Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Zeeschildpadden

  1. Onechte karetschildpad
  2. Soepschildpad
  3. Karetschildpad

Een van de veel voorkomende dieren in de Spaanse wateren zijn schildpadden en er leven hier een drietal soorten. Zowel in de Middellandse Zee als in de Atlantische Oceaan kan men ze aan de Spaanse kusten vinden.

1. Onechte karetschildpad

De onechte karetschildpad] (Caretta caretta) is een grote schildpaddensoort uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae). Het is de enige soort uit het geslacht Carretta. Deze soort heeft vele andere benamingen waaronder valse karetschildpad, Kawama (plaatselijke naam), Loggerhead Turtle, dikkopschildpad of Middellandse zeeschildpad.


Uiterlijke kenmerken
Het schild wordt ongeveer een meter lang, en het dier kan dan bijna 150 kilogram wegen maar er zijn echter nog veel grotere exemplaren aangetroffen tot wel 500 kilo. De onechte karetschildpad lijkt op de soepschildpad, maar heeft een dikkere kop en het schild en de poten zijn bruin tot oranje en de nettekening op de kop ontbreekt meestal. Ook het schild van de soepschildpad loopt veel schuiner af en is gladder aan de bovenzijde.

Verspreiding
Deze soort houdt niet van warme wateren en komt voor in de Grote Oceaan, Indische Oceaan, Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan.

De eerste meldingen van het aanspoelen van een onechte karetschildpad dateren uit 1707, 1894 en 1927. In 1903 spoelden twee exemplaren aan op de oever van de Schelde in Antwerpen. Een exemplaar werd opengesneden voor de eieren, het andere werd overgebracht naar de dierentuin van Brussel.

Leefwijze
Het voedsel bestaat uit slakken, kreeftachtigen, vissen en ook wel planten uit de zeebodem. De habitat bestaat uit wat ondiepere delen van de zee, meestal bij koraalriffen. De schildpad dient op het land met ontzag benaderd te worden, een beet kan ernstige verwondingen veroorzaken, hoewel hij onder water niet snel bijt.

Voortplanting
De schildpad begraaft de eitjes op zandstranden op diverse plaatsen op de wereld, onder andere op Zakynthos, een Grieks eiland, waar het afzetten van de eitjes van de dieren toeristen aantrekt. De eilandbewoners verdienen hier geld mee. Doordat de meeste bootjes gemotoriseerd zijn, kunnen de dieren verstoord raken door het geluid. Ook leggen de schildpadden eitjes op Lampedusa, een Italiaans eiland, op het konijnenstrand. Onder andere hierom staat dit strand ook op de Unesco Werelderfgoedlijst.

De onechte karetschildpad kan in één broedseizoen op meerdere plaatsen, die kilometers uiteen kunnen liggen, eieren leggen.

2. Soepschildpad



De soepschildpad (Chelonia mydas) is van de zeven soorten zeeschildpadden de grootste soort en heeft tevens het grootste verspreidingsgebied.

De soepschildpad heeft een schildlengte van bijna een meter en is van andere soorten te onderscheiden door de verschillen in de schubben op de kop en de structuur van de hoornplaten op het rugschild. Jonge soepschildpadden leven voornamelijk van dierlijk materiaal maar volwassen exemplaren zijn meer vegetarisch, vooral zeegras (zostera) en verschillende soorten algen worden gegeten.

De schildpad dankt zijn naam aan het feit dat het dier voor consumptie wordt gevangen wat met name in het verleden op grote schaal heeft plaatsgevonden.

Tegenwoordig is de schildpad vrij zeldzaam en wordt door internationale verdragen beschermd. Menselijke activiteiten zoals het illegaal rapen van de eieren en het onbedoeld doden van de schildpad als bijvangst in de visserij drukken tegenwoordig nog steeds zwaar op de populaties.

Verspreiding
De soepschildpad heeft van alle zeeschildpadden de grootste verspreiding, de soort zet de eieren af in 80 landen en komt voor in de kustwateren van 140 landen. Over het algemeen is de soepschildpad te vinden in gebieden waar de temperatuur niet onder de 20° Celsius komt, maar ook in meer gematigde streken worden exemplaren aangetroffen.

De soepschildpad komt voor in de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan, de Indische Oceaan, de Middellandse Zee en Zwarte Zee. In de Noordzee komt de schildpad alleen in het zuidelijke deel voor maar afgedwaalde exemplaren worden soms gezien voor de Nederlandse kust.

Habitat
De soepschildpad leeft in ondiepe wateren langs de kust waar genoeg zonlicht doordringt om plantengroei mogelijk te maken waar de schildpad van leeft.

Geschikte leefplaatsen zijn baaien, rotskusten en kusten van vulkanische eilanden. De juvenielen leven op open zee, waar ze gevonden worden in drijvende plantenmassa's. Het is niet precies bekend hoe oud ze zijn als ze - na een lange migratie - van habitat veranderen en net als de volwassen dieren ondiepere wateren opzoeken.

Uiterlijke kenmerken
Het schild van de soepschildpad kan een lengte bereiken van 90 tot 100 centimeter, het gewicht van dergelijke exemplaren bedraagt meestal niet meer dan 160 kilo. Het grootst bekende exemplaar werd met een schildlengte van 153 centimeter aanzienlijk langer maar is een zeldzame uitschieter.

Het schild is laag en breed en enigszins hart-vormig, het schild wordt langwerpiger van vorm bij oudere dieren. Het schild heeft een duidelijke lengtekiel op het midden, getande of gezaagde hoornplaten ontbreken. Jonge dieren hebben een bulterig schild, dit trekt bij naarmate het dier ouder wordt en heel oude exemplaren hebben een vrijwel glad schildoppervlak.

De kleur van het schild is variabel maar meestal bruin tot groen of met lichtere, straalsgewijze tot golvende strepen die geel, wit of rood kunnen zijn. Begroeiing door algen en andere organismen kan de werkelijke kleur vervangen.

Het buikschild is wit tot witgeel van kleur. Pasgeboren juvenielen zijn glanzend zwart aan de bovenzijde en helder wit aan de onderzijde.
Het rugschild is voorzien van stevige hoornplaten. Het aantal en de positie van de hoornplaten verschilt per soort en hieraan kunnen de verschillende zeeschildpadden worden onderscheiden.

De soepschildpad heeft net als de karetschildpad en de platrugzeeschildpad altijd 5 vertebrale schilden op het midden van het schild met aan weerszijden 4 costale (ook wel laterale) platen. De onechte karetschildpad heeft steeds 5 costale platen, net als de warana en Kemps schildpad ten slotte heeft 5 of meer costale platen.

De schubben op de kop zijn kenmerkend in vergelijking met andere zeeschildpadden. De soepschildpad heeft één paar schubben tussen de ogen, die de prefrontale schubben worden genoemd.

De ogen zijn relatief groot en hebben een ronde pupil. Ze kunnen volledig worden gesloten door de beweegbare onderste en bovenste oogleden die geelachtig van kleur zijn. De lens is aangepast op het zien onder water. De soepschildpad heeft net als alle zeeschildpadden zoutklieren. Dit zijn gespecialiseerde en sterk aangepaste traanklieren die het bij het voedsel ingeslikte zout uitscheiden.

De soepschildpad heeft als een van de weinige zeeschildpadden geen uitstekende, snavelachtige punt aan het einde van de bek. De onder- en bovenzijde van de bek sluiten goed op elkaar aan. De rand van de bek is tandachtig gezaagd, wat een aanpassing is op het eten van planten.

Mannetjes zijn van de vrouwtjes te onderscheiden aan hun grootte, mannetjes worden gemiddeld langer en hebben een relatief smaller rugschild. Het schild loopt bij de mannetjes taps toe aan de achterzijde in vergelijking met de vrouwtjes.

De staart is bij vrouwtjes relatief kort en komt niet ver voorbij de rand van het rugschild, de staart van de mannetjes is veel langer en beweeglijk in zijwaartse positie. Aan het einde van de staart is een verhoornd, nagelachtig uitsteeksel aanwezig dat bij de vrouwtjes ontbreekt en gebruikt wordt om het vrouwtje tijdens de paring vast te houden. Ten slotte hebben de mannetjes een groter en naar achter gekromd klauwrestant aan de voorpoot, wat eveneens dient om het vrouwtje beter te ankeren tijdens de paring.

Levenswijze
De soepschildpad is overdag actief maar tijdens het zwemmen moet de schildpad vlak onder het wateroppervlak blijven omdat iedere paar minuten adem gehaald moet worden. Als de schildpad rust gebeurt dit vaak onder water zoals in rotsspleten en in grote holen. Soms wordt 's nachts het land wel betreden om te slapen. De soepschildpad kan de adem ongeveer 2,5 uur inhouden om te slapen.

De soepschildpad is actief bij een watertemperatuur tot 8 graden Celsius. Bij een lagere temperatuur wordt de schildpad inactief en drijft tegen het wateroppervlak.
De soepschildpad is de enige zeeschildpad waarvan bekend is dat wel eens een zonnebad wordt genomen, de schildpad hijst zich overdag op het strand om te zonnen. Bij andere in zee levende soorten is dit gedrag niet waargenomen en komen voor zover bekend alleen de vrouwtjes om de twee tot vier jaar aan land en alleen om de eieren af te zetten wat meestal 's nachts gebeurt.

De schildpad is een goede zwemmer die grote afstanden aflegt. Dit gebeurt met name in de voortplantingstijd als de dieren van hun foerageergebieden naar de afzetplaatsen van de eieren trekken. Meestal trekken de dieren langs de kust van het foerageergebied naar het voortplantingsgebied maar er zijn waarnemingen bekend van exemplaren die de oceaan overstaken. De grootst waargenomen afgelegde afstand in een jaar van een soepschildpad bedroeg bijna 4000 kilometer.

De gemiddelde kruissnelheid van de soepschildpad is waarschijnlijk zo'n 6 kilometer per uur, maar in nood kan een snelheid worden bereikt van 35 kilometer per uur. Alleen de lederschildpad is in staat dergelijke snelheden te bereiken.

Voedsel
De soepschildpad is een omnivoor waarbij de juvenielen een ander dieet hebben dan de volwassen dieren. Juvenielen leven op open zee waar ze jacht maken op kleine zwemmende diertjes als kwallen, kreeftachtigen en andere organismen die tot het nekton behoren.

Naarmate ze ouder worden gaan ze echter steeds meer plantaardig materiaal eten en bij een schildlengte van ongeveer 20 centimeter schakelen ze vrijwel volledig over op plantaardig voedsel. Een kleine fractie van het menu bestaat uit dierlijk materiaal zoals kreeftachtigen, schijfkwallen en ribkwallen. De schildpad krijgt deze diertjes waarschijnlijk binnen als 'bijvangst' omdat ze toevallig in de buurt zijn als de soepschildpad eet.

De soepschildpad is een grazer die de plantendelen met de bek afscheurt. De randen van de bek zijn voorzien van kleine, gezaagde uitsteeksels wat een aanpassing is op het overwegend plantaardige voedsel. Één van de belangrijkste waardplanten is zeegras. Deze plant groeit na te zijn aangevreten snel aan door nieuwe scheuten te vormen wat voordelig is voor de schildpad omdat deze voedzamer zijn.

Vijanden
De soepschildpad heeft met name als embryo en juveniel te duchten van een breed scala aan vijanden, oudere exemplaren hebben een groter en harder schild en zijn daardoor minder gevoelig voor aanvallen van andere zeedieren. Volwassen exemplaren met een schildlengte van meer dan 70 centimeter hebben op grote haaien na helemaal geen vijanden meer en alleen oude en verzwakte exemplaren zijn kwetsbaar.

De juvenielen zijn de eerste paar jaar kwetsbaar omdat ze erg klein zijn en nog geen hard schild hebben. Ze worden gegeten door jonge haaien, verschillende tuimelaars, verschillende rovende vissen als gepen en makrelen en zeevogels als meeuwen, die de schildpadden oppikken uit het water als ze boven komen om te ademen. De soepschildpad kan zich niet actief verdedigen en duikt een tijdje onder bij een confrontatie met vijanden.

Bedreiging
De soepschildpad is een bedreigde diersoort die over het algemeen in aantal en verspreidingsgebied achteruitgaat. In sommige streken zijn de populaties groeiend of stabiel, in andere streken gaat de soort hard achteruit. De IUCN schat de achteruitgang van het aantal nestelende vrouwtjes over de laatste drie generaties op 48 tot 67%. Volgens recent onderzoek uit 2003 wordt geschat dat het totale aantal individuen de afgelopen 50 jaar met 90% is afgenomen.

Er zijn verschillende bedreigingen, zowel van natuurlijke als van menselijke aard. Door de vele natuurlijke vijanden die het grootste deel van de eieren en de juvenielen opeten is het aantal schildpadden dat de volwassen leeftijd bereikt door natuurlijke omstandigheden al klein. Door de menselijke invloed worden vooral de volwassen exemplaren gedood zodat het aantal eierleggende exemplaren kleiner wordt.

Andere bedreigingen door de mens zijn de vervuiling van de neststranden en het leefgebied met olie, drijvend afval en achtergelaten visnetten waar de schildpad in verstrikt kan raken en vervolgens verdrinkt.

Soms komt een schildpad in de netten van vissers terecht maar hiertegen zijn wel maatregelen mogelijk zoals het gebruikmaken van zogenaamde turtle excluder devices (TED's). Dit zijn netten met daarin een soort klep waar de schildpadden door kunnen ontsnappen. Omdat dit niet alleen de schildpadden redt maar ook voorkomt dat het volledig wordt verwoest door een schildpad in doodsstrijd, zijn TED's ook voor de vissers commercieel interessant. Toch blijft de visserij de belangrijkste oorzaak van het onbedoeld doden van de volwassen schildpadden als bijvangst en vooral trawlers die op garnalen vissen.

Consumptie
De soepschildpad is commercieel interessant omdat er vraag is naar zowel het vlees, de eieren, de huid en het schild. Al vanaf de zeventiende eeuw wordt de soepschildpad op grote schaal gevangen en verwerkt in schildpadsoep. Niet alleen wordt het vlees als smakelijk ervaren, het eten van schildpadvlees of -eieren zouden volgens de traditie ook de potentie verhogen in onder andere delen van Azië.

In vroeger tijden werd de schildpad op een dusdanig grote schaal gedood en verwerkt dat er zelfs in Florida een vleesverwerkende fabriek bestond die draaide op het verwerken van soepschildpadden. Het vlees van de soepschildpad is niet zo tranig als dat van andere soorten als de lederschildpad en bevat geen giftige naaldjes die uit prooidieren zijn onttrokken zoals het geval kan zijn bij de karetschildpad.

De eieren van de soepschildpad zijn, net als die van alle schildpadden, vloeibaar van binnen maar worden niet hard na het koken zoals bij vogeleieren. De eieren worden ontdaan van de rubberachtige schaal waarna de inhoud op smaak wordt gebracht met peper en zout en wat boter. In exotische landen wordt zowel het vlees als de eieren soms aangeboden als delicatesse.

De handel in zowel de volwassen schildpad als de eieren, die beide veel geld waard zijn in de illegale handel, heeft ertoe bijgedragen dat de soepschildpad veel minder in aantal is dan enkele decennia geleden.

Naamgeving en taxonomie
De Nederlandse naam soepschildpad slaat op het gebruik van het vlees voor consumptie door de mens. Ook de naam groene zeeschildpad slaat op het vlees dat een groene kleur heeft als gevolg van het eten van planten en algen. De wetenschappelijke naam Chelonia mydas betekent letterlijk natte schildpad; de geslachtsnaam Chelonia is afgeleid van het Griekse 'Chelone' dat schildpad betekent en de soortnaam mydas komt van het Griekse 'mydos' dat nat betekent.

3. Karetschildpad

De karetschildpad (Eretmochelys imbricata), ook wel echte karetschildpad genoemd, is een schildpad uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae).

De karetschildpad heeft een gemiddelde schildlengte van ongeveer 90 centimeter.


Hiermee is de schildpad een middelgrote soort in vergelijking met andere zeeschildpadden. De karetschildpad is te herkennen aan de overlappende hoornplaten op het rugschild, de tand-achtige uitsteeksels aan de achterzijde van het schild en de duidelijk gehaakte, papegaaiachtige bek.

De schildpad komt rond de evenaar wereldwijd voor en is een typische bewoner van rotskusten en ondiepe wateren. De volwassen vrouwtjes komen alleen aan land om eieren af te zetten. Op het menu staan voornamelijk sponsdieren, maar ook andere zeedieren en zeeplanten worden gegeten.

De karetschildpad is het enige in zee levende reptiel dat grotendeels van sponsdieren leeft. Een legsel bestaat uit meer dan honderd eieren waarvan een deel overleeft en uitgroeit tot een volwassen schildpad. Slechts weinig juvenielen krijgen de kans om een volwassen schildpad te worden, door natuurlijk verval zoals parasieten, voedseltekorten en predatie en menselijke activiteiten zoals het vernietigen van neststranden en het rapen van de eieren.

De karetschildpad is een zeldzame diersoort die steeds afhankelijker wordt van bescherming. De status van deze schildpad op de Rode Lijst van de IUCN is daarom kritiek (CR of critical). Dit betekent dat de schildpad met uitsterving bedreigd is.

Beschrijving
Het rugschild bereikt een lengte van gemiddeld 90 centimeter bij de eierleggende vrouwtjes. De meeste exemplaren blijven kleiner tot ongeveer 50 à 70 centimeter en zeldzame uitschieters kunnen een maximale schildlengte van 114 centimeter bereiken. Het gewicht van grote exemplaren bedraagt gemiddeld ongeveer 70 kilogram. Heel grote exemplaren kunnen echter zwaarder worden en het record staat op een gewicht van 127 kilogram.

De karetschildpad heeft enkele voor zeeschildpadden karakteristieke kenmerken; een breed en relatief plat schild, tot sterke flippers omgevormde voor- en achterpoten en een duidelijk snavel-achtige bek. Met name dit laatste kenmerk valt bij de karetschildpad op.

De karetschildpad is meestal eenvoudig van alle andere soorten in zee levende schildpadden te onderscheiden door de duidelijk dakpansgewijze hoornplaten van het rugschild die elkaar duidelijk overlappen.

Vooral bij heel jonge exemplaren is dit goed te zien, maar bij heel oude exemplaren zijn de overlappende hoornplaten moeilijker te zien. Dit komt doordat de platen langzaam van elkaar af gaan staan naarmate de schildpad ouder wordt. Uiteindelijk komen ze naast elkaar te liggen, net als de hoornplaten van alle andere zeeschildpadden.

Het rugschild is aan weerszijden verbonden met het buikschild door de benen verbinding tussen de voor- en achterpoten. Deze zogenaamde brug loopt over de breedte van de vier inframarginale schilden van het buikschild. Deze zijn gelegen tussen de platen aan de rand (de marginale schilden) en de twee rijen buikschilden op het midden.

De kleur van het rugschild is donker groenachtig bruin, met een enigszins straalsgewijs en duidelijk gevlamd patroon van donkere tot rode en gele tot zwarte vlekken.

Het rugschild van juveniele dieren is enigszins hartvormig, maar bij oudere dieren trekt dit bij, ze krijgen een meer ovaal en langwerpig schild waarbij de randen meer parallel gaan lopen. Het buikschild is evenals de keel en onderzijde van de kop geel van kleur en ongevlekt, alleen bij de juvenielen komen soms donkere vlekken voor op de buik.

De bovenzijde van de nek is donkergrijs van kleur en op de kop, poten en staart zijn donkere tot zwarte schubben aanwezig. Deze zijn duidelijk te onderscheiden door de lichtere tot gele huid tussen de schubben waardoor een nettekening ontstaat.

Aan de voorzijde van de kop zijn tussen de ogen twee paar prefrontale schubben aanwezig en een frontale schub op het midden van de kop met aan weerszijden een supraoculaire schub, gelegen boven het oog.

Achter het oog zijn drie tot vier postorbitale schubben aanwezig. Aan de schubben op de kop is de karetschildpad gemakkelijk van enkele andere soorten zeeschildpadden te onderscheiden.

De voorpoten zijn aanmerkelijk groter en langer dan de achterpoten. De voorpoten worden gebruikt voor de voortstuwing, de achterpoten dienen om te sturen. Aan de voorpoten zijn nog resten te zien van de klauwen; twee hoornachtige uitsteeksels verraden de landbewonende levenswijze van hun voorouders. Het duidelijkst zichtbaar is het kegelvormig uitsteeksel op twee derde van de voorpoot gezien vanaf het lichaam, het andere is bij het uiteinde gepositioneerd.

De mannetjes zijn van de vrouwtjes te onderscheiden doordat ze iets kleiner blijven maar een dikkere en langere staart hebben. Mannetjes hebben daarnaast langere en grotere voorpoten die sterker gekromd zijn in vergelijking met die van de vrouwtjes. Ze hebben ook een meer heldere tekening op het schild en het buikschild van mannetjes is enigszins hol wat bij schildpadden dient om beter op een vrouwtje te klimmen tijdens de paring.

Verspreiding
De karetschildpad komt voor in de Atlantische, Grote en Indische Oceaan en in de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Zwarte Zee. De mondiale verspreiding ligt grofweg tussen 30 graden noorderbreedte en 30 graden zuiderbreedte maar wijkt soms sterk af. Over het algemeen wordt aangenomen dat de schildpad wereldwijd voorkomt, vooral in tropische zeeën en grofweg ontbreekt in noordelijk Noord-Amerika, zuidelijk Zuid-Amerika, noordelijk Europa en noordelijk Azië.

Habitat
De karetschildpad vermijdt eenmaal volwassen de open zee en leeft vooral langs de kusten van tropische gebieden met een harde ondergrond. Dit heeft te maken met het voedsel, dat voornamelijk bestaat uit sponsdieren en daarnaast andere dieren en planten die alleen te vinden zijn in koraalriffen.

De typische foerageergebieden van de volwassen exemplaren zijn rijk aan bruinwieren. Naast koraalriffen zijn ook andere kuststreken met een rotsige bodem geschikt, evenals lagunen van oceanische eilanden en smalle doorgangen.

Ook in mangroven met een modderbodem en die weinig tot geen vegetatie bevatten wordt de schildpad gevonden. De karetschildpad houdt zich vrijwel altijd op in ondiepe wateren die niet dieper zijn dan 20 meter en wordt slechts zelden op open zee aangetroffen.

De juvenielen hebben een totaal andere leefomgeving dan de volwassen schildpadden. Ze leven op open zee maar omdat ze nog niet kunnen duiken houden ze zich op in drijvende vegetatie, zoals zeewier. Ook in drijvende afvalhopen zijn ze wel aangetroffen. Pas vanaf een schildlengte van ongeveer 20 centimeter keren ze terug naar de kust. Ze verstoppen zich veel onder overhangende rotsblokken en dergelijke.

Voedsel
Het voedsel van de karetschildpad verschilt per levensstadium en zelfs de geografische locatie is van invloed. Van jonge exemplaren die nog niet kunnen duiken wordt vermoed dat ze voornamelijk planten eten en later overschakelen op meer dierlijk materiaal.

De volwassen karetschildpad is een alleseter die echter voornamelijk leeft van sponsdieren. Het dieet is afhankelijk van de geografische locatie. Sponsdieren vormen het grootste deel van het menu maar dit geldt voornamelijk in de Caraïben. In andere werelddelen zoals rond Australië worden ook andere prooien gegeten. Voorbeelden zijn inktvissen, kreeftachtigen, slakken, wormen, zeeanemonen en vissen gegeten. Ook plantaardig materiaal wordt opgenomen zoals algen, zeegrassen en verschillende delen van landplanten, zoals schors, bladeren en fruit.

De karetschildpad is een van de weinige dieren die van sponsdieren leeft omdat dergelijke prooien een lage voedingswaarde hebben. De meeste sponsdieren zijn daarnaast oneetbaar door het uit vele kleine, naaldachtige structuren bestaande kalkskelet. Deze naaldjes hebben een verwoestende uitwerking op het maag-darmkanaal van veel dieren. Sommige soorten sponsdieren zijn zeer giftig voor andere dieren omdat de naaldjes sterke toxines bevatten. De karetschildpad echter eet ook deze soorten en lijkt weinig last te hebben van de skeletten al is het onbekend hoe dit komt.

Vijanden
De belangrijkste vijand van de karetschildpad is de mens, die op de schildpad jaagt om het schild te kunnen verwerken, de habitat vervuilt en de neststranden aantast.

De karetschildpad wordt vooral als juveniel en embryo door van alles gegeten. De eieren worden door verschillende dieren opgegraven, van geleedpotigen als mieren tot rovende zoogdieren als mangoesten, honden en ratten en tenslotte sommige vogels. De vijanden van de schildpadeieren hangen enigszins af van de geografische locatie, in Australië worden ze vooral opgegraven voor varanen en dingo's, in Noord-Amerika zijn nestplunderaars vooral wasberen en spookkrabben.

Het grootste deel van de net uit het ei gekropen jonge schildpadden wordt binnen korte tijd opgegeten door onder andere vissen, verschillende vogels als meeuwen, krabben, inktvissen en haaien. Volgens schattingen groeit minder dan 1 op de 1000 eieren uiteindelijk uit tot een volwassen schildpad.

Een eenmaal volwassen exemplaar wordt vanwege het grote en stevige schild alleen nog gegeten door grote haaien zoals requiemhaaien (tijgerhaai), sommige grote zeevissen zoals tandbaarzen en de zeekrokodil.

Voortplanting
De karetschildpad zoekt in de voortplantingstijd ondiepe wateren op waarin de paring plaatsvindt. Van de karetschildpad is bekend dat ze soms hybridiseren met andere zeeschildpadden, vooral in gebieden waar de aantallen laag zijn.

Gedurende het seizoen zet het vrouwtje zo'n 4 tot 5 keer eieren af op het strand, een vrouwtje neemt echter niet ieder jaar deel aan de voortplanting maar om de twee tot vier jaar. De vrouwtjes zetten de eitjes ook bij elkaar in de buurt af zoals andere zeeschildpadden maar maken een individueel nest.

Het nest wordt altijd 's nachts gegraven en net als andere zeeschildpadden keert het vrouwtje vaak terug naar het gebied waar ze zelf geboren is. Het zand waarin de eitjes begraven worden mag niet te droog of te nat zijn, het nest moet niet te diep gegraven worden maar zeker niet te ondiep en de ideale ontwikkelingstemperatuur van de eieren is tussen de 25 en 33° Celsius.

De eieren komen na 8 tot 11 weken uit, de incubatietijd is afhankelijk van de temperatuur en duurt langer als de temperatuur lager is. De juvenielen hebben een schildlengte van ongeveer 4 centimeter en wegen minder dan 20 gram. Ze kruipen altijd 's nachts uit het ei en gaan af op het licht van de hemel dat in de zee wordt gereflecteerd.

Ze kunnen gemakkelijk worden misleid door stadsverlichting en dergelijke zodat ze de verkeerde kant op kruipen en geen schijn van kans maken. Door deze lichtvervuiling komen de schildpadjes op verkeerswegen terecht waar ze worden dood gereden of ze sterven aan uitdroging door de hitte overdag.

Exemplaren die het wel redden en in de zee terechtkomen, leiden door hun kwetsbaarheid een teruggetrokken bestaan. Ze verblijven de eerste jaren op open zee en mijden de kust maar het is niet precies bekend hoe lang. De jonge schildpadjes kunnen niet duiken en worden vaak aangetroffen in drijvende plantenmassa's in de zee.

Pas bij een schildlengte van ongeveer 20 centimeter keren ze naar de koraalriffen langs de kust, maar omdat niet iedere schildpad even snel groeit en de groeisnelheid per locatie kan verschillen, is niet bekend hou oud ze dan gemiddeld zijn.

De karetschildpad doet er net als andere schildpadden zeer lang over om geslachtsrijp te worden en dat maakt de soort kwetsbaar. Waarschijnlijk duurt het 20 tot 40 jaar voordat de schildpad volwassen is en zich voort kan planten. Ook over de leeftijd waarop de schildpad volwassen wordt, is niet bekend.