Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Werken van Gaudi

  1. Algemeen
  2. Parque Güell
  3. Palacio Güell
  4. Casa Milà
  5. Casa Vicens
  6. De gevel en de crypte van de Sagrada Familia
  7. Casa Batlló
  8. Crypte van de Colonia Güell
  9. Websites
1. Algemeen

De werken van de architect Antoni Gaudi (1852-1926) werden opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco. De meerderheid van deze werken is modernistisch van inslag en we vinden ze terug in Barcelona en zijn omgeving. Er zijn nog meer werken van Gaudi in andere delen van Spanje.



SNP Cultuurreizen



 
Antoni Gaudi

In 1984 werden er drie werken opgenomen op de lijst en dat waren “Parque Güell, Palacio Güell en Casa Milà in Barcelona”, maar in 2005 viel de beslissing om nog vier andere werken op te nemen op de lijst van het Werelderfgoed.

Deze zeven werken werden opgenomen onder de naam “Werken van Gaudi”. Volgens de UNESCO getuigden zij van een uitzonderlijke creativiteit van Gaudi aan de ontwikkeling van de architectuur en de bouw technologie op het einde van de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste eeuw.

De zeven werken zijn:
  1. Parque Güell
  2. Palacio Güell
  3. Casa Milà
  4. Casa Vicens
  5. De gevel en de crypte van de Sagrada Familia
  6. Casa Batlló
  7. Crypte van de Colonia Güell 

2 Het Park Güell

Het Park Güell in de oorspronkelijke Catalaanse benaming is een grote tuin met architectonische elementen en de tuin ligt in het hoger gelegen deel van Barcelona.

Het park is ontworpen als een stadsdeel door de architect Antoni Gaudi die dit werk voor rekening maakte van de zakenman Eusebi Güell. De tuin werd aangelegd tussen 1900 en 1914 en hij werd ingehuldigd in 1922 als openbaar park.

In 1984 nam de Unesco het “Parque Güell” op op de lijst van het Werelderfgoed.

Het Park Güell is een weerspiegeling van het artistieke hoogtepunt van Gaudi en het maakt deel uit van de naturalistische fase (eerste decennium van de twintigste eeuw).

Het is een periode waarin de architect zijn persoonlijke stijl perfectioneert, een stijl die geïnspireerd is door de organische vormen uit de natuur. Hij brengt een hele reeks nieuwe structurele oplossingen aan en die zijn gebaseerd op zijn meetkundige stellingen.

Aan dit alles brengt de Catalaanse artiest een grote creatieve vrijheid in samen met een fantasierijke sierkunst.

In het Parque Güell ontplooit Gaudi zijn architectonisch genie en hij brengt hier veel van zijn typische vernieuwingen in de praktijk, vernieuwingen die uiteindelijk leidden naar de Sagrada Familia..

Het park werd door Güell en Gaudí opgevat als een plaats waarbinnen men midden een ongelooflijke natuurlijke schoonheid woningen kon bouwen van een zeer hoge kwaliteit, met alle technologische vernieuwingen van dat moment om uiteindelijk te komen tot een zeer hoog comfort te midden van een hoge kunstvorm.

Er is hier tevens een sterke symboliek te bemerken die zowel religieus als politiek (Catalaans) is.

Het lijkt er ook op dat Güell en Gaudi zich hebben laten inspireren dor de Tempel van Apollo uit Delphi voor de ontwikkeling van het park. Er zijn zelfs “kenners” die beweren dat men verwijzingen naar de “vrijmetselaarij” heeft aangebracht en dat lijkt in tegenspraak met de diepe religieuze overtuiging van zowel Güell als van Gaudi.

Geschiedenis

Het park draagt de naam van Eusebi Güell, een rijke Catalaanse zakenman en lid van een invloedrijke familie in Barcelona. Güell was een veelzijdig man, hij was schrijver, schilder, taalkundige, chemicus en bioloog.. Daarnaast militeerde hij voor de Catalaanse zaak en hij was lid van de Cortes. In 1910 kreeg hij van Alfonso XIII de titel van graaf. Güell was een intieme vriend en begunstiger van Gaudi.



Eusebi Güell

Het Parque Güell werd gevormd door het samenvoegen van twee boerderijen, Can Muntaner de Dalt en Can Coll i Pujol. Güell had deze gronden verworven in 1899. De vroegere eigenaar was de markies van Marianao (burgemeester van Barcelona in 1905-1906 en 1910-1911). De markies was de promotor van het Parque de Samà in Cambrils, een werk van Josep Fontserè, een van de leermeesters van Gaudí.

Het was graaf Güell die die het plan opvatte om de berghelling om te vormen tot een woongebied en hij gaf de opdracht aan Gaudi met wie hij een vruchtbare werkrelatie onderhield sinds 1878.

Samen met Gaudi werkten zijn gewoonlijke medewerkers mee aan het project: Josep Maria Jujol, Francesc Berenguer, Joan Rubió en Llorenç Matamala. De werken zelf werden uitgevoerd door de aannemer Josep Pardo i Casanovas.

Güell en Gaudí hadden een project in gedachten dat gebouwd zou worden in de stijl van de Engelse tuin-steden volgens de theoriën van Ebenezer Howard. De graaf Güell bezat ervaring met de organisatie van een Engels werk door zijn project, Colonia Güell dat een werkmansstad was in Santa Coloma de Cervelló. Hij liet zich ook beïnvloeden door de tuinen van de Jardín de la Fontaine in Nîmes, waar hij tijdens zijn jeugd woonachtig was.

Ondanks alle inspanningen die voor het project geleverd werden was het een commerciële ramp. Van de zestig te bouwen woningen die in een immense tuin lagen, in de nabijheid van de stad en met een panoramische uitzicht over de stad werden er slechts twee woningen verkocht.

Een van de woningen is nu het actuele Casa-Museo Gaudí, waar de architect woonde tussen 1906-1925. De woning was een werk van de medewerker van Gaudi, Francesc Berenguer. De andere woning was Casa Trias, eigendom van de advocaat Martí Trias i Domènech, een vriend van Güell en Gaudí en dit was een werk van de architect Juli Batllevell.



Casa Trias

Na de dood van graaf Güell in 1918 besloten zijn erfgenamen om het project te verkopen aan de stad Barcelona zodat het kon open gesteld worden voor het publiek. Het park werd toegankelijk voor het publiek in 1922 en tot op vandaag worden er grote feestelijkheden en evenementen gehouden.

In 1969 kwam het Parque Güell op de lijst van het Historisch Patrimonium en in 1984 werd het park opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco.

Tussen 1987 en 1994 was er een restauratie die uitgevoerd werd door Elies Torres i Tur en Josep Antoni Martínez i Lapeña, met de medewerking van Joan Bassegoda.

Beschrijving

Het park heeft een oppervlakte van 17,18 hectare en het bevat grondlagen van lei- en kalksteen. In het ontwerp zien we duidelijk de hand van de architect in elk element, hoe klein het ook is.

Er zijn golvende terreinen met het uitzicht van rivieren van lava, wandelpaden bedekt met kolommen in de vorm van bomen, stalactieten in geometrische vormen. Veel van de oppervlakte is bedekt met stukken aardewerk of glas.

Gaudí was vastbesloten om zijn werken perfect te integreren in de natuur. Een bewijs hiervan zijn de stenen zuilen met een verschillende grootte en vorm die boomstammen, stalactieten en grotten moet voorstellen. Toen Gaudi aan zijn project begon was het terrein ontbost, de naam Montaña Pelada–Kale Berg is een verwijzing naar deze toestand.

Gaudi liet een nieuwe vegetatie aanplanten, een vegetatie die van nature uit in deze streek voorkomt zoals pijnbomen, steeneik, eucalyptus, palmbomen, cipressen, etc.

De ingang

De toegang tot het park heeft een ingang waar de symboliek van af druipt. Deze symboliek staat voor de ideeën van zowel Gaudi als van Guëll en hij vertolkt het politieke Catalaans nationalisme en het christelijke geloof.



Volgens het plan van Gaudi moest het een monumentale toegang worden met twee gazellen die de twee poorten openden maar dit werd nooit uitgevoerd. In de plaats hiervan kwam er een ijzeren poort die symbool staat voor de bladen van een palmboom.

De poort werd overgebracht naar het park in 1965 en zij was afkomstig van het Casa Vicens, een van de eerste werken van Gaudí. Het park heeft zes andere ingangen, twee zijstraten in elke hoek van de calle Olot, waar ook de hoofd toegang is, twee in de Avenida del Coll del Portell en een op de Carretera del Carmel.

Aan beide zijden van het toegangshek zijn er twee paviljoenen die bestemd waren voor het beheer en het onderhoud van het park.
Verbonden met de twee paviljoenen is er een muur die de plaats omsluit en de muur is gebouwd met rustieke stenen en die muur is afgewerkt met aardewerk. Op dit aardewerk zijn twee medaillons met het opschrift “Park” en “Güell”. Zowel de muur als de paviljoenen zijn gebouwd tussen 1900 en 1903.

In de ingang is er een hal van vierhonderd vierkante meter om er de toegang tot het park te organiseren. Aan beide zijden zijn er dienst terreinen in de vorm van een grot. Die aan de linkerzijde deed dienst als garage en magazijn, die aan de rechterzijde deed dienst als schuilplaats voor rijtuigen.

De paviljoenen

De beide paviljoenen aan de ingang zijn gebouwd in de meest pure stijl van Gaudi met zijn organische structuur die de binding met de natuur benadrukt. Gebouwd in een metselwerk van plaatselijke stenen, met zijn hyperbolische gewelven en bedekt met een aardewerk in levendige kleuren.



Het kleinste paviljoen deed dienst voor de administratie en het heeft twee verdiepingen, een terras en een toren die bekroond is met een kruis met vier armen.

Het grootste paviljoen, de portierswoning, heeft drie verdiepingen en is bekroond met een koepel in de vorm van een paddenstoel (amanita muscaria).

Bordes

Vanuit de hal gaat men langs een bordes naar de centrale plaats van het park en dat is gebouwd tussen 1900 en 1903. Het is symmetrisch geordend rond een sculptuur van een salamander die een symbool voor de tuin en voor de stad Barcelona is geworden.



Het bordes ligt tussen muren die van kantelen voorzien zijn en er zijn drie gedeelten met elf treden en een gedeelte met twaalf treden. In het centrale gedeelte zijn er drie fonteinen die de drie Catalaanse gebieden symboliseren, Noord-Catalonië (Frankrijk) en Catalonië zuid (Spanje).

In de eerste fontein bracht Gaudi een cirkel en een kompas aan,symbolen voor de wereld en de architect.

In de tweede fontein staat het symbool van Catalonië en een slang omringd door eycalyptus.

In de derde fontein staat de draak of de salamander als symbool voor de stad Nîmes, de stad waar Güell opgroeide. In het laatste deel van het bordes is er een bank die zo gelegen is dat men in de zon zit tijdens de winter en men zit in de schaduw tijdens de zomer..

Aan een van de zijden van het bordes is er het college CEIP Baldiri Reixac (oude woning van de graaf Güell), terwijl er aan de andere zijde de Jardín de Austria ligt, een project uit 1960 van Lluís Riudor i Carol.

Kamer Hipóstila

Op het bordes staat de Sala Hipóstila of de Sala de las Cien Columnas (Zaal van de Honderd Zuilen). Deze is gebouwd tussen 1907 en 1909 en het was de bedoeling dat deze zaal gebruikt zou worden als markt voor de inwoners. Momenteel is zij door straatmuzikanten in gebruik genomen die hier de toeristen vermaken..

De zaal bevat 86 gegroefde zuilen van zes meter hoogte en met een diameter van 1,20. Zij zijn gemaakt uit mortel maar zij simuleren het gebruik van marmer.

De kolommen aan de buitenzijde zijn licht gekanteld om een beter structureel evenwicht te bereiken. Het dak is gemaakt met bolvormige gewelven en daar tussen zijn er 4 ronde plafonds die de vier seizoenen symboliseren. De plafonds zijn een werk van Jujol, de medewerker van Gaudí met de meeste en rijkste fantasie.

Het plein

Het centrale punt van het park is een enorm ovaal plein van drie duizend vierkante meter dat gebouwd is tussen 1907 en 1913. De rand doet dienst als bank en het golft zoals een slang van 110 meter lang. Zij is bedekt met kleine stukjes aardewerk en glas en het is een werk van Josep Maria Jujol.



Volgens het originele plan zou het plein een Grieks theater worden dat geschikt was voor bijeenkomsten of culturele en religieuze activiteiten. In het buitenste gedeelte is er een fries met waterspuwers om het regenwater af te voeren en we zien hier ook kleine figuurtjes in de vorm van een regendruppel.

De golvende bank bestaat uit een opeenvolging van holle en bolle modules van 1,5 meter. Het voetstuk is van witte “trencadís” en het is versierd met inlegwerk dat doet denken aan de dadaïsten of de surrealisten.

De gebruikte motieven zijn meestal abstract maar we vinden ook figuren uit de dierenriem, sterren, bloemen, vissen en krabben. De kleuren blauw, groen en geel zijn dominant aanwezig en zij staan bij Gaudi voor geloof, hoop en naastenliefde.

Het plein is onverhard omdat het water wordt afgevoerd naar een ondergronds opvang bekken van 1.200 m³. Dit water wordt gebruikt om het park te bevloeien. Omdat het park een commercieel fiasco was heeft de graaf Guëll in 1913 besloten om het water te commercialiseren onder de naam SARVA. SAR en VA zijn twee letters in het Sanskriet en het zijn de initialen van Shivá en Vishnú.

De viaducten

Gaudí bouwde een reeks van viaducten doorheen het park en zij waren breed genoeg om er koetsen te laten passeren en daaronder waren er wegen voor voetgangers. De wegen hebben een totale lengte van drie kilometer.



De viaducten hebben verschillende structuren en zij zijn geïnspireerd door een aantal architecturale stijlen. De laagste viaduct (Viaducto del Museo) is in gotische stijl, de middelste (Viaducto del Algarrobo) is in barrok stijl en de bovenste viaduct (Viaducto de las Jardineras) is in romaanse stijl.

De hoofdweg met de naam Rozenkrans, omdat er een rij van stenen bollen staat die gemaakt zijn in de vorm van een rozenkrans, doorkruist het ganse park. Het maakt deel uit van het centrale plein die het park dwars doorkruist.

Ook zien we hier de zogenaamde “Pórtico de la Lavandera” – “Zuilengang van de Wasvrouw” en dat is een zuil in de vorm van een wasvrouw. De zuilengang omringt het Casa Güell en het heeft de vorm van een romaanse klooster galerij. Aan de ingang van de zuilengang vinden we een ijzeren poort.

De Kruisweg

Op de plaats waar de kapel moest komen heeft Gaudi een monument gebouwd in de vorm van een kruisweg met drie kruisen. Dit is geïnspireerd door de vondst van enkele prehistorische grotten in het park,



Het monument heeft een ronde vorm en er zijn twee hellingen met trappen en men heeft van hier een schitterend uitzicht op Barcelona.

Er zijn twee kruisen lager geplaatst en een kruis, dat van Jezus, staat hoger. De kruisen werden in 1936, tijdens de Spaanse burgeroorlog, vernield maar zij werden heropgebouwd in 1939.

Het Casa-Museo Gaudí

Op het terrein van het park, aan de Weg van de Rozenkrans, staat het Casa-Museo Gaudí en dat was de woonplaats van de architect tussen 1906 en 1925. Hier woonde hij met zijn vader
Francesc Gaudí i Serra en zijn nicht Rosa Egea Gaudí.



Het huis is tussen 1903 en 1904 ontworpen door zijn assistent Francesc Berenguer. Na zijn overlijden werd de woning te koop aangeboden. In 1963 werd de woning gekocht door Asociación Amigos de Gaudí – Vereniging van de Vrienden van Gaudi met de bedoeling er een museum van te maken.

Het museum bevat een grote collectie werken van Gaudi en van zijn medewerkers en zij zijn verdeeld over de drie verdiepingen.

In het souterrain vinden we werken van de beeldhouwer Carles Mani.

Op de eerste verdieping zijn er meubelen te zien die Gaudí ontworpen heeft voor de huizen Batlló en Calvet.

Op de tweede verdieping vinden we de slaapkamer van de architect met het meubilair maar ook nog werken van Eusebi Güell, Josep Maria Jujol, Francesc Berenguer en Aleix Clapés.

Andere objecten in het museum zijn het kruis met de vier armen uit het portaal van de Finca Miralles, een buste uit brons met de beeltenis van Gaudí, een werk van Joan Matamala en een retabel uit hout en marmer de voordien in het Casa Milà stond, een werk van Josep Llimona.

Toegang tot het park

Het Parque Güell kan men alle dagen gratis bezoeken. Men kan hier met de metro komen maar de stations liggen op een zekere afstand. Vanaf het station van Vallcarca kan men gebruik maken van roltrappen. Men kan ook de stadsbussen of de bussen die rondritten door de stad maken nemen om hier te geraken.

***************************************************************************

3. Palacio Güell - Het Paleis Güell

Het Paleis Güell of in het Catalaans Palau Güell is een gebouw dat ontworpen is door Antoni Gaudí. Het paleis ligt in Barcelona, in een smal straatje, Carrer Nou de la Rambla en dat is dichtbij de haven. Gaudi bouwde het paleis in opdracht van Eusebi Güell gedurende de jaren 1886 en 1890.

Gaudí legde al zijn kunde in dit werk want het was zijn eerste grote opdracht. Hij maakte 25 verschillende oplossingen voor het ontwerp van de gevel. Voor dit werk kon hij ook rekenen op de medewerking van een van zijn meest trouwe helpers, Francesc Berenguer.

Geschiedenis en beschrijving

Eusebi Güell had een huis in de Rambla de los Capuchinos en dat grensde aan Nou de la Rambla. Hij had dit geërfd van zijn vader Joan Güell i Ferrer. Daarom wou hij een nieuwe woning en die kwam in een binnenplaats van de oude woning.

Gaudí ontwierp Palacio Güell volgens de traditie van de grote Catalaanse herenhuizen zoals die in de calle Montcada.

Het algemene ontwerp volgt de lijnen van zijn creaties in die periode toen hij vooral een oosterse stijl aanhing. In dit paleis verenigen zich drie stijlen, de Moorse, de Byzantijnse en de mudéjar stijl. Enkele van zijn verwezelikingen uit die periode waren Casa Vicens, de Pabellones Güell en El Capricho de Comillas.

Gaudí kon op de medewerking rekenen van een aantal vaklieden zoals de metselaar Agustí Massip, de smeden Joan Oñós en de gebroeders Lluís en Josep Badia, de meubelmakers Julià Soley en Eudald Puntí en de marmer bewerkers, de gebroeders Ventura.

Omdat de straat redelijk smal is, is het moeilijk om de gevel in zijn totaliteit te bekijken. Gaudi ontwierp een monumentale toegang met prachtige poorten die parabolische bogen hebben.



Hierbij hoort een prachtige smeedijzeren hekwerk, versieringen met het wapenschild van Catalonië en met een helm waarop een gevleugelde draak staat. Dit is een werk van Joan Oñós.

Het gebouw is gebouwd met kalkstenen van Garraf waar graaf Güell een landgoed bezat (Bodegas Güell). De ingang heeft indrukwekkende afmetingen en hij was zo ontworpen dat bezoekers toegang hadden met hun paarden en hun koetsen. Voor de paarden zijn er in de kelder stallen gebouwd en dat was in deze tijde totaal vernieuwend. De paarden kregen toegang door een ingenieus spiraalvormig aangelegde helling.



Meer naar binnen zien we een vestibule die een hoogte heeft van drie verdiepingen. Deze ruimte is aanzienlijk kleiner dan de vorige, Deze vestibule is de centrale plaats in het gebouw en alle belangrijke kamers van het paleis liggen rond de vestibule.

Vanaf hier heeft men toegang tot de trap die toegang geeft tot de andere kamers in de rest van het gebouw. Op de eerste verdieping is er een reeks ontvangst kamers waar men bezoekers kon ontvangen. Hier vinden we ook de kapel die versierd is met schilderijen van de twaalf apostelen en dat is een werk van Aleix Clapés. Het altaar heeft een afbeelding van de “Purísima”, “de Maagd Maria” en dat is een werk van Joan Flotats. Deze afbeelding werd vernield in 1936,

Naast de kapel staat er een orgel, een werk van Aquilino Amezcua. Op de tweede verdieping zijn de slaapkamers die versierd zijn met afbeeldingen van Santa Isabel van Hongarije. Dit is ter ere van de echtgenote van Güell, Isabel López Bru, dochter van de markies Comillas. Op de derde verdieping zijn de kamers van het personeel..

In de galerij van de voorgevel maakte Gaudí een origineel systeem van bogen en kolommen, een stijl dat nog nooit gebruikt was en die nadien ook niet meer gebruikt werd. Gaudí ontwierp met grote zorg het interieur van het paleis, met een prachtige versiering in een typische mudejar stijl. Gaudí bestudeerde met grote efficiëntie alle technische en structurele oplossingen voor het gebouw zodat hij de beste oplossing in verband met verlichting, verlichting en akoestische kon gebruiken.

Op het dak zijn er een groot aantal schouwen en Gaudi gaf zij ook een decoratief karakter.

Deze tweedelige functie zou hij behouden in zijn volgende werken zoals in het Casa Milà.

In het totaal staan er 20 schouwen op het dak die allemaal geometrische vormen hebben en die bedekt zijn met aardewerk in allerlei levendige kleuren.

Hoewel de decoratie werken binnen werden voortgezet tot in 1890 werd het gebouw ingehuldigd in 1888. Dat was in de periode van de Wereld Tentoonstelling die toen in Barcelona doorging. Een aantal personaliteiten hebben toen het paleis bezocht zoals de koningin regentes María Cristina van Habsburg, koning Humberto I van Italië en de president van de Verenigde Staten, Grover Cleveland.

Eusebi Güell woonde in het paleis tot in 1906 toen hij verhuisde naar het Casa Larrard in het Park Güell Het Paleis Güell kwam door een erfenis in de handen van Mercè Güell i López, dochter van de graaf. Tijdens de Spaanse burgeroorlog deed het gebouw dienst als commissariaat.

In 1944 werd het gekocht door een Amerikaanse miljonair die het steen per steen wou afbreken om het dan naar de Verenigde Staten over te brengen en daar terug op te bouwen. Gelukkig stak het provinciaal bestuur er een stokje voor.

In 1952 kwam de Vereniging van de Vrienden van Gaudi in het gebouw tot aan hun verhuis naar het Casa-Museo Gaudí in het Parque Güell in 1968.

Ook in 1954 skwam het Museum van het Theater in het gebouw tot aan hun verhuis in . In 1969 kwam het paleis op de lijst van Belangrijk Cultureel Historisch Monument. In 1984 kwam het tenslotte op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

Het Paleis Güell werd gerestaureerd in 1983 door Carles Buxadé en Joan Margarit, Vanaf 2002 is men terug begonnen met een volgende restauratie.

***************************************************************************

4. Casa Milà

3. Casa Milà

Het Casa Milà, dat populair La Pedrera genoemd wordt is een werk van Gaudi en het werd gebouwd tussen 1906 en 1910 in een modernistische stijl. Het huis ligt in de Passeig de Gràcia op nummer 92 in het district Eixample de Barcelona.



De woning werd gebouwd ter gelegenheid van het huwelijk van Pere Milà i Camps en Roser Segimon i Artells. Gaudí kon rekenen op de medewerking van zijn adjuncten Domènec Sugrañes en Josep Canaleta en op de aannemer Josep Bayó i Font die voor Gaudí aan het Casa Batlló gewerkt had.

Geschiedenis en beschrijving

Het gebouw is een typisch werk van Gaudi. De gevel is gemaakt van kalksteen uit Villafranca behalve het bovenste deel dat bedekt is met witte tegels en deze combinatie doet denken aan een besneeuwde berg.

Op het dakterras vinden we grote uitgangen van trappen met het Gaudi kruis met vier armen en schoorstenen bedekt met stukken aardewerk waarop er hoofden van krijgers staan die bedekt zijn met hun helmen.

Met zijn organische vormen roept Casa Milà beelden uit de natuur op en onderzoekers vinden hier verwijzingen terug naar de klippen van Fra Guerau in de sierra de Prades dichtbij Reus, de bergstroom van Pareis in het noorden van Mallorca of Sant Miquel del Fai in Bigues i Riells. Dat waren plaatsen die door Gaudi bezocht werden.

Opmerkelijk is de schoonheid van het smeedijzer dat gebruikt werd op de balkons. Het smeedijzer roept beelden van klimplanten op en dit is een werk van de gebroeders Lluís en Josep Badia i Miarnau.

Het gebouw bezit vijf verdiepingen plus een transparant berghok. Er zijn twee grote binnenplaatsen, een rond en een ovaal.

In de gevel zien we een cyclopische toegangspoort terwijl er in de bovenste kroonlijst afbeeldingen staan van bloemen met de inscripties in het latijn "Ave Maria gratia plena, Dominus tecum".

De inrichting van het huis was een werk van Josep Maria Jujol en van de schilders Iu Pascual, Teresa Lostau, Xavier Nogués en Aleix Clapés.[ De versieringen hebben vaak een maritieme inslag door de valse plafonds die de zeegoven weerspiegelen maar er zijn ook afbeeldingen van inktvissen, slakken en fauna uit de zee.

De bouw had te lijden onder vertragingen en het gebouw voldeed tijdens de bouw niet aan de gemeentelijke vergunningen, de hoogte en de breedte waren groter dan voorzien uitgevallen en de heer Milà moest een aantal boetes betalen.

Bovendien gaf Gaudí in 1909 de leiding over het werk op na een aantal aanvaringen met Milà over de binnen inrichting. De verhouding tussen Gaudí en Milà bekoelde verder en Gaudi moest naar de rechtbank stappen om zijn ereloon in handen te krijgen. Een ereloon dat hij na de uitspraak afstond aan de Jezuïeten.

Casa Milà had sinds zijn constructie een aantal veranderingen te verwerken:
  • in 1927 gaf Roser Segimon aan Josep Bayó de opdracht om het interieur op het gelijkvloers te slopen
  • in 1946 werd het verkocht aan de Inmobiliaria Provença die op de zoldering dertien appartementen bouwde voor rekening van de architect Francisco Juan Barba Corsini
  • in 1966 werden er op de eerste verdieping kantoren gemaakt voor het bedrijf van Leopoldo Gil Nebot
  • tussen 1971 en 1975 kwam er dan eindelijk een eerste restauratie door José Antonio Comas de Mendoza
  • in 1986 verwierf de Caixa Catalunya het gebouw en die bank begon met instands houdings en restauratiewerken tussen 1987-1996.
Het Casa Milà werd in 1969 opgenomen op de lijst belangrijk Cultureel Historisch Monument en in 1984 kwam het op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

***************************************************************************

5. Casa Vicens

Casa Vicens is een modernistisch gebouw en het is het eerste belangrijk ontwerp van Antoni Gaudí na het voleindigen van zijn studies in 1878. Het werd gebouwd tussen 1883 en 1888 en het ligt in de calle Carolines op nummer 24 in de wijk Gracia van Barcelona

Tijdens de bouw werd was Gracia nog een onafhankelijk dorp van Barcelona.



Geschiedenis en beschrijving

Gaudí kreeg van Manuel Vicens i Montaner de opdracht om een tweede woning voor de familie te bouwen en hij was eigenaar van een keramiek fabriek. Dit komt tot uiting in de gevel van de woning, de versiering bestaat helemaal uit tegels.

Gaudí was op dit moment in de eerste periode van zijn carrière en die werd bepaald door een grote architectonische eenvoud. De gebruikte stijl is een stijl met oosterse invloeden en dan  meer bepaald de mudéjar, de Perzische en de Byzantijnse stijl zoals we ook nog kunnen zien in zijn andere werken zoals de Pabellones Güell, las Bodegas Güell en El Capricho de Comillas.

Het casa Vicens is gebouwd met vier verdiepingen en dat zijn een ondergrondse ruimte die gebruikt werd als wijnkelder, twee verdiepingen die gebruikt werden als woonruimte en een zolder die gebruikt werd als dienstruimte. Het overvloedige gebruik van keramiek aan de gevel geeft een kreurrijke indruk en het is een van de opmerkelijkste zaken aan het gebouw.

Gaudí plaatste het gebouw naarst de muur van het aangrenzende klooster van de Dochters van de Naastenliefde van San Vicente de Paúl. Dardoor was het mogelijk om een ruim tuin te creëren. Aan een zijde kwam er een monumentale fontein en het water voor de fontein werd opgeslagen in twee watertanks die in de pilaren rond de fontein geplaatst waren. Deze fontein werd in 1946 afgebroken omdat dit deel van het terrein verkocht werd. Deze kant werd afgesloten door een muur.

De muren van het huis zijn met bakstenen gemaakt die afgewisseld worden met rijen tegels. Die rijen tegels reproduceren gele Indische goudsbloemen.

Op het dak staan schoorstenen en enkele torens in de vorm van een koepeltje. In de voorgevel is er een galerij, die later zou verbouwd worden en die werd afgesloten met enkele houten zonneschermen. In het midden vinden we een oude renaissance pijler met een metalen hekwerk in de vorm van een spinnenweb.

Binnenin zien we plafonds met veelkleurige houten balken die versierd werden met bloemen motieven, de muren hebben plantaardige motieven en de schilderingen zijn een werk van Josep Torrescasana. De vloer ten laatste is in romaanse mozaïek

Gaudí ontwierp ook de meubelen voor het huis en een van de meest originele kamers in het huis is de rookkamer waar het plafond versierd is met arabische motieven die doen denken aan het Generalife van het Alhambra in Granada.

In de fries van de galerij staan diverse populaire Catalaanse zinnen zoals "sol, solet, vine'm a veure que tinc fred", "oh, l'ombra de l'estiu" en "de la llar lo foc, visca lo foc de l'amor".

In 1899 verkoopt de weduwe van Manuel Vicens, Dolors Giralt de woning aan Antoni Jover i Puig en momenteel is zij eigendom van Fabiola Jover de Herrero.

In 1925 was er een verbouwing van de woning door Joan Baptista Serra Martínez. Hij liet toen een paviljoen met een fontein in de tuin bouwen die afgebroken werd in 1962.

Vandaag de dag zijn de oude tuinen bezet door woningen. Een aantal delen van het hekwerk in de vorm van een palmboom vinden we terug in de toegangspoort van het Parque Güell evenals in het Casa-Museo Gaudí.

***************************************************************************

6. De boetekerk van de Heilige Familie

De boetekerk van de Heilige Familie is meer bekend onder haar gewone naam Sagrada Familia (Heilige Familie) en het is een kerk in Barcelona die ontworpen is door Antoni Gaudí.



De bouw van de kerk is begonnen in 1882 en tot op vandaag, (oktober 2010) gaan de werken verder. Dit is ongetwijfeld het meesterwerk van Gaudí en het is het belangrijkste voorbeeld van de modernistische Catalaanse architectuur.

Toen men met de bouw begon was de stijl neo-gotiek maar toen Gaudi in 1883 het werk op zich nam werd het concept opnieuw overdacht. Hij werkte 31 jaar aan de bouw van de kerk en daarvan waren de laatste vijftien jaar exclusief voor de kerk.

Een van zijn meest innovatieve ideeën was het ontwerp van de ronde conische torens die  boven de portalen uitstaken.
 
De kerk zal eenmaal ze voltooid is 18 torens hebben, vier in elk van de drie ingangen en in het koepelgewelf zijn er zes torens. De centrale koepel die aan Jezus gewijd is heeft een hoogte van 170 meter. De andere vier die er omheen staan zijn gewijd aan de evangelisten en een tweede koepel is gewijd aan de Maagd Maria.

In 1926 stierf Gaudí en er was slechts een toren voltooid. Het project bestond toen nog uit de plannen en een model uit gips dat zwaar beschadigd werd tijdens de Spaanse burgeroorlog.
Tijdens het bezoek aan Barcelona zal de paus, Benedictus XVI op 7 november 2010 de kerk inwijden en de kerk zal een basiliek worden.

Geschiedenis

Het idee om een kerk ter ere van de Heilige Familie te bouwen kwam van de boekhandelaar Josep Maria Bocabella. Daartoe stichtte hij een vereniging “Asociación de Devotos de San José” en zij vonden een geschikte bouwplaats in El Poblet.

Het project moest in de eerste plaats uitgevoerd worden door Francisco de Paula del Villar y Lozano en deze architect wou een gebouw neerzetten in neo-gotische stijl. Het project van Villar was een kerk met drie beuken met de typische kenmerken uit de gotiek zoals ramen met honingraat motief, steunberen aan de buitenzijde en een hoge klokkentoren in de vorm van een naald.

De eerste steen werd gelegd op 19 maart 1882, de dag van Sint Jozef. Dat gebeurde in de aanwezigheid van de bisschop van Barcelona José María Urquinaona. Gaudí hielp tijdens de ceremonie omdat hij toen een assistent was van Villar. De werken begonnen op 25 augustus 1883 door de aannemer Macari Planella i Roura.

In 1883 nam Villar ontslag na een aantal meningsverschillen met Joan Martorell, de architect van Bocabella. Het project werd aangeboden aan Martorell maar die weigerde en vervolgens koos men voor de jonge Gaudí.

Toen Gaudi het project overnam veranderde hij het ganse project met uitzondering van de reeds gebouwde crypte. Tijdens de volgende 43 jaar werkte hij aan de kerk en de laatste 15
jaar waren exclusief voor de kerk.

Na de dood van Gaudi nam zijn assistent Domènec Sugrañes de leiding over het werk over van 1926-1936.

Tijdens de Spaanse burgeroorlog werd de werkplaats van Gaudi grotendeels vernield en gingen alle modellen, schetsen en ontwerpen verloren. Toen men in 1944 met de werken verder ging moest men in de eerste plaats bestuderen hoe men verder zou bouwen in de geest van Gaudi.

Na een aantal architecten gaat het werk sinds 1987 verder onder de leiding van Jordi Bonet i Armengol.

De kerk
.
Toen Gaudí de leiding overnam was enkel de crypte afgewerkt. Gaudí liet de bouwstijl evolueren van neo-gothiek naar zijn typische naturalistische stijl. Een van zijn inspiratie bronnen was de Cueva del Salnitre in Collbató (Barcelona).

Gaudí vond dat de gotiek niet perfect was met zijn rechte lijnen, zijn systeem met pilaren en steunberen. Dit was volgens hem niet natuurlijk.

Gaudí wijzigde zijn concept van het werk door de jaren heen en tijdens de periodes dat het werk stil lag door een gebrek aan middelen zocht hij naar nieuwe technologische vernieuwingen.

Hij nam in dit project ook vernieuwingen op uit zijn andere projecten.

Gaudi ontwierp een plan in de vorm van een Latijns kruis met het groot altaar op de crypte en omringd door zeven kapellen. Tegenover het altaar is er een dwarsschip met drie beuken en met enkele portieken, in de lengterichting van het centrale gedeelte zijn er vijf beuken

Het ontwerp heeft een grootte van 110 op 80 meter en de totale bebouwde oppervlakte bedraagt 4.500 m². Er kunnen 14.000 personen in de kerk.

Het geheel zal ook nog een klooster omvatten die de kerk omringd en samen met het koor is er de sacristie. Tussen die twee is er de kapel van Maria-Hemelvaart.

De kerk heeft 18 torens, vier in elk van de drie poorten en zij stellen de twaalf apostelen voor, in het midden staat de koepel toren die opgedragen is aan Jezus en hij heeft een hoogte van 170 meter., de andere vier torens verwijzen nar de vier evangelisten en zij staan rond de koepel toren. Boven het apsis staat de toren die opgedragen is aan de Maagd Maria.

Samen met de kerk ontwierp Gaudi een aantal andere gebouwen zoals het huis voor de kapelaan dat gebouwd is in 1887 en het werd verbouwd tussen 1906 en 1912. Dat was een eenvoudig bakstenen gebouw. Verder was er een werkruimte voor Gaudi en een klein schooltje voor de kinderen van de arbeiders die aan de kerk werkten.

De crypte

De werken begonnen in 1882 volgens de plannen van Francisco del Villar, maar toen Gaudi de werken in 1883 overnam veranderde hij de vorm van de pilaren met motieven uit de natuur.



Hij verhoogde het gewelf om meer direct licht en meer verluchting te hebben. De eerste plannen van Gaudi waren voor de kapel van San José die gebouwd werd tussen 1884 en 1885. De werken aan de crypte duurden tot in 1891.

De crypte bevat zeven kapellen die gewijd zijn aan de Heilige Familie. Zij zijn in een ronde vorm geplaatst en tegenover hen zijn er vijf andere kapellen. De middelste bevat het altaar en zij is geflankeerd door de kapellen van Nuestra Señora del Carmen (hier ligt Gaudí begraven), de kapel van Jesucristo, de kapel van Nuestra Señora de Montserrat en de kapel van Santo Cristo (hier ligt Josep Maria Bocabella begraven).

Het altaar wordt gedomineerd door een reliëf van de Heilige Familie, een werk van Josep Llimona. De crypte is omgeven door een romaanse mozaïek, de "opus tesselatum" waarop afbeeldingen staan van wijn en graan, symbolen voor de eucharistie.

De bassins van het heilig water zijn gemaakt van grote schelpen. Sommige lampen uit de crypte zijn door Gaudí met eigen handen gemaakt omdat de dokter handenarbeid voorschreef tegen zijn reumatiek.

De crypte evenals de werkplaats had van een brand op 21 juli 1936 te lijden die aangestoken was tijdens de Spaanse burgeroorlog.

Het apsis

Het apsis bezet de ereplaats in de kerk tussen de gevel van de Geboorte en die van het Passieverhaal en in het midden vinden we de kapel van de Asunción en de twee sacristies die onderling verbonden zijn met het klooster dat het gebouw omsluit.



Gaudí draagt de apsis op aan de Maagd Maria. De apsis bevat zeven kapellen die opgedragen zijn aan de zeven pijnen en vreugdes van Sint Jozef en dat gebeurde volgens de wens van de stichter Bocabella. De bouw duurde van 1891 tot 1893.

De kapel van de Asunción heeft de vorm van een stenen draagstoel en hij lijkt op de draagstoel van de processie in Gerona. Gaudí zocht inspiratie in het werk van Lluís Bonifaç zoals met de kroon, de pilaren en de engelen.

De kapel is bekroond door een toren van dertig meter hoogte en daarop staat dan de kroon die aan de vier kanten geflankeerd is door engelen.

De sacristies hebben een hoogte van 35 meter en het grondoppervlak is 18 op 18 meter. Er zijn hier driehoekige ramen en zij zijn bedekt met een koepel die versierd is met mozaïek.

De hoge hekken van de kapellen zijn versierd met plantaardige motieven zoals de ceder, de palm, de cipres, enz.

Het apsis draagt een grote hoeveelheid gebeeldhouwde versieringen waaronder de beelden van heiligen en religieuze ordes. Tevens vinden wij anagrammen van de naam van Jezus, van de Maagd Maria en van Sint Jozef.
 
Gevel van de Geboorte

De gevel is gewijd aan de geboorte van Jezus en hij heeft een uitbundige versiering die aan het leven doet denken.



De gevel hier richt zich meer op het menselijk en familiaal aspect van Jezus met een eigen invulling van populaire elementen zoals gereedschappen en huisdieren.

Er zijn hier drie portieken die opgedragen zijn aan de theologische deugden zoals aan de linkerkant de Hoop, aan de rechterkant het Geloof en in het midden de Naastenliefde met de Poort van Jezus en die is bekroond met de Levensboom.

Op deze gevel staan vier torens en die zijn opgedragen aan de vier evangelisten: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Aan deze gevel werd gewerkt van 1894 tot 1930. De beeldhouwwerken zijn van Carles Mani, Llorenç Matamala en Joan Matamala.

De portieken zijn gescheiden door twee grote kolommen, de kolom van Jozef tussen de portiek van de Hoop en die van de Naastenliefde en de kolom van Maria tussen de portiek van de Naastenliefde en die van het geloof.

Beneden aan de kolommen staat er een beeld van een schildpad als symbool van het onveranderlijke van de tijd, de zuilschachten maken een spiraal terwijl de kapitelen gemaakt zijn in de vorm van blad van een palmboom.

Deze palmbomen dragen een tros dadels die bedekt zijn met sneeuw (voor de winter, geboorte van Jezus) en zij hebben steun van twee engelen met trompetten die de geboorte aankondigen.

In tegenstelling met de schildpadden staan er aan beide zijden van de gevel kameleons als symbool voor verandering. In het originele ontwerp van Gaudí was deze gevel een veelkleurige gevel die geschilderd werd in diverse kleuren zoals de archivolten van de drie portieken en alle beelden die moesten geschilderd worden.

Deze gevel werd door Gaudí uitgekozen om een globaal idee te krijgen over de structuur en de versiering van de kerk omdat hij besefte dat hij het einde van de bouw tijdens zijn leven niet zou meemaken. Maar hij betrouwde er op dat als men zou zien wat hij bouwde dat men na zijn dood zou verder werken aan de kerk.

De portiek van de Naastenliefde
Het is de grootste van de drie portieken en hij is opgedragen aan Jezus. We zien hier onder andere een reeks taferelen over de geboorte, de aanbidding van de koningen en van de herders. Ook vinden we hier de Ster van Bethehem, de tekens uit de Zodiac en musicerende engelen.

In de poort van Jezus is er een grote pilaar met een afbeelding van de geneologische stamboom van Jezus beginnend met de slang en de appel. Het kinderkoor van engelen werd vernietigd tijdens de Spaanse burgeroorlog maar het werd terug opgebouwd door Etsuro Sotoo.

De portiek van het Hoop
Dit portiek is opgedragen aan de Maagd Maria en we zien hier taferelen van de verloving van de Maagd Maria en Sint Jozef, de vlucht naar Egypte en de boot van Sint Jozef. Het portiek eindigt met een groot pinakel zoals de hoge rotsen van Montserrat en het draagt de inscriptie “Sálvanos”.

Portiek van het Geloof
Dit portiek is opgedragen aan Sint Jozef en we zien hier taferelen van de kinderaren van Jezus.

Gevel van het passieverhaal

Aan de gevel van het Passieverhaal werd in 1954 begonnen en men werkte volgens het ontwerp, schetsen en schema's van Gaudí. De torens werden voltooid in 1976. Gaudí ontwierp deze gevel tijdens zijn herstel van de griep van Malta in Puigcerdà in 1911.



De gevel is opgedragen aan het lijdensverhaal van Jezus en het lijden van Christus tijdens zijn kruisiging.

Daarom ontwierp hij een zeer sobere gevel die van een grote eenvoud is, dus zonder versiering. Alleen met de beelden van het lijden van Christus, een werk van Josep Maria Subirachs, bedacht hij iets simpel en schematisch, met met hoekige vormen om een dramatisch effect te bekomen. Subirachs begon met zijn werk in 1987 en momenteel is hij er nog steeds mee bezig.

De gevel wordt ondersteund door zes grote hellende zuilen die op boomstammen van sequoia hout lijken. Daarop ligt er een groot fronton in de vorm van een piramide die ondersteund is door 18 kolommen in de vorm van een been. Daarbovenop staat er een groot kruis met een doornen kroon.

De gevel van de Passie heeft drie portieken die ook aan het geloof, de hoop en de naastenliefde gewijd zijn.

De centrale portiek heeft twee bronzen poorten die gewijd zijn aan het Evengelie en waarop teksten uit het Evangelie staan over de laatste dagen van Jezus.

Zij zijn gescheiden door een middenzuil met daarop de Griekse letters alfa en omega, een symbool voor het begin en het einde. De twee andere poorten zijn die van Getsemaní en die van de Doornenkroon, beide poorten zijn ook in brons gemaakt.

Tegenover de poorten van het Evangelie staat er de Kolom van de Geseling die het kruis vervangt dat Gaudí voorzien had. Subirachs verdeelde de kolom in vier delen die symbool staan voor de vier delen van een kruis. Het is vijf meter hoog en het kruis is gemaakt van marmer.

Andere details op de kolom zijn: de knoop, die symbool staat voor het lijden van Jezus; het fossiel dat volgens Subirachs gevonden is in het blok marmer en dat de vorm van een palm heeft staat symbool voor het martelaarschap en het riet dat de soldaten aan Jezus gaven in plaats van de koninklijke scepter als symbool voor de spot waaraan de Verlosser werd bloot gesteld.

De sculptuur van de Passie cyclus is op drie niveaus gemaakt en dat zijn in stijgende rangorde:
  • het laagste niveau: bevat taferelen van de laatst nacht van Jezus voor zijn kruisiging
  • het middelste niveau bevat taferelen uit de Calvarie weg van Jezus
  • het hoogste niveau bevat taferelen van de dood en de begrafenis van Jezus
Op het fronton staan kruisen van alle rituelen en van alle landen evenals twee groepen met beelden, de ene groep staat voor de profeten en de andere groep staat voor de patriarchen.

Op het hoogste niveau komt de verrijzenis van Jezus staan met een beschermende engel, María Magdalena en María Salomé. Dat beëindigd deze cyclus van het passieverhaal met de verrijzenis van Christus. De Hemelvaart van Christus is in de brug die de torens van San Bartolomé en Santo Tomás verbind op 60 meter hoogte en die geïnstalleerd is in 2005.

De gevel van de Glorie

De gevel van de Glorie moet de grootste en de monumentaalste van de drie gevels worden en het is de voorgevel die toegang geeft tot het middenschip. De werken begonnen in 2002 De gevel is opgedragen aan de hemelse heerlijkheid van Jezus vertegenwoordigd door het opwaartse pad naar God: de Dood, het Oordeel en de Glorie. Maar er is ook een verwijzing naar de hel voor diegenen die afwijken van de woorden van God.



Gaudí schetste voor deze gevel enkel de grote lijnen omdat hij wist dat toch niet meer zou leven als men hier aan het werk ging.

Om toegang te krijgen naar het het Portiek van de Glorie is er een groot bordes met een terras waar zich het monument van Water en Vuur bevindt met een grote verlichting met vuur die de kolom van vuur symboliseerd die het uitverkoren volk leidde.

Er staat hier ook een fontein die een waterstraal heeft van twintig meter hoogte die verdeeld is in vier watervallen die symbool staan voor de rivieren in het paradijs .

Het bordes maakte een ondergrondse doorgang in de calle Mallorca die symbool staat voor de hel en die versieringen heeft met demonenafgoden, valse goden, schisma's en ketterijen.

In het portiek staan zeven grote pilaren die symbool staan voor de zeven gaven van de Heilige Geest, beneden aan de pilaar staan de zeven hoofdzonden en bovenaan staan de zeven deugden.
  • Gaven: Erbarmen, Kracht, Intelligentie, Wijsheid, Advies, Wetenschap, Angst voor God.
  • Zonden: Hebzucht, Luiheid, Toorn, Jaloezie, Gulzigheid; Hoogmoed, Wellust.
  • Deugden: Edelmoedigheid, Vlijt, Geduld, Naastenliefde, Matigheid, Nederigheid, Kuisheid.
Bovendien zijn er zeven poorten die gewijd zijn aan de zeven sacramenten:
  • Doop
  • Heilig Oliesel
  • Heilige Wijdingen
  • Eucharistie
  • Vormsel
  • Huwelijk
  • Biecht.
Op de gevel vinden we ook afbeeldingen van Adam en Eva als oorsprong van de mensheid. Sint Jozef met zijn werk als timmerman, het Geloof, de Hoop en de Naastenliefde zijn opgenomen door afbeeldingen door de Ark van het Verbond, de Ark van Noë en het Huis van Nazareth.

De gevel is aangevuld met grote verlichte wolken die de letters van het Credo en van Genesis laten zien. Dit gebeurt met 16 grote lantaarns die in stijgende volgorde gerangschikt zijn. De torens zijn de grootste van de drie gevels.

In september 2008 werden de poorten van de gevel geplaatst, twee bronzen poorten van twee ton elk en het is een werk van Subirachs maar hij kreeg er de hulp van de beeldhouwer Bruno Gallart bij. De poorten hebben een inscriptie met het Onze Vader, hierbij is de tweede paragraaf gekozen “Geef ons heden ons dagelijks brood". De inscriptie is in vijftig verschillende talen gemaakt.

De torens

Gaudí ontwierp een kerk die zichtbaar moest zijn vanuit elk punt van Barcelona en die zich zou onderscheiden van elk ander gebouw. Om dit te bereiken gaf hij de Sagrada Familia 18 torens, 12 voor de apostelen, 4 voor de evangelisten en de koepels voor Jezus en de Maagd Maria.



De torens hebben verschillende hoogtes, de buitenste torens van de Geboorte zijn 98 meter hoog en de middelste zijn 107 meter hoog. De torens van de Passie zijn respectievelijk 107 en 112 meter en de torens van de Glorie zijn 118 meter; de toren van de Maagd is 120 meter; die van de evangelisten is 125 meter en de toren van Jezus is 170 meter.

De buitenzijde

Aan de buitenzijde vinden we het klooster dat rond de kerk loopt en dat was een originele oplossing die door Gaudí bedacht werd om de kerk rechtstreeks van de buitenwereld af te sluiten.

Tussen de grote ramen bevinden zich spiraalvormige zuilen met daarop de inscripties “aurum, thus, myrrham” (dat is latijn voor goud, wierook en mirre) en “oració, sacrifici, almoina” (gebed, offer en aalmoes). In de buitenmuren zijn er nog andere inscripties zoals: “Jesus, Maria, Joseph; Sursum corda; Gratia plena; Ora pro nobis”.

De grote ramen eindigen op een fronton, op de top van dit fronton staat er een korf met fruit, onder andere appelen, vijgen, citroenen, amandelen, pruimen enz. Dit is een symbool voor de regen van fruit die de Heilige Geest uitstrooide over de mensen.

In de middenzuil van elk raam staan er beelden van de stichters: Ignacio de Loyola, José de Calasanz, Domingo de Guzmán, Pedro Nolasco, Raimundo de Peñafort, Francisco de Paula, Teresa de Jesús, Joaquina de Vedruna, Antonio María Claret, Felipe Neri, Juan Bosco, Vicente de Paúl, Juana de Lestonnac en José Manyanet.

Op de snijpunten van het klooster met de gevels heeft Gaudí portalen gemaakt die opgedragen zijn aan de Maagd, aan beide zijden van de gevel van de Geboorte zijn er de portalen van de Virgen del Rosario en van Montserrat; in de gevel van de Passie is er het portaal van de Virgen de la Merced en van de Dolores. Speciaal door Gaudí ontworpen is het portaal van Rosario, dat door Gaudí uitgekozen is als voorbeeld wat de versiering moest zijn aan de rest van de kerk.

In het portaal zien we de Maagd met het Kind en zij worden geflankeerd door Santo Domingo en Santa Catalina. Andere taferelen tonen: “De Dood van de Vrome”, met de Maagd die het Kind Jezus laat zien aan een stervende, “de Verleiding van een Vrouw”, hier gebruikt Gaudí het beeld van een monster in de vorm van een vis die een vrouw een zak geld geeft en ten slotte hebben we de “Verleiding van een Man”, hier gebruikt Gaudí het beeld van een duivel die aan een arbeider een Orsini bom geeft. Dit is het symbool dat altijd door de anarchisten gebruikt werd.

Aan elke zijde van de poort staan beelden van de koningen David en Salomon en van de profeten Isaac en Jacob. Bovendien is er een overdaad aan rozen die het portaal sieren en er staan zinnen zoals de laatste woorden uit het Ave María: Et in hora mortis nostrae, Amen.

In de vier hoeken van de kerk staan er drie obelisken en zij staan voor de vier windstreken, de vier seizoenen en voor de christelijke vasten.

Tot slot, elke middelste obelisk draagt drie van de twaalf strofen uit het lied “Daniel en de kinderen van Babylon.

Binnenin de kerk

Gaudí liet het eerste project evolueren van een gotische naar een meer persoonlijke stijl, de organische en die werd geïnspireerd door vormen uit de natuur.



Om zich te ontdoen van de gotische steunberen bedacht hij pijlers in de vorm van een boomstam Dit liet hem toe om het gewicht van het dak direct over te brengen naar de vloer.

Deze oplossing had ook een esthetische waarde, binnen in de kerk kon men de kerkschepen omvormen in een organische ruimte die de vorm van een bos kreeg.

De kerk heeft een grondoppervlak in de vorm van een latijns kruis met vijf kerkschepen met een lengte van negentig meter en het dwarsschip heeft drie kerkschepen van zestig meter.

Het centrale kerkschip heeft een breedte van vijftien meter. De hoogte is vijfenveertig meter in de gewelven van het centrale kerkschip, in de zijschepen is de hoogte dertig meter.

Het apsis is gelobd met een ruimte achter het altaar, na het koor. De kerk heeft zesendertig zuilen die een hoogte hebben van tussen de 11,10 en 22,20 meter hoogte. De gebruikte bouwmaterialen zijn stenen van Montjuïc graniet, basalt of porfier.

De gewelven hebben een hyperbolische vorm en zij zijn gemaakt van tegels in Venetiaanse mozaïek. Gaudí gebruikte de techniek van het Catalaanse gewelf, dat is een techniek waarbij men overlappende bakstenen met mortel gebruikt.

De daken hebben een piramide achtige vorm en zij zijn bedekt door een lantaarn. De ramen zijn zo ontworpen om binnen in de kerk een harmonieuze verlichting te krijgen.

De glasramen zijn een werk van Joan Vila i Grau.

Gaudí ontwierp ook het meubilair, de liturgische objecten en de lampen van de Sagrada Familia.

In de lichtbeuken die overeen stemmen met de gevels van de Geboorte en de Passie staan Sint Jozef en María omringd door engelen die met het kruisbeeld op het altaar de Heilige Drievuldigheid vormen.

Op de gewelven staan er engelen en anagrammen van Jezus, Jozef en Maria.

De zuilen binnenin de kerk hebben ook een aantal symbolische figuren, de vier van het dwarsschip zijn gewijd aan de vier evangelisten, de twaalf die het dwarsschip omringen zijn gewijd aan de apostelen en op de rest staan de bisschoppen, die van Catalonië staan in het dwarsschip en die van de rest van Spanje staan in de middenbeuk en in de zijbeuken.

Het Hemelse Jeruzalem is gesymboliseerd door het Lam, de levensboom, de vruchten van de Heilige Geest, engelen, vogels, twijgen en bladeren, palmen als symbool voor het martelaarschap en laurier als symbool als symbool voor de intelligentie).

***************************************************************************

7. Casa Batlló

Ook dit Casa Batlló is een werk van Antoni Gaudí, de grootmeester van het Catalaans modernisme. Het is een verbouwing van een woning die eerderr ontworpen werd door de architect Emili Sala Cortés.



De woning ligt in de Paseo de Gracia op het nummer 43 (in het Catalaans is de naam van de straat Passeig de Gràcia) in Barcelona. Het is de brede straat die door de modernistische wijk Ensanche (Eixample) loopt.

In deze wijk vinden we meer modernistische bouwkunst zoals het casa Amatller, dat grenst aan een werk van Gaudí en dat is een werk van Josep Puig i Cadafalch; het Casa Lleó Morera, een werk van Lluís Domènech i Montaner en het Casa Miralles van Enric Sagnier i Villavecchia.

De verbouwing liep van 1904 tot 1906.

Geschiedenis en beschrijving

Gaudí kreeg de opdracht van de industrieel Josep Batlló i Casanovas om het gebouw dat in 1875 door Emili Sala Cortés gebouwd werd te verbouwen.

Gaudí concentreerde zich op de gevel, de eerste verdieping, het dakterras en een vijfde verdieping voor het personeel.

Gaudí kreeg de medewerking van zijn medewerkers Domènec Sugrañes, Josep Canaleta en Joan Rubió, van de aannemers Jaume en Josep Bayó i Font; van de smeden, de gebroeders Lluís en Josep Badia i Miarnau; de tegels zijn van Pujol & Baucis (Esplugues de Llobregat), de glashandel van Sebastià Ribó en van de timmerlieden van Casas & Bardés.

De gevel werd gemaakt met zandsteen uit Montjuïc en men bewerkte hem zodat hij een kromme vorm aannam.  De kolommen zijn in een beenvorm bewerkt met plantaardige afbeeldingen. Het houtwerk heeft ook ronde vormen en in de ramen is gebruik gemaakt van gekleurd glas met een ronde vorm.

Gaudí behield de rechthoekige vorm van de balkons van het vroegere gebouw met zijn ijzeren leuningen in de vorm van een sluier, dit gaf aan de gevel een golvende vorm.

Gaudí bekleedde de gevel verder met tegels in glaswerk met verschillende kleuren, zijn beroemde "trencadís".

De binnenplaats is bedekt met een glazen lichtkoepel die rust op een ijzeren structuur in de vorm van een dubbele T. Deze patio werd ook bekleed met tegels, door een ingenieuze gradatie van blauw in het bovenste gedeelte naar wit in het onderste gedeelte kreeg men een betere benuttiging van het licht.

De eerste verdieping, die volledig door Gaudí ingericht is, heeft een salon met een plafond in de vorm van een hemel. We vinden hier ook de kapel die versierd is met een retabel van de Sagrada Familia van Josep Llimona, een Christus uit brons van Carles Mani en enkele kandelaars van Josep Maria Jujol. Het meubilair is ontworpen door Gaudí en het wordt momenteel bewaard in het Casa-Museo Gaudí in het Parque Güell.

Op het plat dak hebben de schoorstenen schroefvormige vormen en zij eindigen op conische schoorsteenkappen. Zij zijn bedekt met doorzichtig glas in het midden gedeelte en met keramiek in het bovenste gedeelte. Zij eindigen op glazen doorzichtige bollen die gevuld zijn met zand in verschillende kleuren.

De gevel loopt uit op een gewelf dat gevormd is met bogen die bedekt zijn met twee lagen van baksteen die verder bedekt zijn met glazen keramiek in de vorm van schilfers, in de kleuren geel, groen en blauw. Zij doen denken aan de rug van een draak.

In het linker gedeelte is er een ronde toren met de anagram van Jezus, Maria en Jozef en met het typische Gaudí kruis met de vier armen.

Het Casa Batlló werd gerestaureerd in 1970 en in 1999. In 1984 werd er een elektrische verlichting op de gevel geïnstalleerd en die werd onthult tijdens de feesten van Mercè (Fiestas de la Mercè) van dat jaar.

Vanaf 2005 maakt het Casa Batlló deel uit van het Werelderfgoed van de Unesco..

***************************************************************************

8. De crypte van de wijk Güell

De crypte van de wijk Güell is een werk van Antoni Gaudí die dit ontwierp en bouwde tussen 1908 en 1915 voor rekening van de zakenman Eusebi Güell. Deze laatste wou dit gebruiken als religieuze plaats voor zijn arbeiders van de Wijk Güell die in Santa Coloma de Cervelló ligt, dicht bij Barcelona.



Geschiedenis en beschrijving

Het ganse project voor deze wijk bevat een hospitaal, eethuizen, scholen, handelszaken, theaters, coöperaties en een kapel. Bovendien stonden hier de fabrieken en de woningen van de arbeiders op een oppervlakte van 160 hectare. Gaudí voerde dit werk uit samen met zijn adjuncten Francesc Berenguer, Joan Rubió en Josep Canaleta.

De kerk werd door Gaudí ontworpen in 1898, hoewel de eerste steen maar gelegd werd op 4 oktober 1908. Men bouwde de kerk op de plaats van een oude boerderij met de naam, Can Soler de la Torre.

Jammerlijk genoeg bouwde men enkel de crypte omdat na de dood van graaf Güell in 1918 zijn kinderen het project stil legden. De crypte werd op 3 november 1915 ingewijd door de bisschop van Barcelona, Enric Reig i Casanova en ze werd opgedragen aan het Heilig Hart van Jezus.

Gaudí ontwierp een kerk met een ovale vorm van 25 x 63 meter, met vijf kerkbeuken, een centrale en twee aan elke zijde van de kerk. De kerk had verschillende torens en een koepel van 40 meter hoogte.

Zoals met al zijn werken was ook deze kerk ingeplant in de natuur en hiermee het concept van Gaudí volgend. De crypte van de wijk Güell diende Gaudí als testbank voor zijn nieuwe architecturale oplossingen die in de Sagrada Familia werden gebruikt.

Voor dit werk maakte Gaudí een maquette op schaal 1/10. Voor de bouw van de maquette kon hij rekenen op de hulp van zijn adjudant Francesc Berenguer, de modelbouwer Joan Bertran, de metselaar Agustí Massip, de schrijnwerker Joan Munné en een ingenieur Eduard Goetz. Deze maquette werd in 1982 in Stuttgart herbouwd door Jos Tomlow, Arnold Walz en Rainer Gräfe onder de leiding van Frei Otto en Jan Molema. Deze maquette is momenteel te bezichtigen in het Museum van de Sagrada Familia.

Om de kerk te integreren in het landschap gebruikte hij voor de bouw verschillende bouwmaterialen zoals in het lager gedeelte was het zwarte basalt en geschroeide bakstenen.

In het midden gedeelte gebruikte hij gewone bruine baksteen, een kleur zoals de pijnbomen die het gebouw omringen en in het bovenste gedeelte, dat nooit gebouwd werd, waren er groene kleuren voorzien zoals de takken van de bomen maar ook blauw, geel en wit om de kleur van de lucht weer te geven.

De toegangspoort bevat bovenaan een tegelwerk die de vier kardinale deugden laat zien met hun overeenstemmende symbolen, de Voorzichtigheid door een spaarpot, de Gerechtigheid door een balans, de Geestkracht door een harnas en de Soberheid door een fles en een mes om brood te snijden.

Het portiek heeft gewelven met een parabolische hyperbolen boven de crypte en het was de eerste maal dat Gaudí deze structuur gebruikte, in feite was het zelfs de eerste maal dat deze structuur gebruikt werd. Het portiek is tevens versierd met tegels die een groot Sint Andries kruis tonen.

In de crypte zien we grote hyperbolische ramen met daarin gekleurde ruiten in de vorm van bloemblaadjes of van de vleugels van een vlinder. Binnenin zijn er afwisselend ronde pilaren van baksteen en kolommen van basalt uit Castellfollit de la Roca.

De crypte heeft drie altaren, het middenste is een werk van Josep Maria Jujol, dat aan de rechterzijde is het een werk van Isidre Puig i Boada en het altaar aan de linkerzijde is ook een werk van Josep Maria Jujol.

De sluitsteen van het gewelf bevat een crismon van de Heilige Drievuldigheid met een gele P (van Pater) als symbool voor lucht, er staat ook een rode F (van Filius) als symbool voor het martelaarschap en er staat een oranje S (van Spiritus) en dat is de synthese van de andere twee kleuren.

Gaudí ontwierp ook het meubilair van de kerk waaronder banken en bidstoelen die gericht zijn naar het altaar. Hier staan ook de bassins met het doopwater en die zijn gemaakt uit grote schelpen die afkomstig zijn uit de Filipijnen.

De crypte werd in brand gestoken op 19 juli 1936 tijdens de Spaanse burgeroorlog en een aantal plannen, documenten en de maquette werden hierbij vernietigd.

Zij werd gebruikt als opslagruimte maar in 1936 werd de crypte gerestaureerd en op 20 juli 1955 werd zij door de bisschop van Barcelona Gregorio Modrego ingewijd als parochiekerk.

In 2002 werd de crypte in opdracht van de overheid gerestaureerd door de architect Antoni González Moreno-Navarro. De restauratie kreeg veel kritiek te verduren omdat de geest van Gaudí niet gevolgd zou zijn.

In 2005 werd de crypte opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

9. Websites: Hierna volgen enkele websites
  • Parque Güell,de site is beschikbaar in het Catalaans, Spaans, Engels en Frans
  • Palacio Güell, de site is beschikbaar in een groot aantal talen
  • Casa Milà, de site is beschikbaar in het Catalaans, Spaans en Engels
  • Casa Vicens, de site is beschikbaar in het Engels, Russisch en Chinees
  • Sagrada Familia, de site is beschikbaar in het Catalaans, Spaans en Engels
  • Casa Batlló, de site is beschikbaar in het Catalaans, Spaans, Engels en Frans
  • Colonia Güell, de site is beschikbaar in het Catalaans, Spaans en Engels