Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Sevilla en zijn kathedraal, Alcázar en Archief

SNP Cultuurreizen

UwCitytrip.be

  1. Situering
  2. Prehistorie en de Oudheid
  3. Romeinse tijd
  4. Visigotische tijd
  5. Christendom
  6. Moorse tijd
  7. Herovering
  8. Moderne tijd
  9. De zeventiende en de achttiende eeuw
  10. Negentiende eeuw
  11. Periode van de Tweede Republiek en de Burgeroorlog (1931-1939)
  12. De Franco dictatuur (1939-1975)
  13. Terugkeer naar de democratie
  14. Historische monumenten
  15. De kathedraal
  16. Giralda 
  17. Reales Alcázares
  18. Archivo de Indias “Het archief van Zuid-Amerika”
  19. De Plaza de España
  20. Torre del Oro “de Goudtoren”
  21. Website

1. Situering

Sevilla is een Spaanse stad en zij is tevens de hoofdstad van de gelijknamige provincie en van de autonome regio Andalusië. 

Met zijn 699.759 inwoners is Sevilla de vierde stad in Spanje na Madrid, Barcelona en Valencia en de oppervlakte van de stad is 140,9 km².

Zijn historische binnenstad is met zijn 335 hectare een van de grootste van Europa, ze is ongeveer 3 km lang en 2 km breed. Het historisch en monumentaal patrimonium dat aanwezig is in deze stad maken van Sevilla een belangrijke nationale en internationale trekpleister.

De mooiste monumenten zijn de Giralda, de Kathedraal, het Alcázar, het Archief van de Indies en de Gouden Toren.. Een aantal van deze monumenten is opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco in 1987.

Het Museum van Schone Kunsten is het meest bezochte museum van Andalusië en het is op een na het belangrijkste schilderijen museum van Spanje.

De haven van Sevilla ligt op 80 km van de Atlantische Oceaan en het is de enige rivier haven in Spanje. De Guadalquivir is bevaarbaar vanaf de riviermonding in Sanlúcar de Barrameda tot in Sevilla.

Ter gelegenheid van de viering van de tentoonstelling Iberoamericana in 1929, experimenteerde de stad met de urbanistische ontwikkeling die gekenmerkt werd door de aanleg van parken en gebouwen die speciaal gebouwd werden voor deze tentoonstelling, hierbij denken we aan het park van Maria Luisa of de plaza de España.

De Wereldtentoonstelling van 1992 bracht de stad belangrijke verbeteringen aan zijn infrastructuur. Tijdens deze tentoonstelling kwam de AVE (hoge sneldheidstrein) naar Sevilla. Na de tentoonstelling kregen de gebouwen een tweede leven als bedrijfsgebouwen voor de nieuwe industrieën en als universiteitsgebouwen..

2. Prehistorie en de Oudheid

De oorsprong van de oude kern van de stad gaat terug tot de achtste eeuw voor Christus en we vinden deze terug op een eiland in de Guadalquivir. De toenmalige inwoners noemden deze plaats Spal of Ispal.

Het oude Sevilla kreeg invloeden van de Fenicische handelaren waardoor er een rijkere cultuur tot ontwikkeling kwam. Deze commerciële kolonisatie veranderde drastisch van het begin van de Carthaagse hoofdrol na de val van het Fenicische rijk. Deze nieuwe fase van de kolonisatie hield in dat er een grotere indringing in het grondgebied kwam door middel van militaire acties.

Eerder gaven Griekse bronnen al aan dat de vernietiging van het oude mythische koninkrijk Tartessos na een gevecht op leven en dood met Carthago een effect had op de stad en een einde maakte aan het tijdperk van Tartessos in Sevilla.

3. Romeinse tijd

De Romeinse troepen kwamen in 206 voor Christus aan in de stad tijdens de Tweede Punische Oorlog en zij stonden onder bevel van generaal Escipión.

Zij maakten een einde aan de Carthaagse invloed van hun inwoners die hier woonden en er de regio verdedigden. De generaal besliste om op een nabijgelegen heuvel Itálica (momenteel een ruïne) te stichtten.

De Romeinen hernoemden de naam van de stad “Ispal” in Hispalis maar de volledige naam luidde “Colonia Iulia Romula Hispalis". Zo kan men zien dat Julius Caesar de plaats stichtte, Julia voor zijn eigen naam en Rómulo staat dan voor Rome.

Hispalis ontwikkelde zich als van de meest belangrijke commerciële en industriële centra van Hispania en Itálica ontwikkelde zich als een typische Romeinse woonwijk waar enkele toekomstige keizers geboren werden zoals Trajano, Adriano en Teodosio.

In 49 voor Christus bezat de stad Hispalis al een muur en een forum. Het forum was een replica van dat van Rome en Hispalis was een van de belangrijkste steden van Bética en Hispania.
Tijdens de laatste eeuwen van het Romeins Imperium was het de elfde stad in de wereld. Hispalis was een stad met veel handel en met een belangrijke activiteit in de haven.

In het midden van de tweede eeuw na Christus waren er een paar pogingen van de Moren om het gebied binnen te vallen maar zij werden elke maal terug geslagen.

In de derde eeuw kwam het christendom naar de stad en dat leverde direct martelaars op, de gezusters Justa en Rufina zijn nog altijd de patronessen van de stad.

4. Visigotische tijd

Tijdens de vijfde eeuw werd de stad achtereenvolgens ingenomen door Germaanse indringers, de Vandalen van Gunderik in 426, de Zwaben van Rechila in 441 en uiteindelijk kwamen de Visigoten die de stad controleerden tot de achtste eeuw.

Na de nederlaag tegen de Franken in 507 verliet de Visigotische koning zijn oude hoofdstad, Toulouse en vertrok in zuidelijke richting. Hij won dan terrein op de verschillende volkeren die op het Iberisch schiereiland woonden en hij bracht zijn koninklijke hoofdstad over naar Toledo.

Tijdens het bewind van Amalrik, Theudis en Theudigisel koos men als hoofdstad voor Sevilla. Deze laatste koning werd in 549 gedood tijdens een banket voor de edellieden van Sevilla
Hispalis werd terug Spali. Na het korte koningschap van Theudigisel werd zijn opvolger Agila I koning. De Visigoten werden daarna ondergedompeld in een periode van interne strijd en de Byzantijnse keizer Justinianus I probeert hiervan gebruik te maken om Andalusië te veroveren

Ondanks een aantal nederlagen en de nederlaag van een aantal leiders, bleven de Goten verspreid over de ganse regio en werd Leovigildo in 584 aangewezen als koning. In 585 bekeerde zijn zoon zich tot het christendom en dat was in tegenstelling met alle voorgaande koningen die het arrianisme beleden. Hij kwam in opstand tegen zijn vader en nam de macht over in de stad.

Men zegt dat Leovigildo de loop van de Guadalquivir verlegde om de inwoners van water te beroven.

In 586 besteeg zijn andere zoon Recaredo de troon en voor Sevilla brak er een periode aan van grote welstand. Na de Moorse invasie van Hispania werd de stad samen met Córdoba een van de belangrijkste steden van West-Europa.

5. Christendom

Tijdens de Visigotische periode hadden de christenen twee prelaten uit Sevilla, beiden waren broers en beiden werden heilig verklaard, het zijn Sint Leander en Sint Isidoro.

San Leandro bekeerde Hermenegildo, de onderkoning van Bética tot het christendom. Hermenegildo was tevens de zoon van koning Leovigildo waartegen hij een opstand begon gesteund door de hispano-romeinse adel. Deze opstand leidde tot nederlaag en zijn dood.

Na de dood van Leovigildo had Leandro een beslissende stem in het derde Concilie van Toledo in 589 waar de nieuwe koning Recaredo zich bekeerde tot het Christendom samen met de ganse Visigotische adel.

San Isidro schreef een verzameling van encyclopedieën, dat waren 20 boeken die bekend staan als de Etimologías. Hierin is alle wetenschap van de oude grieks-latijnse cultuur op het gebied van geneeskunde, muziek, astronomie en theologie samengebracht en de boeken hebben een grote invloed uitgeoefend tijdens de Europese Middeleeuwen.

6. Moorse tijd

Musa die vergezeld was door zijn zoon Abd al-Aziz ibn Mussa is de straat van Gibraltar overgestoken in 712 samen met 18.000 manschappen en hij is begonnen aan de verovering van het Visigotische rijk.

De Moren bezetten Medina-Sidonia, Carmona en Sevilla en daarna trokken zij naar Mérida. De stad bood gedurende 1 jaar weerstand maar viel uiteindelijk op 30 juni 713.

De Moorse kroonprins Abd al-Aziz ibn Mussa nam Sevilla in na een lange belegering. Tot aan zijn dood, hij werd gedood door zijn neven in 716, was Sevilla de hoofdstad van Al-Andalus. Dit was de naam die zij gaven aan het Iberisch schiereiland als onderdeel van het Moorse rijk.

Vanaf dit moment ging de zetel van de regering naar Córdoba en het werd eerst een Emiraat, dan een onafhankelijk Emiraat vanaf Abderramán I in 773. Later werd Al-Andalus een Kalifaat met Abderramán III in 929.

Sevilla werd de zetel van een cora, een aparte indeling op het schiereiland.

Tijdens de Moorse periode steeg de culturele rijkdom van de stad enorm. De moren begunstigden de christenen die overgingen naar de islam (muladies) door hen bepaalde voorrechten te geven tegenover diegenen die christen bleven (mozárabes).

Tijdens de jaren 830 is men begonnen met de bouw van de Ad-Abbas moskee die momenteel verdwenen is. Op deze plaats bouwde men later de El Salvador kerk.

Op 1 oktober 944 was het grootste deel van het Iberisch schiereiland onder de controle van het Emiraat van Córdoba en kwam er een groep van ongeveer 80 Viking schepen aan in het noordwesten van het schiereiland. Na de plundering van Asturië, Galicië en Lissabon zetten zij koers lang de Guadalquivir naar Sevilla.

Zij vielen de stad aan en gedurende 7 dagen richtten zij grote moord partijen aan met een groot aantal menselijke slachtoffers. Zij namen ook een groot aantal gijzelaars om er losgeld voor te vragen. Een andere groep Vikingen vielen Cádiz aan met hetzelfde resultaat.
Al wachtend op het losgeld verbleven ze met de gijzelaars op het Isla Menor of Qabtîl (een van de eilanden in de rivier).

Ondertussen was de emir van Córdoba, Abderramán II bezig met een legermacht samen te stellen om de Vikingen te kunnen aanvallen. Op 11 november ontmoetten Moren en Vikingen mekaar tijdens een veldslag in Tablada. Het resultaat was verschrikkelijk voor de Vikingen, onder hen vielen duizend doden, vierhonderd werden er gevangen genomen en ter dood gebracht, ongeveer dertig schepen werden vernield en de gijzelaars uit Sevilla werden bevrijd.

Na een tijd bekeerden het kleine aantal Viking overlevenden zich tot de islam en zij vestigden zich als landbouwer in het gebied van Coria del Río, Carmona y Morón. Zij werden veetelers en zij produceerden er melkproducten, producten die tot vandaag de dag zeer geapprecieerd worden. De Vikingen bleven invallen uitvoeren in dit gebied zoals in 859, 966 en 971.

Meestal gebruikten zij meer diplomatische middelen maar in 971 vielen zij een laatste maal binnen. Het resultaat was catastrofaal, hun ganse vloot werd vernietigd.
Na de val van het kalifaat verkreeg de stad zijn onafhankelijkheid en Sevilla werd de hoofdstad van een van de machtigste taifa koninkrijken. Vanaf 1023 tot 1091 werd de stad geregeerd door de familie van de Abbadiden.

Ondertussen vertoonden de christenen zich vaker aan de grenzen tussen de verschillende taifas en in 1063, tijdens een van de christelijke invallen onder Fernando I van Castillië ontdekten de christenen de zwakte van hun Moorse tegenstrevers.

Doordat er nauwelijks weerstand geboden werd heeft de koning van Sevilla Al-Mutamid de vrede afgekocht en hij betaalde een jaarlijkse vergoeding aan de koning van Castilië
Vanaf het einde van de elfde eeuw tot in het midden van de twaalfde eeuw werden de taifas verenigd door de Almoraviden. Na de ineenstorting van dit Almoraviden rijk werd Sevilla ingenomen door de Almohaden.

Deze eeuwen waren gunstig voor de economie en de cultuur waarin in Sevilla de Giralda, het Alcázar en de brug tussen Triana en Sevilla gebouwd werden.

7. Herovering

In 1247 begon de christelijke koning Fernando III de Herovering van Andalusië. Na de inname van Jaén en Córdoba bereikte hij de poorten van Sevilla en na enkele schermutselingen ging hij over tot de belegering van de stad welke uiteindelijk viel op 23 november 1248.

Alhoewel er geen vaste hoofdstad in het koninkrijk was werd Sevilla een van de steden waar het hof meestal aanwezig was. Op 30 mei 1252 stierf Fernando III in het Alcázar waar hij begraven werd. Voordien was dit gebouw de grote moskee en daarna werd het een kathedraal. Hij ligt begraven onder een viertalig grafschrift (latijn, Castiliaans, Arabisch en Hebreeuws). Hier kwam zijn eretitel vandaan: Koning van de Drie Religies. De koning wed heilig verklaard in 1671 en zijn feestdag 30 mei is de plaatselijke feestdag van Sevilla.

Tijdens de regeerperiode van Alfonso X de Wijze was Sevilla een van de hoofdsteden van zijn koninkrijk maar de hoofdstad wisselde regelmatig tussen Toledo, Murcia en Sevilla.
In deze tijd bouwde men de parochiekerk van Santa Ana in Triana, het Gotische Paleis van het Alcázar en de Toren van don Fadrique.

In 1253 stichtte de vorst een Universiteit die echter niet bleef bestaan maar die in 1505 werd heropgericht.

De koning werd begraven in de koninklijk kapel in de kathedraal, de kerk waarin ook de relikwieën liggen die bekend staan als de Tablas Alfonsíes.

De volgende koningen vanaf Alfonso X de Wijze tot aan Pedro I de Wrede hielden hun hof in Sevilla. Alfonso X gaf zijn embleem (NO-madeja-DO) aan de stad voor hun loyaliteit tijdens de laatste jaren van zijn regeerperiode.. Dit embleem is in feite een rebus en in NO8DO staat de 8 voor een bolletje wol (madeja) wat dan in het Spaanse wil zeggen no me ha dejado = zij heeft me nooit verloochend.

De slag van Salado in 1340 maakte de weg vrij voor de opening van de straat van Gibraltar als commerciële vaarroute tussen het zuiden en het noorden van Europa en deze handel bracht een grote aanwezigheid in Sevilla met zich mee van Italiaanse en Vlaamse handelaars.

De pest in 1348 en de grote aardbeving in 1355 met grote aantallen slachtoffers en ingestorte gebouwen hadden een invloed op het demografisch en economisch hart van de stad. De sociale conflicten die dit allemaal met zich meebracht vonden een uitweg in de anti Joodse rellen in 1391 die aangestookt werden door de aartsdiaken van Ecija, Ferrán Martinez.

De joodse wijk in Sevilla die een van de grootste was op het schiereiland verdween praktisch helemaal door de moordpartijen en de massa conversies. Deze bekeerlingen werden nieuwe christenen genoemd maar zij bleven niet gespaard van het zondebok zijn.

Tijdens een bezoek aan de stad van de Katholieke Koningen in 1477 werd op vraag van de Dominicaan Alonso de Hojeda over gegaan tot de oprichting van de Spaanse Inquisitie. Op 6 februari 1481 werd er een eerste kettergericht gehouden waarin men zes personen ter dood veroordeelde.

Na de ontdekking van Amerika werd Sevilla de economische hoofdstad van het Spaanse Imperium.

8. Moderne tijd

Vanaf het einde van vijftiende eeuw tot het einde van de zestiende eeuw
De ontdekking van de Nieuwe Wereld in 1492 was belangrijk voor de ontwikkeling van de stad en Sevilla werd de belangrijkste haven tussen Europa en Amerika.

De islamitische minderheid had in 1502 een harde slag te verduren, zij werden gedwongen over te gaan op het christendom. Men wenste toen een religieuze eenheid van godsdienst als teken van eenheid van het land.

De “Puerto de Indias” werd de belangrijkste zeehaven in de verbinding tussen Europa en Amerika en kreeg hierdoor een kunstmatig monopolie door middel van een koninklijke wet. Voor hun administratie stichtten de Katholieke Koningen het Huis van Handel van waaruit zij de ontdekkingsreizen aanstuurden, de controle uitoefenden op de rijkdommen uit Amerika en er de in samenwerking met de “Universiteit van de Kooplieden” de handelsbetrekkingen met de nieuwe wereld controleerden.

Dit alles leidde tot een grote stadsuitbreiding en de stad had op dat moment 100.000 inwoners wat haar de grootste stad in gans Spanje maakte.

Tijdens de zestiende eeuw is er een monumentale uitbouw en veel gebouwen die toen gebouwd werden kunnen we vandaag de dag nog zien: de kathedraal, de Lonja, de Giralda, het stadhuis, het hospitaal van de vijf wonden (1544-1601), de kerk van de Aankondiging (1565-1578) enz..

Dankzij het mecenaat van Catalina de Ribera werd het Hospitaal van de Vijf Wonden opgericht. Dit moest dienen om alle gezondheidsdiensten op een plaats samen te brengen. Tijdens de eerste jaren van de zestiende eeuw begon men in Sevilla met het geven van hogere studies in het Colegio Santa María de Jesús door Maese Rodrigo Fernández de Santaella. Deze instelling beschouwd men als de oorsprong van de universiteit in Sevilla.

9. De zeventiende en de achttiende eeuw

Tijdens de zeventiende en de achttiende eeuw vervalt Sevilla in een groot economisch en stedelijk verval. Men denkt dat tijdens de grote pestepidemie van 1649 er ongeveer 60.000 mensen stierven.

Ook in deze eeuw van de contrareformatie werd de stad veranderd in een stads-klooster. In 1671 waren er 45 kloosters met monniken en 28 kloosters met zusters in de stad. Alle belangrijke ordes waren aanwezig: de franciscanen, de dominicanen, de augustijnen en de jezuïeten. 


De barokkunst floreert in de schilderkunst met namen zoals Valdés Leal, Murillo en Zurbarán en in de beeldhouwkunst met Martínez Montañés en Juan de Mesa. Uit deze eeuw dateren veel van de beelden en klederen die gebruikt worden tijdens de Heilige Week in Sevilla.

In 1717 geeft het nieuwe koningshuis van Bourbon de opdracht om het Huis van Handel, “Casa de Contratación” over te brengen van Sevilla naar Cádiz. Sevilla verliest hierdoor een groot deel van zijn economische en politieke macht.

De eerste verwijzingen naar het gebruik van tabak komen uit Sevilla. De eerste fabriek voor de verwerking van de tabak stond hier. De Koninklijke Fabriek voor de Tabak werd gebouwd in 1728 en het was een van de eerste grote industriële projecten in het moderne Europa.

10. Negentiende eeuw

Tijdens het eerste jaar van de negentiende eeuw was er in Sevilla een epidemie van de gele koorts en in vier maanden stierf een derde van de bevolking.

De invasie in Spanje door de Fransen had ook een effect op Sevilla. Maarschalk Victor, hertog van Bellune kwam met zijn troepen en koning José Napoleón aan in de stad die zich aan hen op 1 februari 1810 overgaf zonder een schot te lossen

Aan de capitulatie ging een stevige onderhandeling vooraf door sommige personen met aanzien uit de stad om bloed vergieten te vermijden.

De Fransen bleven tot 27 augustus 1812 in de stad. Zij vertrokken door de tegenaanvallen van de Engels-Spaanse troepen, maar niet nadat maarschalk Soult een groot aantal kunstwerken uit de stad had meegenomen.

In 1815 stichtte men de Maatschappij van de Guadalquivir met de intentie om de rivier bevaarbaar te maken vanaf Sevilla tot Córdoba.

In 1833 werd de administratieve provincie Sevilla opgericht door Isabel II erfgenaam van de Spaanse troon.

In 1835 met de verkoop van de kerkelijke bezittingen van het Mendizábal verrijkten enkelingen zich maar gingen veel kunstschatten voor jaren verloren.

In 1841 stichtte Carlos Pickman een keramiek fabriek in een oud in beslag genomen klooster, La Cartuja. Het was tot in 1980 een productieve industrie toen de fabriek werd overgebracht naar Santiponce om op de oude plaats met de werken te kunnen beginnen voor de Wereldtentoonstelling in 1992.

Tijdens de bestuursperiode van koningin Isabel II heeft de middenklasse van de stad een bouwwoede ontwikkeld die tot op dat moment nog niet gezien was. Uit deze periode dateert de Brug van Isabel II. Het verblijf van de hertogen van Montpensier in het Paleis van San Telmo deden denken dat Sevilla het tweede hof van het koninkrijk was.

Vanaf het tweede deel van de negentiende eeuw onderging de stad een uitbreiding door de bouw van de spoorweg en de sloop van de oude stadsmuren en daardoor groeide de stad in oostelijke en zuidelijke richting. Het is de negentiende eeuwse uitbreiding die stopte in de eerste tientallen jaren van de twintigste eeuw met de bouw van de gebouwen voor de Exposición Iberoamericana van 1929.

11. Periode van de Tweede Republiek en de Burgeroorlog (1931-1939)

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 12 april 1931 behaalden de republikeinse partijen de overwinning in de grootste steden van Spanje. In Sevilla behaalden de republikeinen-socialisten 57% van de stemmen tegen 39% voor de Monarchistische Coalitie. Na de verkiezing ging de koning Alfonso XIII in ballingschap en hij kondigde de tweede republiek af.

De burgeroorlog heeft ook een invloed op Sevilla en vanaf februari 1936 nam hier de militaire staatsgreep de stad in zijn greep.

Op 18 juli nam generaal Queipo de Llano de controle over van de tweede divisie en daarmee ook de controle over het centrum van de stad.

In de volkswijken zoals Triana en Macarena mobiliseerden de vakbonden samen met de linkse partijen de bevolking. Deze milities leden de nederlaag door meerdere oorzaken: de betere bewapening van de troepen, de sluwheid van Queipo en uiteindelijk door een meedogenloze repressie.

Sevilla viel op hetzelfde moment in de handen van de militairen als Cádiz en Algeciras wat Franco toeliet om veilig de straat van Gibraltar over te steken samen met zijn troepen. Sevilla werd tevens gebruikt als bruggenhoofd voor de bezetting van de rest van Spanje.

De repressie in de stad, tussen 18 juli 1936 en januari 1937 koste het leven aan 3.027 mensen, onder hen waren de burgemeester, de oud burgemeester en de voorzitter van de provincie.

12. De Franco dictatuur (1939-1975)

Tijdens de Franco dictatuur waren de machtigste autoriteiten in Sevilla de militaire autoriteit in de persoon van de Kapitein Generaal van het Tweede Militaire Gebied, de burgerlijke autoriteit in de persoon van het Provinciale Hoofd van de Beweging en als derde persoon kwam dan nog de aartsbisschop die het diocees van Sevilla leidde.
De burgemeesters van de stad zoals alle andere burgemeesters in Spanje werden aangeduid door de regering maar dat gebeurde op voorstel van de militaire, de politieke en de religieuze overheden van de stad.

13. Terugkeer naar de democratie

Op 3 april 1979 waren er de eerste democratische gemeenteraadsverkiezingen in Spanje sinds 1931 en in Sevilla deden er vier partijen mee. De grootste werd de Unión de Centro Democrático (UCD) met 9 zetels en dan kwamen de Partido Andalucista met 8 zetels, de Partido Socialista Obrero Español (PSOE) met 8 zetels en de Partido Comunista de España (PCE) met 6 zetels. Omdat geen enkele partij de meerderheid had behaald werd er een coalitie gevormd tussen de PSA, PSOE en de PCE.

In 1992 was er in Sevilla gedurende 6 maanden de Wereldtentoonstelling wat voor de stad een zeer grote verbetering was van de infrastructuur. Het wegennet, het nieuwe treinstation, de hoge snelheidstrein tussen Madrid en Sevilla en de nieuwe luchthaven waren enkele van de verbeteringen.

14. Historische monumenten

Onder deze monumenten zijn zeker de kathedraal, het Alcázar en het Archivo de Indias, welke alle 3 opgenomen werden op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco in 1987. Sevilla heeft een van de grootste historische centra van Spanje met zijn 335 hectare.


15. De kathedraal

De kathedraal van Sevilla is de grootste gotische kathedraal ter wereld en de derde grootste christelijke kerk ter wereld na de Basiliek van Sint-Pieter in het Vaticaan in Rome en de Saint-Paul Kathedraal in Londen. In 1987 werd de kathedraal van Sevilla opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

De bouw van de kathedraal begon in 1401 op een plaats waar de oude moskee van Sevilla gestaan had. De bouw van de kathedraal duurde verscheidene eeuwen en daardoor zijn er verschillende bouwstijlen aanwezig. We onderscheiden de gotiek (1433-1528), de renaissance (1528-1593), de barok (1618-1758) en de neogotiek (1825-1928).

Het interieur van de kathedraal is overweldigend met zijn gebrandschilderde ramen en zijn fijn bewerkt sierhekwerk. De uitzonderlijke hoogte wordt benadrukt door de ranke zuilen. Aan beide zijden zijn kapellen ingericht. De zuilen ondersteunen een kruisribgewelf maar in het midden is er een 56 meter hoog gewelf aangebracht.

Het hoofdkoor wordt omsloten door een zestiende eeuws hek in plateresco stijl en is van de hand van Fray Francesco de Salamanca. Het grote Vlaamse altaarstuk is 20 meter hoog en toont een aantal scènes uit het leven van Jezus en de maagd Maria.

Het monumentale deel van de kathedraal bevat enkele onderdelen, de Giralda, de Patio de los Naranjos (Patio met de Sinaasappel bomen) en de Capilla Real (Koninklijk Kapel)
De Patio de los Naranjos (Patio met de Sinaasappel bomen) is een rechthoekige ruimte die fungeert als een binnenplaats en die dienst doet als klooster van de kathedraal. Vandaag de dag is de Patio een van de meest bezochte plaatsen in de kathedraal.

De Capilla Real (Koninklijk Kapel) heeft de ereplaats in de kathedraal. In deze kapel bevindt zich de grafkelder van koning Fernando III en van zijn zoon Alfonso X. Hier zijn ook de grafkelders van andere leden van de koninklijke familie uit die periode.
Hier vinden we een houten beeld van de Maagd van de Koningen, patrones van het diocees van Sevilla. Daarnaast zijn er nog een aantal schatten van de kerk zoals een groot aantal schilderijen van Murillo met afbeeldingen van San Isidoro en San Leandro, schilderijen van Santa Teresa de Zurbarán of een beeldhouwwerk van het hoofd van Sint Johannes de Doper.
De tombe van Christoffel Columbus is een werk van Arturo Mélida en het telt vier beelden die de vier provincies Castillië, León, Navarra en Aragon voorstellen. De beelden dragen de doodskist van Christoffel Columbus.

In 2006 heeft een team van het Genetisch Laboratorium van de Universiteit van Granada onderzoek gedaan op de stoffelijke resten van Christoffel Columbus en zij hebben bevestigd dat de gevonden resten inderdaad van Columbus waren.

Het kapittel van de aartsbisschop is de bewaarder van de kathedraal en zij geven de mogelijkheid aan de toeristen om de kathedraal te bezoeken.

16. Giralda

De Giralda is de klokkentoren van de kathedraal van Sevilla en het is tevens de meest karakteristieke toren van de stad. De 97,5 meter hoge bakstenen minaret werd gebouwd in de twaalfde eeuw als onderdeel van de nu verdwenen grote moskee. 

De minaret kreeg zijn huidige vorm tussen 1558 en 1568 en is een werk van Hernán Ruiz. Het gebeurde voor rekening van het kapittel van de kathedraal. In het bovenste gedeelte van de minaret werd er een klokken kamer ingericht met daarin 25 klokken die elk hun eigen naam dragen.

De twee onderste delen van de toren komen van de minaret uit de oude moskee van de stad uit het einde van de twaalfde eeuw toen de almohaden in Sevilla waren. Het bovenste gedeelte van de toren komt uit de christelijke periode om er de klokkentoren in te richten. Op de top van de toren staat een bronzen standbeeld, de Giraldillo die tevens dienst doet als windwijzer. Het is een van de grootste standbeelden uit de Europese renaissance.

In 1928 werd de Giralda opgenomen op de lijst van het Nationaal Erfgoed en in 1987 kwam hij op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

De geschiedenis van de bouw van de toren begint in de islamitische periode. De bouw begon in 1184 in opdracht van de kalief Abu Yaqub Yusuf. Als voorbeeld nam men de moskee in Kutubia in de Marokkaanse stad Marrakech.

Door een aardbeving in 1365 verdween de oude spits en hij werd vervangen door een minaret. Later in de zestiende eeuw voegde men een klokkentoren toe met daar bovenop een standbeeld. Het standbeeld werd geplaatst in 1568. Het naam Giralda komt van het Spaanse “girar” wat ronddraaien betekend en een verwijzing is naar de windwijzer..

Na verloop van tijd ging men deze naam ook gebruiken voor de ganse toren en het standbeeld bovenop was de Giraldillo. Als men boven in de toren staat heeft men een schitterend uitzicht over de stad.

17. Reales Alcázares

Het Alcázar van Sevilla is het oudste koninklijk paleis in Europa. Het paleis begint zijn huidig uitzicht te krijgen na de verovering in 713 van Sevilla door de Arabieren. Zij gebruikten het alcázar als residentie voor hun leiders vanaf 720. Na de herovering van Sevilla in 1248 bood het onderdak aan koning Fernando III van Kastilië en aan zijn opvolgers. 

Een beperkt deel van het paleis is voorbehouden als residentie van de Koningen van Spanje en van leden van het Koninklijk Huis wanneer zij de stad bezoeken en er de nacht doorbrengen.
Veel plechtigheden en belangrijke tentoonstellingen in de stad kiezen het Alcázar als plaats van viering. 

Het monumentale gebouw en zijn tuinen zijn open voor het publiek en het is daardoor een van de belangrijkste attracties in de stad. Het Real Alcázar werd opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed in 1987.

De mooiste ruimtes in het gebouw zijn:

  • de Patio de la Doncellas met zijn prachtig stuc werk en het schitterende veertiende eeuwse tegelwerk. Een waterpartij dwarst de patio in de lengte en zorgt voor een mooi perspectief
  • de Zaal van Karel V is in mudejarstijl en bezit prachtige wandtapijten.
  • het Salon van de Keizer met wandtegels uit de vijftiende eeuw en zijn Vlaamse wandtapijten.
  • het Salon de Embajadores “Ambassadeurszaal”, dit is de mooiste zaal van het Alcázar. Het heeft een indrukwekkende halfronde koepel gemaakt uit cederhout en er is een prachtige stucwerk decoratie. 
  • de tuinen van het Alcázar weerspiegelen de opeenvolgende bestuurs periodes, we vinden er Arabische, renaissance en barokke invloeden terug. Deze tuinen nemen een groot deel van de oppervlakte van het Alcázar in beslag en de tuinen zijn in terrasvorm aangelegd. Er zijn fonteinen, paviljoenen en er staat een groot aantal sinaasappel- en palmbomen.

De aardbeving van Lissabon in 1755 beïnvloedde de architectonische structuur en dan vooral in het Gotische Paleis of in de Salons van Karel V. Dit paleis werd helemaal gerestaureerd en die restauratie is het meest zichtbaar in de Patio del Crucero.

Binnenin het Alcázar van Sevilla zijn een groot aantal opnames gemaakt voor de film “Kingdom of Heaven”.

18. Archivo de Indias “Het archief van Zuid-Amerika”

Het Algemeen Archief van Zuid-Amerika werd opgericht in 1785 onder koning Carlos III met de bedoeling om alle informatie te centraliseren die refereerde aan de Spaanse kolonies. Tot op dat moment werden die documenten bijgehouden op 3 verschillende plaatsen: Simancas, Cádiz en Sevilla. 

Het Casa Lonja de Mercaderes, “de Handelsbeurs” van Sevilla die gebouwd werd voor koning Felipe II tussen 1584 en 1598 door Juan de Mijares met bouwplannen van Juan de Herrera is de zetel van het archief.

De documenten die hier bewaard worden nemen meer dan 9 kilometer boekenrekken in beslag. Het betreft 43.000 dossiers, ongeveer 80.000.000 pagina's papier en 8.000 kaarten en tekeningen. Al deze documenten komen voornamelijk uit de stedelijke archieven die verantwoordelijk waren voor de koloniale administratie.

Het is het grootste archief over de activiteit van Spanje in Amerika en de Filipijnen en het bevat informatie over de politieke, sociale, economische en de kerkelijke geschiedenis van deze kolonies. Bovendien vinden we er informatie terug over de kunstgeschiedenis en de geografie van deze gebieden. De teksten die er liggen zijn handgeschreven documenten van Christoffel Columbus, Fernando de Magallanes, Vasco Núñez de Balboa, Hernán Cortés en Francisco Pizarro.

Het archief is een van de archieven samen met het Archivo General de la Corona de Aragón en het Archivo General de Simancas dat bij de Spaanse staat hoort. In 1987 werd het archief opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

19. De Plaza de España

De Plaza de España van Sevilla is een van de grootste open ruimtes in de stedelijke architectuur. Het plein werd aangelegd door de architect Aníbal González voor de Iberoamericana Tentoonstelling van 1929. Op dit plein was de openingsceremonie.

Het plein beslaat een oppervlakte van 50.000 m² waarvan er 19.000 bebouwd zijn en de overblijvende 31.000 m² zijn open ruimte. Er loopt een gracht over het plein dat verder een diameter heeft van 200 meter. Daardoor is het een van de meest spectaculaire panoramische werken in Spanje met zijn mengeling van mudéjar, gotiek en renaissance stijlen.

Het werk begon in 1914 en eindigde in 1928 door de architect Vicente Traver die na het ontslag van Aníbal González het werk overnam. Het plein ligt in het park María Luisa, de toegang is gratis en het sluit om 22.00.

De halfronde vorm symboliseert de omarming van Spanje met zijn voormalige kolonies.

Het plein was het duurste bouwwerk van de tentoonstelling en het enige dat reeds op deze plaats aanwezig was was de fontein. Het kanaal op het plein heeft 4 bruggen die de 4 oude koninkrijken van Spanje (Castilla, León, Aragón y Navarra) symboliseren.

Op de muren zien we een reeks banken en ornamenten van wandtegels en daarop staan de landkaarten van de 48 provincies in Spanje. We vinden er ook afbeeldingen van historische gebeurtenissen en de wapenschilden van elke hoofdstad van elke Spaanse provincie.

Het was de bedoeling dat de Plaza de España deel zou uitmaken van de Universiteit van Sevilla en dat is trouwens de reden van al deze verwijzingen naar de Spaanse provincies. Na de tentoonstelling maakte het plein deel uit van het militaire bestuur.

Omdat Sevilla momenteel de hoofdstad is van de autonome regio Andalusië herbergt men aan het plein een van de diensten van de regering en is er ook het historisch museum van het leger gevestigd.

Dit plein diende ook als locatie voor enkele zeer bekende films: Lawrence of Arabia en de tweede episode van Star Wars, Attack of the Clones werden hier voor een deel opgenomen.

20. Torre del Oro “de Goudtoren”

De Torre del Oro van Sevilla is een wachttoren die op de linkeroever van de Guadalquivir ligt en vroeger deel uitmaakte van de verdediging van de stad.

Mogelijk is zijn naam afkomstig uit het Arabisch toen men hem Bury al-dahab noemde. Dit kwam door de gouden schijn die hij reflecteerde over de rivier. Tijdens de restauratie werken van 2005 toonde men aan dat deze glans in tegenstelling tot wat men altijd had gedacht niet te danken was aan de gebruikte tegels maar dat de gloed kwam van een mengeling van kalkmortel met geperst stro.

Het is een toren die uit 3 delen bestaat, het eerste deel is gebouwd in 1220 en 1221 en gebeurde in opdracht van de almohaden gouverneur van Sevilla Abù l-Ulà.

Het tweede deel werd gebouwd in opdracht van Pedro I de Wrede in de veertiende eeuw.
Het derde en laatste deel komt uit 1760 en is een werk van de militaire architect Sebastián Van der Borcht. 1760 is ook het jaar waarin men het beneden gedeelte opvulde met puin en mortel om de gevolgen van de aardbeving in Lissabon in 1755 te herstellen.

De toren werd op de lijst van de historische monumenten gezet in 1931 en hij is sindsdien al meerdere malen hersteld. De opeenvolgende restauraties gebeurden in 1900, 1991 en 1992, 1995 en de laatste gebeurde in 2005.

Momenteel herbergt de toren het maritiem museum.

21. Website: De Toeristische Dienst van Sevilla, de site is beschikbaar in het Spaans, Engels, Italiaans, Frans, Chinees en Duits.