Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Talen in Spanje

  1. Algemeen
  2. Castiliaans
  3. Erkende regionale talen
  4. Niet officiële talen
  5. Andere talen
  6. Buitenlandse talen als tweede taal
  7. Verdwenen talen

1. Algemeen

In Spanje zijn er meerdere gesproken volkstalen. Het Castiliaans of Spaans zoals wij het kennen, de officiële taal in het ganse land is de dominante taal in bijna alle regio's in het ganse land.

Zes van de zeventien Spaanse autonome regio's hebben naast het Castiliaans nog een andere officiële taal. De tweetaligheid is in verschillende mate en  in verschillende situaties te vinden tussen het Castiliaans en een andere taal en het is een gangbare praktijk voor veel Spanjaarden in een aantal autonome regio's.

Volgens een uitgevoerd onderzoek in 2005 is het Castiliaans de moedertaal voor 89 % van de Spaanse bevolking, het Catalaans/Valenciaans voor 9 %, het Gallego voor 5 % en het Baskisch voor 1 % van de bevolking. Maar 3 % van de bevolking heeft door de immigratie nog een andere moedertaal.

Merk op dat de ondervraagden meer dan 1 taal konden aanmerken en dat verklaart dus dat het resultaat meer dan 100 %.

Met uitzondering van het Baskisch, een isolate taal, maken alle andere gesproken talen in Spanje deel uit van de subgroep van de ibero-romaanse talen binnen de romaanse talen.

2. Castiliaans

Het Spaans of het Castiliaans is de enige officiële taal in het ganse land en het is de moedertaal voor het grootste deel van de Spaanse bevolking. Spanje is samen met Colombia en na Mexico en de Verenigde Staten het derde land in de wereld met een zo groot aantal Spaanstaligen.

Het Castiliaans is de enige officiële taal in de volgende regio's: Asturias, Cantabria, La Rioja, Aragón, Castilla y León, Comunidad de Madrid, Castilla-La Mancha, Extremadura, Andalucía, Canarias, Murcia, het grootste deel van Navarra en het binnenland van de Comunidad Valenciana.

Het Castiliaans is ook een officiële taal in Catalonië, de Balearen, de kustregio van de Comunidad Valenciana, Galicia, Baskenland en een deel van Navarra.

In alle tweetalige gebieden, behalve in Galicia, is het Castiliaans de moedertaal van de meerderheid van de bevolking maar dit is grotendeels het gevolg van de immigratie die vanaf midden van de twintigste eeuw heeft plaatsgevonden.

Deze dominantie begon al in de middeleeuwen tijdens het verloop van de Herovering van Spanje op de Moren (Reconquista) met zowel zijn politieke, culturele en economische hegemonie.

Het koninkrijk Castilië was eerst met de invoering van deze taal en daarna volgde het ganse schiereiland door het grote culturele prestige. Daardoor werd het ook gesproken in Aragón en in Navarra, de andere grote koninkrijken. Tijdens het tweede deel van de twintigste eeuw, de jaren van Franco, kwamen er interne migratieprocessen en daardoor werd de Castiliaanse overheersing nog dominanter.

3. Erkende regionale talen

De autonomiestatuten hebben de volgende officiële talen vastgelegd in de volgende gebieden: Catalaans in Catalonië en de Balearen, Valenciaans in de Comunidad Valenciana, Gallego in Galicië, Euskera in het Baskenland en een deel van Navarra en het Aranees in de vallei van Arán (Catalonië).

Catalaans/Valenciaans
Het Catalaans (català) is samen met het Castiliaans erkend als de officiële taal in Catalonië, de Balearen en in de Comunidad Valenciana onder de naam van Valenciano (Valencià).

In Catalonië kent het Catalaans twee grote variëteiten: het centrale Catalaans en dat wordt gesproken in de provincies Barcelona en Gerona en in het oostelijke deel van Tarragona.  Het noordwestelijk Catalaans dat wordt gesproken in de provincie Lérida en in het westelijk deel van de provincie Tarragona.

Volgens een onderzoek dat verricht werd in opdracht van de Catalaanse overheid heeft de meerderheid van de bevolking het Castiliaans (55%) als moedertaal, het Catalaans is voor 31,6 % de moedertaal en 3,8% zegt dat de beide talen hun moedertaal is. Het Castiliaans is de dominante taal in de metropool Barcelona en in de Campo de Tarragona (zuidelijk deel van de regio).

Van zijn kant, het Catalaans dat op de Balearen wordt gesproken, is een variatie van het oostelijk Catalaans. Volgens een onderzoek dat verricht werd in opdracht van de overheid van de Balearen heeft de 47,7 % van de bevolking het Castiliaans als moedertaal, het Catalaans wordt gesproken door 42,6% van de bevolking en 1,8% zegt dat de beide talen hun moedertaal is. Het Castiliaans is de belangrijkste taal in de metropool Palma de Mallorca en op Ibiza terwijl het Catalaans de belangrijkste taal is op Menorca en in de landelijke gebieden van Mallorca.

In de Comunidad Valenciana wordt het Valenciaans, een variëteit van het westelijk Catalaans, gesproken. Tijdens de twintigste eeuw ontwikkelde het Valenciaans zich tot een aparte vorm van het Catalaans. Volgens een onderzoek dat verricht werd in opdracht van de Comunidad Valenciana zijn er twee taalzones: een eentalig Castiliaans deel (met 25% van de oppervlakte van de regio waar 13% van de bevolking woonachtig is) en een tweetalig Valenciaans/Castiliaans deel met 75% van de oppervlakte en 87% van de bevolking. Het Castilliaans is de belangrijkste taal in de metropool van Valencia, van Alicante-Elche en van Castellón de la Plana. Het Valenciaans is de belangrijkste taal in het noorden van de provincie Alicante, het zuiden van de provincie Valencia en in het grootste deel van de provincie Castellón.

Daarnaast wordt in Spanje het Catalaans als niet erkende taal nog gesproken in het oostelijk deel van Aragón en in het noordoosten van Murcia.
In het algemeen genomen wordt het Catalaans door 4.452.000 van de Spanjaarden als moedertaal gesproken.

Gallego
Het Gallego is een officiële taal in Galicië. Het Gallego is evenals het Castiliaans een Romaanse taal en zij is verwant aan het Portugees. In Galicië is het Gallego de moedertaal van 52,0 % van de bevolking, het Castiliaans van 30,1%, en 16,3% zegt dat beide talen hun moedertaal is. Aan de andere kant gebruikt 61,2% van de bevolking meer het Gallego dan het Castiliaans en 38,3 % gebruikt meer het Castiliaans.

Het Castiliaans wordt meer in de stedelijke gebieden gesproken terwijl het Gallego meer in de landelijke gebieden gesproken wordt.

Het Gallego wordt door 1.470.000 Spanjaarden gesproken.

Euskera of Baskisch
Het Euskera, Vasco of Vascuence is een officiële taal in het Baskenland en in het noordelijke deel van Navarra. Binnen het Euskera bestaan er zes dialecten en een standaardtaal.

In het Baskenland is het Euskera een officiële taal in de autonome regio alhoewel in bijna de ganse provincie Álava en in het westelijk deel van de provincie Vizcaya geen Euskera wordt gesproken maar de kinderen leren nu dankzij de overheid van het Baskenland in de openbare scholen het Euskera.

In Navarra is het Euskera een officiële taal in de gemeenten in het noordwesten van de autonome regio. Hier spreekt men het dialect van hoog Navarra.

In het Baskenland is de voorkeurtaal het Euskera voor 270.000 Spanjaarden en 120.000 Spanjaarden kiezen voor het Castiliaans.

Aranees
Het Aranees is een variëteit van het Occitaans dat gesproken wordt in de Vallei van Arán, in het noordwesten van de provincie Lérida en het is, dankzij het nieuwe autonomiestatuut, de officiële taal in deze vallei sinds 2006. In de Vallei van Arán is het Castiliaans de moedertaal voor 38,8% van de bevolking, het Aranees is dat voor 34,2% van de bevolking en het Catalaans is de moedertaal voor 19,4% van de bevolking. Het Aranees is voor 2.800 personen de moedertaal.

4. Niet officiële talen

Het Aragonees en het Asturleonees behoren beiden tot het west Romaans en zij worden in diverse delen van Spanje gesproken maar zij staan beiden op het einde van de twintigste eeuw op de lijst van de Unesco van de bedreigde talen.

De twee talen worden in hun respectieve regio's gesproken, het Aragonees is door de wet erkend als “eigen taal” in Aragón en het Asturleonees is wettelijk geregeld in het Principado de Asturias en in Castilla y León.

Aragonees
Het Aragonees dat informeel ook Fabla wordt genoemd werd in de middeleeuwen in de koninkrijken Navarra, Aragón en Valencia gesproken maar toen noemde de taal Navarroaragonees. Momenteel wordt de taal vooral nog gesproken in de valleien van de Pyreneeën van Aragón. In deze gebieden blijft het Aragonees een min of meer levendige taal. Vanaf het einde van de twintigste eeuw is er wel een opmerkelijke heropleving van de taal aan de gang door de oprichting van een aantal verenigingen die de taal verdedigen en promoten. Momenteel wordt het Aragonees gesproken door ongeveer 12.000 personen.

Asturleonees
Het Asturleonees wordt gesproken in Asturias en daar noemt men het Asturiano of Bable, het noemt Leonés (llionés) in delen van de provincies León en Zamora en Mirandés (mirandés) in de Portugese regio van Miranda do Douro.
Volgens een studie uit 2003 is het Asturleonees de moedertaal van 17,7 % van de bevolking van Asturias, voor 20,1% zijn het de beide talen, Asturleonees en het Castiliaans en voor 58,6% is het Castiliaans de moedertaal.

5. Andere talen

Andere talen die door de Spaanse bevolking gesproken worden zijn het caló, een mengeling van het Spaans met Roma en die gesproken wordt door een deel van de Roma (gitanes). Verder is er het Rifeño ( Riffeno) dat gesproken wordt in Melilla en het Arabisch dat ook in Melilla en in Ceuta gesproken wordt maar daar is het meer het dialect dariya.

Varianten
In deze paragraaf worden aspecten van taalvariatie besproken, de overgangsgebieden van een kleine taal enclave in het domein van een andere taal.

Dialecten van het Castiliaans
Enkele van de Castiliaanse dialecten die in Spanje gesproken worden:

  • Noordelijk Castiliaans dialect, dit omvat alle dialecten van het Spaans dat gesproken wordt in het noordelijk deel van Spanje het is het gebied dat gaat van Cantabria in het noorden tot aan Ávila en Cuenca in het zuiden en dat begrensd is in het oosten door het Aragonees en het Catalaans en in het westen door het Asturleonees.
  • Andalusisch dialect, dit wordt gesproken in het grootste deel van Andalusië en in Ceuta en Melilla maar met nog grote onderverdelingen in het dialect.
  • Canarisch Spaans, dit bevat grote invloeden van het Andalusisch dialect omdat de eerste veroveraars mensen uit Andalusië waren. Verder zijn er Portugese invloeden en tal van anglicismen.
  • Dialect uit Murcia, dit is het dialect dat gesproken wordt in de regio Murcia, het gebied ten zuiden van de provincie Alicante en delen in het zuiden en het oosten van de provincie Albacete.
  • Castúo, het Castiliaans dat gesproken wordt in de Extremadura.

6. Buitenlandse talen als tweede taal

De belangrijkste tweede taal is het Engels en daarna volgen het Frans en in mindere mate het Duits en het Italiaans. Tot in de jaren '70 van de vorige eeuw was het Frans de populairste tweede taal.

Er zijn wel een aantal Spanjaarden die deze talen min of meer beheersen. Uit een onderzoek uit 2005 blijkt dat 27 % van de bevolking voldoende kennis van het Engels hebben om een gesprek te voeren, 12% zegt dit te kunnen in het Frans.

7. Verdwenen talen

Talen die op het Spaanse grondgebied gesproken werden maar die nu verdwenen zijn.

Talen die in de Oudheid gesproken werden
De enige pre-Romaanse taal die vandaag de dag nog steeds gesproken wordt is de Baskische taal. De volgende talen verdween met de komst van het Latijn:

  • Keltiberisch, een Indo-Europese taal van de Keltische vertakking. Deze taal werd vooral gesproken in het centrum, noorden en het westen van het schiereiland.
  • Lusitanisch, Indo-Europese taal van betwistbare afkomst. De meest wijdverbreide theorie is dat het Lusitanisch een vertakking is van het Keltisch maar behorende tot een aparte subgroep.
  • Tartesisch, onbekende taal die gesproken werd in de pre-Romeinse periode in het westen van Andalusië.
  • Aquitaans, de voorloper van het moderne Baskisch.
  • Iberisch, het Iberisch werd in de pre-Romeinse tijd gesproken in het oosten van Spanje.
  • Fenicisch-Punisisch, het was de pre-Romeinse taal die op Ibiza gesproken werd na de oprichting van de Fenicische kolonisatie van de achtste eeuw voor Christus. Vervolgens werd het Fenicisch gesproken door de Carthagers, die zich in Spanje vestigden in derde eeuw voor Christus.
  • Oude Griekse dialecten, variaties van het oud Grieks die in de verschillende Griekse kolonies op het schiereiland gesproken werden.
  • Latíjn, een Indo-Europese taal van de Italiaanse tak. De Romeinen vestigden zich voor de eerste maal in Spanje in 218 voor Christus en zij veroverden geleidelijk het schiereiland. In de laatste dag van het Romeinse rijk had het latijn alle andere pre-Romeinse talen, met uitzondering van het Aquitaans, vervangen. Momenteel wordt het latijn nog altijd onderwezen in het Spaans onderwijs.

Talen die in de middeleeuwen gesproken werden
Tijdens de middeleeuwen werd er talen gesproken die later verdwenen maar die geassimileerd werden door de heersende talen van dat moment:

  • Gotisch, dat was de Germaanse taal die door de Visigoten gesproken werd en die later verbannen werd naar de huiselijke sfeer en uiteindelijk verdween ten voordele van het Ibero-Romaans.
  • Mozárabe, dit is de naam die gegeven werd aan de dialecten die door de bevolking van Al-Ándalus gesproken werd. Het is in feite een verzameling dialecten waaraan tal van Arabische woorden werden toegevoegd. Deze taal verloor terrein door de vooruitgang van de Herovering (Reconquista) en de politiek van de herbevolking door mensen uit de christelijke gebieden.
  • Árabe andalusí, dit was een variant van het Arabisch maar deze taal werd tijdens de acht eeuwen bezetting door de Moren in Al-Ándalus gesproken. Deze taal verloor het grootste deel van zijn sprekers na de val van Granada en de verdrijving van de Moren.
  • Guanche, dit is een verzameling aan talen die van origine afstammen van het Berbers. Zij werden vooral op de Canarische Eilanden gesproken tot de Spanjaarden de archipel veroverden.
  • Navarroaragonés, een Romaanse taal waarvan het huidige Aragonees een afleiding is.

Talen die in de Moderne Tijd gesproken werden

  • Tabarquino, een variant van het Ligurisch dat in de achttiende en vermoedelijk het begin van de negentiende eeuw gesproken werd op het eiland Tabarca, een twintig kilometer van Alicante. Onder de huidige inwoners van het eiland zijn er nog een aantal met hun naam die van oorsprong uit Genua afkomstig is. Op het eiland Carloforte en in Calasetta op het zuidoosten van Sardinië is er nog een belangrijke groep mensen die het Ligurisch spreken.

Afgeleide talen van gesproken talen in Spanje
De volgende taalvariant werd niet in Spanje gesproken, maar ze werden rechtstreeks afgeleid van talen die in Spanje gesproken werden:

  • Judeoespañol, deze taal is volop aan het verdwijnen maar zij werd door de joodse gemeenschappen op het schiereiland gesproken tot hun verdrijving in 1492.
  • De verschillende creoolse talen die gebaseerd zijn op het Spaans.