Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Muziek in Spanje


  1. Algemeen
  2. De oudheid en de middeleeuwen
  3. Renaissance en Barok
  4. Van de achttiende tot de eenentwintigste eeuw
  5. Volksmuziek
  6. Populaire muziek

1. Algemeen

Muziek is een belangrijk onderdeel van de Spaanse cultuur en folklore waardoor er verschillende stijlen ontwikkeld zijn in verschillende historische periodes.

2. De oudheid en de middeleeuwen

Tijdens het begin van de christelijke periode waren er in Spanje een aantal verschillende culturen aanwezig. De Romeinse cultuur was tijdens de eerste eeuwen dominant aanwezig en die cultuur bracht ook de muziek en de ideeën van het oude Griekenland in Spanje binnen.

De eerste christenen maakten hun eigen versie van de Romeinse ritus. Verder waren er de Visigoten, een Germaanse stam die het Iberisch schiereiland veroverde in de vijfde eeuw, de Byzantijnen die het zuidoostelijke deel van het schiereiland bezetten, de Joden uit de diaspora en tenslotte de morisken, dat is de aanduiding van de Moren die na de inneming van Granada in 1492 niet uitweken en (in schijn) christen werden.

Bepalen welke invloed elke periode had in de tweeduizend jarige geschiedenis van het land is onmogelijk maar het uiteindelijke resultaat is totaal afwijkend van de rest van de Europese muziek geschiedenis.

De muzieknotatie werd in Spanje in de achtste eeuw ontwikkeld en men noemde het Visigotische neumas. Men gebruikte de notatie om er de kerkelijke zang en muziek mee te registreren. Van deze notatie zijn enkel kleine stukjes bewaard gebleven en zij is, zelfs voor experten, vrij moeilijk te ontcijferen.

De Spaanse kerkelijke muziek is verbonden met wat men noemt de Mozarabische rite en zij is los van de Karolingische rite ontwikkeld. De belangrijkste geschreven bron van deze Mozarabische zang is het Antifonario de León.


Na het huwelijk van Alfonso VI werd deze muziek vervangen en de Romeinse ritus nam de controle over van de christenen op het schiereiland.

De muziek van de verzen stond vermeld in de Cancionero Colocci-Brancuti, de Cancionero de Ajuda en de Cantigas de Santa María. Andere belangrijke verzamelingen waren de Codex Calixtinus van de Kathedraal van Santiago de Compostela en de Codex Las Huelgas. Op het einde van de veertiende eeuw was het het Llibre Vermell de Montserrat.

3. Renaissance en Barok

In het begin van de zestiende eeuw ontwikkelde zich een polyfone koorzang die dicht bij de Frans-Vlaamse school stond. Onder de populairste componisten uit deze periode vinden we Mateo Flecha de oude, de Castiliaanse dramaturg Juan del Encina, Juan de Anchieta, Francisco de Salinas en de organist Antonio de Cabezón. Een groot deel van de muzikale productie werd opgenomen in boeken zoals de Cancionero de Palacio, de Cancionero de Medinaceli, de Cancionero de Upsala en de Cancionero de la Colombina.

Cancionero de Palacio

Tijdens de regeerperiode van Karel I, de keizer van het Heilige Roomse Rijk, bleef er een muziekstijl over. Aan de oorzaak lag het feit dat muzikanten uit het noorden naar Spanje kwamen en Spaanse muzikanten trokken naar de Lage Landen, Duitsland en Italië.

De grote componisten uit de renaissance waren Francisco Correa de Arauxo, Francisco Guerrero en Cristóbal de Morales die ook actief waren in Rome. Maar de belangrijkste van de toenmalige componisten was Tomás Luis de Victoria. Hij verbleef ook een lange periode in Rome waar hij de polyfone koorzang perfectioneerde en er een grotere intensiteit en expressie in stopte en zijn muziek kon vergeleken worden met die van Giovanni Pierluigi da Palestrina en van Orlando di Lasso.

Veel componisten hadden de neiging om op het einde van hun carrière terug te keren naar hun geboorteland.

Een van de grootste realisaties uit de Iberische renaissance ligt in de ontwikkeling van de vihuela, een acht-vormig snaarinstrument en belangrijke componisten zijn Luis de Milán, Alonso de Mudarra, Luis de Narváez en Miguel de Fuenllana.

4. Van de achttiende tot de eenentwintigste eeuw

Tegen het einde van de zeventiende eeuw imiteerde de Spaanse muzikanten volop de Italiaanse kunstenaars en de Italianen Domenico Scarlatti, Luigi Boccherini en Gaetano Brunetti die allen bewoners van het koninklijk hof in Madrid waren en zij hadden een grote invloed. 

Belangrijke componisten voor gitaarmuziek waren toen Dionisio Aguado y García, Fernando Sor, Francisco Tárrega en Miguel Llobet. Voor viool waren het Jesús de Monasterio en Pablo Sarasate.

Een muziekstijl die ontwikkeld werd in het begin van de zeventiende eeuw was de zarzuela, een vorm van opera. Onder de belangrijkste componisten waren Francisco Asenjo Barbieri, Ruperto Chapí, Federico Chueca en Tomás Bretón.

Onder de post-romantische componisten vinden we Felipe Pedrell, Isaac Albéniz, Enrique Granados, Joaquín Turina, Manuel de Falla, Jesús Guridi, Óscar Esplá, Federico Mompou, Salvador Bacarisse, Ernesto Halffter, Xavier Montsalvatge, Pablo Sorozábal Joaquín Rodrigo en Roberto Gerhard.

In het begin van de jaren 60 van de vorige eeuw verlieten een aantal componisten hun nationale basis en zij richtten zich op de Europese avant-garde. Onder deze componisten vinden we Gerardo Gombau, Carmelo Bernaola, Cristóbal Halffter, Luis de Pablo, Joan Guinjoan, Manuel Angulo, Tomás Marco en Carlos Cruz de Castro.

Tijdens de laatste jaren van de twintigste eeuw en de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw verlieten een aantal van de avant-garde componisten deze richting en gingen zij op zoek naar een eigen taal. Enkele van deze componisten waren de Basken Ramón Lazkano, Gabriel Erkoreka en Javier Jacinto, de Madrilenen David del Puerto, José Mª Sánchez Verdú en José Manuel López López terwijl de Catalaanse stijl werd vertolkt door Josep Soler, Albert Sardá, Lola Vernel, Benet Casablancas en de componist en dirigent Salvador Brotons.

5. Volksmuziek

Spaanse volksmuziek is net zo gevarieerd als zijn regio's. Er waren een aantal ritmes die over het ganse schiereiland verspreid waren maar na een tijd werden ze aangepast aan de regio of sommige ritmes verdwenen zelfs.

Onder de belangrijkste soorten vinden we de flamenco, de charrada, de chotis, de contrapàs, de copla, de cuplé, de fandango, de habas verdes, de isa canaria, de jota, de muñeira, de paloteo of de ball de bastons, de pasodoble, de pardicas, de rebolada, de sardana en de verdiales.

Verder zijn er ook nog de zangers, die zoals in Latijns-Amerika en Portugal hun muziek baseren op de volksmuziek maar met een politieke boodschap en de voornaamste vertolkers zijn hier Joan Manuel Serrat en Joaquín Sabina.

De flamenco

De flamenco, de meest bekende Spaanse muziekstijl, is sterk beïnvloed door de Andalusische tradities en hij wordt meestal in verband gebracht met de Spaanse zigeuners, de gitanos. De flamenco zou deels afstammen van de Moorse muziek uit de achtste tot de zeventiende eeuw maar er zijn ook sporen van byzantijnse kerkmuziek en muziek uit Egypte, Pakistan en India. 

Anderzijds zou de flamenco zijn wortels hebben in muziek uit de achttiende en de negentiende eeuw zoals de tango, de Griekse rebetiko of de Portugese fado.

De oudste verwijzingen kan men vinden in "Cartas Marruecas" van José Cadalso uit 1774. De eerste openbare opvoering zou gebeurt zijn in Cádiz, Jerez de la Frontera, Triana en Utrera.

In de flamenco zijn er drie belangrijke uitingen: de zang, de dans en de gitaar.

6. Populaire muziek

Popmuziek

De Spaanse popmuziek heeft zijn oorsprong op het einde van het Franco regime. Op het einde van de jaren 1950 trok een generatie oudere muzikanten en zangers van voor de Spaanse burgeroorlog zich terug. Op hetzelfde moment kwam de Britse en Noord-Amerikaanse, en dan vooral de rock and roll, onder de aandacht van het Spaanse publiek.

Het Festival de la Canción de Benidorm begon in 1959 in Benidorm, een stad aan de kust, om het toerisme te bevorderen. Men inspireerde zich op het Festival van San Remo en het werd door gelijkaardige festivals in Barcelona, Mallorca en de Canarische Eilanden gevolgd. Een belangrijke impuls voor deze nieuwe muzikale ontwikkelingen waren de Matinales del Price in 1962-1963.

De eerste sterren van deze popmuziek waren vrouwen en zij kregen hun bekendheid door die festivals. Mannelijke uitzonderingen waren Raphael, het eerste Spaanse popidool en Julio Iglesias, een speler bij Real Madrid, die wereldwijd beroemd werd en meer dan 250 miljoen platen verkocht.

De vrouw die de grootste internationale bekendheid kreeg was Rocío Dúrcal die meer dan 100 miljoen platen verkocht. Zij stond bekend als "La Reina de las Rancheras" of "La española más mexicana" en die bijnamen kreeg zij juist door haar vertolkingen van die Mexicaanse liefdesliedjes (rancheras). 

De jaren 60 en 70 waren een periode van grote bloei, het waren de ontwikkelingsjaren. Het toerisme kwam tot een grote bloei en dat toerisme bracht ook andere muziek met zich mee vanuit Europa en de rest van de wereld.

Ye-yé

Ye-yé is een term uit het Frans en die is op zijn beurt weer afkomstig uit het Engels "yeah-yeah".  De term wordt gebruikt om er popmuziek met een uptempo mee te beschrijven. Oorspronkelijk was het een fusie tussen Amerikaanse en Britse muziek.

Concha Velasco, zangeres en actrice, lanceerde deze stijl in haar film uit 1965, La chica ye-yé, maar er was al vroeger, in 1963, de zangeres Karina geweest. In het begin imiteerden de Spaanse zangers de Franse die op hun beurt reeds de Britse en de Amerikaanse hadden geïmiteerd.

Maar na een tijdje zorgden een mix van ye yé met flamenco en nog andere ritmes voor een eigen Spaans geluid. De eerste zangeres met een eigen Spaans geluid was Rosalía in 1965 met het liedje "Flamenco". 

De Beweging (La Movida)

Na de dood van Franco bracht de democratische overgang een culturele bloei met zich mee en die kreeg de naam De Beweging (La Movida). Deze beweging begon in Madrid maar ze verspreidde zich naar onder andere Vigo en Barcelona.

Deze Beweging was een Spaanse socioculturele beweging die bestond tijdens de eerste tien jaren na de dood van Franco in 1975 en zij vertegenwoordigde de grotere sociale vrijheid.

Tal van artiesten maakten deel uit van deze beweging zoals Orquesta Mondragón, Pedro Almodóvar, Muelle, Francisco Umbral, Ouka Lele en Eduardo Haro Ibars.

Uit deze periode stammen de muziekgroepen Alaska y Dinarama, Aviador Dro, Loquillo, Los Nikis, Tino Casal, Gabinete Caligari, Radio Futura, Los Secretos en de meest succesvolle van deze groepen, Mecano.  Deze laatste groep verkocht meer dan 25 miljoen platen.

Disco en Funk

Tijdens de hoogdagen van de discomuziek waren er de groepen Barrabás, Baccara en Apache actief maar de bekendste van allemaal was de groep Fundación Tony Manero. Deze laatste groep slaagde er in om een uniek geluid te maken dat kon concurreren met de moderne muziek van Jamiroquai,


The Ting Tings was een andere groep die het geluid van de jaren 70 kon evenaren.

De bakalao

De term bakalao slaat op een genre van elektronische muziek dat men mákina valenciana, ruta del bakalao of Ruta Destroy noemt en die men vooral in de voornaamste discotheken in de regio Valencia draait. De term gebruikt men tegenwoordig in Spanje voor alle vormen van elektronische muziek en dan vooral de meest commerciële.

De themas worden vooral gevormd door de sessies van de DJ's die verschillende liedjes mengen maar die toch een uniforme structuur willen aanbrengen.

De grootste liefhebbers van deze muziekstijl zijn de allerjongsten en een aantal nostalgische iets minder jongeren. De verspreiding van deze muziek gebeurt voornamelijk in de discotheken en in de macrodiscotheken van de grote steden.

Hip-Hop

De verspreiding van de rap en hip-hop gebeurde in Spanje iets later dan op andere plaatsen maar het was een muziek voor een kleine minderheid.

Tijdens de jaren 90, speciaal met de opkomst van de El Club de los Poetas Violentos en van de Los Verdaderos Kreyentes de la Religión del Hip-Hop in Madrid kreeg de hip-hop cultuur een sterke impuls.

Op het einde van de jaren 90 tot in de eenentwintigste eeuw was de rap wel en belangrijke muziekvorm met groepen zoals La Mala Rodríguez, SFDK, Tote King, Falsalarma, Nach, Violadores del Verso, Xhelazz en Rapsusklei.

De laatste tijd is de gangsta rap in opkomst met artiesten zoals Chirie Vegas, Costa, Mitsuruggy, Xcese, Primer Dan, Látex Diamond, Trad Montana, Wase & J. Sánchez, Sholo Truth en Daviz Logic.

Latino pop: El pachangueo

Latino pop staat voor popmuziek die gemaakt is onder een Latijnse invloed. Geografisch komt hij uit Latijns Amerika of Latijns Europa (Spanje, Italië, Frankrijk, Portugal en Roemenië). Latino pop muziek wordt meestal gezongen in het Spaans, Portugees, Frans, Italiaans of een andere Romaanse taal maar soms gebruikt men ook de Engelse taal.

Veel internationale artiesten uit Frankrijk en Italië zingen in het Spaans voor een Spaanstalig publiek. Belangrijke latino pop songwriters zijn Selena, Leonel García, Gian Marco, Estefano, Kike Santander, Juan Luis Guerra, Mario Domm, Rudy Pérez en Draco Rosa.

Latino pop is een populair muziekgenre en een groot aantal artiesten vertolken dit genre zoals Luis Miguel, Rocío Dúrcal, José José, Selena, Juanes, Ricky Martin, Shakira, Belinda, Alejandro Sanz, Paulina Rubio, Eros Ramazzotti, Laura Pausini, Thalía, Enrique Iglesias, Jennifer Lopez, Gloria Trevi, Pitbull, Fonseca, Julio Iglesias, Gloria Estefan, José Feliciano en Menudo.

Donosti Sound

In 1988 begon in San Sebastian de carrière van de groep Aventuras de Kirlian en zij waren duidelijk beïnvloed door de Britse indie pop. Deze groep stond aan de oorsprong van de Donosti Sound en zij hadden een enorme invloed op dit muziekgenre in Spanje. Groepen in deze Donosti Sound waren La Buena Vida, Le Mans en Family.

Aan het begin van de jaren 90 experimenteerde men op nationaal vlak en dat leidde tot de geboorte van de groep uit Granada, Los Planetas. Deze groep was beïnvloed door de Joy Division en The Velvet Underground. Maar deze periode was ook het begin van een beweging naar plaatselijke invloeden en de plaatselijk bekende groepen.

Uit Granada kwamen Lagartija Nick en Lori Meyers, uit Zaragoza was het El Niño Gusano, uit Gijón was er Australian Blonde en uit Valencia was er La Habitación Roja.

Indie pop in de jaren 2000

Het begin van de jaren 2000 werd gekenmerkt door groepen zoals Pauline en la Playa, Supersubmarina, Parade, Maga, Sunday Drivers, Astrud o Sr. Chinarro, Niño y Pistola en Love of Lesbian. 

Pauline en la Playa

Verder waren er de groepen Souvenir, Plastic D'amour en Les Très Bien Ensemble die zich onderscheiden door hun Franse teksten. In Vigo was er een zeer energieke scene met groepen zoals Cat People, The Blows, Ectoplasma, Los Marcianos, Eladio, Eladio Santos, Igloo, Múnich, Anenome, enz.

Op het einde van het decennium hadden de Spaanse indie groepen een grote bekendheid door het grote aantal festivals waar zij terecht konden. Zo zijn er het Festival Internacional de Benicassim FIB (vanaf 1995), Sonorama (vanaf 1998) en Contempopránea (1996). De nieuwe festivals zijn Indiemalaga in de gelijknamige stad en Ebrovisión in Miranda de Ebro.

Rock in Spanje

Rock muziek komt naar Spanje op het einde van jaren '50. Tijdens de beginjaren werd de rockmuziek dikwijls beschimpt en vervloekt. De invloed van Bill Haley & his Comets en die van Elvis Presley kwam einde de jaren 50, begin de jaren 60 tot uiting in de muziek van Los Bravos, Los Brincos, Bruno Lomas y los rockeros, Los Canarios, Los Cheyennes, Fórmula V, Lone Star, Micky y Los Tonys, Los Mustang, Los King's Boys Los Pekenikes, Pop Tops, Los Salvajes en Los Sírex.

In Madrid hebben Amerikaanse soldaten van de basis van Torrejón de Ardoz bijgedragen aan de verspreiding van de rockmuziek. Hetzelfde gebeurde trouwens ook in Groot-Brittannië waar de jongeren uit Liverpool, een haven aan de Atlantische Oceaan, in aanraking kwamen met zeelui die deze platen bij zich hadden en die ze als smokkelwaar verkochten.

Meer over de rockmuziek kan u vinden in het aparte hoofdstuk over de rockmuziek. Hierna gaan we verder met afsplitsingen van de gewone rockmuziek.

Hard rock/heavy metal in Spanje

In de late jaren 70 kwam deze trend naar Spanje. Groepen zoals Lone Star en Miguel Ríos waren begonnen met hardere rock te brengen en zij werden gevolgd door Leño, Coz, Asfalto, Bloque en Topo.

Begin de jaren 80 verschenen Barón Rojo, Ángeles del Infierno en Obús ten tonele en zij waren de grootste hard rockgroepen van Spanje. Andere groepen uit de jaren 80 waren Panzer, Tritón, Goliath, Evo, Muro, Banzai, Manzano, Zarpa en Sobredosis. Zij behoorden allen tot de zogenaamde oude Heavy Metal Español.

Naast deze vorige groepen verschenen er groepen die zich meer richtten op de glam metal zoals Niágara, Bella Bestia, Marshall Monroe, Jupiter en Sangre Azul.

Aan de andere zijde richtten groepen zoals Topo, Asfalto en Leño zich op de basis van de rockmuziek en zij speelden rock urbano. Deze richting zou worden uitgebreid met groepen zoals Barricada, Los Suaves en Rosendo. Veel later, op het einde van de jaren 80 kwamen er groepen zoals Reincidentes, Platero y Tú en Extremoduro die dit genre populairder maakten.

Terugkerend naar de heavy metal, de groep Mägo de Oz, die ook ontstond op het einde van de jaren 80 blonk uit in het subgenre Folk metal en deze groep werd een van de meest representatieve groepen op zowel nationaal als internationaal vlak. Veel later, in 1996 kwam dan de groep Saurom het genre vervoegen alhoewel hun muziek dikwijls werd omschreven als Juglar Metal.

In het begin van de jaren 90 hadden we dan Saratoga en in die tijd wisselden groepsleden nogal eens van groep. Zo kwam de zanger van de groep Obus naar Saratoga. Veel later scheurden zich dan enkele muzikanten zich af om met Stravaganzza te beginnen.

Momenteel komen er nog regelmatig nieuwe groepen in alle subgenres van de rockmuziek op de markt zoals: hard rock met Beethoven R., '77..., black metal met Noctem, thrash metal met Angelus Apatrida, Soziedad Alkoholika,


Gothic metal met Nox Interna, Stravaganzza), symphonic metal met Níobeth, Dragonfly..., power metal met Dark Moor, Warcry..., folk metal met Ars Amandi, Lándevir...,


freak metal met Gigatrón, El Reno Renardo, en metal alternativo of nu metal met(Def con Dos, Skizoo....