Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!
Nationaal Museum Kunstcentrum Koningin Sofia – Museo National Centro de Arte Reina Sofía



Het Nationaal Museum Kunstcentrum Koningin Sofia is een Spaans museum in Madrid met kunst uit de twintigste en de eenentwintigste eeuw. De naam van het museum wordt meestal afgekort tot Museum Koningin Sofia (Museo Reina Sofía).

  1. Geschiedenis
  2. De Verzameling
  3. De vroege twintigste eeuw
  4. Picasso, Dalí en Miró
  5. Het midden van de twintigste eeuw
  6. Van het abstracte naar de pop art
  7. Buitenlandse artiesten
  8. De bibliotheek
  9. 2009: opnieuw ordenen
  10. Het gebouw
  11. Website
Het museum vinden we in het oude Algemeen Hospitaal van Madrid in de wijk Atocha in de buurt van de gelijknamige trein en metrostations. Het is een groot gebouw in neoklassieke stijl uit de achttiende eeuw. Dit hospitaal werd in eerste instantie ontworpen door José de Hermosilla die later werd opgevolgd door Francesco Sabatini. Het gebouw staat ook bekend als het Sabatini gebouw ter ere aan de Italiaanse architect. Het museum ligt in het zuidelijk punt die bekend staat als de Kunstdriehoek van Madrid, de andere twee musea zijn het Prado en het Thyssen-Bornemisza.



In de permanente collectie van het museum vinden we een verzameling werken van de grote Spaanse artiesten uit de twintigste eeuw en dan vooral van Pablo Picasso, Salvador Dalí en Joan Miró die hier ruim vertegenwoordigd zijn en dan ook nog met hun beste werken. Er is tevens een belangrijke verzameling surrealistische kunst met werken van Francis Picabia, René Magritte, Yves Tanguy en Jean Arp, naast de reeds eerder genoemde Miró en Dalí. Het kubisme is hier aanwezig met werken van Picasso maar ook van Juan Gris, Georges Braque, Robert en Sonia Delaunay en Fernand Léger en de expressionisten zijn aanwezig met Francis Bacon en Antonio Saura. Naast de voornoemde zijn er ook werken aanwezig van andere kunststromingen en artiesten zoals Lucio Fontana, Yves Klein, Diego Rivera, Alexander Calder, Roberto Matta, Mark Rothko, Antonio López García, Antoni Tàpies, Miquel Barceló en Sam Francis.

Het aantal bezoekers neemt de laatste jaren gestadig toe, in 2010 bezochten 2.313.532 personen het museum en dit is 10 % meer dan in 2009. Het museum bezet daarmee de vijftiende plaats op de wereldranglijst van meest bezochte musea. In het eerste semester van 2011 waren er al 30 % meer bezoekers dan in dezelfde periode van 2010.

1. Geschiedenis

Omstreeks 1952 slaagde een groep artiesten onder leiding van de architect José Luis Fernández del Amo er in om de overheid het Museo Español de Arte Contemporáneo (MEAC) te laten oprichten. Het diende om de verschillende tendensen in de moderne kunst te tonen die geen plaats vonden in het Museum het Prado. Het begon dan in het beneden gedeelte van Biblioteca Nacional in Madrid met werken uit de negentiende en de twintigste eeuw. Fernández del Amo werd de eerste directeur en hij bleef dat tot in 1959.

Later werden de werken overgebracht naar een gebouw in de Ciudad Universitaria van Madrid, een stadsdeel in de wijk Moncloa, waar in1986 het Centro de Arte Reina Sofía opgericht werd. Een belangrijk deel van de werken werden overgebracht naar het gebouw. Momenteel is in dit gebouw het Kledingmuseum (Museo del Traje) gevestigd.

Eenmaal ingericht in het Sabatini gebouw werd het officieel geopend op 26 mei 1986 als Centro de Arte Reina Sofía. Het doel was aanvankelijk om tijdelijke tentoonstellingen te huisvesten, vandaar de naam centro en niet museum. Maar enkele jaren later, op 27 mei 1988 werd het centro omgevormd naar het huidige Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía. In deze vorm opende het zijn deuren op 10 september 1992 met de artistieke werken van het vroegere MEAC. De nieuwe status als Nationaal Museum bracht een actievere politiek met zich mee wat betreft de aankoop van Spaanse moderne kunst. Momenteel is het museum een autonome instelling die afhankelijk is van het Ministerie van Cultuur.

De behoefte tot uitbreiding van het gebouw leidde in 2001 tot de bouw van een nieuw gebouw en de architect was Jean Nouvel. Het nieuwe gebouw werd ingehuldigd in september 2005. De nieuwe ruimtes betekende een uitbreiding met meer dan 60 %, het ging van 51.297 m² naar 84.048 m².

Vandaag vinden we het museum Reina Sofía in de gebouwen Sabatini en Nouvel, plus twee tentoonstellingsruimtes in het parque del Retiro: het Palacio de Cristal en het Palacio de Velázquez, beide gebouwd door de Spaanse architect Ricardo Velázquez Bosco.

2. De verzameling

Chronologisch is de verzameling een voortzetting van de verzameling in het Prado. De verzameling gaat verder vanaf het einde van de negentiende eeuw tot op heden. Een Koninklijk Besluit van 17 maart 1995 legt de scheidingslijn tussen de twee musea op de dag in 1881 toen Picasso geboren werd. Dit criterium wordt wel in getwijfel getrokken als te streng en het KB is wat uitgehold door de recente initiatieven van het museum met de opname van werken van Goya en Sorolla.

Het onregelmatige traject in Spanje van de moderne kunst kan verklaard worden doordat verzamelaars en openbare verzamelingen geen werk maken van de opbouw van een collectie.

Daardoor zijn er lacunes in de internationale collectie van het museum alhoewel er werken aanwezig zijn van relevante artiesten zoals Pierre Bonnard en Louise Bourgeois.

De verzameling van het museum omvat ongeveer 16.200 werken waaronder 4.000 schilderijen, meer dan 1.400 beeldhouwwerken, ongeveer 3.000 tekeningen, meer dan 5.000 gravures, meer dan 2.600 foto's, ongeveer 80 video's, ongeveer 30 installaties, meer dan 100 decoratieve en 30 architectuurwerken. Van dit aanbod zit er ongeveer 2 % in de permanente tentoonstelling. Aan de andere zijde worden stukken tentoongesteld die in depot gegeven zijn door derden.

3. De vroege twintigste eeuw

De verzameling begint met werken van rond de eeuwwisseling zoals Ramón Casas, Anglada Camarasa, Romero de Torres, Ignacio Zuloaga, Isidro Nonell, Joaquín Mir, María Blanchard, Julio González, José Gutiérrez Solana en Juan Gris.

4. Picasso, Dalí en Miró

Het museum telt een een aantal werken van Pablo Picasso en Salvador Dalí, twee van de meest belangrijke artiesten uit de twintigste eeuw. Het meest bekende werk van het museum is zonder twijfel “Guernica”. Dit werk is in het museum met tal van voorbereidende schetsen.

Dit werk bevond zich tientallen jaren in het MOMA in New York en het keerde in 1981 naar Spanje terug. Oorspronkelijk bevond het zich in het Casón del Buen Retiro waarna het in 1992 werd overgebracht naar het Museum Reina Sofia.

De collectie van Picasso werd na een aantal aankopen geleidelijk uitgebreid. Het vroegste werk in het museum van Picasso is “la Mujer en azul” uit 1901. De volgende werken dateren uit zijn kubistische en surrealistische periode, verschillende zijn er ook uit de 30er jaren. De collectie bevat ook zijn eerste beeldhouwwerken: “Mujer en el jardín”, “El hombre del cordero” en “La dama oferente”.

De opmerkelijke collectie van Dalí is te danken aan de erfenis van de schilder die ze aan de Spaanse staat heeft nagelaten. Deze collectie werd verdeeld tussen dit museum en het Teatro-Museo Dalí in Figueras. Tussen zijn werken vinden we “Retrato de Luis Buñuel”, “Muchacha en la ventana” en “El gran masturbador”.

Samen met de werken van Picasso en Dalí zijn er de werken van Joan Miró. Het deel in de collectie is afkomstig van zijn weduwe Pilar Juncosa. Onder de werken van deze schilder vinden we “La casa de la palmera” uit 1918, “Femme et chien devant la lune” uit 1936 en “La sonrisa de alas flameantes” uit 1953.

5. Het midden van de twintigste eeuw

De figuratieve kunst uit deze periode bevat werken van Pablo Gargallo, Pancho Cossío, Francisco Bores, Benjamín Palencia, Maruja Mallo, Alberto Sánchez en de surrealisten Óscar Domínguez, José de Togores, Ángeles Santos Torroella, Joaquín Sunyer, Joan Ponç...

6. Van het abstracte naar de pop art

De abstracte kunst uit het midden van de twintigste eeuw wordt vertegenwoordigd door werken van Jorge Oteiza en Eduardo Chillida. De werken van deze laatste worden gekenmerkt door de grootte van het werk en zijn enorme gewicht. Andere artiesten die we hier vinden zijn Pablo Palazuelo, Pablo Serrano, Antoni Tàpies, Manuel Millares, Lucio Muñoz, Luis Feito, Rafael Canogar, José Guerrero, Esteban Vicente, Eusebio Sempere, Equipo 57, Gustavo Torner, Antonio López en Carmen Laffón. De pop art met zijn variaties komt van Equipo Crónica, Luis Gordillo, Eduardo Arroyo, Guillermo Pérez Villalta, Ouka Leele...

7. Buitenlandse artiesten

Naast de werken van Spaanse artiesten zijn er ook werken aanwezig van over de ganse wereld zoals Pierre Bonnard: kunstenaars uit het begin van de twintigste eeuw George Grosz, Kandinsky en Kurt Schwitters, kubisten zoals Georges Braque, Albert Gleizes, Fernand Léger y Jacques Lipchitz en andere kunstenaars zoals: Robert Delaunay, Alexander Calder, Francis Picabia, René Magritte, Yves Tanguy, André Masson, Man Ray, Brassai, Victor Brauner, Jean Arp, Paul Klee, Jean Tinguely, Joaquín Torres García, Max Ernst, Willi Baumeister, Oskar Schlemmer en Joseph Cornell.

Uit het midden van de twintigste eeuw en later zijn: Roberto Matta, Nancy Spero, Henry Moore, Mark Rothko, Robert Motherwell, Roy Lichtenstein, Francis Bacon, Yves Klein, Asger Jorn, Cy Twombly, Jean Dubuffet, Lucio Fontana, Christo, Nam June Paik, Wolf Vostell, Michelangelo Pistoletto, Richard Serra, Cindy Sherman...

8. De Bibliotheek

Het museum herbergt ook een bibliotheek met een vrije toegang die gespecialiseerd is in kunst, de verzameling bevat meer dan 100.000 boeken, 3.500 geluidsopnamen en ongeveer 1.000 vídeo's.

9. 2009: opnieuw ordenen


Na een plan dat opgemaakt werd door de nieuwe directeur, Manuel Borja-Villel presenteert het museum op 28 mei 2009 de herschikking van zijn collectie, het is de grootste herschikking in twintig jaar. De belangrijkste vernieuwingen waren de breuk met het verleden wat betreft het lineair ordenen van de collectie, het maken van themazalen en het tentoonstellen van een aantal nieuwe en opgeslagen werken zoals etsen van Goya. Goya wordt trouwens aanzien als een voorloper van een aantal moderne kunstuitingen.

10. Het gebouw

Het belangrijkste gebouw van het museum is het oude Algemeen Hospitaal (Hospital General) een groot neoklassiek gebouw uit de achttiende eeuw. Het werd gebouwd door Carlos III en het werd oorspronkelijk ontworpen door José de Hermosilla maar later afgewerkt door Francesco Sabatini. Het gebouw heeft toegang tot de calle Atocha en de voorgevel is momenteel een van de gevels van de binnenplaats. De gevel draagt bijna geen enkele versiering en dat geeft het gebouw een ernstig en naakt uiterlijk.

Gered van de sloop werd het uitgeroepen tot een beschermd gebouw en vanaf 1980 kwamen er verbouwingen en uitbreidingen. In 1988 werden delen van het nieuwe museum opengesteld voor het publiek om er voornamelijk tijdelijke tentoonstellingen in te richten. In dat zelfde jaar verscheen er een Koninklijk Besluit waarin het museum een Nationaal Museum werd. Het museum moest een overzicht geven van de Spaanse kunst uit de twintigste eeuw.
In december 2001 begon onder de leiding van de Franse architect Jean Nouvel de bouw van een grote uitbreiding. De uitbreiding werd ingehuldigd op 26 september 2005.

11. Website: Nationaal Museum Kunstcentrum Koningin Sofia, de site is beschikbaar in het Spaans en het Engels