Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

De Koninklijke Botanische Tuin


  1. Algemeen
  2. Het begin
  3. Inhuldiging
  4. De negentiende eeuw
  5. De twintigste eeuw
  6. Tentoonstelling van de levende planten
  7. Herbarium
  8. Bibliotheek en archief
  9. Zaadbank
  10. Wetenschappelijke departementen
  11. Website

1. Algemeen

De Koninklijke Botanische Tuin in Madrid is een onderzoekscentrum van de Hoge Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek. De tuin werd op 17 oktober 1755 in Soto de Migas Calientes, dichtbij de rivier Manzanares door koning Fernando VI opgericht.

Carlos III liet in 1781 de tuin verplaatsen naar zijn huidige locatie, naast het Museum voor Natuurwetenschappen in Madrid. In deze botanische tuin zijn er drie terrassen en daar kan je planten uit Europa maar ook uit Amerika en het gebied in de Stille Oceaan vinden.

2. Het begin

Felipe II creëerde de botanische tuin, op verzoek van de medicus Andrés Laguna, naast het koninklijk paleis van Aranjuez. Veel later bracht Fernando VI de botanische tuin naar de hoofdstad en meer bepaald in de Huerta de Migas Calientes (momenteel de Puerta de Hierro, op de oever van de Manzanares). In 1755 creëerde hij er de Koninklijke Botanische Tuin. Er waren toen meer dan 2.000 planten die verzameld waren door de botanicus en chirurg José Quer. Hij had die planten verzameld tijdens zijn reizen doorheen het Iberisch schiereiland en Europa en dan vooral in Italië en daarnaast waren er de uitwisselingen met andere Europese botanici. De voortdurende uitbreiding van de collectie noopten Carlos III er toe om in 1774 de opdracht te geven om te tuin te verplaatsen naar de huidige locatie naar de Paseo del Prado in Madrid.

De graaf van Floridablanca, de eerste minister van Carlos III, had een speciale interesse in de verplaatsing van de tuin naar het oude weiland van Atocha. Niet alleen omdat het project Salón del Prado mooier zou maken maar ook omdat het symbool zou staan voor het mecenaat van de kroon aan de kunsten en de wetenschappen. We mogen niet vergeten dat in dit gebied van de Salón del Prado er naast de Koninklijke Botanische Tuin ook nog het het Koninklijk Cabinet van Natuurgeschiedenis (het latere Prado Museum) en het Astronomisch Observatorium komen. Een van de wetenschappers die meewerkten aan het project van de Koninklijke Botanische Tuin was de wetenschapper Casimiro Gómez Ortega.

3. Inhuldiging

Het eerste project van de nieuwe tuin werd toevertrouwd aan de wetenschappelijke adviseur Casimiro Gómez Ortega en aan de architect Francesco Sabatini, die tussen 1774 en 1781 (jaar van de inhuldiging) het begin ontwerp maakten met een indeling in drie niveaus en een deel van de behuizing.

Op deze basis realiseerde Juan de Villanueva tussen 1785 en 1789 een tweede en definitieve ontwerp dat meer rationeel en volgens de wetenschappelijke en educatieve richtlijnen aangepast was. De tuin bezet een gebied van 10 hectare op drie terrassen die werden aangepast aan de topografie van het terrein, opgesteld in een vierkant en met in de hoeken ronde fonteinen.

De twee onderste (Terraza de los Cuadros en Terraza de las Escuelas Botánicas) zijn vandaag nog altijd zoals ze ontworpen zijn terwijl het bovenste terras (Terraza del Plano de la Flor) in de de negentiende eeuw werd gerenoveerd volgens de toenmalige moderne tuinvoorzieningen.

De site is afgesloten met een elegant ijzeren traliehek dat gemaakt werd in Tolosa (Guipúzcoa) dat in een granieten steen staat en dat is een werk van José de Muñoz.

Er zijn twee toegangspoorten, de Koninklijke Poort van Sabatini, klassiek met Dorische kolommen en fronton. De andere poort is een werk van Villanueva en zij staat tegenover het Prado Museum.

De tuin werd in deze periode de ontvanger van de zendingen van de wetenschappelijke expedities die gesponsord werden door de Kroon. In de achttiende en de negentiende eeuw waren er minstens vijf dergelijke wetenschappelijke expedities waaronder de botanische expeditie in Nueva Granada (het huidige Colombia) die onder leiding stond van de beroemde José Celestino Mutis. Daarnaast was er de botanische expeditie naar het onder-koninkrijk Peru van de botanici Hipólito Ruiz en José Antonio Pavón, de botanische expeditie naar Nueva España (het huidige Mexico) van de botanici Martín Sessé en José Mariano Mociño, de expeditie rond de wereld van Alejandro Malaspina met de botanici Antonio Pineda, Luis Née en Tadeo Haenke,en de wetenschappelijke commissie van de Grote Oceaan in de negentiende eeuw waaraan de botanicus Juan Isern deelnaam.

De tuin ontving in deze periode tekeningen, zaden, vruchten, hout, levende planten en beschrijvingen van planten die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de tuin en de bibliotheek.

4. De negentiende eeuw

In het begin van de negentiende eeuw was de botanische tuin uitgegroeid tot een van de belangrijkste van Europa en dat was voornamelijk het werk van de directeur, de botanicus Antonio José Cavanilles, een van de belangrijkste botanici uit de geschiedenis van de Spaanse wetenschap.

Cavanilles reorganiseerde de tuin, de kruidenhoek, de kweektuin en hij gaf zo de tuin een internationale uitstraling. Naast zijn wetenschappelijk gebruik werd de tuin tijdens de lente en de zomer open gezet voor de burgerij en werden er gratis medicinale planten aan het publiek uitgedeeld. Echter, tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog begon er een periode van verwaarlozing van de tuin, ondanks de inspanningen van de toenmalige directeur Mariano Lagasca.

In 1857, begon de directeur van de tuin, Mariano de la Paz Graells, zoöloog en de directeur van het Museum van Natuurwetenschappen aan belangrijke hervormingen.
Echter, in de jaren tachtig van die eeuw kromp de tuin in zoals in 1882 toen twee hectare verloren ging voor de bouw van het gebouw waar momenteel het Ministerie van Landbouw gevestigd is. In 1886 had het gebied rond Madrid te leiden onder de gevolgen van een cycloon en ook de botanische tuin had hiervan te lijden, 564 bomen werden toen ontworteld.

5. De twintigste eeuw

In 1939 kwam de Koninklijke Botanische Tuin onder het beheer van de Hoge Raad voor het Wetenschappelijk Onderzoek. In 1942 kreeg de tuin de naam van “Jardín Artístico”. Echter, na jaren van verwaarlozing werd de tuin in 1974 gesloten en begonnen er restauratiewerken om de tuin in zijn oorspronkelijke stijl te herstellen. De werken aan het gebouw gebeurden in 1980 en 1981, en zij werden uitgevoerd onder de leiding van de architect Antonio Fernández Alba en de architect Guillermo Sánchez Gil, samen met de landschaparchitect Leandro Silva die aan de tuin werkten

Er zijn nu ongeveer 5.000 verschillende soorten bomen en planten in de collectie en zij komen van over de ganse wereld. In februari 2005 vergrootte de Koninklijke Botanische Tuin zijn tentoonstellingsoppervlakte met 1 hectare.

6. Tentoonstelling van de levende planten

De levende planten worden tentoongesteld op vier terrassen en gebruik makend van de bodem oneffenheden.

Terraza de los Cuadros (Het beneden terras)
Dit terras bevindt zich onderaan en het is het grootste van de vier. Hier vinden we collecties met sierplanten, geneeskrachtige planten, oude rozenstruiken, aromatische planten en de fruitbomen. Die liggen allemaal binnen geometrische rechthoeken die afgelijnd zijn met hagen van buxus rond kleine fonteinen in het midden van de rechthoeken. Aan het einde van de centrale gang van dit terras vinden we een rotstuin.

Terraza de las Escuelas Botánicas (Terras van de Botanische scholen)
Dit tweede terras is een beetje kleiner dan het vorige. In dit terras vinden we de taxonomische collectie van de planten. De planten zijn geordend volgens de fylogenische ordening van de plantenfamilies en ze liggen rond twaalf fonteinen. U kan hier een rondleiding doorheen het plantenrijk krijgen vanaf de meest primitieve planten tot aan de meest geëvolueerde planten.

Terraza del Plano de la Flor
Dit terras ligt hoger maar het is een beetje kleiner en is het is aangelegd in romantische stijl Het is verdeeld in vijfentwintig figuren of bloemperken, afgezet door schuttingen, vier prieeltjes en een centraal prieel met een vijver en een buste van Carlos Linneo. Dit terras is beplant met een grote variëteit aan bomen en struiken. Op de oostelijke grens staat het Villanueva paviljoen dat in 1781 gebouwd werd als een oranjerie en dat momenteel gebruikt werd als tentoonstellingsruimte voor tijdelijke tentoonstellingen.

Het terras wordt begrensd door een hekwerk van gesmeed ijzer en dat werd gemaakt in 1786 en het geeft ondersteuning aan diverse soorten wijnstokken waarvan sommige met een aanzienlijke leeftijd.

Aan de noordzijde van dit terras vinden we de broeikas Graells en dat is een structuur uit de negentiende eeuw. Hier vinden we tropische planten, waterplanten en mossen. Samen met het voorgaande vinden we hier de grootste en de meest moderne serre. Binnenin is deze serre verdeeld in drie omgevingen met verschillende vereisten aan temperatuur en vochtigheid (tropisch, gematigd en woestijn).

Terraza alta o de los Laureles (Hoog Terras)
Dit terras is toegevoegd tijdens de uitbreiding van de tuin in 2005 en het is aanzienlijk kleiner dan de vorige terrassen en het ligt achter het Villanueva paviljoen. Het is aangelegd om bijzondere collecties te ontvangen en zo vinden we hier de collectie Bonsai boompjes die geschonken werden door de Spaanse oud eerste minister Felipe González.

Het terras werd ontworpen door de landschapsarchitect Fernando Caruncho.

7. Herbarium

Men beschouwd deze tuin als de belangrijkste van Spanje met zijn bijna 1 miljoen planten waarvan sommige uit de achttiende eeuw stammen. De verzameling wordt gevormd door de verzameling van Fanerogamen, de verzameling Criptogamen en de historische collectie. In de laatste verzameling zijn de planten opgenomen die verzameld werd in de achttiende en de negentiende eeuw door de plantkundigen in Amerika Ruiz en Pavón, Mutis, Sessé en Mociño, Neé, Boldo en Isern en door de plantkundigen die op de Filipijnen werkten zoals Blanco, Llanos en Vidal.

8. Bibliotheek en archief

De bibliotheek werd opgericht in dezelfde tijd als de oprichting van de tuin. In 1781 bevatte de bibliotheek 151 werken waarvan er 83 over plantkunde gingen, 19 over natuurgeschiedenis, en 49 hadden chemie als onderwerp. In 1787 bevatte de bibliotheek 1.000 boeken en dat was dankzij de toevoeging van de boeken van José Quer, in 1801 bereikte men dankzij de toevoeging van de boeken van Antonio José Cavanilles de 1.500 boeken en veel later kwamen er nog de boeken van Simón de Rojas Clemente, Mariano Lagasca, etc. bij.
Momenteel bevat de bibliotheek ongeveer 30.000 boeken die in verband staan met plantkunde, 2.075 tijdschrifttitels, 26.000 folders of losse bladen, 3.000 titels op microfiches en 2.500 kaarten. Verder zijn er voorzieningen om het internet en de boeken te consulteren en gebeurlijk af te drukken op papier, men kan de microfiches en de microfilms, consulteren en men kan gebruik maken van een scanner.

9. Zaadbank

Sinds de oprichting van de tuin onderhoud men een uitwisseling van zaden met andere instellingen verspreid over de ganse wereld. De zaden die kunnen uitgewisseld worden verschijnen jaarlijks in een publicatie met de naam “Index Seminum” en die wordt verspreid onder 500 tuinen en onderzoeksinstellingen. In het begin van 1987, met de bouw van een koude kamer verbeterden de mogelijkheden voor de bewaring van de zaden.

10. Wetenschappelijke departementen

Departement van de Biodiversiteit en de Bewaring
Men werkt hier op alles wat met de plantaardige diversiteit en dan vooral met de vaatplanten uit het gebied van de Middellandse Zee, de tropen en de subtropen te maken heeft. Verder werkt men aan de evolutie van de kruising en de biologie van de waterplanten.

Departement van de paddenstoelkunde
Men ontwikkelt onderzoek met onderzoekers die werken op taxonomie, namenlijst, distributie, bewaring en ecologie van zwammen.

11. Website: De Nationale Plantentuin, de site is beschikbaar in het Spaans en het Engels.