Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

De Iberische lynx


  1. Algemeen
  2. Habitat en verspreiding 
  3. Voortplanting
  4. Voeding
  5. Problemen met de instandhouding
  6. Kweekprogramma in gevangenschap
  7. Resultaat van het programma

1. Algemeen

De Iberische lynx (Lynx pardinus) is een katachtige met lange poten en een korte staart met een zwarte kwast op het uiteinde die hij rechtop houd in tijden van gevaar of nervositeit.

Zijn karakteristieke puntige oren eindigen met een kwast van zwarte stijve haren welke de typische vorm van zijn silhouet uitmaken en hem helpen met zijn camouflage.

De bakkebaarden van de lynx zijn zeer karakteristiek, zij hangen aan de wangen van het dier en zij worden groter met zijn leeftijd.


Jonge dieren van een paar weken oud missen de bakkebaarden en de kwasten aan de oren. Bij dieren van een jaar oud verschijnen de bakkebaarden, maar op dat moment zijn ze nog kort. De bakkebaarden en kwasten van de mannetjes zijn langer dan die bij de vrouwtjes.

Zijn kleurpatroon heeft een schakering van grauw, bruingrijs tot grijsachtig met op de flanken zwarte motieven.

De Iberische lynx ziet eruit als een kleinere versie van de Euraziatische lynx (Lynx lynx), met slechts de helft van zijn grootte, de mannetjes wegen gemiddeld een 12,8 kg, de vrouwtjes wegen gemiddeld 9,3 kg.

2. Habitat en verspreiding

De Iberische lynx vinden we in mediterrane bosjes en struikgewas in een paar streken van Spanje en Portugal die afgelegen liggen van menselijke aanwezigheid. Deze soort van habitat verschaft beschutting en voedsel, vooral konijnen die 90 % uitmaken van zijn voeding.

De grootte van zijn leefgebied hangt af van de aanwezigheid van voldoende prooien maar algemeen kan men zeggen dat het ongeveer 10 km² per dier is. In een gebied dat zeer rijk is aan voedsel kan het leefgebied kleiner zijn dan een gebied dat arm is aan prooi.

In 2006 waren de gebieden met een veilig verblijf voor de lynx beperkt tot de Sierra Morena, meer bepaald het Parque Natural de la Sierra de Andújar (dit is het voornaamste reservaat voor de lynx ter wereld), de natuurparken van Cardeña en Montoro, en het Parque nacional de Doñana en zijn omgeving.



Er kunnen kleine gemeenschappen bestaan in andere streken, zoals in de Montes de Toledo en het zuidwesten van Madrid.

De groepen in de Sierra Morena Oriental en Doñana bedroegen in 2005 minder dan 200 exemplaren maar men denkt dat in 2007 het aantal dieren schommelt tussen de 215 en de 250 exemplaren.

Men heeft de voorkeuren van de lynx onderzocht wat betreft zijn habitat in het nationaal park van Doñana en de omgeving en dit onderzoek toonde aan dat de lynx relatief afwezig is op de landbouw gronden en in de aanplantingen met exotische bomen (eucalytus en in de bossen met pijnbomen) waar ook de konijnen schaars zijn.

Onderzoek met radio bracht aan het licht dat 90 % van de rustpunten tijdens de dag zich in het dichte struikgewas bevinden.

3. Voortplanting

De loopsheid begint tussen januari en februari, Alhoewel de lynx een solitair dier is blijft hij in deze periode van het jaar samen met zijn partner.

Hun schuilplaatsen bevinden zich op plaatsen die goed beschermd en verborgen zijn zoals rotsen, bomen en holen.

De dracht duurt tussen de 65 en 72 dagen wat betekend dat de meeste geboortes in maart of april gebeuren. De nesten bevatten 1 tot 4 kittens maar meestal zijn het er 2. Na 4 weken gaat de moeder met de kittens naar een andere schuilplaats en na 2 maanden zijn de kleintjes in staat de moeder op de jacht te vergezellen..

De kleintjes zijn onafhankelijk na 7 of 12 maanden (dit is afhankelijk van wanneer de moeder opnieuw loops komt) en zij blijven op hun geboortegrond tot ongeveer 20 maanden.

De wijfjes kunnen kleintjes voortbrengen in hun eerste winter maar de periode van hun eerste worp is afhankelijk van demografische en omgevingsfactoren. In een omgeving met een groot aantal lynxen zal de leeftijd van de eerste dracht afhankelijk zijn van wanneer het vrouwtje haar eigen territorium verwerft. Dit gebeurt bij het overlijden of de uitzetting van een andere lynx.
Het is mogelijk dat een vrouwtje geen worp heeft tot de leeftijd van 5 jaar.

Lynxen worden ongeveer 13 jaar en de vrouwtjes zijn vruchtbaar tot de leeftijd van 10 jaar.

4. Voeding

De Iberische lynx is waarschijnlijk de enige vleeseter die een specialist is in konijnen. Het voedsel van de lynx bestaat voor ongeveer 90 % uit konijnen. Hij eet ook hoefdieren, patrijzen, kleine zoogdieren en vogels. Het aantal van deze prooien in zijn dieet verschilt van de tijd van het jaar en van de beschikbaarheid van deze prooien in zijn gebied.

5. Problemen met de instandhouding

De Iberische lynx is historisch beperkt tot het Iberisch schiereiland maar komt ook voor in Zuid-Frankrijk.

Het dier is op de lijst van de bedreigde dieren geplaatst in 1966 en is de enige katachtige op deze lijst in de rode categorie van de IUCN.

Het aantal dieren in de jaren '90 bedroeg ongeveer 1.200 exemplaren maar er was een evolutie naar ongeveer 600 dieren tien jaar later. In de jaren '90 waren er 31 plaatsen waar de dieren voorkwamen en dat is momenteel gedaald tot 8 plaatsen. Enkel op een paar plaatsen is de populatie in een goede doen.


De lynx verliest territorium door infrastructuurwerken waardoor de genetische uitwisseling wordt bemoeilijkt maar naast de versnippering van de populatie zijn er nog meer problemen:

  • de afname van het aantal konijnen door ziektes (myxomatose)
  • het verlies van habitat
  • de jacht en het stropen door middel van strikken en vallen

Enkel de populatie in het zuiden van Spanje die bestaat uit 3 subpopulaties is levensvatbaar, zij bevatten enkele honderden exemplaren. De populaties in andere delen van Spanje zijn veel kleiner en daardoor minder levenskrachtig door het gevaar van inteelt.

6. Kweekprogramma in gevangenschap

De twee belangrijkste doelen van het “Kweekprogramma in Gevangenschap” bestaat erin om op korte termijn het behoud te verzekeren van het genetisch materiaal van het ras en op midden en lange termijn moet het mogelijk zijn om nieuwe populaties van de Iberische lynx te maken door middel van herbevolking.

Dit omvat de instandhouding van 60 fokdieren in gevangenschap, waarmee er kan gekruist worden zonder het risico van inteelt. Het fokprogramma speelt zich vooral af in het kweek centrum van El Acebuche (in het Park Nationaal van Doñana), met een kapaciteit voor 11 exemplaren en in de Zoobotánico van Jerez met zeven installaties van verschillende groottesdie kunnen gebruikt worden van quarantaine, voor de voeding van de jonge dieren of voor het huisvesten van jonge dieren.

7. Resultaat van het programma

Na 4 opeenvolgende seizoenen van kweken in El Arebuche heeft het kweekprogramma voorzien in de geboorte van 24 exemplaren die geboren zijn in gevangenschap.