.

Verspreiding
Het dier komt voor in alle wereldzeeën.

9. Dwergpotvis (in de Atlantische Oceaan)

Beschrijving
De dwergpotvis is een donkere, blauwgrijze walvis. Zijn flanken zijn lichtgrijs, en zijn buik is wittig. De huid kan rimpelig overkomen. De dwergpotvis heeft een vrij kleine rugvin. De dwergpotvis wordt 135 tot 270 kilogram zwaar. Er is weinig verschil tussen de seksen. Mannetjes worden iets groter, gemiddeld 3,07 meter (2,7 - 3,4 meter) tegenover 3,03 meter (2,6-3,1 meter) voor vrouwtjes. Het ademgat bevindt zich bij de dwergpotvis dichter bij de snuit dan bij de kleinste potvis. De snuit zelf wordt met de jaren stomper.

Verspreiding
De dwergpotvis leeft in alle gematigde en tropische wateren. Hij leeft in kleine groepjes, tot zes dieren. De dwergpotvis jaagt in de diepzee, tot 200 meter diep, en aan de rand van het continentaal plat op inktvissen, diepzeevissen en schaaldieren als krabben en garnalen. Waarschijnlijk trekt de soort niet.

10. Kleinste Potvis (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
De kleinste potvis is inderdaad de kleinste walvis en sommige dolfijnen zijn groter. Deze soort weegt 136 tot 272 kilogram en wordt 2,1 tot 2,7 meter lang (beide seksen zijn even groot). Het onderscheid met de dwergpotvis is, behalve de grootte, ook de langere rugvin. Daarnaast heeft de kleinste potvis meer tanden en komt hij dichter bij de kust voor.

Verspreiding
De kleinste potvis leeft rond het continentaal plat in alle gematigde en tropische zeeën. Hij leeft in groepjes van maximaal tien dieren. Er zijn drie soorten groepjes: de onvolwassen dieren (leven waarschijnlijk dichter bij de kust), de vrouwtjes met kalveren en de gemengde groepen van volwassen mannetjes en vrouwtjes zonder kalveren.

11. Dolfijn van Cuvier (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Beschrijving
De dolfijn van Cuvier heeft een lang lichaam en een vrij korte bek. De ronde meloen loopt langzaam over in de bek. De kleur is meestal grijs tot blauwgrijs, maar kan roodbruin tot zwart zijn. De kop is bleker gekleurd en bij oudere mannetjes kan hij zelfs wit zijn.

Bleke plekken bevinden zich ook op de flanken en de buik, en op de rug en flanken zijn vaak littekens aan te treffen. Deze littekens worden vooral bij mannetjes aangetroffen en zijn waarschijnlijk ontstaan door gevechten met andere Cuviers of door zuighaaien.

Op twee derde van de rug bevindt zich een rugvin. Deze varieert in vorm en grootte, maar is meestal klein. Achter de kleine flippers ligt een holte, waarin de flippers worden gelegd bij het duiken.

Het dier heeft twee tanden op de punt van de onderkaak, die bij mannetjes zichtbaar kunnen zijn als de bek gesloten is. Op deze tanden groeien soms eendenmossels. Mannetjes zijn iets kleiner dan vrouwtjes, mannetjes worden 5,3 tot 6,9 meter lang en 5,6 ton zwaar, vrouwtjes 5,1 tot 7,0 meter lang en 6,5 ton zwaar. Bij de geboorte is het dier ongeveer 2.20 tot 2.70 meter lang.

Verspreiding
De dolfijn van Cuvier komt wereldwijd voor, waar hij vooral leeft in de diepzee. Hij jaagt op pijlinktvis en diepzeevissen en kan twintig tot veertig minuten onder water blijven. Ze duiken kaarsrecht naar beneden. Meestal wordt deze soort solitair waargenomen (oudere mannetjes) of in kleine groepjes van drie tot tien, soms tot vijfentwintig dieren. Het dier kan minstens 36 jaar worden.

12. Gewone spitssnuitdolfijn (in de Atlantische Oceaan)

Beschrijving
De gewone spitssnuitdolfijn of Noordzee-spitssnuitdolfijn is een slecht bekende soort, die op open zee voorkomt en in de diepzee op pijlinktvissen jaagt. Hij wordt hierdoor zelden waargenomen, behalve bij een stranding.

De gewone spitssnuitdolfijn werd aan het begin van de negentiende eeuw ontdekt in Moray Firth, Schotland. De schedel van een gestrand mannetje werd bewaard, en viel in de handen van de schilder James Sowerby, die (met behulp van zijn eigen fantasie) het dier voor het eerst tekende.

De dieren worden gemiddeld 5 meter lang en 3,4 ton zwaar. De gewone spitssnuitdolfijn heeft slechts twee tanden, in de onderkaak. Bij volwassen mannetjes zijn deze tanden zichtbaar als de bek gesloten is. Ook heeft een mannetje een bult aan beide mondhoeken, en wordt hij iets langer, zo'n 5½ meter. Hij heeft kleine flippers en rugvin. Hij heeft een donkergrijze tot zwarte huid, met lichtere flanken en onderzijde. Jongen hebben een lichtere buik en minder vlekken.

Verspreiding
Hij wordt het vaakst waargenomen in de noordelijke Noordzee, maar de soort wordt aangetroffen in alle koude en gematigde wateren van de Noordelijke Atlantische Oceaan.

13. Spitssnuitdolfijn van de Blainville (de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
Deze spitssnuitdolfijn kan 4,7 meter lang worden en heeft een voorkeur voor water van 700 tot 1000 meter diep. De gemiddelde groepsgrootte is 2 tot 7 dieren.

Verspreiding
De noordelijke grens van het verspreidingsgebied loopt van Spanje tot Newfoundland en in de Stille Oceaan van Californië tot Japan, hoewel verdwaalde exemplaren tot in Nederland voorkomen.

14. Spitssnuitdolfijn van True (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
De spitssnuitdolfijn van True of True's spitssnuitdolfijn is een donkergrijze tot grijzig zwarte soort. De buik is grijzig met lichte vlekken. Deze spitssnuitdolfijn wordt 4,9 tot 5,5 meter lang, en 3,2 ton zwaar. Het mannetje wordt meestal iets langer dan het vrouwtje. De meloen is klein, evenals de flippers en de rugvin. Het dier heeft slechts twee tanden, aan het topje van de onderkaak. Bij het mannetje zijn deze twee tanden zichtbaar als de bek gesloten is.

Verspreiding
De spitssnuitdolfijn van True leeft in diepe wateren in de gematigde Atlantische Oceaan tot de zuidwestelijke Indische Oceaan.

15. Spitssnuitdolfijn van Gervais (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
De spitssnuitdolfijn van Gervais heeft een kleine, smalle kop, een middelgrote snuit en een opvallende bult op het voorhoofd. Hij heeft een blauwgrijze tot grijze rug en een lichtere buik. Op de buik zitten grijze of witte stippen. Vooral volwassen mannetjes hebben littekens, steeds meer naarmate ze ouder worden. Volwassen vrouwtjes hebben soms lichte delen op de kop en een vlek rond de genitaliën. Kalveren hebben een kortere snuit en zijn slanker. Hun rug is effen donker, de buik is wit en wordt donkerder met de leeftijd.

De rugvin is vrij klein en heeft een ronde punt. De rugvin lijkt wat op die van haaien. De borstvinnen zijn moeilijk te zien en zijn donkerder dan de onderkant van het lijf. De soort heeft één paar kleine, driehoekige tanden aan de punt van de onderkaak. Bij de volwassen exemplaren steken die wat naar buiten.

Volwassen exemplaren wegen tussen 1 en 2,6 ton en zijn tussen 4 en 5,2 meter lang. Mannetjes zijn gemiddeld kleiner dan vrouwtjes en worden hooguit 4,7 meter lang. Pasgeboren kalfjes zijn tussen 1,6 en 2,2 meter lang en wegen ongeveer 80 kilogram.

De spitssnuitdolfijn komt boven met de snuit en het voorhoofd, bij het duiken komt de rugvin boven terwijl de kop onder water verdwijnt.

Verspreiding
De spitssnuitdolfijn van Gervais komt voor in de tropische en subtropische wateren van het midden en het noorden van de Atlantische Oceaan. Soms komen ze ook naar gematigde streken.

16. Noordelijke butskop (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
De butskop is een van de grotere spitssnuitdolfijnen. Hij verschilt van de meeste andere soorten door zijn grote bolle meloen en zijn lange bek. De butskop wordt met gemak een meter of negen. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 7,3 tot 9,8 meter en een gewicht van 7500 kilogram, vrouwtjes 5,8 tot 8,7 meter, met een gewicht van 5800 kilogram.

Vrouwtjes hebben ook een kleinere kop en bek. De kleur kan variëren van groenig bruin tot donkergrijs tot donkerbruin, en wordt lichter naarmate de dieren ouder worden. De flanken, kop en buik zijn meestal lichter gekleurd. Over het lichaam verspreid zijn littekens, waarschijnlijk door gevechten met andere butskoppen.

Verspreiding
De butskop komt voor in de gematigde en Arctische wateren van de Noordelijke Atlantische Oceaan. In de lente en zomer verblijft de soort rond de Noordpool. In de herfst trekt de soort naar warmere wateren. Er zijn waarnemingen gedocumenteerd van exemplaren in de Noordzee.

17. Gewone dolfijn (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
De gewone dolfijn is relatief slank en heeft een smalle snuit. Het voorhoofd gaat vrij plotseling over in de snuit, waardoor de soort de typische "vriendelijke" dolfijnenkop vertoont. De flippers zijn naar achteren gebogen, en puntig. De rugvin is relatief groot en recht.

De kleuren variëren van een donkerbruine tot zwarte rug en een witte buik, waarbij de grens tussen de donkere bovenzijde en de lichte onderzijde scherp is, met name in de voorste helft van het lichaam, vóór de rugvin. De lichte flank vertoont vóór de rugvin vaak een oker- tot geelachtige veeg.

Het oog heeft een donkere ring en daarvandaan loopt een smalle donkere streep naar voren, tot aan de donkere snuit. Ook van de kin naar de voorkant van de flipper loopt een donkere streep. De gewone dolfijn wordt maximaal 2,3 (vrouwtjes) tot 2,6 (mannetjes) meter lang. De gemiddelde volwassen lengte varieert, afhankelijk van de populatie, van 1,7 tot 2,4 meter. De meeste individuen wegen minder dan 75 kilogram maar er zijn mannetjes bekend die bijna 135 kilogram wogen. Deze dolfijn kan een snelheid van ruim 50 kilometer per uur halen.

Verspreiding
De soort komt in vrijwel alle gematigde en warme zeeën ter wereld voor, in relatief diep water, dus minder vaak langs de kust. Ze prefereren water dat aan de oppervlakte 10°C of warmer is.

18. Gestreepte dolfijn (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Beschrijving
Hij heeft een opvallende tekening op zijn lichaam. De onderzijde is wit of lichtroze. Er lopen één of twee donkerblauwe strepen lateraal van de oog naar de flipper, en één van het oog naar de anus. Rond deze strepen is de kleur van de huid lichtblauw.

De rug, meloen en bek zijn donker blauwgrijs, evenals een vlek rond het oog. Op de flanken loopt een lichtgrijze v-vormige streek. Deze streek loopt van de rugvin naar de ogen, en vanaf de ogen naar de staart. De bek is lang en slank. De gestreepte dolfijn wordt 190 tot 250 centimeter lang, soms tot 270 centimeter. Mannetjes zijn iets groter dan vrouwtjes, ongeveer vijftien centimeter. Ze wegen tot 120 kilogram.

Verspreiding
De gestreepte dolfijn komt voor in alle gematigde en warmere wateren, op open zee. In de Middellandse Zee is het waarschijnlijk de meest algemene soort, en hij wordt daar regelmatig vanaf de kust gezien.

19. Tuimelaar (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)


Kenmerken
Deze robuuste maar gestroomlijnde, grijze dolfijn, heeft een duidelijke snuit. De wittige onderkaak is net iets langer dan de bovenkaak. De tuimelaar heeft een sigaarvormig lichaam met een slank staartstuk, spitse flippers, grijze bovendelen en een witte buik.

Wereldwijd is het een veel voorkomende dolfijnensoort. De tuimelaars die langs de Nederlandse en Belgische kust gevonden werden, varieerden in lengte van 110 cm tot 380 cm. De gemiddelde lengte bedroeg 270 cm.

Verspreiding
In de oceanen tot beneden Afrika en Zuid-Amerika, overal komen tuimelaars voor.

20. Gramper (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
Het is een donkergrijze soort met een donkere, lange, puntige rugvin en een vierkante kop, zonder een duidelijke snuit als bij de meeste andere dolfijnen.

Over het voorhoofd loopt een diepe kloof. Op de borst heeft de gramper een witte vlek, in de vorm van een anker. De donkere flippers zijn lang, smal en spits. Oudere dieren hebben meestal een blekere kleur, en zitten vol littekens, veroorzaakt door andere grampers tijdens spel of gevechten, soms door inktvissen, de belangrijkste prooi. Soms heeft een dier zoveel littekens, dat hij wit lijkt. Deze littekens verschillen per individu, waardoor zij vaak door onderzoekers worden gebruikt om de individuen uit elkaar te houden.

De gramper heeft weinig tanden, geen één in de bovenkaak, tot veertien in de onderkaak. Grampers kunnen tot 500 kilogram zwaar worden en 3,8 meter lang. Mannetjes worden gemiddeld 400 kilogram zwaar en 2,6 tot 3,8 meter lang, vrouwtjes zijn iets kleiner, gemiddeld 350 kilogram zwaar en tot 3,7 meter lang.

Verspreiding
Ze komen in alle gematigde en tropische zeeën voor, waaronder ook de Noordzee maar ze komen niet voor in poolwateren.

21. Griend (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
De griend is op de orka na de grootste dolfijnensoort. Hij heeft een bolvormige kop en een brede, korte bek. Hij heeft acht tot dertien tanden (gemiddeld tien) in iedere kaakhelft. De borstvinnen zijn vrij lang en smal, minstens dertig centimeter, zo'n 15 tot 20 % van de totale lichaamslengte. De rugvin is gekromd en ver naar voren geplaatst. Bij jongere dieren is de rugvin rechter en driehoekiger. De staart is breed en aan de zijkanten samengedrukt bij de wortel.

De gladde huid is donkergrijs tot zwart van kleur, lichter aan de onderzijde. Een lichtgrijze tot bruine streep loopt over het midden van de borst en de buik, die naar de kin uitloopt in een ankervormige vlek. Op de borst is deze streep smaller. De grootte en vorm van deze streep is variabel en de kleur is lichter bij jongere dieren. Sommige dieren hebben een grijze rugvin.
Een volwassen griendmannetje is 4 tot 8,5 meter lang (gemiddeld 5,5 meter) en weegt tussen de 2 en 4 ton (gemiddeld 3,5 ton). Volwassen vrouwtjes zijn kleiner: tussen de 3 en 6 meter lang (gemiddeld 4,6 meter) en 1,8 tot 2,5 ton.

Verspreiding
De griend komt voor in de twee uit elkaar gelegen gebieden: in de Noordelijke Atlantische Oceaan (waaronder de Middellandse Zee) en in de oceanen op het Zuidelijk Halfrond, op open zee in de koudere en gematigde wateren. Hij kan langs de gehele Europese kust aangetroffen worden.

22. Indische Griend (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
De Indische griend is een opvallend donkergekleurde griend met een bol voorhoofd en een zeer korte snuit. De rugvin is sterk gekromd.

Verspreiding
Hij is wereldwijd te vinden in tropische en subtropische wateren.

23. Zwarte zwaardwalvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
De zwarte zwaardwalvis heeft een donkere tot leigrijze kleur. De keel en borst zijn wat bleker en de rugvin en flippers zijn donkerder. De rugvin is hoog en sikkelvormig. De borstvinnen zijn lang en gepunt. In het midden zijn deze gebogen. De kop is lang, slank en afgerond. De zwarte zwaardwalvis wordt 370 tot 590 centimeter lang en 1,2 tot 2 ton zwaar. Het mannetje wordt langer dan het vrouwtje, gemiddeld ongeveer 90 centimeter.

Verspreiding

De zwarte zwaardwalvis komt voor in alle gematigde en tropische zeeën ter wereld, maar heeft een voorkeur voor warmer water. Hij leeft meestal in open zee, maar komt ook in de Rode Zee en de Middellandse Zee voor.

24. Orka (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
Orka's zijn gemakkelijk te herkennen: ze zijn van boven zwart, van onderen wit en ze hebben een witte vlek net boven de ogen. Iedere orka heeft zijn eigen unieke patroon, dat net iets afwijkt van andere orka's, waardoor voor een geoefend oog herkenning en identificatie mogelijk wordt. 

Ze zijn vrij gedrongen van bouw en hebben een bijzonder opvallende rugvin (vandaar de naam zwaardwalvis), die tot 2 meter hoog kan zijn. Volwassen mannetjes zijn doorgaans 6,7 tot 8 meter lang (maximaal 9,75 meter) en wegen gemiddeld tussen de 4 en 6,3 ton (maximaal 10,5 ton).

De vrouwtjes zijn iets kleiner, gemiddeld 5,7 tot 6,6 meter (maximaal 8,5 meter) lang, en gemiddeld 2,6 tot 3,8 ton zwaar (maximaal 7,4 ton).[2] Bij de geboorte zijn kalveren gemiddeld 2,4 meter lang en wegen 180 kilogram. De grotere mannetjes zijn in de groep herkenbaar aan hun hoge, spitse rugvin.

Verspreiding
Orka's komen voor in bijna alle wereldzeeën, zowel in de tropen als in gematigde en koude wateren. Vanwege deze kosmopolitische distributie is het lastig een exact beeld van verspreiding en aantallen te krijgen.

25. Witflankdolfijn (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
Ze kunnen maximaal 5 minuten duiken, maar gebruikelijk is dat ze om de 20 seconden adem halen. Ze zwemmen ook wel eens in groepen met andere dolfijnen. Ze worden vaak verward met de witsnuitdolfijn.

Verspreiding
Ze komen in het Noordelijk halfrond voor in wateren met temperaturen tussen de 6 en 20 graden Celsius. Voornamelijk in water met een diepte van 60 tot enkele honderden meters.

26. Witsnuitdolfijn (in de Atlantische Oceaan)


Kenmerken
De Witsnuitdofijn is een middelgrote, zwaargebouwde, bonte dolfijn. De sikkelvormige (concave) rugvin is hoog en opvallend. Kenmerkend is het lichtgrijze rugzadel en de lichtgrijze veeg over de flank die onder de rugvin langs omhoog loopt tot over de kop ter hoogte van het blaasgat.

Witsnuitdolfijnen hebben een korte, wittige (maar soms ook grijze!) snuit, zwarte flippers en rugvin en een zwarte staart. Volwassen dieren hebben een gemiddelde lengte van ongeveer 2.40 meter (minimaal 1.2m, maximaal 3m). De lengte bij de geboorte bedraagt ruim een meter.

Volwassen mannetjes kunnen 300 kg wegen en meer dan 3 meter lang worden.

Verspreiding
Ze komen in het Noordelijk halfrond voor in wateren met temperaturen tussen de 6 en 20 graden Celsius. Voornamelijk in water met een diepte van 60 tot enkele honderden meters. In de Noordzee is het veruit de talrijkste dolfijnensoort, waarvan de grootste aantallen zich in Schotse wateren ophouden.

27. Snaveldolfijn (in de Atlantische Oceaan)

Kenmerken
De snaveldolfijn dankt zijn naam aan de opvallend lange snuit. De snaveldolfijn lijkt op een tuimelaar, maar heeft een veel langere snuit en een slanker voorhoofd. De kleur is donkergrijs, met een paarsige glans op de flanken en een witte buik. Aan de zij- en onderkant van de snuit is de snaveldolfijn wit tot wittig roze gekleurd. De snaveldolfijn heeft een slank lichaam en grote borstvinnen. De rugvin is hoog en sikkelvormig.

De tanden van de snaveldolfijn zijn ruw, door verticale richels die over zijn tanden lopen. De functie hiervan is vooralsnog onduidelijk. Het dier wordt ongeveer 150 kilogram zwaar (mannetjes gemiddeld 140, vrouwtjes 120 kg). Het mannetje wordt 220 tot 260 centimeter, het vrouwtje 230 tot 240 centimeter lang. Bij de geboorte zijn de jongen 90 centimeter lang.

Verspreiding
De snaveldolfijn bewoont alle warmere wateren in de gematigde en tropische zeeën. In Europa wordt hij waargenomen langs de Iberische kust en in het Kanaal, een enkele keer ook in de Middellandse Zee.

28. Bruinvis (in de Atlantische Oceaan en de Middellandse zee)

Kenmerken
Bruinvissen hebben een stompe snuit, een lage, driehoekige rugvin en (zoals alle walvisachtigen) een platte staartvin. De rug is donkergrijs, de buik helderwit. Ze hebben schopvormige tanden: 22 tot 28 paar in de bovenkaak, 21 tot 25 paar in de onderkaak.

De naam bruinvis is op het eerste gezicht vreemd, omdat deze dieren geen vissen zijn en ook geen bruine kleur hebben. De verklaring hiervoor is dat vroeger, toen de mensen nog niet zo veel van dieren wisten, alles wat in de zee leefde vissen noemde, en grauwe kleuren, zoals bruin, grijs en zwart, werden allemaal bruin genoemd.

Verspreiding
De bruinvis komt voor in de kustgebieden van de oostelijke Atlantische Oceaan van de Noordelijke IJszee tot West-Afrika, in de Middellandse Zee, rond IJsland, het oostelijk gedeelte van de Grote Oceaan en aan weerszijden van de Straat Davis.