Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Pre-romaanse kunst uit Asturië


  1. Algemeen
  2. Karakteristieken
  3. Geschiedenis
  4. Pre-Romaanse kunst als artistieke uiting van de monarchie
  5. Monumenten, de eerste periode (737 tot 791)
  6. Monumenten, de tweede periode (791 tot 842)
  7. Monumenten, de derde periode (842 tot 866)
  8. Monumenten, de vierde periode (866 tot 910)
  9. Monumenten, de vijfde periode (910 tot 925)
  10. Website

1. Algemeen

De Asturiaanse kunst of de pre-Romaanse bouwstijl vinden we op het Iberische schiereiland aan de Cantabrische Zee. Het gebied werd in de achtste eeuw niet door de Moren veroverd en het bleef een christelijk gebied. Men gebruikte deze bouwstijl tussen 711 en 910, het hoogtepunt van het Asturisch koninkrijk.

2. Karakteristieken

De karakteristieken die we in de Asturische architectuur terug vinden zijn:

  • de wens om de glorie van het Visigotisch koninkrijk van Toledo te herstellen waarvan men zich de erfgenaam voelde
  • de relatie met de regio, men noemde het soms de kunst van de Asturische monarchie 
  • het overwicht ligt in de architectuur boven de andere kunsten. Binnen de architectuur onderscheiden we de volgende kenmerken:
  1. de stenen en het metselwerk van de muren, het gebruiken van blokken in de hoeken en de verstevigingen. 
  2. de halfronde boog, verhoogd of niet en het tongewelf dat of versterkt werd met bogen of dat volledig ontbrak. 
  3. de verbindingen in de muur (een bogengalerij aan de binnenzijde en schoormuren of schoorpijlers aan de buitenzijde). 
  4. de versieringen in het interieur met fresco's die verschillende thema's hebben. 
  5. de versierde voetstukken en de verrijkte kapitelen die de aandacht op de pilaren vestigen. 
  6. in de religieuze gebouwen en op een overheersende manier is er het grondvlak met drie kerkschepen die gescheiden zijn door bogen op pilaren en het driedelig hoofd met rechthoekige apsissen.. 
  7. in het bovenste deel van de centrale apsis is er een schatkamer met een raam naar de buitenzijde maar er is geen verbinding naar binnenin de kerk. De functie heeft men nog niet kunnen vaststellen maar men denkt dat het doel van de kamer het behouden van de harmonie in het gebouw is. 
  8. een zijdelingse sacristie. 
  9. een portiek aan de voet van de kerk. 
  10. een systeem van steunberen zoals in San Miguel de Lillo.

3. Geschiedenis

In de vijfde eeuw kwamen de Goten, een christelijke stam van oost Germaanse oorsprong, na de val van het Romeinse keizerrijk aan op het Iberisch schiereiland. Zij veroverden het grootste deel van het grondgebied en zij probeerden om het Romeinse beheer op het schiereiland verder te zetten.

Toen de Visigotische koning Witiza in 710 stierf moest hij opgevolgd worden door zijn oudste zoon Agila maar de troon werd ingenomen door de hertog van Baetica, Roderic. De zoon zocht steun om zijn troon te heroveren en naast de lokale steun die hij vond vroeg hij ook steun aan het moslim koninkrijk in Noord-Afrika. Tarik, de kalief van Damascus was gouverneur in Tanger en hij kreeg de toelating om zijn leger in te schepen naar Spanje. Hij moest er het leger van koning Roderic verslaan.

Op 19 juli 711 volgde dan de slag bij Guadalete, hier vochten de troepen van Agila, gesteund door het moslim leger van Tarik tegen het leger van koning Roderic en zij versloegen er, door hun militaire superioriteit het Visigotisch leger. Tarik en zijn troepen namen dan de weg naar de Visigotische hoofdstad Toledo en zij namen de stad in zonder veel weerstand te ondervinden.

Volgens de overlevering vochten er in het verslagen Visigotische leger ook huurlingen uit Asturië mee die al vochten in het Romeinse leger. De Romeinen kozen hen voor hun moed en hun vechtlust. Deze krijgers, samen net de rest van het verslagen leger zochten een schuilplaats in de bergen van Asturië waar zij probeerden een aantal van hun heilige relieken uit Toledo te beschermen. Het belangrijkste reliek was de Heilige Ark dat een aantal andere relieken uit Jeruzalem bevatte.

Het koninkrijk van Asturië ontstond zeven jaar later in 718 toen de Asturische stammen tijdens een bijeenkomst Pelayo als hun leider kozen. De afkomst van Pelayo is tot op heden onduidelijk gebleven maar wat vast staat is dat hij de stammen vervoegde en hen allen, samen met de gevluchte Visigoten, onder zijn leiding bracht. Zijn bedoeling was om het Iberisch schiereiland terug onder gotische invloed te brengen en dat moest gebeuren volgens het politieke model van Toledo.


Het koninkrijk van Asturië verdween met koning Alfonso III die in december 910 stierf. In nauwelijks twee honderd jaar hebben de twaalf koningen van de door Pelayo gestichte dynastie grondgebied heroverd op de moslims en kregen zij León, Galicië en Castilië terug in handen.

Daardoor moest, omwille van strategische redenen, het hof meer zuidelijker verplaatst worden en het hof ging dan naar León.

De herovering van het Iberisch schiereiland ging verder om uiteindelijk te eindigen met de inname van Granada in 1492, bijna acht honderd jaar na het begin van de Moorse inval.

De vlag van Asturië met de naam “La Victoria” is een gouden kruis op een blauwe achtergrond waarop de Latijnse woorden “Hoc signo, tvetvr pivs, Hoc signo vincitvr inimicvs” (Met dit teken is de vroomheid beschermd. Met dit teken zal je de vijand verslaan) staan. Deze vlag was het symbool dat de christenen verenigde in hun strijd tegen de Moren.

4. Pre-Romaanse kunst als artistieke uiting van de monarchie

Asturische pre-romaanse kunst is uniek in gans Spanje omdat het een combinatie is van verschillende stijlen zoals de Visigotische, de Mozarabische en de lokale bouwstijl. Het is ontwikkeld met zijn eigen karakteristieken en de stijl heeft een zekere finesse bereikt, niet alleen in zijn bouwkunst maar ook in de gebruikte versieringen en in hun edelsmeedkunst.

Dit laatste aspect kan men zien in stukken zoals in het Kruis der Engelen, het Kruis van de Overwinning, de reliekhouder in de kathedraal van Astorga en het Kruis van Santiago.

Als hof architectuur volgen de pre-romaanse monumenten de verschillende plaatsen van de hoofdstad van het koninkrijk. Vanaf de oorspronkelijke plaats in Cangas de Onís (Oost Asturië), langs Pravia (in het westen van de kust ) tot op zijn definitieve plaats in Oviedo in het midden van de regio.

Deze kunst en bouwstijl heeft een evolutie doorgemaakt en die evolutie is nauw verbonden met de toenmalige politieke situatie en uiteindelijk onderscheiden we vijf periodes.
De eerste periode gaat van 737 tot 791 en ze omvat de regeerperiode van de koningen Fáfila, Alfonso I, Fruela I, Aurelio, Silo, Mauregato en Vermudo I. 

Een tweede periode gaat van 791 tot 842 en ze omvat de regeerperiode van Alfonso II.

Een derde periode omvat de periode van 842 tot 866 en ze omvat de regeerperiode van koning Ramiro I en Ordoño I..

De vierde periode gaat van 866 tot 910 met koning Alfonso III en als laatste krijgen we dan de periode van het einde van deze bouwstijl omdat het hof overgebracht werd naar León.

5. Monumenten, de eerste periode (737 tot 791)

Uit deze periode, toen het koninkrijk in opkomst was, stammen twee kerken. De kerk van Santa Cruz uit 737 werd gebouwd waar oorspronkelijk het hof van de koning stond, in Cangas de Onís.

Van deze kerk hebben we enkel schriftelijke referenties omdat zij vernield werd in 1936. De kerk die hier vandaag staat dateert uit 1950 en zoals de originele kerk is zij gebouwd op een grafheuvel.

De legende wil dat de naam “Santa Cruz” (Heilig Kruis) komt van het eiken kruis dat koning Pelayo droeg tijdens de slag van Covadonga. Dit was de eerste overwinning op de Moren en later, tijdens de regeerperiode van Alfonso III, werd dit kruis bedekt met goud en edelstenen. Het kreeg de naam “La Victoria” en het werd het embleem op de Asturische vlag.

Volgens kronieken was de kerk van Santa Cruz gebouwd in metselwerk en had zij een kerkschip met een tongewelf: Er was een kapel aan een zijde.

De tweede kerk uit deze periode is de Kerk van San Juan Apóstol y Evangelista in Santianes de Pravia, Deze kerk is het resultaat van het overbrengen van het hof van Cangas de Onís naar Pravia, een oude Romeinse nederzetting (Flavium Navia). 


De kerk werd gebouwd tussen 774 en 783 en heeft al de eerste kenmerken van de pre-romaanse bouwstijl: zij is oostwaarts gericht, het vloerplan is van een basiliek met een centrale beuk en twee gangpaden, het is gescheiden door drie halfronde bogen, het transept is gericht naar de centrale beuk en met dezelfde lengte als de drie bogen. Het heeft ook een enkele halfronde apsis, een externe ingang en een houten plafond over het kerkschip.

Diverse decoratieve elementen hebben plantaardige en geometrische ontwerpen en zij kunnen bezocht worden in de sacristie die nu een museum is.

6. Monumenten, de tweede periode (791 tot 842)

Alfonso II “de Kuise” was een beslissende koning in de Asturische monarchie. Vanuit een militair oogpunt gezien vestigde hij definitief het koninkrijk tegen de Moren. In de slag van Lutos behaalde hij een grote overwinning. Later verhuisde hij het hof naar zijn definitieve plaats in Oviedo. Op politiek vlak zette hij een betrouwbare, stabiele samenwerking op met keizer Karel de Grote.

Als beschermheer van de kunst liet Alfonso II het grootste aantal gebouwen bouwen in de pre-romaanse bouwstijl. Met de koninklijke architect Tioda bouwde hij een aantal kerken zoals de kerk van San Tirso, de kerk van San Julián de los Prados, de kerk van Santa María de Bendones en de Kerk van San Pedro de Nora.

Deze kerken werden gebouwd in aanvulling van het paleis complex in Oviedo dat nu verdwenen is en dat de kerken bevatte van San Salvador, Santa María en het aangrenzende paleis en kapel. Dit is nu de Heilige Kamer van de kathedraal in Oviedo, het is de enige overgeblevene uit die periode.

Het bevat relikwieën zoals de Heilige Ark met juwelen zoals het Kruis der Engelen dat de koning zelf schonk aan de Kerk van San Salvador.

Buiten Asturië liet koning Alfonso II na het ontdekken van het graf van de apostel Jacobus in een plaats met de naam Campus Stellae (Compostela) in 892 een kerk bouwen ter ere van de heilige.

Toen de Kerk van San Julián de los Prados, of Santullano gebouwd werd, vermoedelijk tussen 812 en 842, maakte dit deel uit van een grotere groep van koninklijke gebouwen die toen gebouwd werden. Het grondplan van de kerk was dat van een basiliek, een centraal kerkschip en twee gangpaden, en er was een scheiding met drie halfronde bogen op vierkante kolommen. Er is nog een transept tussen de gangpaden en het heiligdom.

Tenslotte was er een recht heiligdom dat verdeeld was in drie kapellen en boven de belangrijkste kapel, die enkel toegankelijk is langs de buitenzijde, was er een kamer waarvan de functie nog altijd onduidelijk is. Het dak bestaat uit een interessant eiken plafond met insnijdingen van geometrische figuren.

Aan de buitenzijde is er een vestibule, gericht naar het oosten, en twee sacristie's die gericht zijn naar noorden en het zuiden en die in verbinding staan met de transept. Deze kerk is de grootste van de kerken in pre-romaanse bouwstijl.

Vanuit decoratief oogpunt zijn de muurschilderingen op de muren en de plafonds van deze kerk bij de best bewaarde van de middeleeuwse muurschilderingen in gans Spanje.

De techniek die men heeft gebruikt is de “fresco” schildering, dat is de schildering aanbrengen als het plaaster nog nat is en het gebeurt in drie vooraf afgebakende gedeelten.
De ontwerpen tonen een duidelijke invloed uit de Romeinse periode door de creatie van een duidelijk sfeerbeeld. Het aantal decoratieve elementen is groot, imitatie van marmer, rechthoeken, banden, cirkels, imitatie koraalvorming, kolommen, medaillons met planten motieven, gordijnen.

Er is het totaal ontbreken van religieuze scenes met als enige uitzondering, het Kruis van Anastasis (alpha en omega) als een symbool van de koninklijke macht. Dit ontbreken van afbeeldingen staat bekend als aniconisme maat in kerken die later gebouwd werden kwamen er wel afbeeldingen voor.

Aniconisme is het ontbreken van afbeeldingen van God en andere levende wezens. Zowel het Jodendom, de islam en het christendom hebben hierin een traditie.

De Kerk van San Tirso ligt naast de kathedraal van Oviedo en enkel het einde van de muur van de apsis van het oorspronkelijke gebouw is bewaard gebleven, de rest is vernield door een brand in de zestiende eeuw. Het deel dat bewaard bleef toont de constructie in steen en in het midden is er het karakteristieke raam met drie punten dat in gebruik was in de Asturische pre-romaanse bouwstijl, hierbij horen dan nog de halfronde stenen bogen in baksteen.
De middelste opening is groter dan de opening aan beide zijden en zij is ondersteund door vrijstaande pilaren.

De Heilige Kamer is gebouwd als de paleis kapel van Alfonso II en de kerk van San Salvador zijn beide vernield in de veertiende eeuw om de huidige gotische kathedraal te bouwen. De Heilige Kamer, grenzend aan de pre-romaanse Toren van San Miguel moest ook onderdak bieden aan de relieken die hierheen waren gebracht na de val van Toledo en het Visigotisch koninkrijk.
Het bestaat uit twee overlappende gangen met een tongewelf, de crypte op de benedenverdieping had een hoogte van 2,30 meter en zij is gewijd aan Santa Leocadia,. De crypte bevat tal van graven van martelaren.

De bovenverdieping is gewijd aan San Miguel en zij werd uitgebreid in de twaalfde eeuw, het centrale gedeelte werd verlengd met 6 meter, een reconstructie die ook in de huidige decoratie voorzien is is een meesterwerk van Spaanse Romaanse bouwstijl. Vanuit architecturaal oogpunt is de bouw van de Heilige Kamer een oplossing voor een van de grootste problemen in de Asturische pre-romaanse bouwstijl, het overwelven van twee overlappende ruimtes dat later zou gebruikt worden in de gebouwen van koning Ramiro I.

Zoals hier eerder geschreven is, is de Heilige Kamer van koninklijke kapel van functie veranderd naar de schatkamer van de juwelen en relieken van de kathedraal van San Salvador in Oviedo, een functie die bewaard bleef gedurende 1.200 jaar. En aantal van deze juwelen zijn geschonken door de koningen Alfonso II en Alfonso III en zij vertegenwoordigen buitengewone juwelen uit de Asturische pre-romaanse periode.

Het eerste van deze juwelen is het Kruis van de Engelen dat gemaakt is in 808 in Gauzón, op de linkeroever van de riviermond van de Avilés. Dat gebeurde volgens de instructies van koning Alfonso II van Asturië die de edelstenen uit zijn persoonlijk bezit schonk om dit juweel te maken.


De naam van het kruis, het Kruis van de Engelen, is afkomstig van de legende dat het kruis gemaakt is door engelen en door hen aan de koning geschonken werd. Deze engelen verschenen aan de koning in de vorm van pelgrims. Het Grieks Kruis (met gelijke armen) heeft een kern van kersenhout en in het midden is er een ronde plaat die dienst doet als verbinding voor de vier armen.

De verbinding is bedekt met een plaat van gedraaide draden en banden met geometrische motieven. Er zijn hier 48 edelstenen gebruikt zoals agaten, saffieren, amethisten, robijnen en opalen van een uitzonderlijke schoonheid.

De plaat is bedekt met een fijne laag goud die met zilveren nagels zijn vast gezet. Versieringen aan deze zijde tonen een grote ovalen agaat camee en een grote steen aan het einde van elke arm.

Exact een eeuw later, in 908, om honderd jaar Asturische overwinningen en veroveringen te vieren schonk Alfonso III het belangrijkste pre-romaanse gouden juweel aan de kathedraal in Oviedo, het was het Overwinningskruis of het Kruis van Santa Cruz. Dat is een Latijns kruis (met oneven armen) van 92 cm bij 72 cm.


De kern is gemaakt van twee stuken eikenhout met ronde einden die eindigen in drie degens en in het midden is er een ronde plaat. Het hele kruis is bedekt met bladgoud en het is rijkelijk versierd met kleurrijk email, parels, edelstenen en gouden draden.

De achterzijde toont een inscriptie in gesoldeerde gouden letters waarop de begunstigers van de Kerk van San Salvador staan en dat zijn koning Alfonso III en koningin Jimena. Verder is de plaats en het jaar op het kruis vermeld.

Het laatste van de pre-romaanse juwelen in de Heilige Kamer van de kathedraal in Oviedo is het Agaten Kistje. Dit werd in 910 aan de kerk geschonken door Fruela II van Asturië (zoon van Alfonso II) en zijn echtgenote Nunilo toen Fruela nog prins was. 


Dit buitengewoon gouden artefact is gemaakt in mozarabische stijl, het is rechthoekig en het is gemaakt van cipressenhout. Het heeft een semi-piramidevormig deksel. Het kistje is bedekt met bladgoud en het heeft 99 kleine boogvormige openingen die omlijst zijn met geweven gouddraad waarin agaten geplaatst zijn. Het meest waardevolle gedeelte van dit schrijn is het bovenste gedeelte van het deksel dat denkelijk hergebruikt is van een ander, kleiner reliek van Karolingische herkomst. Dat gedeelte is vermoedelijk honderd jaar ouder dan de rest van het reliek. Deze plaquette is versierd met panelen van email die om beurt omringd zijn door 655 granaatstenen.

Als we nu verder gaan met de architecturale bouwwerken uit de tweede periode van de pre-romaanse bouwstijl dan komen we bij de laatste twee kerken, de kerk van Santa Maria de Bendones en de kerk van San Pedro de Nora.

De eerste vinden we op vijf kilometer in zuidoostelijke richting van de hoofdstad in de buurt van de Nalón vallei en het was een schenking van koning Alfonso III en zijn echtgenote Jimena aan de San Salvador kathedraal op 20 januari 905. Deze is kerk is vergelijkbaar met de kerk van Santullano, hoewel het grondplan niet die typische basiliek stijl heeft van de pre-romaanse kerken.

Hier hebben we drie ruimtes aan de westelijke zijde, de middelste is de ingang-vestibule en de twee andere zijn mogelijk ruimtes voor kerkgemeenschap. Deze ingang gaat naar een enkel kerkschip met een houten plafond en waarop een dak ligt dat dezelfde lengte heeft als de toegangsruimtes.

Het schip grenst aan twee rechthoekige zijkanten die ook een houten plafond hebben waarvan het gebruik ervan lijkt verbonden te zijn met de vroegere rites in deze periode. Dit schip verbind het heiligdom door drie halfronde stenen bogen en elk van hen leid naar de overeenstemmende kapel waarvan alleen de middelste bedekt is met een stenen tongewelf. De andere twee hebben enkel een houten plafond.

Boven de voornaamste kapel is er de typische kamer die enkel langs de buitenzijde door een raam in de vorm van een klaverblad bereikbaar is. Dat heeft verder de typische pre-romaanse vorm, een centrale boog die groter is dan die aan de zijkant en die rusten op twee vrijstaande kapitelen met touw omlijsting, de bovenste rechthoek is omlijst met een gewone omlijsting.
Onafhankelijk van de kerk maar dicht bij de zuidelijke gevel staat de klokkentoren op een rechthoekig grondplan.

De kerk van San Pedro de Nora ligt aan de rivier Nora op ongeveer twaalf kilometer van Oviedo. Deze kerk heeft dezelfde constructie als de kerk van Santullano: in de oostelijke richting is er een hal die gescheiden is van het hoofdgebouw. De kerk heeft het grondplan van een basiliek, het middenschip ligt hoger dan de zijbeuken, er is een houten dak en de verlichting gebeurt via ramen met een rasterwerk.

Dit heiligdom is verdeeld in drie apsissen met tongewelven. Als onderscheidend element zien we hier dat de drie apsissen met elkaar verbonden zijn door de verdelende muren met halfronde boogvormige deuren. Zoals alle kerken uit deze periode is er een kamer boven de apsis die enkel toegankelijk is langs de buitenzijde door een klaver vormig raam.

De klokkentoren, los van de kerk zoals in de kerk van Santa Maria de Bendones hoort niet bij de originele constructie en hij is afkomstig uit de zeventiger jaren. Hij werd gebouwd op initiatief van de grote restaurateur van de Asturische pre-romaanse kunst, Luis Menéndez Pidal.

7. Monumenten, de derde periode (842 tot 866)

De derde periode overlapt de heerschappij van Ramiro I en Ordoño I. De eerste, zoon van Vermudo I, volgde Alfonso II op toen hij overleed zonder nakomelingen. Hij nam de heerschappij over van een snel groeiend koninkrijk. Hij werd door de geschiedschrijvers van de “Virga justitiae” omschreven als de “wapenstok van de rechtvaardigheid”. Dat kwam doordat hij tot tweemaal toe had af te rekenen met een interne rebellie door edelen omdat hij te enthousiast jacht maakte op beoefenaars van tovenarij en de zwarte kunsten, praktijken die veelvuldig voorkwamen in het Asturië van die tijd.

Hij vocht succesvol tegen de Noormannen en hij versloeg hen bij Gijón en La Coruña.

Paradoxaal genoeg had hij een periode van vrede met zijn traditionele vijanden, de Moren.

Vanuit artistiek oogpunt liet deze periode hem toe om de pre-romaanse architectuur te hernieuwen. Dit gaf aanleiding tot de ontwikkeling van de zogenaamde Ramiro stijl.

Ramiro I werd opgevolgd door zijn zoon Ordoño I die een vanuit militair perspectief oogpunt gezien een zeer hecht koninkrijk erfde. Dat liet hem toe om een aantal van zijn onderdanen te gebruiken voor de herbevolking van een aantal verlaten steden aan de andere zijde van de bergen zoals Tui, Astorga en León.

Hij vocht met wisselend succes tegen de Moren, in de Slag van Clavijo in 859 versloeg hij ze zeer gemakkelijk maar zes jaar later, bij Hoz de la Morcuera werd zijn leger, onder aanvoering van een van zijn generaals, door de Moren verslagen. Dit maakte een einde aan de herbevolking van de streken die zo kenmerkend was voor het eerste deel van zijn regeerperiode.

Het eerste van de bouwwerken uit deze periode is het Paleis van Santa María del Naranco en deze kerk is een belangrijke vernieuwing van de pre-romaanse bouwstijl. Men bracht nieuwe bouwmethodes in die voordien niet mogelijk waren maar alle vernieuwingen hadden voldoende respect voor de vroegere gebruiken.

Het paleis werd gebouwd als een recreatief paleis en het lag aan de zuidelijke zijde van Monte Naranco met zicht op de stad. Oorspronkelijk maakte het deel uit van een reeks van koninklijke gebouwen in de buitenwijken van de stad. Zijn karakter als burgerlijk gebouw werd veranderd in de twaalfde eeuw toen men het paleis ombouwde tot een kerk.


De innovaties die in het paleis gebruikt werden verbaasden de kroniekschrijvers die er herhaaldelijk melding van maakten. Een voorbeeld is de “Crónica Silense” die geschreven werd in 1015 ongeveer 300 jaar na de bouw en waarin men over Ramiro I schreef als volgt "(...)hij bouwde veel gebouwen, drie kilometer buiten Oviedo, uit zandsteen en marmer in een gewelfd werk. (...) Hij maakte ook (...), een paleis zonder hout van een buitengewone constructie en met gewelven boven en onder.,...".

Wat de geschiedschrijvers zo veel eeuwen later het meest verbaasde was de grootte en de vorm van het gebouw, zijn rijke gevarieerde versieringen en de introductie van de tongewelven door het gebruik van de dwarse bogen. Dit liet toe om geen gebruik meer te moeten maken van houten plafonds. Deze oplossing, die ontwikkeld was in de Heilige Kamer kwam tot zijn volle rijpheid in het paleis van Santa Maria del Naranco.

Het paleis dat op een rechthoekig grondplan staat had twee verdiepingen, het beneden gedeelte of de crypte was eerder laag en er was een centrale kamer met twee andere kamers aan beide zijden.

Men had toegang tot de bovenverdieping via een dubbele trap aan de buitenzijde die tegen de gevel leunde en men kwam in een identiek ontwerp als in de beneden verdieping. Er was een hal met zes halfronde bogen naast de muren die ondersteund zijn door pilaren die in de muur gebouwd zijn, er is tevens een balkon aan beide zijden. Die zijn toegankelijk door middel van drie bogen, gelijk aan die tegen de muur, die op pilaren rusten met een helicoïdaal touw kader dat typisch is voor de pre-romaanse bouwstijl. Het tongewelf is gemaakt van tufsteen en het wordt omhoog gehouden door zes dwarse bogen die op consoles rusten.

Santa Maria del Naranco vertegenwoordigde vanuit een decoratief oogpunt een stap voorwaarts door de verrijking van de gewone normen en standaarden met elementen uit de schilderkunst, de edelsmeedkunst en de textiel kunsten.

De rijke versiering is geconcentreerd in de hal en op de balkons van de bovenverdieping. Hier past een speciale vermelding voor de kubusvormige prismatische kapitelen met een Byzantijnse invloed. Zij hebben reliëfs die omlijst zijn met koordvormen (uit de lokale traditie) in trapezium en driehoekige vormen.

Binnen zijn er reliëfs in de vorm van mensen en dieren. Dit soort motief is herhaald op de schijven van de centrale medaillons die boven de blinde bogen staan. De 32 medaillons die rondom het gebouw verspreid staan zijn gelijk van vorm en grootte, ze variëren enkel door de gebruikte figuren (vogels, druiventrossen, fantastische dieren) en dat roept een herinnering op aan de Visigotische periode.

De medaillons hebben boven hen decoratieve banden die wederom omlijst zijn met een omkadering in de vorm van een touw. Binnenin zien we vier symmetrische sculpturen, de bovenste twee dragen een lading op hun hoofd en de lagere twee verbeelden twee soldaten met een zwaard. Deze figuren hebben schijnbaar een symbolische sociale betekenis, de krijgers verdedigen de mannen van gebed of als een alternatief symbool, de koninklijke en de geestelijke orde die elkaar aanvullen.

Santa María del Naranco bezit ook andere mooie en belangrijke versieringen. Voor de eerste maal heeft men hier een Grieks kruis gebruikt als embleem voor de Asturische monarchie en om het gebouw te vrijwaren van alle kwaad. Dat was iets wat al lang de gewoonte was in de gewone architectuur in dorpen en steden.

Sommige beeldhouwwerken zoals de kapitelen met een Korinthische inspiratie op de balkons met hun drievoudige gebogen ramen of de altaarsteen op het oostelijke balkon (dat origineel uit de nabijgelegen kerk van San Miguel de Liño/Lillo kwam) maken van dit paleis het meest karakteristieke gebouw in de pre-romaanse bouwstijl.

De kerk van San Miguel de Lillo werd in 848 ingewijd door koning Ramiro I en zijn echtgenote Paterna. Oorspronkelijk was deze kerk gewijd aan Maria maar deze aanbidding werd in de twaalfde eeuw overgebracht naar het nabijgelegen paleis en daardoor werd deze kerk opgedragen aan San Miguel.

Origineel had de kerk het grondplan van een basiliek, met zijn drie gangpaden en het tongewelf.

Denkelijk is een deel van de originele structuur verdwenen door het verval dat in de twaalfde en de dertiende eeuw intrad. Vandaag de dag is het westelijk deel van de kerk uit die periode bewaard gebleven samen met enkele elementen in de rest van de kerk zoals de wanden in de hal en het prachtig roosterwerk in het raam aan de zuidelijke zijde dat gemaakt is uit een stuk steen.

De laatste van de kerken uit die periode is de kerk van Santa Cristina van Lena, die op ongeveer 25 km van Oviedo ligt aan een oude Romeinse weg die een verbinding was tussen het gebied op het plateau en Asturië.

Deze kerk heeft een verschillend grondplan dan dat traditioneel gebruikt is in de pre-romaanse basiliek stijl. Het is een simpele rechthoekige ruimte met een tongewelf en met vier aangrenzende ruimtes die in het midden van elke gevel liggen.

De eerste van deze gebouwen is een typische Oostenrijkse pre-romaanse hal, met een koninklijk gedeelte in het bovenste deel en dat toegang had door middel van een trap.

In het oosten is er de ruimte met het altaar, met een enkele apsis en dat is een voorloper van de traditionele Asturische pre-romaanse bouwstijl met drie apsissen.

In het noorden en het zuiden zijn er respectievelijk twee andere ruimtes met halfronde bogen en met een tongewelf. Het gebruik van deze ruimtes hangt samen de Hispano-Visigotische liturgie uit de elfde eeuw.

Een van de meest bijzondere elementen in de kerk van Santa Cristina de Lena is het bestaan van een pastorij die boven het vloeroppervlak ligt in het laatste deel van de middenbeuk. Het is gescheiden van de ruimte voor de kerkgemeenschap door drie bogen op marmeren pilaren.

Deze scheiding die ook voorkomt in andere Asturische kerken komt niet meer voor in andere kerken met een gelijkaardige structuur. Beide roosterwerken boven de bogen en de muur rond de centrale boog zijn hergebruikt uit de Visigotische periode in de zevende eeuw.

Aan de buitenzijde van de kerk zien we een groot aantal steunberen, 32 in totaal, die in een aantal gevallen een meer esthetische functie lijken te hebben. In de buurt van deze kerk ligt het Asturisch pre-romaanse informatie centrum in het oude Norte de la Cobertoria treinstation.

8. Monumenten, de vierde periode (866 tot 910)

Deze periode omvat de regeerperiode van Alfonso III, die op de troon kwam toen hij 18 jaar was na de dood van zijn vader Ordoño I. Deze periode markeerde het hoogtepunt van het koninkrijk Asturië.

Uitbreiding van het koninkrijk ten nadele van de Moorse heersers bracht hem in Oporto en Coimbra, in het hedendaagse Portugal.

Hij bracht de grenzen van het koninkrijk tot aan de oevers van de Douro en hij herbevolkte Zamora, Simancas, Toro en het ganse gebied dat bekend staat als Campos Góticos.
Het idee dat het Asturisch koninkrijk de voortzetting van het Visigotisch koninkrijk uit Toledo was werd volledig aangenomen en dat volgde uit de verplichting om alle gebied dat bezet was door de moslims te heroveren.

Dit idee kon mem terug vinden in historische kronieken zoals de “Crónica Albeldense” die in 881 geschreven werd in Oviedo. Hij vertelt de geschiedenis van het Gotisch koninkrik (Ordo Gentis gothorum), dat gevolgd werd door de Asturische monarchie (Ordo Gothorum Obetensium fíegnum).

De uitbreiding van het grondgebied en de toenemende macht van het koninkrijk ontstoken ook de ambitie van de drie zonen (García I, Ordoño II and Fruela II) van Alfonso III. Deze drie zonen, aangemoedigd door een aantal edelen ontnamen de koning zijn macht en brachten de koning naar Boiges, het huidige Valdediós.

Niettegenstaande zij zijn macht hadden ontnomen lieten zij hem toe om nog eenmaal tegen de moslims ten strijde te trekken en dat gebeurde in Zamora. Eens te meer overwon hij de moslims in een veldslag. Toen hij van de veldslag terugkeerde overleed de koning in december 910.

Uitgerekend hij, de koning die voor de grootste uitbreiding van het koninkrijk sinds Pelayo had gezorgd en die in de kronieken beschreven werd als “Groot Koning en Keizer” (Magnus Imperatore ImpemtorNoster) kon niet voorkomen dat het koninkrijk in drie stukken uiteen viel.

Deze stukken werden het latere Asturië, Galicië en Castilië-León.

De kerk van San Salvador de Valdediós en de kerk van Santo Adriano de Tuñón zijn de enige twee kerken die door deze koning gebouwd werden. Dat gebeurde in aanvulling van de bouw van de Foncalada fontein (fonte incalata) in het centrum van Oviedo. Deze fontein ligt buiten de stadsmuren van Oviedo en en het is het enige overblijvende burgerlijke bouwwerk uit deze periode.

De kerk van San Salvador de Valdediós staat in de vallei van de Boides (Villaviciosa) en dat is de plaats naar waar Alfonso III werd overgebracht toen hij van de macht beroofd werd door zijn drie zonen. 


In die periode was er hier een oud klooster van de Benedictijner orde, een klooster dat in de dertiende eeuw werd overgenomen door de Cisterciënzer orde. De kerk staat ook bekend als de “Bisschopskerk” en zij is ingewijd op 16 september 893. Er waren zeven bisschoppen bij aanwezig en de kerk staat op het traditionele basiliek vloeroppervlak met een drievoudig heiligdom die gescheiden zijn van de centrale middenbeuk door vier halfronde bogen.

Aan de westelijke zijde zijn er drie ruimtes, de middelste werd gebruikt als hal en de andere twee waren in gebruik als ruimte voor pelgrims. Het gewelf op de middenbeuk, evenals de gewelven over het apsis zijn een tongewelf van baksteen en het is versierd met fresco's in geometrische figuren.

De koninklijke ruimte ligt boven de hal en zij is van de ruimte voor de kerkgemeenschap (spatium fidelium) in de middenbeuk en van de plaats bestemd voor liturgie gescheiden door een ijzeren traliewerk dat nu verdwenen is.

Bijzondere elementen in deze kerk zijn de overdekte galerij aan de westelijke gevel, het koninklijk portiek, de 50 cm grote vierkante pilaren aan de bogen in de middenbeuk, het venster met drie bogen in de centrale apsis en de kamer boven de apsis die enkel kan betreden worden langs de buitenzijde en die maar twee openingen heeft in plaats van de gewone drie.

De kerk van Santo Adriano de Tuñón ligt op de oever van de Trubia naast een oude Romeinse weg.

Zij werd ingewijd op 24 januari 891 en zij heeft het klassieke basiliek vloeroppervlak alhoewel de kerk in de zeventiende of de achttiende vergroot werd met een kerkschip aan de westelijke zijde en met een klokgevel. De fresco's in de kerk zijn de enige Mozarabische overblijfselen in Asturië van dit soort schilderwerk. 

Uiteindelijk is er de Foncalada fontein, de enige burgerlijke constructie uit de middeleeuwen. Zij werd gebouwd buiten de stadsmuren van Oviedo. Zij is gemaakt met stenen blokken en een kruisdak, een tongewelf en rechthoekig grondplan. Het snijpunt van het dak is bekroond met een driehoekig fronton dat gebeeldhouwd is met het Overwinningskruis dat kenmerkend is voor Alfonso III. Hier staat ook de inscriptie die typisch is voor het koninkrijk van Asturië: “Hoc signo tvetvr pivs, hoc signo vincitvr inimicvs”.

9. Monumenten, de vijfde periode (910 tot 925)

Toen Alfonso III overleed en het koninkrijk van Asturië verdeeld werd onder zijn drie zonen kwam ook de periode van de Asturische pre-romaanse bouwstijl ten einde. Er werden in deze periode nog twee kerken gebouwd.

De eerste is de kerk van San Salvador de Priesca die op een paar km van Valdediós gebouwd werd.


Zij werd ingewijd op 24 september 921 en zij had de architecturale en decoratieve stijl van Santullano. In de zeventiende en de achttiende eeuw onderging de kerk verschillende verbouwingen en veranderde men vooral de ruimtes naast de hal door ze te verbinden met de gangpaden aan beide zijden.

De kerk van Santiago de Gobiendes ligt bij Colunga, naast de zee en het Sueve gebergte. Het is de laatste pre-romaanse kerken die gebouwd werd en zoals de voorgaande volgde men ook hier het Santullano bouwmodel.


In de zeventiende en de achttiende eeuw waren er ook hier grote verbouwingen aan de inkomhal, de gevel en de grote en de bijkapellen. Zij werd verder gerestaureerd in 1946 en 1983.

De pre-romaanse stijl buiten Asturië
Buiten Asturië zijn er nog andere kerken uit deze periode en de meeste daarvan staan in León en zij hebben dezelfde stijl die in gebruik was in Asturië. De meeste van deze kerken zijn mozarabisch van stijl maar eenvoudiger en er is een duidelijke byzantijnse invloed aanwezig.
in León, de basiliek van San Juan en dat is een voorganger voor de huidige basiliek van San Isidoro.
in Navarra, de crypte van San Salvador de Leyre (negende eeuw) met enkele ruwe kapitelen, die op een afstand een imitatie waren van de corintische stijl mar zij hadden de vorm van een omgekeerde piramide.
in Aragón, de crypte of de kerk van San Juan de la Peña uit de negende eeuw en al de kerken in Serrablo dat op de linkeroever van de Gállego ligt: Beide voorbeelden zijn beïnvloed door de mozarabische kunst.
in Catalonië, de eerste reconstructies van de Visigotische kerken in Tarrasa en de fundering van veel andere kerken en die later werden heropgebouwd in de romaanse stijl.
in Zamora, de romaanse kerken van San Claudio de Olivares en van Santiago de los Caballeros.


Ook bouwde men in deze regio een aantal kerken in byzantijnse stijl, die overbleven uit de tiende eeuw, alhoewel er latere restauraties zijn aangebracht. Andere kerken dateren uit het einde van de tiende eeuw zijn in romaanse stijl of beter gezegd in mozarabische stijl.

10. Website: Toeristische Dienst van Asturië, de site is beschikbaar in het Spaans, Engels en Frans.