Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Het Nationaal Archeologisch Museum (Museo Arqueológico Nacional)


  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Het gebouw
  4. De Collectie
  5. De website

1. Algemeen

Het Nationaal Archeologisch Museum (Museo Arqueológico Nacional (M. A. N.)) van Spanje is ondergebracht in hetzelfde gebouw als de Nationale Bibliotheek. Dit gebouw stamt uit de negentiende eeuw en de bouw werd begonnen door de architect Francisco Jareño maar het werd afgewerkt door Antonio Ruiz de Salces. Het museum ligt in de calle Serrano, naast de Plaza de Colón.

Het museum is sinds 2011 tijdelijk gesloten voor restauratiewerken en het zal terug geopend worden eind 2013 of begin 2014.

2. Geschiedenis

Het museum werd op 20 maart 1867 met een koninklijk besluit van koningin Isabel II opgericht. Dit was ingegeven door de noodzaak om een nationaal museum, zoals in andere Europese landen, te hebben waar men objecten zou kunnen bewaren, classificeren en tentoonstellen. Deze objecten zijn vooral archeologische, etnografische en numismatische voorwerpen.

De collectie in de beginperiode was voornamelijk afkomstig van het Koninklijk Kabinet voor Natuurgeschiedenis (de voorloper van het huidig Nationaal Museum voor Natuurwetenschappen), van het Museum van Penningen en Antiquiteiten en van de Nationale Bibliotheek. Deze collectie bestond uit ongeveer 100.000 munten, penningen en gravures maar ook uit een duizendtal archeologische en artistieke voorwerpen die van de Hogeschool voor Diplomatie en de Koninklijke Academie voor de Geschiedenis kwamen.

De inhuldiging gebeurde op 9 juli 1871 door koning Amadeo I van Savoye en er waren toen 4 afdelingen:

  • Prehistorie met 2.703 voorwerpen.
  • Middeleeuwen met 3.033 voorwerpen.
  • Numismatiek met 103.096 munten van goud, zilver, brons en lood.
  • Etnografie met 3.500 voorwerpen afkomstig uit Azië, Afrika, Amerika en Oceanië.

Bij het begin van de Spaanse burgeroorlog had het museum te lijden onder een diefstal van zijn gouden munten en van de genaamde Schat van Quimbayas. De munten werden opgenomen in de zogenaamde Schat van het Yacht Vita en ze werden op het einde van de oorlog overgebracht naar Mexico waar zij in het bezit kwamen van de socialistische leider Indalecio Prieto. De bestemming van de munten werd nooit opgehelderd maar een gedeelte van de munten werd gekocht door de Hispanic Society of America. Deze collectie werd in 2011 geveild en een deel hiervan werd terug naar Spanje gebracht.

Gelukkig werd de Schat van Quimbayas terug gevonden en Genève en zij kwam na de oorlog terug naar Spanje.

Met een decreet van 19 april 1941 werd de collectie afkomstig uit Amerika overgebracht naar het nieuwe Amerikamuseum

2. Het gebouw

De eerste vestigingsplaats van het museum was een oud paleis in de calle de Embajadores en het gebouw droeg de naam Casino de la Reina. Dit paleis was een gift van het stadsbestuur van Madrid aan Isabel de Braganza, echtgenote van Fernando VII.

In 1895 werd de verzameling definitief overgebracht naar zijn huidige verblijfplaats en zij kregen daar plaats in de verdiepingen die uitzicht hadden op de calle Serrano (het was een derde van de totale oppervlakte van het gebouw, de rest was voor de Nationale Bibliotheek).

Het gebouw werd opgetrokken op de terreinen van een oud landgoed dat bekend stond als de tuin van San Felipe Neri. Men begon met de bouw in 1866 onder de leiding van de architect Francisco Jareño y Alarcón maar de werken werden maar beëindigd in 1892 en dat gebeurde onder de leiding van Antonio Ruiz de Salces. De stijl van het gebouw is neoklassiek en er zijn vier grote binnenplaatsen. De gevel in de calle de Serrano heeft bij de ingang Dorische zuilen staan er er is een balkon op de eerste verdieping met een zuilengalerij in Ionische stijl. In de tuin is er een reproductie van de grot van Altamira.

Onder de latere herstructureringen was de meest belangrijke die werd uitgevoerd tussen 1968 en 1981: de originele verdiepen werden omgebouwd naar 5 verdiepingen en er werden nieuwe moderne technieken ingevoerd in het museumbeheer. Momenteel wordt er een complete renovatie van het gebouw uitgevoerd en de kosten zijn geraamd op 50 miljoen euro. Daarvan zijn er 30 miljoen euro voorzien voor het gebouw en 20 miljoen euro is voorzien voor de aanpassing aan het museum. De werken zullen de beschikbare oppervlakte enorm vergrootten maar er zullen minder stukken te zien zijn.

3. De Collectie

Het museum heeft 40 zalen ter beschikking en daar konden de bezoekers 22 periodes uit de Spaanse geschiedenis en uit de geschiedenis van andere landen bekijken .

De collectie werd onderverdeeld in::

  • Prehistorie
  • Protohistorie (vroege geschiedenis) en kolonisaties
  • Egypte en het Nabije Oosten
  • Griekenland
  • Romeins Spanje
  • Visigotisch Spanje
  • Middeleeuwen
  • Moderne en Hedendaagse tijd
  • Numismatiek

Onder de meer dan 1 300 000 stukken zijn er een aantal belangrijke:

A. De biddende figuur van Gudea.

De biddende figuur van Gudea is een beeldhouwwerk dat gemaakt werd tussen 2.550 en 2.520 voor Christus. Het stamt uit de Archaïsche Dynastieke periode van Mesopotamië uit de tijd van de Sumerische periode en die wordt beschouwd als de eerste en de oudste beschaving uit de geschiedenis.


Zij lag in Mesopotamië tussen de Tigris en de Éufraat.
Het werd gevonden in Irak en het toont een Sumerische burger die staat te bidden en het is een soort beeld dat vaak wordt teruggevonden in kunst uit Mesopotamië.

B. De Kommen van Axtroki.

De Kommen van Axtroki zijn een paar gouden schalen uit de zevende eeuw voor Christus. De kommen werden gevonden in Axtroki in het Baskenland.

C. De Kelk van Esón.

De Kelk van Esón is een cilica (een drinkschaal om wijn te drinken) uit het oude Griekenland en zij werd gemaakt tussen 520 en 420 voor Christus. De schildering is een werk van de Atheense artiest Esön en het aardewerk stamt uit Ática, een regio in Griekenland.

D. De Putrand van Moncloa.

De Putrand van Moncloa is ook bekend als de Putrand van Madrid en het is een putrand uit het Oude Rome uit de eerste eeuw na Christus. 


Hij is gemaakt uit marmer en hij is versierd met reliëfs van twee figuren uit de Griekse mythologie.

E. Het grootste deel van de Schat van Guarrazar.

De Schat van Guarrázar is een schat van Visigotische edelsmeedkunst en zij omvat kronen en kruisen die de Visigotische koningen uit Toledo gebruikten als votiefkroon. De schat werd gevonden tussen de jaren 1858 en 1861 in de archeologische vindplaats van de genaamde tuin van Guarrazar die in de stad Guadamur, dicht bij Toledo, ligt. Momenteel bevinden er zich stukken van deze schat in het Musée Cluny in Parijs, in het Wapenmuseum van het Koninklijk Paleis in Madrid en in het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid.


Onder de gevonden stukken zijn de meest waardevolle stukken zoals de kronen van de koningen Recesvinto en Suintila (deze laatste is wel gestolen in 1921 en zij werd nooit teruggevonden). De kronen waren van goud en ze waren bezet met saffieren, parels en andere edelstenen.

Verder zijn er nog andere kronen en kruisen gevonden maar deze waren kleiner en zij bevatten minder edelstenen.

F. De Priester van Cádiz.

De Priester van Cádiz is een beeldje uit brons en goud van een mannelijk figuur dat in 1928 in de Andalusische stad Cádiz gevonden werd. Het stamt uit de achtste of zevende eeuw voor Christus. Het zou een afbeelding van de Fenicische god Ptah kunnen zijn ofwel kan het een afbeelding van een priester uit de tempel van Melkart zijn.


In 1928, tijdens de werken voor de bouw van een gebouw voor Telefónica in Cádiz, is dit beeldje gevonden. De arbeiders gaven het beeldje aan de architect Francisco Hernández Rubio die het op zijn beurt aan de voorzitter van het bedrijf gaf.

Daarop eiste de staat zijn eigendom op en plaatste men het beeldje in een museum.

G. Een van de drie delen van de Schat van Torredonjimeno.

Het is een Visigotische schat en zij omvat beloftekronen die de Visigotische koningen aan de kerk schonken. Deze schat vertoont veel gelijkenissen met de Schat van Guarrazar alhoewel zij primitiever is en deze kronen kunnen opgedragen zijn aan de heiligen Justa en Rufina.


Ze werd gevonden in 1926 in Torredonjimeno, de provincie Jaén, dichtbij de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Troost door een boer die op het land werkte. Omdat hij niet wist dat het waardevolle voorwerpen waren gaf hij ze als speelgoed aan zijn kinderen. Later kwam er een voddenkoopman langs die de voorwerpen opkocht. Momenteel is de schat verdeeld over drie musea, het zijn de archeologische musea van Madrid, Barcelona en Córdoba.

H. De Vrouwe van Galera.

Galera is een plaats in de provincie Granada die overeenstemt met het oude Tútugi. In de nabijheid is er een belangrijke archeologische vindplaats, Necrópolis ibérica de Tútugi, die een aantal verschillende soorten graven herbergt. Het meest voorkomende soort graf is een graf met een rechthoekige kamer onder een ronde grafheuvel en men krijgt toegang door een lange gang. In deze graven zijn er een aantal voorwerpen gevonden zoals sieraden, Griekse en Iberische vazen, wapens, huisraad en figuurtjes uit klei en albast. Al deze stukken komen uit de periode tussen de zesde en de derde eeuw voor Christus.


De Vrouwe van Galera werd gevonden in het graf met het nummer 20 en het stamt uit de vijfde eeuw voor Christus. Het is een Fenicisch figuurtje, vergelijkbaar aan die in Carthago gevonden werden. Het beeldje is gemaakt uit albast en het vertegenwoordigt vermoedelijk de godin Astarté.

De dame zit tussen twee sfinxen met een aarden kom en zij giet een vloeistof door twee gaten in haar borsten. Door haar robuuste vormen ziet men Mesopotamische invloeden maar in haar kledij en haar haardracht zijn er ook Egyptische invloeden aanwezig. Ten gevolge van haar religieus karakter is ze uiteindelijk in een graf gebruikt.

I. Bicha (Beest) van Balazote.

Het Bicha de Balazote is een Iberisch beeldhouwwerk dat gevonden werd in Balazote in de provincie Albacete (Castilla-La Mancha). Bicha is een woord dat dat betekend half man en half dier. Volgens Carlos Fuentes moet de vertaling "Beest van Balazote." zijn. Het beeld stamt uit de zesde eeuw voor Christus.

Het beeld werd gevonden op de site van Majuelos, niet ver van het stadscentrum. Recente opgravingen in Balazote brachten een graf en een grafheuvel aan het licht en dit beeld zou hier vandaan kunnen afkomstig zijn. Er werden hier dichtbij ook belangrijke mozaïeken uit een Romeinse villa gevonden. 


Het beeld is uitgesneden uit twee kalkstenen blokken uit de tweede helft van de zesde eeuw voor Christus. Het beeld is 93 cm lang en 73 cm hoog. Het is een samenstelling van een man en een stier. Het lichaam is in rust en het toont een goede kennis van de eigenschappen van het dier. De voorpoten zijn gebogen onder de borst en de achterpoten gevouwen onder de buik. De staart is gebogen en hij eindigt in een pluk haar. Het hoofd is dat van een gehoornde, bebaarde man met de oren van een stier.

Men denkt dat het beeld tot een graf of een tempel behoorde. Het is denkbaar dat het een afbeelding is van een god van de vruchtbaarheid omdat de Grieken dergelijke beelden gebruikten om vruchtbare velden af te smeken.

Volgens A. García en Bellido is het beeld een afbeelding van de Griekse riviergod Achelous en zijn afbeelding stond op Siciliaanse munten.

J. De Sfinx van Agost.

De Sfinx van Agost stamt uit het einde van de zesde voor Christus en het is een beeld uit de Iberische periode maar het heeft wel Griekse invloeden. Het beeld werd met nog een andere sfinx en een afbeelding van een stier in 1893 in de archeologische vindplaats van Agost gevonden. Het beeld is 82 cm hoog, 56 breed en 26 cm diep. 


Deze sfinxen hebben het lichaam van een gevleugelde leeuw, het hoofd van een vrouw en een staart van een slang. Men denkt dat deze beelden van een sfinx gebruikt werden in een graf om het lichaam van de overledene naar het hiernamaals te brengen,

K. De Leeuwin van Baena.

De Leeuwin van Baena is een Iberisch beeldhouwwerk uit kalksteen en het stamt uit het einde van zesde eeuw voor Christus. Het beeld is gevonden op de archeologische vindplaats van Cerro del Minguillar in Baena in de provincie Córdoba. Het is tevens de vindplaats van de oude Ibero-Romeinse stad Iponuba in de regio Bética.

Het is een beeld van een leeuwin in aanvalshouding en men denkt dat het een deel is van een grafmonument en dat het beeld het monument symbolisch moet beschermen.

L. Het Graf van Pozo Moro.

Het Graf van Pozo Moro is een Iberisch grafmonument uit het einde van de zesde eeuw en het werd gevonden in Chinchilla de Monte-Aragón.

Het grafmonument is van oorsprong Neo-hittitisch en het is gebouwd in natuursteen. Het heeft een fundament van drie niveaus, een verhoging op de drie hoeken, een nieuw onderstuk, een tweede lichaam, een rij leeuwen en het eindigt op een piramide die symbool staat voor een maximum aan energie om het lichaam over te brengen naar een leven na de dood.


De leeuwen vormen een blok aanleunend tegen het grafmonument. Er staat een leeuw met open muil en een leeuw staat symbool voor iets positief en hij is een zonnekarakter. Hij staat symbool voor bescherming en hij verdedigd hier het lichaam en de asse.

De eerste opgravingen dateren uit de twintigste eeuw maar het duurde tot de jaren 70 toen een boer het land omploegde dat de eerste reliëfs gevonden werden. De werken werden stopgezet en de eigenaar verwittigde het Nationaal Archeologisch Museum in Albacete. Daarop begon men met een archeologische opgraving die onder leiding stond van de directeur van het museum.

Dit monument stond op een strategisch punt en dat is op een kruispunt tussen de wegen die de steden Carthago Nova met Complutum verbond langs de Vía Heraclea en ook Cádiz (het oude Gadir) met de Levante.

M. De Dame van Elche.

De Dame van Elche is een Iberische buste uit kalksteen en zij stamt uit de vijfde en de vierde eeuw voor Christus. Het beeld is 56 cm hoog en het heeft op de rug een bolvormige holte van 18 cm diameter en een diepte van 16 cm. Deze holte diende vermoedelijk om er relieken, heilige voorwerpen of asse van overledenen in te plaatsen als een offer aan de overledene. 


Dergelijke Iberische religieuze figuren die ook op andere plaatsen gevonden werden hadden ook een dergelijke holte in de rug en zoals bij dit beeld stonden de schouders iets naar voren.

Het stuk werd op een heuvel in de buurt van Elche gevonden die de Arabieren Alcudia noemden en die in de oudheid bijna helemaal omringd werd door een rivier. Er was daar een Iberische nederzetting met de naam Helike (in het Grieks) en die de Romeinen Colonia Iulia Illici Augusta noemden. De Arabieren behielden de Romeinse naam maar die werd in het Arabisch verbasterd tot “Elche”.

De afgebeelde vrouw draagt een tuniek en een hoofddoek die bijeengehouden wordt door een sierkam die op een tiara lijkt en die kruislings over de borst loopt. Deze hoofddoek was roodachtig en er zijn nog sporen van deze verf aanwezig. Over de hoofddoek is er nog een grote mantel. Hij heeft een bruine kleur met een rode rand. Op de lippen zijn er ook nog sporen van een rode kleurstof. Het is gemaakt van een fijne oranje kleurige zandsteen en het gelaat heeft de originele kleur van de steen.

De dame draagt een aantal karakteristieke juwelen van de Iberiër, enkele wielen die de oren bedekken en die met kettinkjes hangen aan een tiara van leer over het voorhoofd met kettingen, kroontje en met kleine bewerkte voorwerpen. Het zijn reproducties die hun oorsprong hebben in Jonia uit de achtste eeuw voor Christus. In een recente analyse ontdekte men een stukje bladgoud in een van de plooien op de rug van het beeld. Dit laat vermoeden dat het beeld oorspronkelijk bedekt was met bladgoud.

N. De Stier van Osuna.

De Stier van Osuna stamt uit het einde van de vijfde eeuw voor Christus en het is een Iberisch beeldhouwwerk. Het beeld werd gemaakt door de Turdetaniërs, een volk uit de oude beschaving van Tartessos. Het beeld werd gevonden in Osuna, Sevilla, in de archeologische vindplaats van de oude Iberische stad, Urso. Het is een hoog reliëf van een stier in hardsteen die deel uitmaakte van een grafmonument waar het een beschermende functie had.


Het is een beeld van een stier die realistisch is uitgevoerd . De ogen zijn omgeven door diepe insnijdingen die zich uitstrekken tot boven de neus. De muil staat halfopen en de onderkin is bewerkt met parallelle insnijdingen. Het lichaam is slank en het heeft geprononceerde heupen.

O. De Dame van Baza.

De Dame van Baza is een Iberisch beeldhouwwerk uit kalksteen uit de vierde eeuw voor Christus.

Het beeld werd gevonden op 20 juli 1971 door de archeoloog Francisco José Presedo Velo in Cerro del Santuario, de begraafplaats van de oude stad Basti (Baza), in de provincie Granada.


Het beeld stond in een grafkamer van 2,60 m² en 1,80 m hoogte waar er ook een Punische amfoor die met het oppervlak in verbinding stond door middel van een trechter. Daardoor weet men er vloeibare offers gebracht werden.

Voor de dame lag een klein hoopje wapens naast andere voorwerpen en daarom dacht men lang dat het de grafkamer van een belangrijke krijger was. Echter, recente studies hebben uitgewezen dat de grafkamer de grafkamer was van een een vrouw.

De dame zit op een gevleugelde troon en de voorpoten van de troon zijn klauwen van een leeuw. Het oppervlak van de troon is afgewerkt met de techniek van het stucwerk dat nadien werd beschilderd in blauw, rood, bruin en zwart.

De dame heeft zwart haar met twee grote laterale golven waarop een kapje of een tiara staat dat gedeeltelijk de oren bedekt en dat bovendien versierd is met drie banden. Zij draagt twee grote, holle oorbellen die direct in de oorbellen zijn aangebracht. De keel is bedekt met vier halssnoeren en verder is er een halsketting die gevormd is door kralen in de vorm een tonnetje en waaraan vijf hangers hangen. Een andere grote collier bestaat uit drie stukken in de vorm van een hart. Aan de vingers zitten een aantal ringen en aan elke pols zitten er ook een aantal ringen.

Als kleding draagt zij een blauwe tuniek met aan de onderkant een sierband. Onder de tuniek draagt zij twee onderrokken waarvan de tweede rok tot op de schoenen komt. Zij heeft ook een mantel die van het hoofd tot aan de voeten gaat. Zij heeft in haar linkerhand een blauw geschilderd jong duifje waarvan de ogen bestaan uit een zwarte cirkel.

P. De Grote Offerende Dame van Cerro de los Santos.

De Grote Offerende Dame is een Iberisch beeldhouwwerk uit de derde of de tweede eeuw voor Christus.

Het beeld is van een vrouwelijk figuur van 1,30 meter hoog uit steen en het is gevonden in het heiligdom van Cerro de los Santos, in Montealegre del Castillo, Albacete.

Het betreft een vrouw met een geheiligde gelaatsuitdrukking die een vaas met offergaven aanbiedt. Misschien is het de initiatierite van een adellijk meisje.

De grote open ogen die naar een onbekend punt kijken geven het grote intense beleven van het moment weer.

Q. De Dame van Ibiza.

De Dame van Ibiza is een figuur van klei met een hoogte van 47 centimeter en het stamt uit de derde eeuw voor Christus. Het beeldje werd gevonden op de begraafplaats van Puig des Molins op het eiland Ibiza. 


Het is gemaakt met een mal en er is een holte in de achterkant van het beeld aanwezig. Dit is gelijkaardig aan de andere gevonden “dames” en men denkt dat de beelden gebruikt werden om er relikwieën, offergaven of asse in te bewaren. Het is de weergave van een Carthaagse godin, vermoedelijk Tanit en die staat in verband met de Fenicische godin Astarté. Het beeldje heeft een rijke versiering in de kledij en in de juwelen.

De meerderheid van de gevonden figuurtjes in de begraafplaats van Puig des Molins zijn voorstellingen van godinnen. De beeldjes komen duidelijk uit de Griekse cultuur en er is een groot aandeel door de eeuwen heen vanaf de Magna Grecia (de naam die men in de Oudheid aan de Griekse kolonies gaf die ten zuiden van Italië lag).

R. Het Zittend Standbeeld van Livia.

Het Zittend Standbeeld van Livia Drusilla is een beeldhouwwerk uit het begin van de eerste eeuw. Het beeld werd uitgehouwen tijdens de Romeinse periode en het wordt beschouwd als een van de mooiste afbeeldingen van de echtgenote van keizer Augustus. 


Het beeldhouwwerk werd tijdens een opgraving in Paestum in 1860 gevonden en die werd gefinancierd door de Markies van Salamanca. Paestum is de Romeinse naam van een belangrijke Grieks-Romeinse stad in de Italiaanse regio Campania. Momenteel is de naam van de stad Capaccio-Paestum.

Het beeld stelt Livia Drusilla, (Livia Drusa Augusta, Livia Drusila of Julia Augusta) voor en zij is de derde echtgenote van de Romeinse keizer Augustus, de dochter van Marco Livio Druso Claudiano, die in de slag van Filipos gesneuveld is. Livia Drusilla werd tijdens de regeerperiode van haar kleinzoon, keizer Claudius verafgood.

S. De Pot van Zamora.

De Pot van Zamora, ook bekend als "Píxide de Zamora" wordt beschouwd als een van de juweeltjes van de Islamitische kunst, is een urne van ivoor van een olifant die uit de periode van het Kalifaat van de Omajjaden op het Iberisch schiereiland stamt, het vroegere Al-Ándalus.



De urne werd door archeologen gevonden in een oude stad van het Kalifaat van Córdoba, Madinat al-Zahra, (de stad van Zahra). Deze stad werd gesticht door de kalief Abderramán III (Abd al-Rahman III, al-Nasir) en ze ligt 5 km in westelijke richting van Córdoba.

De pot werd in 964 in het kalifaat door een onbekende kunstenaar gemaakt en die kunstenaar was enkel bekend onder zijn bijnaam "El maestro de Zamora".  Hij kreeg zijn roem door zijn ongelooflijk detail en de fijnheid van de uitvoering.

Uit inscripties blijkt dat de pot een gift was van de kalief Abû al-`Âs al-Mustansir bi-llah al-Hakam ibn `Abd ar-Rahman, beter bekend als Al-Hakam II of Alhakén II (Córdoba, 13 januari 915 - 16 oktober 976), de tweede Omajjaden kalief van Córdoba aan zijn minnares Subh. Zij is tevens de moeder van zijn erfgenaam Hisham II.

De pot zelf heeft een ronde vorm van 16 centimeter met een halfrond deksel en hij is gemaakt van ivoor van een olifant en van zilver. Er zijn inscripties aangebracht van kalkoenen, gazellen en vogels en men opent en sluit de pot met twee scharnieren.

T. Het Standbeeld van de Biddende Pedro I van Castilla.

Het Standbeeld van de Biddende Pedro I van Castilla is een albasten standbeeld uit 1401 – 1500 en het toont Pedro I van Castilla (Burgos, Castilla, 30 augustus 1334 – Montiel, Castilla, 23 maart 1369). 


Zijn tegenstanders noemden hem de Wrede maar voor zijn medestanders was hij de Rechtvaardige en hij was koning van Castilië van 26 maart 1350 tot aan zijn dood.

Het is een grafbeeld in Gotische stijl met een hoogte van 143,5 centimeter, een breedte van 70 centimeter en een diepte van 36 centimeter en het werd oorspronkelijk ontworpen voor de graftombe van de monarch. Deze tombe kwam in de grote kapel van het Convento de Santo Domingo el Real in Madrid.

Daarheen werden ook zijn stoffelijke resten overgebracht en dat gebeurde op de uitdrukkelijke vraag van de nicht van de koning, Doña Constanza de Castilla, dochter van Juan de Castilla en abdis van het klooster.

Het grafmonument werd in 1504 heropgebouwd door de Katholieke Koningen en toen werd het beeld omgevormd van een liggende figuur naar een biddende figuur. In de zeventiende eeuw werden de benen gedeeltelijk ingekort om het beeld in een nis te kunnen plaatsen.

U. De Graftombe van Constanza van Castilla

De Graftombe van Constanza van Castilla bevat de stoffelijke resten van de abdis van het klooster van Santo Domingo el Real in Madrid. Het monument is gemaakt uit albast en het is geschilderd en verguld.

Constanza van Castilla was de nicht van koning Pedro I van Castilla en zij was abdis van het klooster van Santo Domingo el Real in Madrid. Na haar overlijden werd zij in het klooster begraven en het graf werd in het koor van de kerk van het klooster begraven.
Na de vernieling van het klooster werd haar graftombe overgebracht naar het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid.

Het grafmonument van Constanza van Castilla heeft een gotische stijl, het is gemaakt van albast en het is beschilderd en verguld. Het is gemaakt in het laatste kwart van de vijftiende eeuw en het is 155 centimeter hoog, 229 centimeter lang en 71 centimeter diep.

Het is een typisch grafmonument dat de Castiliaanse adel in het midden van de vijftiende eeuw liet bouwen. De tombe rust op een niet versierde basis en het werd tegen een muur geplaatst met een bedekking van een arcosolium. In feite is enkel de voorzijde versierd met voorstellingen die de Wijsheid, de Matigheid, de Hoop en het Geloof uitbeelden.

Het beeld stelt het Geloof voor met een habijt van de Orde van Santo Domingo. Twee engelen houden het wapenschild van Constanza van Castilla vast dat aan de voorzijde van het grafmonument is aangebracht. Dit wapenschild i hetzelfde als dat van haar vader, Juan van Castilla.

Op het deksel van de tombe ligt een afbeelding van Constanza van Castilla, gekleed in het habijt van de orde. De figuur heeft een rozenkrans tussen de handen en een getijdenboek, symbool van haar taak is abdis.

Aan de uiteinden van het deksel van de tombe staan twee biddende figuren die gekleed zijn als religieuzen. Sommige auteurs denken dat deze figuurtjes twee nichtjes zijn van Constanza van Castilla, die beiden nonnen in het klooster van Santo Domingo waren.

De maker van de graftombe is onbekend maar hij komt duidelijk uit Spaans-Vlaamse school.

V. Een reproductie van het plafond van de schilderijen uit de Grot van Altamira

Er is hier ook een reproductie te bezichtigen van het plafond van de Grot van Altamira (Santillana del Mar, Cantabria), en die is ingericht in een ondergrondse zaal onder de tuin.

5. De website: Het Nationaal Archeologisch Museum, de site is beschikbaar in het Spaans.