Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Het Nationaal Museum Prado

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Collectie
  4. Secties
  5. Wetenschappelijk werk
  6. Enkele bijzonderheden
  7. De website

1. Algemeen

Het Nationaal Museum het Prado ligt in Madrid en het is een van de belangrijkste musea van de wereld en daarnaast is het een van de meest bezochte musea.

Het Prado is buitengewoon rijk aan schilderijen van Europese meesters uit de zestiende tot de negentiende eeuw. De aantrekkelijkheid van de collectie ligt in de grote aanwezigheid van schilderijen van Velázquez, El Greco, Goya, Tiziano, Rubens en Hiëronymus Bosch. Daarnaast zijn er werken aanwezig van Murillo, Ribera, Zurbarán, Rafael, Veronese, Tintoretto en Van Dyck om de belangrijkste te noemen.

Door het chronisch gebrek aan ruimte moet het museum een grote selectie maken in de werken die tentoongesteld worden. Momenteel zijn er 1.150 werken van de totale collectie van 8.600 te bekijken. Naast de schilderijen bezit het Prado 950 beeldhouwwerken, 6.400 tekeningen, 2.400 etsen, 800 andere kunstvoorwerpen, 900 munten en 800 medailles.

Net zoals de andere grote Europese musea zoals het Louvre in Parijs en het Uffizi in Florence liggen de koninklijke dynastieën uit de voorbije eeuwen aan de oorsprong van het museum.

Men kan nog altijd de persoonlijke smaak van de Spaanse koningen herkennen en de politieke allianties die zij in die tijd hadden gesloten. Daarom is de collectie niet altijd even goed uitgebalanceerd en is er een overvloed van werken van bepaalde kunstenaars en is er tekort aan andere kunstenaars.

Het Prado is geen encyclopedisch museum zoals het Louvre, de Hermitage, de National Gallery in Londen of het veel kleinere Museo Thyssen-Bornemisza die allen werken uit alle periodes en uit alle scholen bezitten. Integendeel, de collectie in het Prado is een mooie, verfijnde collectie die aangelegd werd door een aantal koningen die tevens kunstliefhebber waren, een aantal werken werden zelfs op bestelling gemaakt.

De kern van de koninklijke collectie werd later aangevuld met andere werken maar ze kwamen altijd uit dezelfde schilderstijl.  Zij heeft nieuwe generaties van schilders geïnspireerd vanaf Manet, Renoir en Toulouse-Lautrec die het museum in de negentiende eeuw bezochten tot Picasso, Matisse, Dalí, Francis Bacon en Antonio Saura die over de collectie heeft gezegd: “Dit museum is niet het grootste maar het is wel het meest intense”.

De schilderscholen uit Spanje, Vlaanderen en Italië zijn het best vertegenwoordigd in het museum gevolgd door de Franse school maar dan enkel met werk van Nicolas Poussin en Claude Lorrain. De Duitse school is ondervertegenwoordigd met vier werken van Dürer en een aantal portretten van Mengs. Ook de Nederlandse school is ondervertegenwoordigd maar zij bevat wel een Rembrandt.

Samen met het Museum Thyssen-Bornemisza en het Museum Reina Sofía vormt het Prado de Gouden Kunst Driehoek, een mekka voor kunstliefhebbers van over de ganse wereld.

2. Geschiedenis

Het gebouw waarin het museum zich bevindt werd gebouwd in opdracht van José Moñino y Redondo, graaf van Floridablanca en minister van koning Carlos III. Daartoe nam men de architect Juan de Villanueva onder de arm die ook verantwoordelijk was voor de Koninklijke Botanische Tuin en het Koninklijk Astronomisch Observatorium.

Het ontwerp voor het gebouw werd in 1786 door koning Carlos III goedgekeurd. De architect Villanueva stond op het hoogtepunt van zijn carrière en het gebouw moest een van de hoogtepunten worden van de Spaanse neoklassiek. Maar door de lange duur van de werken wijkt het resultaat wel wat af van het oorspronkelijke bouwontwerp.

De bouwperiode liep door tijdens het bewind van Carlos III en Carlos IV en eindigde in het begin van de negentiende eeuw. Met de komst van Franse troepen en de daarop volgende onafhankelijkheidsoorlog verviel het gebouw praktisch tot een ruïne doordat men van het gebouw eerst een kazerne maakte en daarna verwijderde men delen van het loden dak om er kogels van te maken.

Dankzij koning Fernando VII en dan vooral dankzij zijn echtgenote Isabel de Braganza begon men in 1818 met de herstelling van het gebouw op basis van nieuwe plannen van Villanueva. Na zijn dood nam zijn leerling Antonio López Aguado de werken over.

Koningin Isabel

Op 19 november 1819 werd het Koninklijk Museum van de Schilderijen (Museo Real de Pinturas), de eerste naam van het museum ingehuldigd. Dat gebeurde met de beste Spaanse stukken uit de koninklijke collectie die naar het museum overgebracht werden. In het begin waren er 311 schilderijen te zien in drie zalen alhoewel er meer beschikbaar waren. In de daaropvolgende jaren kwamen er meer zalen ter beschikking en werden er ook meer schilderijen tentoongesteld. Deze stukken kwamen van het Museum van de Drievuldigheid die door de Wet op de Onteigening van Kerkelijke Bezittingen van Mendizábal uit1836 ter beschikking kwamen. Dit museum ging op in het Prado in 1872.

Na de onttroning in 1868 van koningin Isabel II werd het museum een nationaal museum en kreeg het de naam van Nationaal Museum van Schilder en Beeldhouwkunst. Deze naam bleef tot in 1920 toen het museum bij Koninklijk Besluit van 14 mei 1920 het Nationaal Museum het Prado werd. In 1971 ging het Museum voor Moderne Kunst op in het Prado maar dat was zonder het deel van de collectie uit de twintigste eeuw. Dat deel werd de basis van het Nationaal Museum Koningin Sofia.

Tijdens de negentiende en een deel van de twintigste eeuw verkeerde het museum in een slechte staat omdat de Spaanse staat weinig hulp en middelen gaf. De veiligheidsmaatregelen en dan zeker de brandveiligheid waren onvoldoende. Een deel van het personeel woonde in het museum en er lag een grote houtvoorraad voor hun verwarming. Een artikel van Mariano de Cavia uit 1891 in de krant El Liberal luidde voor de eerste maal de alarmklok. De lokale bevolking kwam in massa naar het museum maar het valse nieuws bracht al wel met zich mee dat er een aantal verbeteringen aan de brandveiligheid werden aangebracht,

Een groot deel van de meesterwerken uit het Prado werden tijdens de Spaanse Burgeroorlog geëvacueerd. Zij begonnen aan een lange lijdensweg langs een aantal plaatsen om te eindigen in Genève. Op het einde van de burgeroorlog kwamen de schilderijen na een afwezigheid van drie jaar terug naar het museum.

Zelfs na een aantal uitbreidingen van het museum bleef men problemen hebben met plaatsgebrek en die werden groter in de jaren 60 van de vorige eeuw toen het toenemend toerisme voor meer en meer bezoekers zorgde.

Geleidelijk aan werd het museum aangepast aan de moderne tijden, er werd tijdens de jaren 80 een luchtfiltersysteem geïnstalleerd en dat viel samen met de restauratie van de schilderijen van Velázquez. Het dak dat van verschillende materialen gemaakt was en dat nu en dan lekken vertoonde werd tussen 1996 en 2001 hersteld.

Het Prado wordt bestuurd door een directeur, momenteel Miguel Zugaza en hij wordt geassisteerd door een raad. De begroting voor 2012 bedroeg 44 miljoen euro en daarvan wordt 63 % gegenereerd door het museum zelf. De inkomgelden, de 16 aanwezige winkels en privésponsors brengen deze 63 % bijelkaar, de overblijvende 37 % zijn ten laste van de staat.

3. De Collectie

De collectie schilderijen overtreft de 8.600 werken. Iets meer dan 3.000 werken zijn afkomstig uit de Koninklijke Collectie, ongeveer 2.000 werken zijn afkomstig uit het Museum van de Drievuldigheid en de rest, 3.500 schilderijen zijn afkomstig uit onder andere het Museum van Moderne Kunst.

3.1 De Koninklijke Collectie
De oorspronkelijke kern van de collectie komt van de Spaanse monarchie. De Spaanse koningen waren gedurende eeuwen kunstverzamelaars en zij brachten hun collectie onder in tal van residenties doorheen het Iberisch schiereiland.

  • Voorgeschiedenis: De collectie zoals wij ze nu kennen is begonnen door Felipe II. De koningen voordien verzamelden ook kunst maar het probleem hier is dat de kunstvoorwerpen hun eigendom waren en dat zij bij hun overlijden verdeeld werden onder de erfgenamen. Zo kwam van de collectie van Isabella de Katholieke slechts een klein deel terecht in de Koninklijke Kapel in Granada.
  • De Habsburgers: Carlos I liet vooral portretten en religieuze werken maken maar zonder de bedoeling om ze te verzamelen. Het was zijn zoon, Felipe II die de Koninklijke Verzameling begon te waarderen en hij bepaalde dat de collectie een en ondeelbaar was. Deze koning bracht een aantal werken uit de tijd van zijn vader terug onder in de collectie en hij verwierf de collectie van zijn tante María ban Hongarije. Felipe IV had gedurende veertig jaar de kunstenaar Velázquez in dienst. Carlos II die regeerde in een van de moeilijkste periodes uit de Spaanse geschiedenis slaagde er in om wat zijn voorgangers nooit is gelukt een van de meest gerenommeerde Europese kunstenaars in dienst te nemen, Luca Giordano. Carlos II verbood uitdrukkelijk om werken uit de collectie te verwijderen en hij slaagde er in om te verhinderen dat zijn echtgenote, Mariana van Neuburg, het schilderij “De Aanbidding van de Wijzen” van Rubens als geschenk aan haar familie in Duitsland gaf.
  • De Bourbons: Tijdens het bewind van het eerste lid van deze dynastie, Felipe V, was er de brand in het Alcázar van Madrid (1734) en daardoor zijn er een aantal werken van de Koninklijke Collectie vernield. Op deze plaats werd het huidige koninklijk paleis gebouwd en voor de decoratie en die van het paleis La Granja, dat ook tijdens deze regeerperiode gebouwd werd, verwierf de koning en zijn tweede echtgenote, Isabel van Farnese, een groot aantal schilderijen. Carlos III kocht een aantal buitengewone werken waaronder een Rembrandt. Zijn zoon Carlos IV was mecenas van Goya. Tijdens een reis in Italië, Carlos was nog kroonprins, verwierf hij het schilderij “Kardinaal” van Rafael. De collectie neoklassieke werken in het museum met schilderijen van José de Madrazo, Juan Antonio Ribera, José Aparicio en van de beeldhouwer José Álvarez Cubero zijn van deze koning.
  • De invasie van Napoleon was een verschrikkelijke ramp voor het Spaans historisch artistiek patrimonium en dus ook voor de Koninklijke Collectie. Tijdens zijn vlucht nam Joseph Bonaparte, die eerst al de Spaanse kroonjuwelen had meegenomen, meer dan tweehonderd schilderijen mee die gemakkelijk te transporteren en van uitzonderlijke kwaliteit waren. Tijdens dit transport werd de Franse colonne na de slag van Vitoria verslagen door de troepen van de Hertog van Wellington. De hertog verwittigde de koning dat de geroofde voorwerpen in zijn bezit waren en hij vroeg de koning om instructies om de collectie terug te geven. De koning antwoordde dat de hertog ze kon beschouwen als een gift en toen de hertog, perplex van het antwoord voor de tweede maal om instructies vroeg kreeg hij hetzelfde antwoord. Zo bleef de collectie in de handen van de hertog en staat dit in de Britse geschiedenis bekend als de “The Spanish Gift”. Zo bevinden zich een een aantal stukken in de Londense residentie van de familie Wellington, Apsley House en een aantal werken bevinden zich in National Gallery van Londen. Veel later begon Fernando VII, onder impuls van zijn echtgenote Isabel de Braganza aan de oprichting van een museum naar het voorbeeld van het Louvre in Parijs. Het moest de mooiste stukken uit de koninklijke collectie tentoonstellen. Fernando stak veel geld uit eigen zak in het project en het museum werd ingehuldigd op 19 november 1819 maar de kunstwerken bleven eigendom van de kroon. Het museum bleef eigendom van de kroon tot de afzetting van koningin Isabel II in1868. Eerder ontsnapte deze collectie aan een groot gevaar toen omwille van problemen met de erfenis tussen de koningin en haar zuster. De koningin heeft haar zuster uitgekocht en zo bleef de collectie in zijn geheel samen.

3.2 Het museum van de Drievuldigheid

In de vorming van de collectie van het museum was het Museum van de Drievuldigheid een tweede grote bron voor de collectie van het Prado. De grootte en de kwaliteit van het museum van de Drievuldigheid was wel kleiner dan de Koninklijke Collectie. Dit museum had in zijn naam “Nationaal” staan na de wetten van inbeslagname van de kerkelijke bezittingen van Mendizábal uit 1835-36. Omdat veel mensen niet gelukkig waren met de inbeslagname van de kerkelijke bezittingen werd er beslist om deze kunstvoorwerpen bij elkaar te brengen in het oude klooster van de Drievuldigheid.

3.3 Het Museum voor Moderne Kunst

Het museum voor Moderne Kunst was een nationaal museum dat gewijd was aan kunst uit de negentiende en twintigste eeuw. Dit museum bestond tussen 1894 en 1971, het jaar dat de collectie uit de negentiende eeuw opging in het Prado. Het deel uit de twintigste eeuw ging naar het Museum voor Hedendaagse Kunst, de voorloper van het Nationaal Museum Koningin Sofia.

Het Museum voor Moderne Kunst werd opgericht met een koninklijk besluit van 4 augustus 1894 en het werd ingericht in het Paleis voor Bibliotheken en Musea waar het de zuidoostelijke vleugel in beslag nam. De officiële opening was in 1898.

3.4 Nieuwe aanwinsten door aankopen, legaten en donaties

De uitbreidingen van het museum waren altijd belangrijk en dat was zowel voor de kwaliteit als de kwantiteit. Zo werden er sinds de start al meer 2.300 schilderijen verworven. Dit gebeurde op diverse wijzen, zo waren de donaties, de legaten en de aankopen. Hier is het belangrijk te weten dat men zijn belastingen kan betalen door middel van kunstvoorwerpen, dit werd mogelijk gemaakt met de wet op het Cultureel Historisch Patrimonium uit 1985. Deze wet maakte het mogelijk dat de kunstcollectie enorm kon vergroot worden.

We gaan hier nu niet alle giften vermelden die het museum reeds ontvangen heeft maar er zijn er toch enkele die er bovenuit steken. Zo heeft Manuel Villaescusa in 1991 een belangrijke dotatie gedaan van 7.000 miljoen peseta's, omgerekend meer dan 42 miljoen euro. Met deze gift werden er werken gekocht van Sánchez Cotán, Georges de La Tour, El Greco en Goya.

De Mexicaan, maar Spaans van geboorte, Ramón de Errazu liet in zijn testament 25 werken uit de negentiende eeuw na aan het Prado van onder andere Mariano Fortuny, Raimundo Madrazo, Ernest Meissonier en Paul Baudry.

De Barcelonees Pablo Bosch is een van de belangrijkste donateurs in de geschiedenis van het museum. Hij gaf 89 werken aan het museum waaronder Spaanse gotische meesters en Vlaamse primitieven. In deze gift was er nog een grote collectie munten en medailles.

Alhoewel hij reeds 48 schilderijen aan een Catalaans museum had gegeven gaf Francisco de Asís Cambó Batlle in 1941 nog acht werken aan het Prado waaronder schilderijen van Botticelli, Taddeo Gaddi en Zurbarán.

4. Secties

4.1 Schilderijen

4.1.1. Spaanse schilderkunst

Met ongeveer 4.900 stukken is de sectie van de Spaanse schilderkunst niet alleen de meest complete van het museum maar ook de belangrijkste in de wereld. Chronologisch gaat de collectie van de Romaanse muurschilderingen uit de twaalfde eeuw tot het einde van de negentiende eeuw. De rijke collectie omvat gotische schilderijen van onbekende meesters en van onder andere Bartolomé Bermejo, Juan de Flandes, Fernando Gallego en Berruguete. De Spaanse renaissance is vertegenwoordigd door Pedro Machuca, Juan de Juanes, Fernando Yáñez de la Almedina, Juan Correa de Vivar en de bekendste van allemaal, El Greco.

De meest briljante periode van de Spaanse schilderkunst, de barok, is vertegenwoordigd door praktisch alle toenmalige kunstenaars zoals Zurbarán, Ribera, Murillo, Juan de Valdés Leal, Juan Bautista Maíno, Alonso Cano, Carreño, José Antolínez, Antonio de Pereda, Francisco Rizi, Herrera el Mozo en misschien de grootste van allemaal, Velázquez. De achttiende eeuw, met zijn rijke collectie van onder meer werk van Goya, omvat alle periodes en facetten van zijn werk inclusief waaronder prenten, tekeningen en zijn zwarte schilderijen. 

Schilderij van Goya

Onder de laatste werken die het museum verworven heeft vinden we de “De Gravin van Chinchón” van Goya en het portret van Ferdinando Brandani van Velázquez.

4.1.2 Italiaanse schilderkunst

De collectie met Italiaanse schilderkunst omvat meer dan 1.000 schilderijen en het is zonder twijfel een van de grote attracties van het museum. Spijtig genoeg omvat ze enkele hiaten waaronder het ontbreken van schilderijen van vroeger dan de zestiende eeuw. Voor de zestiende eeuw had de Italiaanse literatuur een grote invloed in Spanje maar de koning en zijn dochter, Isabel de Katholieke gaven de voorkeur aan de Vlaamse schilderkunst.

De “La pintura del Cinquecento” is het begin van een grote periode uit de Italiaanse schilderkunst en zij stamt uit het begin van de zestiende eeuw en in het Prado zien we 8 werken van Rafael. Andere namen uit die periode zijn Sebastiano del Piombo, Correggio, Andrea del Sarto en Federico Barocci.

We vermeldden hier speciaal de schilderijen uit Venetië in de zestiende eeuw en in het Prado vinden we de grootste collectie van deze kunstvorm buiten Italië. De voornaamste schilder is Tiziano en hij is de favoriete schilder van zowel V als van Felipe II.

De Italiaanse barok schilderkunst is vertegenwoordigd door Caravaggio, Orazio Gentileschi, Artemisia Gentileschi, Giovanni Battista Caracciolo (bekend geworden als Battistello), Giovanni Serodine en Bernardo Cavallino.

4.1.3 Vlaamse schilderkunst

De collectie Vlaamse schilderkunst is de derde collectie in het museum, er zijn meer dan 1.000 schilderijen aanwezig. Ze is belangrijk omwille van de grootte maar ook volgens de kwaliteit.

Een groot gedeelte van de verzameling komt uit de Koninklijke Collectie waaronder een aantal Vlaamse Primitieven zoals Robert Campin, Rogier van der Weyden, Dirk Bouts, Hans Memling maar het grootste aantal schilderijen in de collectie is van Hieronymus Bosch.

De collectie uit de zeventiende eeuw omvat 600 werken en het museum heeft de grootste en belangrijkste collectie met werken van Rubens. Felipe IV is hiervoor aansprakelijk, hij bestelde een groot aantal werken voor zijn paleizen. Verder vinden we hier nog een aantal werken van van Dyck, Jacob Jordaens en Jan Brueghel de Oude.

4.1.4 Franse schilderkunst

Het is de vierde school in het museum en zij omvat meer dan 300 schilderijen. Zoals met de Italiaanse en de Vlaamse collecties hebben andere invloeden hier een rol gespeeld. Door de voortdurende oorlogen tussen Spanje en Frankrijk tijdens de zestiende en de zeventiende eeuw was er geen artistieke uitwisseling mogelijk tussen deze beide landen.

Uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn er enkele magistrale werken aanwezig zoals van Poussin, Claude Lorrain, is er een reeks uitstekende landschappen aanwezig van onder andere Simon Vouet en van Sébastien Bourdon. De clair-obscur is vertegenwoordigd door Georges de La Tour en Valentin de Boulogne.

4.1.5 Duitse schilderkunst

Er zijn maar weinig schilderijen van de Duitse schilderkunst in het Prado aanwezig en zelfs in Spanje in het algemeen. Alhoewel er een sterke relatie bestond tussen de Spaanse Habsburgers en het Heilig Roomse Rijk hebben de meeste Spaanse vorsten gekozen voor een ander soort van schilderijen. Deze collectie is dus klein maar zij heeft wel een grote kwaliteit.

Er zijn hier een aantal schilderijen aanwezig van Albrecht Dürer, Lucas Cranach de Oude, Hans Baldung en Adam Elsheimer, Uit de achttiende eeuw is er groep schilderijen aanwezig van Anton Raphael Mengs, de favoriete schilder van koning Carlos III.

4.1.6 Hollandse schilderkunst

De voortdurende vijandelijkheden en zelfs de open oorlog tussen Spanje en de Zeventien Provinciën zorgde er voor dat de collectie in het museum eerder klein te noemen is. De zeventiende eeuw, de prachtigste periode uit deze school, is dus ondervertegenwoordigd maar het is niet alleen de onafhankelijkheid van de Nederlanden die hiervoor zorgde.

In Holland schilderde men vooral landschappen, zeezichten en stillevens en in Spanje was men op dat moment meer gericht op religieuze en mythologische onderwerpen. Het grootste deel van de schilderijen is afkomstig uit de Koninklijke Collectie en zij werd vooral samengebracht door koning Felipe V en zijn tweede echtgenote, Isabel de Farnesio.

Hierdoor is deze collectie beperkt tot een honderdtal schilderijen, allemaal uit de zeventiende eeuw en daar is een belangrijk werk van Rembrandt bij, Artemisia. Verder zijn er werken van Pieter Claesz. Willem Claesz. Jan Davidszoon de Heem, Gabriël Metsu en Gerard ter Borch.

4.1.7 Britse schilderkunst

De historische rivaliteit tussen Spanje en Groot-Brittannië die begint in de zestiende eeuw met de afscheiding van Groot-Brittannië van de kerk van Rome maakte het niet gemakkelijk om Britse schilderkunst naar Spanje te brengen. Dit resulteerde in een zeer kleine aanwezigheid van de Britse school met slecht 25 werken. Er zit ook weinig variatie in omdat de meerderheid portretten zijn uit de tweede helft van de achttiende eeuw. 

Van de schilders die wel aanwezig zijn onthouden we Thomas Gainsborough, Joshua Reynolds, Thomas Lawrence, George Romney, Francis Cotes, Henry Raeburn en John Hoppner.

4.2 Tekeningen en prenten

De tekeningen en prenten van het museum bevinden zich sinds 2007 in het Jerónimos Gebouw. Deze werken zijn op papier gemaakt en daarom verdragen zij geen licht. Daardoor worden zij slechts tentoongesteld in een lichtarme omgeving gedurende een beperkte periode van drie tot zes maanden. De collectie is meestal alleen toegankelijk voor onderzoekers.

De collectie tekeningen van Goya is de grootste ter wereld en daarnaast is er de collectie tekeningen van Spaanse kunstenaars uit de zestiende eeuw met zijn meer dan 3.000 tekeningen uiterst belangrijk.

De verzameling werken van buitenlandse kunstenaars omvat werken van een aantal Italiaanse kunstenaars zoals Giorgio Vasari, Annibale Carracci en Michelangelo.

4.3 Beeldhouwkunst

De verzameling beeldhouwwerken omvat meer dan 900 stukken en voor het grootste deel zijn ze afkomstig uit de Koninklijke Collectie.

Er zijn hier oude beeldhouwwerken met werken uit de Romeinse en zelfs Griekse periode. Deze laatste moesten dienen als decoratiewerken voor de koninklijke paleizen.

De tweede grootste groep zijn werken afkomstig uit de renaissance met werken van onder andere Juan de Bolonia, Bartolomeo Ammannati en El Greco.

In de zalen die werden geopend in 2009 vinden we werken van José Álvarez Cubero, Ramón Barba, José Ginés, de broers Venancio en Agapito Vallmitjana, José Llimona, Jerónimo Suñol, Agustín Querol en Mariano Benlliure. Werken van buitenlandse beeldhouwers zijn hier zeldzaam.

4.4 Decoratieve kunst

De collectie aan decoratie kunst omvat wandtapijten, harnassen en porselein, medailles uit de vijftiende en de zestiende eeuw en een aantal munten. Daarnaast vinden we hier de wereldberoemde Schat van de Frans Kroonprins (dauphin). Deze schat behoorde toe aan Louis van Frankrijk die in 1711 stierf aan de pokken.

5. Wetenschappelijk werk

Het Prado heeft een groot aantal onderzoekers in tal van vakgebieden in dienst en er zijn samenwerkingen met andere gereputeerde onderzoekers en kunsthistorici om een aantal kunstprojecten te startten. Bovendien is er sinds 1980 een jaarlijkse nieuwsbrief waarin prestigieuze auteurs een aantal werken van het museum bestuderen. Verder heeft het museum een technische afdeling en een laboratorium die studies uitvoeren op werken van het museum om de fase van een gebeurlijke restauratie te bepalen. Verder richt het museum cursussen in met een hoge specialisatiegraad voor geïnteresseerden en zijn er internationale congressen en symposia.

6. Enkele bijzonderheden

Geen enkel museum in de wereld heeft een grotere collectie dan het Prado van de volgende kunstenaars:

  • El Greco (36 schilderijen en 2 beeldhouwwerken).
  • Velázquez (48 schilderijen).
  • Goya (133 schilderijen).
  • Eduardo Rosales (ongeveer 200 werken waaronder schilderijen en tekeningen).
  • Tiziano (40 schilderijen).
  • Luca Giordano (meer dan 70 schilderijen).
  • Zurbarán.
  • Maíno.
  • Hieronymus Bosch.
  • Patinir.
  • Rubens (bijna honderd werken).
  • Ribera (51 schilderijen).
  • Antonio Moro (15 schilderijen).

In het museum vinden we La Gloria, geschilderd door Titiaan voor Carlos V en dat schilderij nam de keizer, na zijn regeerperiode met zich mee naar het Klooster van Yuste in Cáceres, Extremadura.

We vinden hier ook het portret van koningin Margarita dat geschilderd werd door Velázquez.

In de beginperiode was het museum slechts twee of drie dagen per week geopend en het was gesloten als het regende.

Gedurende een periode waren de zalen met de beeldhouwwerken niet voorzien van vloertegels, als het stof te hoog vloog besproeide men de vloer met water. Later werd er een houten vloer gelegd, voor de veiligheid werd de houten vloer later vervangen door een marmeren vloer.

In 1961 poogde een inbreker langs het dak in te breken mar hij viel en stierf ter plaatse. Hij had een zak bij zich waarin een papier stak met de voorwaarden om de schilderijen terug te krijgen. 

7. De website: Het Nationaal Museum het Prado, de website is beschikbaar in het Spaans en het Engels.