Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

De oude stad Segovia en zijn aquaduct


  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Plaatsen en gebouwen
  4. De aquaduct van Segovia
  5. Het Alcázar de Segovia
  6. De kathedraal van Santa Maria
  7. Religieuze architectuur
  8. De kerk van San Justo (Iglesia de San Justo )
  9. Kerk van San Martin (Iglesia de San Martín)
  10. Kerk van San Millan (Iglesia de San Millan)
  11. De kerk van Santísima Trinidad (Iglesia de la Santísima Trinidad)
  12. Burgerlijke bouwkunst
  13. Het Huis met de Pieken ( Casa de los Picos)
  14. Het Huis van de Graaf van Alpuente (Casa del Conde Alpuente)
  15. De tuinen van het Alcázar
  16. De tuin van Genade (El Jardín de la Merced)
  17. El Paseo del Salón
  18. Website

1. Algemeen

Segovia is een stad in het zuidelijk deel van de autonome regio Castilla en León. De stad is ook de hoofdstad van de provincie met dezelfde naam. Zij ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Eresma en Clamores aan de voet van de bergketen Guadarrama.

De naam is van Keltisch Iberische oorsprong. De eerste bewoners noemden de stad Segobriga en dat is dus duidelijk Keltisch Iberisch, de taal van een deel van de Keltische familie. De naam van de stad bevat het deel “Sego” wat “Overwinning” betekend. We vinden dit voorvoegsel ook in de steden Segeda en Segonta. Het laatste deel “briga” heeft de betekenis van “stad” of “fort”. Als we de beide delen samenvoegen komen we op “Stad van de Overwinning”.

Onder de Romeinse en Arabische overheersing werd de naam langzaam veranderd in Segovia voor de Romeinen en Šiqūbiyyah in het Arabisch.

2. Geschiedenis

Segovia is al lang bewoond. Op de plaats waar het Alcázar staat was er vroeger een Keltische burcht. Tijdens de Romeinse periode viel de stad onder het juridische bestuur van het klooster van Clunia.

Men denkt dat de stad verlaten werd na de islamitische invasie. Na de herovering van Toledo door Alfonso VI van León en Castillië kwam de herbevolking van Segovia op gang. Hier voor kwamen er christenen uit het noorden van het schiereiland en zelfs uit de Pyreneeën naar de stad.

Tijdens de twaalfde eeuw had de stad te leiden onder belangrijke onlusten tegen zijn gouverneur, Álvar Fáñez en later tijdens de strijd tegen het koningschap van Doña Urraca.
Ondanks deze onlusten was de ligging op de wegen van de rondtrekkende veeteelt blijvend belangrijk en maakte het van de stad een belangrijk centrum in de wolhandel en van de textiel bedrijven die hier al in de twaalfde eeuw aanwezig waren.

Het einde van de middeleeuwen was een gouden tijd, de stad herbergde een belangrijke joodse wijk en men legt dan de basis van een machtige stoffen handel. Er ontwikkelt zich een prachtige gotische architectuur en men is afgesneden en dus onafhankelijk van het koninklijk hof van Trastámara.

Uiteindelijk, in de kerk van San Miguel de Segovia is Isabella de Katholieke uitgeroepen tot koningin van Castilië op 13 december 1474.

Zoals alle Kastiliaanse textiel steden verenigde de stad zich in de opstand van de gemeenten (Comunidades) die onder leiding stond van o.a. Juan Bravo uit Segovia.
Ondanks het verlies van de “gemeenten” bleef het economisch hoogtepunt van de stad duren tot in de zestiende eeuw, in 1594 had de stad 27.000 inwoners.
Daarna kwam het verval zoals in de meeste steden in Castilië en nauwelijks een eeuw later had de stad nog maar 8.000 inwoners.

In het begin van de achttiende eeuw probeerde men de textielindustrie te laten heropleven maar dat gebeurde zonder veel succes; In het tweede deel van deze eeuw en onder de impuls van Carlos III begon men in 1763 met de Koninklijke Maatschappij van de Textielbedrijven (Real Compañía Segoviana de Manufacturas de Lana). Door het gebrek aan concurrentievermogen van deze plaatselijkr industrie trok in 1779 de koning zijn steun terug in.

In 1764 kwam er in Segovia de Koninklijke Artillerie School, (Real Colegio de Artillería), het was de eerste militaire school in Spanje. Tot op vandaag is deze school hier in de stad aanwezig.
In 1808 werd de stad door de Franse troepen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog geplunderd. Tijdens de eerste Carlistische Oorlog vielen de troepen van de pretendent Don Carlos de stad tevergeefs aan.

Vanaf de negentiende eeuw begon er een demografisch herstel van de stad.

3. Plaatsen en gebouwen

In 1985 werd de oude stad van Segovia opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco. Binnen de omgeving van de oude stad vinden we een grote diversiteit aan historische gebouwen, sommige zijn van burgerlijke aard en andere zijn van religieuze aard. De laatsten zijn niet alleen van christelijke oorsprong maar er zijn ook gebouwen van Joodse oorsprong.

Een van de belangrijkste voorbeelden van deze diversiteit vinden we in de oude synagoge die momenteel de Kerk van het Lichaam van Christus is (iglesias de Corpus Christi) en met de joodse begraafplaats in “El Pinarillo”. Abraham Seneor, de belangrijkste rabijn in Castilië werd na zijn overgang naar het christendom, onder de naam Fernán Núñez Coronel, wethouder van de stad en hij had belangrijke functies in het koninkrijk.

4. De aquaduct van Segovia

Deze aquaduct op het Azoguejo plein is een belangrijk symbool van de stad maar men kent de exacte datum niet wanneer de bouw hiervan begonnen is. Men denkt dat het begin der werken begonnen is op het einde van de eerste eeuw of het begin van de tweede eeuw onder keizer Domitianus. 


Deze aquaduct is het belangrijkste Romeinse werk op het Iberische schiereiland. Voor het bouwwerk werden er 25.000 bewerkte granieten stenen gebruikt die zonder mortel op elkaar gezet zijn.

De aquaduct is 728 meter lang, heeft meer dan 167 bogen en is 28 meter hoog.
De aquaduct diende om de wateraanvoer uit de rio Acebeda te regelen tussen de Sierra de Fuenfria en de bovenstad.

De bijnaam van de aquaduct is “duivelsbrug” en aan deze naam hangt er een legende. Elke dag deed een jong meisje veel moeite om water te putten uit een bron. De duivel werd verliefd op haar en stelde voor om een aquaduct voor haar te bouwen. Als hij dit bouwde dan wou hij er wel haar ziel voor. Door de tussenkomst van de Heilige Maagd was het werk sneller klaar en de duivel was verrast. Hierdoor kon hijzelf de laatste steen niet leggen en het meisje was gered. Men zegt dat de gaatjes in de stenen afdrukken van de duivel zijn die achtergelaten werden tijdens het heffen van de stenen.

5. Het Alcázar de Segovia

We vinden dit koninklijk paleis op de hoogte van een rots tussen de rivieren Eresma en Clamores Het wed gebouwd tussen de twaalfde en de zestiende eeuw en er waren een groot aantal verbouwingen en restauraties. De werken gebeurden vanaf Alfonso X tot Felipe II Deze laatste is verantwoordelijk voor het huidig uitzicht, voor het silhouet van het kasteel dat het uniek maakt tussen de andere Spaanse kastelen.

Het was een van de favoriete kastelen van de koningen en het heeft zowel romaanse als gotische invloeden. In de salon vinden we mudejar versieringen terug.
We komen het gebouw binnen door twee binnenplaatsen en er zijn twee torens.
Het was de favoriete verblijfplaats van Alfonso X en van Enrique IV, Isabel de Katholieke werd tot koningin van Castilië gekroond op de Plaza Mayor.

Het militair archief van Segovia is in het Alcázar gevestigd en ook het museum van de Koninklijke Artillerie School vinden wij hier.

6. De kathedraal van Santa Maria

Het is de laatste kathedraal die in gotische stijl gebouwd is in Spanje en deze kathedraal wordt beschouwd als het meesterwerk van de gotische Baskisch-Castiliaanse bouwstijl. De kerkstaat bekend als “De koningin onder de kathedralen” (La Dama de las Catedrales). 

De kathedraal is de derde kathedraal in de stad en het klooster van de tweede kathedraal is behouden in de derde. Deze tweede kathedraal werd vernietigd tijdens de oorlog van de gemeenten in 1520 en die kathedraal stond tegenover het Alcázar.
De opdracht om een nieuwe kathedraal te bouwen werd gegeven aan de architecten Juan en Rodrigo Gil de Hontañón.

De kathedraal werd ingewijd in 1618 en zijn afmetingen zijn 105 meter lengte, 50 meter breed en 33 meter hoogte. De toren heeft een hoogte van 88 meter. Er zijn 18 kapellen in de kathedraal en men heeft toegang door middel van drie toegangspoorten, de poort van vergiffenis ( la puerta del Perdón), de poort van San Frutos (la puerta de San Frutos) en de poort van San Geroteo (la puerta de San Geroteo), de eerste bisschop van diocees.

In de eerste kapel bevindt zich het retabel met de Graflegging van Juan de Juni. De koorstoelen en de vijftiende eeuwse kloostergang van Juan Blas zijn afkomstig uit de oude kathedraal.

Men kan ook nog een prachtig retabel in edelsmeedkunst bekijken, het is het Sacra de la consecración uit 1575 van Benvenuto Cellini.

7. Religieuze architectuur

De stad herbergt een belangrijke verzameling romaanse kerken, zowel gebouwd met baksteen als met natuursteen. We zien hier de kerken van San Esteban, San Millán, San Martín, la Santísima Trinidad, San Andrés, San Clemente, Santos Justo y Pastor, la Vera Cruz en San Salvador.

Er zijn ook verscheidene kloosters en abdijen bewaard gebleven zoals dat van San Antonio el Real, dat van Parral en dat van San Vicente el Real.

8. De kerk van San Justo (Iglesia de San Justo )

De kerk van San Justo ligt kort bij de plaza del Azoguejo aan de andere zijde van de aquaduct. Het is een romaanse kerk uit de twaalfde eeuw die gebouwd is op de resten van een kapel.
De kerk is gebouwd in metselwerk en zij heeft veel typische kenmerken van de romaanse architectuur. Zij heeft een mooie toren met verschillende nissen in.

Er zijn twee toegangen tot de kerk maar het belangrijkste aan deze kerk zijn de romaanse schilderingen.

Na de restauratie die uitgevoerd werd in de jaren 1960 vond men de romaanse muurschilderingen die een groot deel van de apsis bedekten.

De thema's van de schilderingen zijn de meest voorkomende in de romaanse periode, we zien er bijbelse voorstellingen en afbeeldingen van de kruisiging, de afneming van Christus en het laatste avondmaal. Men is ook oosters geïnspireerd geweest, we zien er afbeeldingen van olifanten, vogels en arabesken.

Er is nog een merkwaardig kunstwerk in de kerk, het gat over een liggende Christusfiguur met beweegbare armen uit de elfde eeuw.

9. Kerk van San Martin (Iglesia de San Martín)

De kerk van San Martin is een katholieke kerk die binnen de muren van de stad ligt. Zij stamt uit de twaalfde eeuw en zij ligt aan de huidige plaza Juan Bravo, in het midden tussen de kathedraal en de aquaduct.

De kerk heeft originele mozaraben invloeden maar met romaanse kenmerken. Zij verschilt voor een deel van de originele kerk omdat sommige delen vernietigd of gerestaureerd zijn. Dat is o.a. het geval met het centrale apsis. De kerk bezit 3 beuken en een kruis met een bakstenen koepel.

Wat nog opvalt aan de kerk is de klokkentoren die gebouwd is in romaanse-mudejar stijl, hij bezit bakstenen bogen om stenen kolommen. Wat ook mag benadrukt worden is de galerij met zijn zuilengang die bijna rond gans de kerk gaat. Het portiek heeft halve bogen die op kolommen rusten met romaanse kapitelen.

De poort en zijn ornamenten aan de westelijke zijde is een van de grootste poorten in de Spaanse romaanse stijl. Het portiek heeft vijf bogen die versierd met plantaardige motieven. Dat beschut het portiek door het atrium dat bedekt is door een grote verzameling bogen die ondersteund zijn door standbeelden met menselijke figuren uit het Oude Testament.

10. Kerk van San Millan (Iglesia de San Millan)

De kerk van San Millan is een kerk die buiten de stad ligt en die ook een grote invloed uitoefende op de kerken in Aragon. De plattegrond van de kerk is een verkleinde weergave van de kathedraal van Jaca.

Het is een romaanse kerk met mudejar invloeden en ze is gebouwd tussen 1111 en 1124, daardoor is het een van de oudste kerken van de stad.

De kerk heeft 4 apsissen die behoren bij de kerk beuken en de vierde apsis is later bijgevoegd aan de sacristie. De kerk heeft een pre-romaanse toren in mudejar stijl wat haar onderscheid van het andere klokgelui in de stad.

Binnen de kerk vinden we drie beuken met een dakbedekking in vervanging van de originele mudejar bedekking.

De zuilen en de kapitelen zijn groot in vergelijking met de grootte van de kerk. Tussen de kapitelen vinden wij thema's zoals de drie koningen en de vlucht uit Egypte.

11. De kerk van Santísima Trinidad (Iglesia de la Santísima Trinidad)

Dit is een kerk met slecht een kerkschip dat afgedekt is door een tongewelf en met een gebogen apsis. Op de zuidkant opent het atrium zoals het de gewoonte is in de romaanse kerken in Segovia. 

Op de noordkant zien we een gotische kapel en twee barokke sacristieën.
Binnen in de kerk vinden we twee verdiepingen met elk een bogen galerij, met versierde kapitelen. Er zijn versieringen met slangen en planten en deze hebben een grote waarde door hun sculptuur en iconen. Hier en daar zijn er sporen overgebleven van de oorspronkelijke schilderingen.

De kerk heeft twee voorgevels en de westelijke gevel is van eenvoudige makelij. Bovenaan deze gevel zien we een raam die het licht doorlaat naar de centrale beuk. De zijdelingse gevel geeft toegang naar het atrium en is van een grote schoonheid.

De kerk is gebouwd in de twaalfde eeuw en zij volgt op een andere kerk uit de elfde eeuw. Hiervan zijn er resten gevonden in 1984 bij de afbraak van een kapel aan de zuidelijke kant.
Het oudste deel van de kerk komt overeen met het hoofd gedeelte, zonder de westelijke gevel en het atrium.

In 1513 heeft men een kapel bijgebouwd (capilla de los Campo) met een voorgevel in gotische stijl. Tijdens de zeventiende eeuw heeft men binnenin de kerk restauraties uitgevoerd om de kerk aan te passen aan de stijl van de tijd, de barok.

12. Burgerlijke bouwkunst

Het Kastiliaans paleis Ayala Berganza uit het einde van de vijftiende eeuw is uitgeroepen tot historische-artistiek monument en hier is momenteel de toeristische dienst gevestigd. Omdat hier een meervoudige moord werd gepleegd op het einde van de negentiende eeuw staat het paleis bekend als 'het huis van de misdaad”.

De burgerlijke bouwkunst in de stad met zijn rijkelijke middeleeuwse paleizen met zijn voorgevels, de patio's, de torens en de wapenschilden zijn veelvoudig in de stad aanwezig. Enkele van deze huizen zijn: het Huis van de Stempel (Casa del Sello), het Huis met de Pieken ( Casa de los Picos) en het Huis van de Graaf van Alpuente (Casa del Conde Alpuente).

De typische bouwstijl uit Segovia vinden we vooral in de stijl van de daken en de sgraffito decoraties op de muren. Sgraffito is een techniek die erin bestaat om de pleisterlaag weg te krabben volgens een op voorhand bepaald grafisch ontwerp. De gebruikte motieven kunnen zowel geometrische motieven als historische taferelen zijn.

13. Het Huis met de Pieken ( Casa de los Picos)
Dit is de meest opmerkelijke residentie uit de vijftiende eeuw. Dit opmerkelijke komt vooral door zijn gevel met diamantkopversiering. De 365 pieken staan symbool voor de 365 dagen van het jaar. Een andere naam voor deze residentie is “het Huis van de Moor”.
In de residentie is momenteel een school gevestigd.

14. Het Huis van de Graaf van Alpuente (Casa del Conde Alpuente)
Dit is een fraaie vijftiende eeuwse woning in Italiaanse stijl. Het gebouw bezit een voorgevel met sierlijke sgraffiti versieringen die de Visigotische zonneschijf verbeelden.

15. De tuinen van het Alcázar
Zij bevinden zich op een vlak terrein tussen de oude kathedraal en het bisschoppelijk paleis en de tuin werd aangelegd naar aanleiding van het huwelijk in het Alcázar tussen Felipe II met Anna van Oostenrijk in 1750.

Het verwijderen van ruïnes uit de tuin die er tot dan toe stonden hebben tot in de negentiende eeuw geduurd en ze werden verwijderd naar aanleiding van het bezoek van Fernando VII. Tussen 1816 en 1817 kwamen de eerste bomen in het park. De tuin werd vernield bij een brand in het Alcázar in 1862 en hij was hersteld in 1882.

16. De tuin van Genade (El Jardín de la Merced)
Deze tuin was de eerste publieke tuin in de stad en hij lag binnen de muren van de stad. Momenteel is het een van de mooiste tuinen in Segovia. De naam van de tuin komt van een klooster dat voordien op deze plaats gelegen was. In de negentiende eeuw begon men met de aanplanting van bomen en met de installatie van een fontein die later vervangen werd door de huidige.

17. El Paseo del Salón
Dit is een van de oudste tuinen van de stad en hij werd aangelegd in 1786 door het “Economisch Genootschap der Vrienden van het Land van Segovia” (Sociedad Económica de Amigos del País de Segovia) en twee jaar later begon men met de aanleg van de bomen. In 1846 was er dan de aanleg van verschillende fonteinen en de aanplanting van verschillende plantensoorten. 

18. Website: Toeristische Dienst van Segovia, de site is beschikbaar in het Spaans, Engels, Italiaans, Frans, Duits en Japans.