Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Het Paleis van de Catalaanse muziek en het Hospitaal de la Santa Creu i Sant Pau

UwCitytrip.be

  1. Het Paleis van de Catalaanse muziek
  2. Het Hospitaal van Santa Creu en Sant Pau
  3. Website

I. Het Paleis van de Catalaanse muziek

A. Algemeen

Het Paleis van de Catalaanse Muziek is een muziek auditorium in de Sant Pere més Alt straat in de wijk de la Ribera van Barcelona.

Het was een project van de architect Lluís Domènech i Montaner, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de moderne Catalaanse bouwstijl.

Het bouwwerk werd opgetrokken vanaf 1905 tot in 1908 en er werden geavanceerde technieken gebruikt zoals het gebruik van grote glazen wanden en de integratie van dit alles met de kunstwerken, de beeldhouwwerken, de mozaïeken, de gebrandschilderde ramen en het smeedwerk.

Het gebouw was de centrale zetel van het "Orfeón Catalán", een vereniging ter bevordering van de Catalaanse volksmuziek die gesticht werd in 1891 door Lluís Millet en Amadeo Vives.

Het project werd financieel ondersteund door Catalaanse industriëlen en financiers, zestig jaar eerder was op deze wijze al het Gran Teatro del Liceo opgericht en dat was dé plaats voor opera en ballet in Barcelona.

In 1977 werd het paleis opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de UNESCO.

B. Geschiedenis

Alles begon met een opdracht van het Orfeón Catalán aan de architect Lluís Domènech Montaner om een gebouw te zetten waar zij de zetel van de vereniging zouden in onder brengen. Dit project en zijn begroting werden goedgekeurd op de vergadering van 31 mei 1904.

Voor het einde van het jaar realiseerde men de aankoop van het klooster van het convent van San Francisco. Deze plaats had een oppervlakte van 1350,75 vierkante meter en de vereniging betaalde hiervoor 240.322,60 pesetas.

Het volgende jaar, meer bepaald op 23 april 1905 legde men de eerste steen en voor de financiering gaf men 6.000 obligaties van honderd pesetas uit.

Drie jaar later, op 9 februari 1908 vierde men dan de inhuldiging van het gebouw. Het auditorium was voorzien voor concerten van orkestrale en instrumentale muziek maar ook  koormuziek en zang recitals kwamen er aan bod.

Maar het Palau heeft ook plaats voor andere culturele en politieke activiteiten, voor de opvoering van theaterstukken, voor de opvoering van kamermuziek en andere muzikale activiteiten.

Vandaag de dag voldoet het Palau nog aan al deze functies en er gebeuren nog steeds klassieke maar ook populaire concerten.

De akoestiek van het auditorium is niet te verbeteren. De beste vertolkers en dirigenten van de vorige eeuw, van Richard Strauss tot Daniel Barenboim, werden hier door middel van Ígor Stravinski en Arthur Rubinstein, Pau Casals en Frederic Mompou vertolkt.  Het Palau is een referentie in de internationale artistieke wereld.

Het Palau de la Música Catalana werd opgenomen op de lijst van de Nationale Monumenten in 1971.

Ter gelegenheid van dit gebeuren werden er restauratie werken uitgevoerd onder leiding van de architecten Joan Bassegoda en Jordi Vilardaga.

Maar het is aan het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw dat het Orfeó Català beslist om een grote restauratie uit te voeren en daartoe gaat men in 1983 over tot de stichting van een juridische constructie, het Consorcio del Palacio de la Música Catalana. Deze vereniging staat in voor het onderhoud van de eigendom van Orfeón en deze constructie krijgt als deelnemers het gemeentebestuur van Barcelona, de deelregering van Catalonië en het Ministerie van Cultuur.

Als architect voor de restauratie kiest men voor Óscar Tusquets. De werken duren zeven jaar en het ganse project van Tusquets gaat in uitvoering. Hij krijgt daar een grote erkenning voor, hij ontvangt in 1989 de FAD, een prijs voor Architectuur, Verbouwing en Restauratie.

Lluís Domènech Girbau, architect en kleinzoon van de eerste architect, Domènech Montaner, zei over de verbouwing het volgende:

“De restauratie van de zalen en de toegangen, de bouw van een nieuw bijgebouw voor de diensten (….) hebben geleid tot een samenhangend en creatief werk, perfect aangepast aan de noden van vandaag in verband met veiligheid, comfort en akoestiek, maar steeds in de geest van de eerste architect Domènech i Montaner".

In 1990 richtte men de stichting “Fundación Orfeó Català-Palau de la Música Catalana” op om de viering van het honderdjarig bestaan te vieren en om private fondsen te werven voor activiteiten in het Palau.

C. Architectuur

De architectuur van Domènech is van een grote kwaliteit en originaliteit en wat opvalt is de stalen structuur die toelaat om een open etage te maken die afgesloten is door glas en aan de andere kant is er de integratie van de architectuur met de toegepaste kunsten.

Twee beslissingen tonen de typologie en de technologische vernieuwing van het project aan, de eerste oplossing is die men gegeven heeft aan de lichtinval in de concertzaal en de tweede oplossing is die men gegeven heeft aan de ligging van het auditorium op de eerste verdieping en de toegang naar het auditorium.

Aan de buitenzijde heeft men een mengeling van beeldhouwwerken die verwijzen naar de muziek wereld door de architectonische elementen die eerder moderne en barokke elementen bevatten.

Binnenin gebruikte de architect diverse bouwmaterialen op een magistrale wijze, de keramische bouwmaterialen: de "trencadís" (die zeer typisch zijn in het Catalaans modernisme) en glas.

De zaal en de scene vormen een harmonieus geheel en het ene is ingewerkt in het andere. De scene is in zijn achterste gedeelte gedomineerd door de orgelpijpen en die vormen dan weer een decoratief element in het Palau.

Rond de scene staat er spectaculaire beeldhouwkunst, rechts staat een buste van Ludwig van Beethoven op Dorische zuilen die de optocht van de Walkuren uitbeelden. Dit geeft de adoratie aan voor Richard Wagner door het Catalaanse publiek.

Aan de linkerzijde staat het borstbeeld van Josep Anselm Clavé als symbool voor de Catalaanse muziek.

Tussen 1982 en 1989 voerde men een grote restauratie en vergroting van het gebouw uit onder de leiding van de architecten Óscar Tusquets en Carles Díaz.  De restauratie werd ingewijd in het tweede deel van 2000 en het gaf aan het Palau een bijkomend gebouw van 6 verdiepingen waar de kleedkamers, het archief, de bibliotheek en de vergaderruimte kwamen.

Dit nieuwe gebouw was mogelijk doordat de kerk van San Francisco de Paula gesloopt werd. Deze kerk had tijdens de Spaanse burgeroorlog te lijden onder een brand. Tijdens de tweede fase ging men verder met aanpassingen aan de binnenzijde van het gebouw en zo kwam er een auditiezaal en een restaurant bij.

D. De eerste voorgevel

Die vinden we in de calle Sant Pere més Alt, en het was tot in 1989 de enige toegang tot het Palau. De ingang is op de hoek met de calle Amadeu Vives, en we zien er de beeldengroep “La cançó popular catalana” (La canción popular catalana).  Deze beeldengroep is een werk van Miquel Blay. In de beeldengroep zien we Sint George en onderaan staat een vrouwelijk figuur in het centrum als boegbeeld. Het is omringd door een groep personages die een zeeman, landbouwers, een bejaarde, kinderen en de bovenlaag van de maatschappij voorstellen. Deze uitleg staat op een inscriptie aan de voet van het beeld dat betaald werd door de markies van Castellbell (Joaquim de Càrcer i de Amat). De inhuldiging vond plaats op 8 september 1909.


De complexiteit van de voorgevel op de hoek van twee smalle straatjes maken het moeilijk om een totaal zicht te krijgen op de gevel.

Andere elementen aan deze gevel zijn de bogen en de grote zuilen uit rode steen en keramiek. Op de eerste verdieping is er een balkon dat doorloopt over de gevel met veertien kolommen in paren en ze zijn bedekt met mozaïeken met verschillende motieven. Op de tweede verdieping staan de borstbeelden van muzikanten op zuilen en dat is een werk van Eusebi Arnau, van links naar rechts zien we Palestrina, Bach en Beethoven. Kijken we rond de hoek dan zien we het borstbeeld van Wagner.

In twee van deze kolommen op straatniveau zien we de originele kastjes waar men zijn inkom ticket kon kopen.

In het bovenste gedeelte van deze gevel zien we een groot fronton in mozaïek van de hand van Lluís Bru dat symbool staat voor de senyera (vlag) van Orfeó van Antoni Maria Gallissà en in het midden staat een beeld van een koningin die een feest voorzit/  Ziij draagt een spinnewiel en dat is een allusie op de “La Balanguera”, een gedicht van Joan Alcover i Maspons en op muziek gezet door de componist Amadeu Vives. In 1996 werd dit lied het officiële volkslied van Mallorca

E. De huidige voorgevel

In deze gevel is sinds 1989 de gewone ingang. Via een nieuwe esplanade heeft men toegang vanaf de straat en vanaf hier draagt het de naam Palau de la Música.

De gevel is ontworpen door Domènech i Montaner en hij verbaast door zijn ligging in het gebouw doordat het een volledig blinde muur is omdat hij tegenover de kerk van san Francisco de Paula stond.

Om het licht in het gebouw toe te laten door de grote vensters in deze gevel heeft de architect een patio gemaakt met een breedte van 3 meter die de grens met de kerk aangaf en ondanks men hem niet zag toch uit rijkelijke materialen gemaakt was.

De gebruikte materialen waren het rode bakstenen muren, balustrades van gesmeed ijzerwerk, gebeeldhouwde kroonlijsten met gekleurde glasramen zoals in de rest van het gebouw.

Volgens sommige gegevens van Pere Artis was de oorspronkelijke begroting voor de werken geraamd op 450.000 pesetas en toen de kosten praktisch verdubbeld waren zorgde dat voor wrijvingen tussen de architect en de klant.

In het linker gedeelte van de gevel vinden we het dienstgebouw dat in het laatste gedeelte van de twintigste eeuw gebouwd werd door de architecten Óscar Tusquets, Lluís Clotet en Carles Díaz. Deze aanpassing bestaat uit een toren waarvan de basis gebeeldhouwd is in de vorm van een palmboom en hier is ook de ingang van de artiesten.

Aan de rechterzijde vinden we enkele trappen waar een sculptuur staat die opgedragen is aan Lluis Millet. Het beeld is gemaakt door Jassans in 1991. Het staat aan de ingang van het restaurant Mirador en het is gemaakt als een glazen doos.

F. Binnen in het Palau

De foyer
Voor de oude ingang van de calle Sant Pere més Alt, is het eerste dat men ziet een grote trap naar de eerste verdieping die verlicht is met grote lantaarns. De stenen leuning is rijkelijk bewerkt en met zijn stijlen in glas, zijn lambriseringen van geglazuurde keramiek met reliëfs van bloemen zoals de rest van de plafonds is het een prachtige trap. 


Lluis Millet zaal
Deze zaal ligt op de eerste verdieping, tegenover de concertzaal en het is wat men noemt een wacht of rustkamer. Er is een imposante modernistische lamp en er zijn glazen deuren.  Vanaf deze zaal kan men naar het balkon gaan met zijn met mozaïeken versierde zuilen die naar de calle sant Pere més Alt gaan. Alle zuilen zijn verschillend van kleur en versiering en men gebruikt deze zaal vooral voor persconferenties en voor sociale evenementen.

Concertzaal
Als men de concertzaal vanaf de eerste verdieping binnen komt heeft men een effect van een donkere toegang met een theatraal effect maar dan komt er een explosie van licht en kleur als men in de grote zaal is.

De ramen aan beide zijden lopen van de vloer tot het dak en er zijn op de eerste en tweede verdieping zitplaatsen en versierde zuilen met kleurrijke mozaïeken zoals het dak met rode en witte rozen uit geglazuurd aardewerk.

Op het snijpunt van de bovenste bogen zijn er mozaïeken in halfronde vorm en zij beelden staarten van pauwen uit in al hun pracht en praal. In het midden van het dak is er een groot dakvenster voor het natuurlijk licht en er is tevens een grote luster die gemaakt is door Antoni Rigalt i Blanch. Deze luster is als een grote zon met een omgekeerde sfeer, met gouden kristallen en in het midden en die omringd zijn door andere met zachtere blauwe en witte die die vrouwelijke bustes uitbeelden. 

Deze zaal heeft een capaciteit van 2.049 personen verdeeld over:

* Parterre: 688
* Balkon: 321
* Tweede verdieping: 910
* Galerij aan het orgel: 82
* Gereserveerd: 48


Het podium
Op het podium, met een breedte van elf meter zien we een sculptuur van Diego Massana die verder afgewerkt werd door de jonge Pablo Gargallo. Deze sculptuur toont aan de rechterkant de buste van Beethoven onder de Optocht van de Walkuren, een duidelijke verwijzing naar Richard Wagner. Ter zijner ere werd er trouwens in 1901 de Wagner Vereniging Barcelona opgericht.

De vertegenwoordiger van de Catalaanse muziek staat aan de linkerzijde, het is een buste van Josep Anselm Clavé onder een grote boom en aan de voet van de boom is er een groep zangers.

In het achterste gedeelte van het podium zien we achttien modernistische muzes in mozaïek en door het reliëf vanaf de taille lijkt het dat ze al dansend uit de muren komen.

Het bovenste gedeelte van de sculptuur is gemaakt door Eusebi Arnau en vanaf de mozaïek op de rokken is het een werk van Mario Maragliano en Lluís Bru.

Allen zijn ze drager van verschillende muziekinstrumenten en op hen is het orgel geïnstalleerd.

Orgel
De aankoop van het orgel gebeurde in het Duitse huis Walcker uit Ludwigsburg en ze gebeurde in 1908. Het eerste concert dat op dit orgel gebeurde was door Alfred Sittard organist van de kathedraal van Dresden en het was tevens de eerste maal dat men in Barcelona een orgel kon horen bespelen dat niet in een kerk was In 2003 is het orgel volledig gerestaureerd en dat kon enkel gebeuren door de inspanningen van private ondernemingen.

Petit Palau
Dit is een project van de architect Óscar Tusquets en de ingang van het nieuwe gebouw ligt in de calle Sant Pere més Alt. Het gebouw heeft een diepte van 11 meter en het werd ingehuldigd in 2004.

Het Petit Palau heeft een capaciteit van 538 personen en er is zoals in het "Grand" Palau een perfecte akoestiek aanwezig in het gebouw. Daardoor is het zeer geschikt voor de uitvoering van kamermuziek maar men gebruikt deze ruimte ook voor andere culturele activiteiten temeer omdat dit hier uitgerust is met tal van technologische vernieuwingen.

In 2007 was het Petit Palau een van de vijf projecten die de Europese prijs Uli Awards For Excellence gekregen hebben voor zijn grote architectorale waarde.

II. Hospitaal de la Santa Creu en Sant Pau

Het Hospitaal van Santa Creu en Sant Pau (Hospital de la Santa Creu i Sant Pau - Hospital de la Santa Cruz y San Pablo) is nu gevestigd in een gebouwencomplex in Barcelona die gebouwd zijn door de architect Lluís Domènech i Montaner en dat is een van de voornaamste vertegenwoordigers van de modernistische Catalaanse stijl.

Met zijn hoofdgebouw en zijn groot aantal paviljoenen is het Hospital de Sant Pau samen met het Institut Pere Mata de Reus, dat ook van de hand van dezelfde architect is, een van de grootste voorbeelden van de modernistische Catalaanse architectuur.

A. Geschiedenis

Het hospitaal werd gesticht in 1401 na de fusie van zes andere hospitalen die er tot op dat moment in Barcelona bestonden. Dit was ook na de pest in 1348 die de bevolking decimeerde en de stad in een economische crisis stortte.

De naam van het nieuwe hospitaal werd het Hospitaal van het Heilig Kruis (Hospital de la Santa Creu) (Hospital de la Santa Cruz). Het beheer bestond uit twee kanunniken van de kathedraal van Barcelona en uit twee leden uit de Raad van Honderd (bestuursorgaan van de stad).

Het beheer was in de handen van een Prior en dat moest altijd een geestelijke zijn. Tot in 1904 was dit hier een van de drie voornaamste hospitalen in het vorstendom Catalonië samen met het hospitaal van Zaragoza en van Valencia.

Het gebouw ligt in de wijk Raval in Barcelona en het is nu de zetel van de Bibliotheek van Catalonië. Door de stedelijke groei tijdens de achttiende eeuw werd het gebouw helemaal ingesloten door de stad.

Vanaf 1714 ontstonden er spanningen tussen de religieuze en burgerlijke tak van het bestuur en uiteindelijk kwam het burgerlijk hospitaal onder de controle van de religieuzen.

De veranderingen in de medische vorming tijdens de negentiende eeuw zette er veel dokters toe aan om bijtende kritiek te spuien op het functioneren van het hospitaal en zijn ondergeschiktheid aan de religieuze belangen.

Daarom werden er vanaf 1847 gemeentelijke inspecties gehouden en in talrijke geschriften in de pers rezen er vragen over het welzijnsbeleid van de instelling. De dokters streden voor de verplaatsing van de medische faculteit en het universitaire hospitaal.

Vanaf het begin van de negentiende eeuw kwam er veelvuldig geklaag over de ouderdom van het gebouw en over de onmogelijkheid om de instelling te kunnen uitbreiden.  Een uitbreiding die rekening hield met de uitbreiding van de stad en de daarbij horende grotere vraag naar medische zorg.

Tevens rezen er tal van vragen over het bestuur van het hospitaal en de belangrijkste vraag was ongetwijfeld of er geen ziekenhuis moest komen dat niet onder religieuze invloed was.

De toepassing van de Wet op het Liefdadigheidswerk van 1849 en het Reglement van 1852 op de verkoop van de kerkelijke bezittingen hadden een grote invloed op een groot deel van het patrimonium in zowel landelijk als in stedelijk gebied. De wetten van Madoz brachten de autonomie van het hospitaal in vraag om ze uiteindelijk onder de publieke invloed te brengen.

Vanaf 1978 kwam het hospitaal onder de bevoegdheid van de administratie van de Catalaanse deelregering en is het opgenomen in het regionale netwerk van hospitalen.

De bouw van een nieuw gebouw aan het begin van de twintigste eeuw werd gefinancierd door de donatie van de bankier Pau Gil en het hospitaal moest onder de controle komen van het gemeentebestuur van Barcelona of van een gelijkaardige instelling.

De bouw begon in 1902 en na 18 jaar werden de werken tijdelijk stopgezet. Tijdens deze 18 jaren lagen de werken voornamelijk stil door gebrek aan fondsen en door conflicten met de administratie.

De uiteindelijke afloop van de werken was in 1930. Ter ere aan de milde schenker werd zijn naam Pau (Pedro) opgenomen in de naam van het hospitaal en de officiële naam van het hospitaal is dan ook “Hospital de la Santa Creu i Sant Pau” maar vandaag spreekt men meer van “Hospital de Sant Pau”.

B. Structuur

Alle gebouwen samen werden opgetrokken op een oppervlakte van 9 huizenblokken in de wijk Ensanche en dat is een vierkant van 300 op 300 meter.

Het hospitaal bestaat uit een hoofdgebouw voor de administratie en uit 27 paviljoenen waar men de medische diensten en de apotheek kan vinden. Alle gebouwen zijn met elkaar verbonden door ondergrondse tunnels wat gemakkelijk is om patiënten te verplaatsen. De technische installaties zijn in open lucht wat gemakkelijk is voor hun onderhoud.

Van alle gebouwen is het belangrijkste dat van de administratie, men komt hier aan door een groot breed bordes.

Aan beide zijden zien we de zalen voor de bibliotheek en het secretariaat. In een aparte ruimte zien we de kerk die zeer indrukwekkend is. Zonder twijfel hebben de paviljoenen ook een groot belang, temeer omdat elk paviljoen verschillend is van de andere.

De architect Domènech had meerdere artiesten die met hem samenwerkten aan het project. De voornaamste hiervan waren Pablo Gargallo en Eusebi Arnau, die de talrijke beeldhouwwerken voor hun rekening namen, Francesc Labarta die de schilderijen en de mozaïeken deed en Josep Perpinyà die het smeedwerk voor zijn rekening nam.

Na verloop van tijd kwam men tot de overtuiging de er een grote noodzaak was om het hospitaal te vergroten door het grotere aanbod van het aantal patiënten, door de medische technologie en door de uitbreiding van het onderwijs omdat het hospitaal een universitair hospitaal is.

Tijdens de tweede helft van de vorige eeuw voegde men een aantal nieuwe gebouwen toe aan het hospitaal en het belangrijkste hiervan is het Urologisch Instituut (Fundació Puigvert), een privaat hospitaal dat enkel voorbehouden is voor de urologie.

Het hospitaal is ontworpen om alle diensten onafhankelijk van de stad te laten werken, er zijn hier straten, tuinen, gebouwen, watervoorziening, een kerk en er is zelfs een klooster.

De hoofdingang is georiënteerd op 45 graden van de Sagrada Familia. Men denkt dat Domènech i Montaner wou genieten van de zeewind om het ziekenhuis te verluchten en om zo de ziektes buiten te houden. Wat ook een mogelijk is, is dat Montaner de ingang op deze wijze oriënteerde om de rechtlijnige structuur van de wijk niet te breken.

Het hoofdgebouw is gebouwd met metselwerk zoals de meeste gebouwen van het hospitaal. Domènech i Montaner heeft meerdere architectonische stijlen door elkaar gebruikt en het resultaat is indrukwekkend.

In dit hoofdgebouw zien we elementen uit de gotiek, de neo-gotiek, de mozarabische elementen en zien we ook germaanse stijlen zoals in de horloge toren. 

Er zijn twee cijfers die het begin en het einde van de werken aangeven, de Griekse letter alfa staat voor 1905, het begin van het werk en de Griekse letter omega staat voor de einddatum 1910.

In de voorgevel staan 4 standbeelden die van de hand zijn van de jonge Pablo Gargallo die voor de drie theologische deugden staan, geloof, hoop en liefde. Het vierde beeld, het werk, staat volgens Domènech i Montaner voor de man die moest bewijzen dat hij over de drie andere deugden beschikt.

Binnen in het gebouw zien we een structuur van bogen en kolommen die voor de kruidentuin staat. Dit soort tuin was vroeger in elk hospitaal aanwezig om er hun eigen medicijnen te maken. Voor dit hospitaal dacht men ook aan een dergelijke tuin maar hij is nooit aangelegd.

Wat ook nog typisch is voor het hospitaal is dat men er aan gedacht heeft om de mannelijke en vrouwelijke patiënten te scheiden. Aan de rechterzijde zien we de paviljoenen voor de mannelijke patiënten en de paviljoenen hebben namen van mannelijke heiligen en aan de linkerzijde hebben we de paviljoenen voor de vrouwen met namen van vrouwelijke heiligen of van maagden.

Een andere curiositeit is de aandacht die de architect gegeven heeft aan de harmonie en de symmetrie van het geheel. Het dichtst bij de hoofdingang zijn de paviljoenen kleiner en zij worden groter naargelang men verder in het hospitaal gaat.

Het hospitaal heeft ook een landingsplaats voor helikopters voor het vervoer van patiënten naar het hospitaal en die plaats ligt op de hoek van de calle Cartagena met de calle Mas Casanovas.

C. Het nieuwe hospitaal

In 2003 begonnen de werken voor een nieuw groot gebouw en dat werd gebouwd in het uiterste noordelijke deel van de huidige locatie. De bedoeling is dat er een geleidelijke overplaatsing gebeurt van alle diensten van uit het oude naar het nieuwe gebouw.
Op 3 juli is het nieuwe gebouw ingehuldigd met een groot volksfeest maar het zal tot in 2010 duren eer alle diensten overgebracht zijn.

3. Website: