Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Nationaal Museum van Romeinse Kunst - Museo Nacional de Arte Romano

Het Nationaal Museum van Romeinse Kunst (MNAR) in Mérida werd op de huidige locatie ingehuldigd op 19 september 1986 en het is een werk van de architect Rafael Moneo. Het is een onderzoeks- en verspreidingscentrum van de Romeinse cultuur waar de archeologische vondsten uit de oude Romeinse stad Augusta Emerita bewaard worden. Er worden tevens congressen, colloquia, conferenties, cursussen en veel andere nationale en internationale activiteiten georganiseerd. 

  1. Geschiedenis
  2. Architectuur
  3. Parallelle Activiteiten
  4. Website

We vinden hier ook de Romeinse gebouwen die opgenomen zijn in het Werelderfgoed van de Unesco.

1. Geschiedenis

De oorsprong van het Nationaal Museum van Romeinse Kunst gaat terug tot in de zestiende eeuw wanneer don Fernando de Vera y Vargas, don Tello y Sierra Brava begint met de opbouw van een belangrijke collectie epigrafiën in zijn paleis. Een epigrafie is ide wetenschappelijke bestudering van inscripties die op steen, op andere harde materialen of metaal zijn aangebracht.

Zijn zoon, de graaf de la Roca heeft de collectie verder gezet en ze zelfs vergroot. Er werden toen stukken geplaatst op de voorgevel van het gebouw dat werd afgebroken op het einde van de negentiende eeuw. In de achttiende eeuw zijn we naar twee verzamelingen met archeologische stukken gegaan, een in de Citadel van Mérida, (Alcazaba de Mérida) en de andere in het Convent van Jezus van Nazareth (Convento de Jesús Nazareno), waarin de huidige Parador is gehuisvest. Vanaf dat moment, na een aantal opgravingen, groeiden de verzamelingen geweldig aan. 


In 1838, na de onteigening van de kerkelijke bezittingen (Desamortización) besloot de overheid om de kerk van Santa Clara (waar momenteel het Visigotische Museum gevestigd is) ter beschikking te stellen voor de opbouw van de archeologische stukken. De eerste inventarisatie die werd uitgevoerd in 1910 bracht aan het licht dat de verzameling toen uit 557 stukken bestond. 

In datzelfde jaar werd er onder leiding van de hoogleraar van de Universiteit van Madrid, José Ramón Mélida en van de lokale wetenschapper Maximiliano Macías opgravingen met een min of meer wetenschappelijke basis uitgevoerd. Deze gebeurden doorheen de ganse stad zoals het theater, het amfitheater, het circus, de begraafplaats.....Dankzij deze opgravingen van Mélida en Macías bezat de verzameling ongeveer 3.000 stukken.

Na de Spaanse Burgeroorlog werden de opgravingen in de stad hervat. De overheid was er zich van bewust dat de oude kerk van Santa Clara niet genoeg ruimte bood aan de nieuwe stukken en met de sterke steun van de toenmalige directeur van het museum, José Álvarez y Sáenz de Buruaga, begon men te denken aan de bouw van een nieuw gebouw. In 1975, om het twee duizendjarig jubileum van de stad te vieren, besloot men tot de oprichting van het Nationaal Museum van Romeinse Kunst en het was het eerste nationaal museum buiten Madrid.

Enkele jaren later, in 1979 kwam het project onder de leiding van de architect Rafael Moneo Vallés van de grond en men werkte aan de bouw van 1980 tot in 1986. Het gebouw werd ingehuldigd op 19 september 1986 door het Spaanse koningspaar en door de President van de Italiaanse Republiek Francesco Cossiga.

Momenteel herbergt het museum meer dan 36.000 stukken en naar aanleiding van zijn vijfentwintigste verjaardag in 2011 ontving het museum in die periode ongeveer vijf miljoen bezoekers.  Het museum is nog altijd de motor van het toerisme in Mérida.

2. Architectuur

Het gebouw kreeg zeer snel internationale herkenning, niet alleen omdat het een van de eerste werken van Rafael Moneo Vallés was maar het was ook een werk dat het begin van een vruchtbare periode markeerde van de Spaanse architectonische productie. Het trok de aandacht van architecten en critici uit de ganse wereld.

De belangrijkste doelstelling van de architect in dit project was dat het museum het karakter en het uiterlijk van een Romeins gebouw moest hebben. De hele architectuur is sterk met elkaar verbonden, van de materiaalkeuze, de inhoud van wat men tentoonstelt tot de cultuur waarnaar men verwijst.

Hoewel het op het eerste zicht een simpel ontwerp lijkt kan men in de “simpele” bouw een complexe architectonische bouw zien, rijk aan historische verwijzingen en met subtiele punten van aandacht.

Het complex bestaat uit twee ruimtes die met elkaar verbonden zijn door een brug. Deze brug biedt toegang tot de hoofdzaal die door middel van negen rondbogen opgedeeld is in segmenten. Het gebouw werd door de architect opgedragen aan de herinnering aan zijn vader die tijdens de bouw van het museum stierf. 

Vanuit het standpunt van een museum was er soms kritiek, aan de oorsprong hiervan lag de grootte van het project en in het bijzonder de enorme centrale hal die praktisch leeg is. Deze centrale ruimte wordt soms gebruikt om er tijdelijke tentoonstellingen in in te richten.

In 2012 kwam er een kleine vergroting van ongeveer 5 % van de beschikbare ruimte.

3. Parallelle Activiteiten

Het Nationaal Museum, onder de leiding van de archeoloog José M. Álvarez Martínez heeft een constante en verzorgde viermaandelijkse programmatie van allerhande activiteiten zoals het inrichten van conferenties, congressen, tentoonstellingen, kinderwerkplaatsen, excursies en de traditionele bezoeken met een gids.

Daarnaast zijn er een aantal publicaties met een eigen tijdschrift (Anas) en met een thematische reeks. Dit alles is geïntegreerd in het sociale weefsel van de stad. 

4. Website: Nationaal Museum van Romeinse Kunst, de site is beschikbaar in het Spaans, Engels en het Portugees.