Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Misterio de Elche 


  1. Algemeen
  2. De oorsprong van de tekst
  3. De oorsprong van de muziek
  4. Het werk
  5. Website

1. Algemeen

Het Misteri d'Elx of het Misterio de Elche is een opera met religieuze inslag die als onderwerp de Dood, de Verrijzenis en de Kroning van de de Maagd Maria heeft.

Verdeeld in twee aktes wordt elke 14de en 15de augustus het werk gespeeld in de basiliek van de Heilige Maagd in de stad Elche.

Recent uitgevoerd onderzoek heeft uitgewezen dat het werk uit het tweede deel van de vijftiende eeuw stamt en dat is in tegenspraak met de plaatselijke tradities.  Deze zijn voor een deel gerelateerd met de verovering van Elche op de Moren in 1265 en voor het andere deel met de vondst van het beeld van de Maagd in een houten kist op 29 december 1370 in de omgeving van het kust plaatsje Santa Pola.

Het is een enig werk in zijn soort dat zonder onderbreking wordt opgevoerd tot op vandaag de dag niettegenstaande de verhindering door het verbod van het Concilie van Trente om theatrale werken in kerken op te voeren. Het was paus Urbanus VIII die in 1732 door middel van een bul de toelating aan de bevolking van Elche gaf om het stuk verder te blijven opvoeren.

Elk van de personages in het stuk wordt vertolkt door mannen en dit gebeurt om de originele middeleeuwse liturgische gebruiken te respecteren die uitdrukkelijk aan vrouwen het verbod gaven om in dergelijke stukken mee te spelen.

De tekst van het mysterie is met uitzondering van, enkele verzen in het Latijn volledig in het oude Valenciaans geschreven.

De muziek is een amalgaam aan stijlen en zij draagt de stijlen uit de middeleeuwen, de barok en de renaissance met zich mee.

Op 18 mei 2001 heeft de Unesco het Misterio de Elche opgenomen op de lijst van het Inmaterieel Erfgoed van de Mensheid

In 2008 is voor de eerste keer gebruik gemaakt van de stemmen van twee broers die geboren zijn in Ecuador maar die momenteel woonachtig zijn in Elche.  Voor hun optreden haddenzij al  een voorbereiding van 11 maanden achter de rug.

2. De oorsprong van de tekst

Het eerste bewijs dat wij hebben van de tekst is een kopij die uit de zeventiende eeuw dateert. Het originele manuscript is verloren gegaan maar een kopij is bewaard gebleven.  Men heeft heel wat problemen om de exacte datum dat dit gemaakt is te weten te komen.

Vandaag is de oudste kopij in het bezit van het gemeentebestuur en het dateert uit 1709.

Het is een kopij van de Consueta voor de Mestres de la Caoella. De Consueto is een oude naam die gegeven werd aan een aantekenboekje waarin men de ritus noteert waarin men de viering doorloopt.

Traditioneel werd er gezegd dat de tekst geschreven was in het Provencaals maar dat is een vergissing omdat het Provencaals een naam is die men bij vergissing vroeger het Catalaans noemde. Deze taal werd in het koninkrijk van Valencia gesproken dus wordt het Catalaans ook de Valenciaanse taal genoemd.

De tekst is kort, 139 verzen in het eerste deel en er zijn er 119 in het tweede deel. De verzen zijn in meerderheid kort en zij hebben een zeer eenvoudige versbouw.

In het begin werd alle tekst niet gezongen maar beetje bij beetje werd het muziek gedeelte groter en groter totdat nu alle tekst op muziek staat. De auteur is niet bekend maar sommigen denken dat het de kroonprins Don Juan Manuel is maar men is er niet zeker van.

3. De oorsprong van de muziek

Het muzikale gedeelte werd bestudeerd door Óscar Esplá en volgens hem is de partituur uit verschillende periodes. Het oudste gedeelte begint bij de mozarabische liturgie (Middeleeuwen) en zij maken deel uit van de liederen van Maria en de Aartsengel. De andere delen zijn moderner en zij zijn van de hand van bekende auteurs zoals:

  • Ginés Pérez (1548) auteur van “A vosaltres a pregar que s’ens anem a soterrar”.
  • Antonio de Ribera (1521) auteur van “ Flor de virginal bellesa”, “ Aquesta gran novetat”.
  • Lluis Vich (1594) auteur van “ Ans d’entrar en la sepultura”.

De auteur van “Ternari” is onbekend maar het werk draagt de kenmerken uit de zestiende eeuw. Er zijn nog andere recentere delen in het werk want het is wat men noemt een levend werk met een permanente evolutie.

4. Het werk

A. Eerste akte: La Vespra

Dit heeft plaats op 14 augustus, op het einde van de plechtige kerkdienst van de eerste vespers van de festiviteit.

Het begint met de Maagd, Maria Salomé, Maria Jacoba en zes engelen die verschijnen aan de poort van de basiliek. Dan klinken er geluiden van het kerkorgel.

De aartspriester en de ridders doorlopen de helling die naar het podium gaat en de Maagd heeft een lied van hulp aan die het gevolg aanstuurt. Dezen op hun beurt verklaren hun loyaliteit.

Dan knielt zij neer en zij toont haar voornemen om zich te herenigen met haar Zoon. Later stijgt zij op, samen met haar gevolg naar de “cadafal”.

Eenmaal boven, knielt zij opnieuw neer terwijl de twee Maria's en de engelen haar vergezellen. De Maagd spreekt opnieuw de wens uit om herenigt te worden met haar Zoon.

Veel later zijn de poorten van de hemel geopend en in een donkerrode en gouden sfeer daalt een engel neer en hij heft een lied aan en hij groet de Maagd.

De engel die het dichtst bij Maria staat overhandigd haar een palm. Zij neemt de palm aan en zij drukt haar verlangen uit om vergezeld te zijn door de apostelen op het ogenblik van haar overlijden.

De engel stijgt terug ten hemel nadat hij uitdrukking heeft gegeven om het verlangen van de Maagd te vervullen.

San Juan, in het wit gekleed, verschijnt aan de voet van de helling die naar de cadafal loopt en hij draagt het Evangelie in zijn handen. Eenmaal boven, laat Maria hem haar dreigend overlijden weten en zij geeft San Juan de palm die zij ontvangen heeft van de engel. Hij neemt de palm aan en hij zingt even later een droevig lied.

Men klimt naar de cadafal, Sint Pieter draagt de sleutels van de hemel en hij is verrast door de gebeurtenissen.

Hij komt aan bij het bed van Maria, groet haar en heft een lied aan. Ondertussen verschijnen er zes andere apostelen op de helling.

Op dat moment komen er drie apostelen in de kerk door drie verschillende deuren en zij groetten elkaar en zij beginnen te zingen omdat zij verrast zijn door dit toevallig treffen. Deze scene staat bekend als "El Ternari".

Veel later gaan zij naar de cadafal en zij zijn daar met alle apostelen met uitzondering van Sint Thomas en zij zingen er ter ere van de Maagd.

Uiteindelijk richt Sint Pieter het woord tot Maria en hij stelt haar de vraag over het mysterie waarom zij hier zijn samen gekomen. 

Het gevolg van de Maagd verzameld zich rond Maria en zij vraagt verdrietig om begraven te worden in de Vallei van Josafat.

Tijdens de laatste noten valt de Maagd dood neer op haar bed. De apostelen dragen brandende kaarsen en zij heffen een lied aan in afwachting van de verrijzenis.

De poorten van de hemel openen zich en vijf engelen dalen naar beneden en zij zingen voor de Moeder Gods. Eenmaal beneden nemen zij bezit van de ziel van Maria en bij het terug ten hemel stijgen zingen zij een lied.

De aartspriester van Santa Maria en de ridders gaan naar boven op de cadafal en zij kussen de de voeten van de overledene. Zij worden gevolgd door de twee Maria's, de engelen en de apostelen.

Later legt San Juan de gouden palm over Maria en dit is tevens het einde van het eerste deel.

B. Tweede akte: La Festa

Deze tweede akte gaat door op de volgende dag, 15 augustus. Eenmaal men de Vespers beëindigd heeft gaat de aartspriester en de ridders naar boven over de helling en zij kussen de voeten van de Heilige Maagd. Na hen komen de apostelen die rond hen staan. María Salomé, María Jacobe en het gevolg van engelen wachten in het begin van de gang.

Drie apostelen zingen over de toetreding tot de begrafenisstoet en vier van hen dalen af langs de helling en het gevolg en de apostelen gaan samen over de helling tot aan de cadafal.
Sint Pieter neemt de palm en legt hem over het lichaam van de Maagd en hij richt zich tot San Juan. Nadien zullen alle discipelen die neergeknield zijn tegenover het lichaam van de Maagd een lied inzetten.

Uiteindelijk zingt men de psalm “In exitu Israel d'Egipto”, een psalm eigen aan de liturgie voor begrafenissen. Plotseling, geïntrigeerd door het lied verschijnt een groep joden op het toneel. Twee van hen gaan omhoog tot aan de cadafal en de apostelen naast de Maagd. Zij gaan dan terug naar beneden naar de andere joden en zij zeggen daar wat de reden is van de gebeurtenissen.

De joden besluiten om de groep discipelen die rond het levenloze lichaam verzameld zijn aan te vallen met de bedoeling om het lichaam van de Maagd te vernietigen.
De hoofd rabbi, die deel uitmaakt van de groep, probeert dreigend het zingen van de apostelen te stoppen. De joden gaan naar boven tot aan de cadafal en Sint Jan en Sint Pieter proberen dit heiligschennis te voorkomen. Maar de joden die met meer zijn slagen er in om verder naar boven te gaan en zij naderen het lichaam van Maria. Een van hen probeert het lichaam te grijpen maar zijn handen raken verlamd in een wonderlijk toeval. De andere joden die hier getuige van zijn vallen op hun knieën neer en zij bidden zingend tot God om hulp.

De apostelen hebben medelijden met hen en zij vragen hen om geloof te hebben voor de maagdelijkheid van Maria. De groep joden, die nog altijd neergeknield zijn smeken om gedoopt te worden.

Sint Pieter doopt dan de joden en zij zijn vrolijk en zij beginnen te zingen als dank aan de Maagd. Een van hen draagt een kruis en hij neemt deel aan de begrafenis van Maria.

Het kerkorgel begint te spelen en op dit moment openen zich de poorten van de hemel. De araceli komen terug naar beneden en hij draagt bij zich de ziel van de Maagd. Tijdens het zingen van de engelen in de basiliek beloofd men de verrijzenis van de Maria.

De ridders keren terug naar de kerk en zij zijn vergezeld door Sint Thomas. Deze, ontroostbaar omdat hij niet had meegewerkt aan de begrafenis begint te zingen en in dat lied vraagt hij de Maagd vergiffenis.

Vervolgens opent de hemel zich weer en God de Vader, vergezeld van de Heilige Drievuldigheid komt naar beneden. Hij draagt in zijn handen een gouden kroon en die wordt zachtjes op het hoofd van Maria gezet. Een regen van goud komt uit de hemel en bedekt de scene, de klokken van de basiliek gaan luiden en een regen van vuurpijlen wordt afgestoken.

De Heilige Drievuldigheid en de araceli gaan terug naar de hemel en de apostelen samen met de joden zetten het Gloria Patri in.

5. Website: Misterio de Elche, de site is beschikbaar in het Spaans, Valenciaans en het Engels.