Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!
Het Nationaal Museum Thyssen-Bornemisza


  1. Algemeen
  2. Het Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid
  3. Geschiedenis van de Collectie Thyssen-Bornemisza
  4. De collectie in het museum
  5. De Collectie
  6. Website

1. Algemeen


Het Nationaal Museum Thyssen-Bornemisza is een kunstverzameling van oude en moderne meesters in Madrid. Het bestaan van het museum is te danken aan de huur in 1988 en de latere aankoop in 1993 door de Spaanse overheid van het meest waardevolle deel van de privé collectie die de familie Thyssen-Bornemisza in zeven decennia verzameld had.



Deze verzameling vulde een gat op in de aanwezigheid van een aantal buitenlandse meesters in de Spaanse musea. Zo vinden we hier werken uit de gotiek zoals Duccio di Buoninsegna en Jan van Eyck tot aan de pop art en de jaren 80 met David Hockney en Lucian Freud. De collectie in dit museum is dus een aanvulling op de twee andere grote Spaanse nationale musea, het Prado en dat van Reina Sofía.

Het museum werd ingehuldigd in 1992 en het bevindt zich in de zogenaamde Driehoek van de Kunsten. Het is tevens een van de belangrijkste Spaanse musea met zijn 1,25 miljoen bezoekers in 2012.

Het museum wordt beheerd door een stichting die onder openbare controle staat en het bevindt zich in een historisch gebouw, het Paleis van Villahermosa waar zich ook 700 werken bevinden. De collectie werd uitgebreid met 300 werken die uitgeleend werden door Carmen Thyssen.

2. Het Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid

Het museum bevindt zich in het Paleis van Villahermosa, op de hoek van de Paseo del Prado en de Carrera de San Jerónimo. Het gebouw werd in de achttiende eeuw vergroot en verbouwd in een neoklassieke stijl door Antonio López Aguado, voor rekening van María Manuela Pignatelli y Gonzaga, echtgenote van de hertog van Villahermosa. Tientallen jaren later was dit een van de meest prestigieuze herenhuizen van de stad. In 1823 verbleef de hertog van Angoulême hier na de militaire inval ten voordele van Fernando VII. Het huis stond later bekend voor zijn festivals en zijn artistieke avonden.

Het paleis behield zijn weelderig interieur waaronder een balzaal en een private kapel tot aan het begin van de twintigste eeuw. Dit alles ging in 1973 verloren toen het gebouw de hoofdzetel werd van de Bank,López Quesada. Hun architect, Fernando Moreno Barberá voerde een enorme verbouwing door en de grote zalen werden hervormd tot kantoren. Na het faillissement van de bank kwam het gebouw in 1983 in het bezit in de Spaanse staat. Het gebouw werd toen gebruikt als tentoonstellingsruimte voor de tijdelijke tentoonstellingen van het Museum, het Prado.

Echter, als onderdeel van het akkoord tussen de Spaanse staat en de familie Thyssen, werd het gebouw terug een museum en de werken werden uitgevoerd onder de leiding van Rafael Moneo. De belangrijkste verbeteringen waren de herschikking van het interieur en van de kamers, de verbetering van de inval van natuurlijk licht door middel van dakramen die gestuurd werden door censoren en van de verandering aan de hoofdingang.

De keuze van de marmer voor de vloeren en het goudbruine stucwerk aan de muren was een werk van de barones Thyssen, Carmen Cervera een keuze die veel kritiek uitlokte omdat het niet voldeed aan de vereisten van een modern museum. Het museum ademt een atmosfeer uit die men ook in bepaalde particuliere musea in Noord-Amerika kan vinden.

Het museum werd op 8 oktober 1992 geopend en dat gebeurde in de aanwezigheid van de Spaanse koning en koningin. In 2004 werd het museum uitgebreid met de meest waardevolle kern van de collectie Carmen Thyssen-Bornemisza. Dat gebeurde door de toevoeging van twee aanliggende gebouwen die toebehoorden aan de familie Goyeneche. Beide gebouwen werd gerenoveerd door het kantoor BOPBAA (Josep Bohigas, Francesc Pla en Iñaki Baquero) en zij werden verbonden met het Palacio de Villahermosa.



3. Geschiedenis van de Collectie Thyssen-Bornemisza

De artistieke achtergrond begon in 1920 als private collectie van de eerste baron Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947). Eerder, in 1906, had zijn vader August Thyssen (1842-1926) al een aantal marmeren beeldhouwwerken van Auguste Rodin aangeschaft. Van deze beelden zijn er nu vier aanwezig in het museum.

In enkele jaren verkreeg Thyssen een aantal van zijn mooiste schilderijen en daar waren werken bij van Dürer, Jan van Eyck, Caravaggio en Vittore Carpaccio. Deze aankopen waren mogelijk door een grote activiteit op een levende kunstmarkt die onder andere veroorzaakt werd door de beurs crash van 1929 in de Verenigde Staten en door de moeilijke periode in Europa tussen de twee wereldoorlogen.

Veel Europese aristocraten en Amerikaanse magnaten moesten hun collecties verkopen en Thyssen kon uitzonderlijke werken aanschaffen aan redelijke prijzen. De familie Thyssen-Bornemisza woonde niet in het Duitsland van Hitler maar achtereenvolgens in Hongarije, Nederland en Zwitserland. Een andere tak van de familie collaboreerde wel actief met het Derde Rijk en soms ontstaat er wel wat verwarring tussen de beide families.

De collectie groeide zo snel zodat er in 1930 een tentoonstelling in München werd georganiseerd die de naam Collectie Schloß Rohoncz (een verwijzing naar het Hongaars kasteel) meekreeg. Deze tentoonstelling, met 400 werken) verraste de kunstcritici, niemand kon geloven dat slechts een persoon een dergelijke collectie zo snel bij elkaar kon krijgen. De baron werkte al lang met tussenpersonen zodat hijzelf anoniem bleef.

In 1932 verwierf de baron in Lugano (Zwitserland) een zeventiende-eeuws herenhuis: Villa Favorita en dat werd zijn woonplaats. Hier opende hij in 1936 zijn privé museum maar bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog sloot het terug zijn deuren. Zijn zoon heropende 10 jaar later het museum. Bij zijn dood in 1947 had de baron ongeveer 525 werken in zijn bezit en hij wou altijd een stichting maken om de collectie in onder te brengen. Zijn erfgenamen gaven er echter de voorkeur aan om de collectie te verdelen.

De tweede baron, Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza (1921-2002), was door zijn huwelijk met Carmen Cervera populair in Spanje en hij bleef verder kunst verzamelen. In tegenstelling met zijn vader verzamelde hij wel impressionisten. Zijn eerste objectief was om de collectie van zijn vader terug samen te brengen maar daar slaagde hij niet volledig in.

4. De collectie in het museum

In 1985 huwde Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza met de Spaanse Carmen Cervera met wie hij de liefde voor de kunst deelde. Zij kwamen samen op veilingen en tentoonstellingen en de invloed van zijn echtgenote was beslissend voor de toekomst van de collectie in Spanje. Toen de magnaat begon te denken aan de toekomst van de collectie kwam ook Spanje in beeld als een mogelijke optie.

De baron hield zijn collectie verspreid in een aantal woningen en toen hij er aan dacht om alle werken samen te brengen dacht hij in de eerste plaats aan Lugano. Hij stelde de architect James Stirling aan voor de uitbreiding van de woning maar toen hij er achter kwam dat de Zwitserse autoriteiten geen financiële hulp zouden geven zakte zijn enthousiasme. De kansen van Lugano daalden nog verder door de slechte toegangswegen naar het museum. De baron zette de plannen voor de uitbreiding stop en hij wilde de collectie over brengen naar een andere plaats.

In een volgende periode ging een deel van de collectie naar musea over de ganse wereld om ze er tijdelijk ten toon te stellen.

Het nieuws dat de baron de collectie niet permanent in Lugano zou tentoonstellen kwam in het nieuws en er kwamen tal van aanbiedingen om de collectie te herbergen. Zowel Bonn en Londen toonden belangstelling voor de collectie. Parijs kwam al met een duidelijk voorstel om de collectie onder te brengen in het Petit Palais en verder waren er geruchten over Japanse belangstelling.

De Getty Stichting uit Los Ángeles bood een recordbedrag voor de aankoop van de collectie die de Europese tak van de stichting zou worden als het J. Paul Getty Museum. Zelfs Disneyworld uit Orlando, Florida toonde interesse.

Volgens experten was de collectie van die aard dat zij kon wedijveren met de Britse Koninklijke Collectie. De waarde en de aantrekkelijkheid van de collectie waren onmiskenbaar: zes eeuwen Europese schilderkunst met oude meesters die zelden op de markt kwamrn met werken uit de vroeg Italiaanse en de Vlaamse school met meesters als Paolo Uccello , Van der Weyden en Memling tot aan de rococo en de romantiek met Fragonard , Chardin , Goya en Delacroix.

Maar niet alleen die werken waren aanwezig, de collectie had ook een bijna volledige collectie van de impressionisten met Manet, Monet, Degas, Renoir en Van Gogh. Verder was er de beste Moderne Kunst met Picasso, Dali, Kandinsky, Pollock en Rothko aanwezig.

De baron had echter een aantal voorwaarden in gedachte die niet alleen met geld te maken hadden, de Collectie Thyssen-Bornemisza moest samen blijven in één museum en de naam van de familie moest hier aan verbonden blijven. Zo vielen het Prado en het aanbod van het Museum J. Paul Getty al direct af. Daarenboven wou de baron niet aan het Californisch museum verkopen omdat zij op een aantal veilingen directie concurrenten waren geweest.

Uiteindelijk bood de Spaanse regering het Villahermosa Paleis aan, een gebouw met een grote historische waarde en buur van het Prado. Dat garandeerde een belangrijke toestroom van publiek en een grote internationale uitstraling.

Het Intentie Protocol werd in 1988 ondertekend tussen de baron Thyssen-Bornemisza en de Spaanse regering maar omdat het een atypisch protocol was kwam er een grote internationale aandacht. Er moest een huur van 5 miljoen dollar per jaar betaald worden en de duurtijd van het contract was negen jaar en een half. Volgens de Spaanse wet moeten belangrijke kunstwerken in het land blijven als zij hier 10 jaar verbleven hebben en de baron wou dit vermijden.

5. De Collectie

Het Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid toont meer dan 1.000 werken in chronologische volgorde vanaf de Italiaanse renaissance uit de dertiende eeuw tot aan de kunst van de jaren 80 uit de vorige eeuw.

A. Italiaanse renaissance uit de dertiende tot de zestiende eeuw

We beginnen de rondgang op de tweede verdieping en vandaar gaan we van de gotiek en de renaissance tot aan het Classicisme uit de zeventiende eeuw. In de eerste zalen vinden we Christus en de Samaritaan van Duccio, de Aanbidding van de Driekoningen van Luca di Tommè, twee werken van Bernardo Daddi (een Maagd met Kind en een kleine Kruisiging) en een Sint Pieter van Simone Martini.. Andere belangrijke werken uit deze periode bevinden zich in het MNAC in Barcelona waar er werken aanwezig zijn van Taddeo Gaddi, Lorenzo Monaco en Fra Angelico.

De periode “Quattrocento”, Italiaanse renaissance uit de vijftiende eeuw, is aanwezig met tal van meesters die afwezig zijn in het Prado zoals Domenico Ghirlandaio met een portret van Giovanna Tornabuoni, uit 1489-90. Er zijn meestal kleine schilderijen aanwezig van Benozzo Gozzoli, Piero della Francesca, Paolo Uccello, Cosimo Tura, Ercole de'Roberti, Bramantino, Antonello da Messina, Alvise Vivarini, Francesco Botticini, Vittore Carpaccio.

B. De Duitse renaissance

De Duitse renaissance is aanwezig met een veertigtal werken en de verzameling is daarmee groter dan de collectie in het Prado. Er zijn werken van Dürer met Christus tussen de schriftgeleerden, Lucas Cranach de Oude met de Nimf van de Bron, het beroemde portret van Enrique VIII van Hans Holbein de Jonge, de Begrafenis van Christus van Hans Burgkmair en ten slotte zijn er twee belangrijke voorbeelden van werken van Hans Baldung Grien (Adam en Eva en een zeldzaam portret van een vrouw). Hier bevinden zich ook een groot aantal portretten van schilders die geschilderd werden door andere schilders, de portretten zijn van Albrecht Altdorfer (het enige dat van hem bekend is), Hans Holbein de Oude, Christoph Amberger, Michael Wolgemut, Bernhard Strigel, enz.

C. De Lage Landen in de vijftiende en de zestiende eeuw: Van Eyck, Memling...

De Vlaamse primitieven maken geen deel uit van de collectie in het Prado en alleen hier in het museum vinden we een uniek werk in Spanje van Jan Van Eyck, Het Tweeluik van de Aankondiging. Er is hier nog een klein werk Maagd met Kind van Rogier van der Weyden, een Aanbidding van de Driekoningen van Robert Campin en een portret van Hans Memling. Uit de zestiende eeuw zijn er werken aanwezig van Juan de Flandes (met een portret van Catalina van Aragón), Jan Gossaert (Adam en Eva), Ambrosius Benson, Joachim Patinir, Joos van Cleve (zelfportret), Jan van Scorel, Jan Mostaert, Marinus van Reymerswaele, Martin van Heemskerck, Lucas van Leyden en Bernard van Orley.

D. Van Giulio Romano en Caravaggio tot Rubens

Een galerij met zicht op de Paseo van het Prado is gewijd aan portretten van Giulio Romano, Bronzino, Paris Bordone, Veronés, Correggio en François Clouet (De Brief). In andere zalen vinden we werken van Tiziano, Jacopo Bassano, vier werken van El Greco, Tintoretto, Orazio Gentileschi en Caravaggio. Verder vinden we hier nog werken van Spaanse barokschilders zoals José de Ribera, Murillo en Juan van der Hamen, zij rivaliseren met buitenlandse schilders zoals Guercino, Sebastiano Ricci, Mattia Preti, Carlo Maratta, Bernardo Strozzi, Giulio Carpioni, Francesco Maffei, Antoine Le Nain, Claudio de Lorena, Sébastien Bourdon en Jacques Linard.



De Vlaamse schilders uit de zeventiende eeuw zijn aanwezig met Rubens, Van Dyck, Cornelis de Vos, Jan Fyt,Jan Brueghel de Oude en David Teniers de Jonge.

E. Nederlandse barok met Rembrandt, Frans Hals...

In de laatste zalen op de tweede verdieping vinden we werken van Joachim Wtewael, Frans Hals en Rembrandt, Ferdinand Bol, Govert Flinck en Gerard Ter Borch.

Op de eerste verdieping vinden we werken van Frans Hals, Gerrit van Honthorst, Adriaen van Ostade, Jan Steen, Willem Kalf, Jacob Ruysdael, Pieter de Hooch, Meindert Hobbema, Pieter Jansz Saenredam en Nicolaes Maes.

F. Van rococo tot realisme

Op de eerste en de tweede verdieping vinden we werken uit de achttiende eeuw van Watteau, Boucher, Nicolas Lancret, Fragonard, Hubert Robert, Jean-Marc Nattier, Chardin, Pietro Longhi en Giambattista Tiepolo. In tegenstelling tot het Prado waar het genre volledig ontbreekt vinden we hier een aantal werken van het Venetiaans vedutisme, zeer gedetailleerde schilderijen, en dit genre is aanwezig met werken van Canaletto, Bernardo Bellotto, Francesco Guardi en Michele Marieschi.

Ook zijn hier werken van de Britse schilderkunst uit de achttiende eeuw aanwezig, een genre dat traditioneel niet aanwezig is in Spaanse musea en hier vinden we werken van Gainsborough, Thomas Lawrence en Johann Zoffany.

Drie portretten van Goya geven de overgang naar de romantiek aan en daarnaast zijn er werken van Delacroix en Géricault.

G. Impressionisme: Manet, Monet, Degas...

Het overzicht van de negentiende eeuw eindigt met het impressionisme en de voornaamste meesters zijn Manet, Renoir, Monet, Degas, Camille Pissarro, Pierre Bonnard en Berthe Morisot.

H. Post-impressionisme en het einde van de eeuw: Van Gogh, Cézanne, Munch...

Van Gogh is in de collectie aanwezig met vier werken terwijl Paul Gauguin enkel aanwezig is met een werk uit zijn vroege periode. Van Toulouse-Lautrec zijn er twee gouaches en een zeldzaam olieverf schilderij.

In het museum zijn er nog andere werken van artiesten rond de eeuwwisseling zoals Edouard Vuillard, Gustave Moreau, Ferdinand Hodler, Lovis Corinth, James Ensor, Kees van Dongen.

I. Amerikaanse schilderkunst uit de achttiende en de negentiende eeuw

Opvallend is de verzameling werken uit Noord-Amerika uit de achttiende en de negentiende eeuw, een periode waarover weinig bekend is in Europa. We vinden hier werk van Gilbert Stuart, John Singleton Copley, Winslow Homer, Maurice Prendergast en John Singer Sargent

J. Duitsland, het expressionisme

Hier vinden we werken van Ernst Ludwig Kirchner (met acht werken), Emil Nolde, Max Beckmann, Franz Marc, Ludwig Meidner, Karl Schmidt-Rottluff, Erich Heckel, Wassily Kandinsky, Lyonel Feininger en Egon Schiele.

K. Kubisme en Futurisme


Op de benedenverdieping zijn de muren in tegenstelling tot de rest van het museum wit geschilderd en deze verdieping is helemaal gewijd aan de twintigste eeuw, van het kubisme tot de popart en het is hyperrealisme.

Voorbeelden van het kubisme zijn Picasso (Man met Klarinet uit 1911-12), Georges Braque en Juan Gris. Van Picasso zijn er nog andere werken aanwezig omdat zijn werk zich niet beperkte tot het kubisme.

Andere kubisten zijn Robert Delaunay, Sonia Delaunay-Terk, Albert Gleizes, František Kupka, Auguste Herbin en Francis Picabia.

Het Italiaans futurisme is aanwezig met Gino Severini, Giacomo Balla, Fortunato Depero, Umberto Boccioni.

L. De Russische avant-garde

Het museum Thyssen-Bornemisza bezit meer dan twintig representatieve werken uit de diverse fases van de avant-garde en zo zijn er werken aanwezig van Yuri Annekov, Ylia Chashnik, Alexandra Exter, Natalia Goncharova, Mijail Larionov, El Lissitzky, Malevich, Liubov Popova en Olga Rozanova.

M. Chagall en Paul Klee

In het museum is er een grote aanwezigheid van werken van Marc Chagall en Paul Klee. Van Chagall zijn er vier werken in het museum en eenzelfde aantal is er van Paul Klee.

N. Surrealisme

Ook het surrealisme is met een belangrijke verzameling in het museum aanwezig. Het belang hiervan ligt niet in de hoeveelheid maar eerder in de belangrijkheid van de werken. De belangrijkste artiest is hier ongetwijfeld Salvador Dalí. Andere belangrijke surrealisten zijn hier Paul Delvaux, René Magritte en Joan Miró.

0. De Verenigde Staten, van het kubisme tot het hyperrealisme

Voor de schilderkunst uit de Verenigde Staten is het museum Thyssen een ambassade in Europa en dit museum is de enige plaats in Europa waar er een zo grote verzameling van deze kunst te vinden is, van de achttiende eeuw tot de jaren 60 van de vorige eeuw.

Met betrekking tot de twintigste eeuw, de collectie begint in de jaren 1910-20 met Stuart Davis, Charles Demuth, Arthur Dove, Marsden Hartley, John Marin, Charles Sheeler, Max Weber en met een van de belangrijkste artiesten van het land, Georgia O'Keeffe waarvan er vier werken te bezichtigen zijn. Werken uit het midden van de vorige eeuw zijn populairder met werken van Milton Avery, Ben Shahn, Andrew Wyeth en Edward Hopper.

Het overzicht van de laatste tientallen jaren gaat van de abstracte kunst tot aan de action painting van Jackson Pollock, van de pop art tot het begin van het hyper realisme van Richard Estes. Onder de pop art artiesten vinden we Richard Lindner, Tom Wesselmann, Roy Lichtenstein, Robert Rauschenberg en James Rosenquist. Andere artiesten zijn Josef Albers, Romare Bearden, Joseph Cornell, Arshile Gorky, Hans Hofmann, Willem de Kooning, Morris Louis, Mark Rothko, Frank Stella, Clyfford Still en Mark Tobey.

P. Europese kunst na de Tweede Wereldoorlog

Een portret van baron Thyssen is geschilderd door Lucian Freud in 1981-82 en het is het meest recente werk in de collectie van het museum.  Het is tevens een van de vier werken van Lucian Freud in het museum.

Onder de andere artiesten vinden we Michael Andrews, Karel Appel, Frank Auerbach, Francis Bacon, Balthus, Willi Baumeister, Lucio Fontana, Alberto Giacometti, Domenico Gnoli, Renato Guttuso, David Hockney, Ronald Kitaj, Roberto Matta, Henry Moore en Nicolas de Staël.

6: Website: Het Nationaal Museum Thyssen-Bornemisza, de site is beschikbaar in het Spaans en het Engels.