Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

De Kwikmijnen van Almadén


  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. De Mijnen van Almadén
  4. De Mijnbouwacademie
  5. Gevangenis
  6. Nieuwe gevangenis
  7. De school
  8. De stierenarena
  9. Koninklijk Hospitaal van de Mijnwerkers
  10. Website

1. Algemeen

Almadén is een gemeente in de provincie Ciudad Real in de autonome regio Castilla-La Mancha. De gemeente ligt op een hoogte van 589 meter. 

Er zijn hier belangrijke kwiksulfide mijnen, het mineraal waaruit kwik gewonnen wordt. De reserves van dit mineraal zijn de grootste in de wereld en de mijnen werden reeds geëxploiteerd sinds de tijd van Strabo, Vitruvius en Plinius.

2. Geschiedenis

De stedelijke structuur van Almadén kan van Arabische oorsprong zijn maar aan de oorsprong van de bevolking liggen de gebouwen die opgetrokken werden voor de bescherming en de verdediging van de mijn. Men noemde dit toen “hisn al-ma´din”, of ‘sterke mijn’.

Men heeft in de mijn muntstukken en andere objecten uit de Arabische periode gevonden maar ook de gebruikte werkwijze in de mijn zoals ze beschreven is door de Arabische historici Rasis en Ibu Fachi Allak Omari wijst op Arabische invloeden. Een bijkomend bewijs vor deze stelling is het grote aantal Arabische woorden die in de mijnen gebruikt worden zoals alarife een woord dat gebruikt wordt voor metselaar, aludel voor pijp, jabeca of xabeca voor oven, azogue voor kwik maar ook de eigen naam van de stad Almadén wat “de mijn” betekend.

De bevolking bleef tot in 1151 onder Arabisch bestuur toen Alfonso VII de streek heroverde. In 1168 gaf Alfonso VIII de stad aan de graaf don Nuño de Lara en de grootmeester van de orde van Calatrava. Daardoor werd de stad eigendom van de Orde de Calatrava samen met het weiland van Castilseras. In mei 1218 bevestigde Fernando III deze schenking en hij werd daarna gevolgd door Alfonso X el Sabio in april 1251 en door Sancho IV. De orde exploiteerde de mijn door ze in huur te geven aan particulieren.

In 1417 kreeg Almadén de titel stad. In 1512 werd de stad ingelijfd door de kroon en moest de stad belasting aan de schatkist betalen. Om de mijnen te ontginnen maakt men dan gebruik van dwangarbeiders.

In 1523 eindigt de huurperiode van de grootmeester en vanaf 4 mei van dit jaar wordt het gebied opgenomen in de Kroon van Castilla.

Tot in het midden van de zeventiende eeuw was de exploitatie van de mijn in handen van particulieren die hun pacht kochten van de overheid van Castilla: In 1645 kwam de exploitatie terug in handen van de staat. Vanaf dit moment kwam er een periode van van trage hervormingen met de benoemingen van nieuwe opzichters en de exploitatie van nieuwe aders.

Door koning Carlos III werd er door middel van het Koninklijk Besluit van 14 juli 1777 de Academia de Minería y Geografía Subterránea van Almadén opgericht en zij kwam onder de leiding van de Duitser Enrique Cristóbal Störr. Deze Academia de Minería in Almadén was de eerste in Spanje en de vierde in de wereld na Freiburg (Duitsland, 1767), Schemnitz (Hongarije, 1770) en Sint-Petersburg (Rusland, 1772).

In 1795 bouwde men het Academiegebouw waar men het mijnbouwonderwijs tot ontwikkeling bracht en waar de lessen werden gegeven tot in 1973, daarna werd het een Museum over de Mijnbouw. Onder de professoren van de school waren een aantal figuren van formaat zoals Andrés Manuel del Ríode, de ontdekker van het vanadium.

In 1792 gaf Carlos IV meer privileges aan de stad. Daarna groeide de stad in de achttiende eeuw en kwam er een hospitaal voor mijnwerkers, de stierenarena, de School voor Mijn Opzichters, en de Koninklijke Gevangenis voor Dwangarbeid die nu verdwenen is maar die in 1754 werd gebouwd door de ingenieur Silvestre Abarca.

Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog kwam de stad op 15 januari 1810 in Franse handen die onder leiding stonden van Maarschalk Victor. Zij bleven hier tot in 1812.

3. De Mijnen van Almadén

Om de belangrijkheid van deze mijnen te begrijpen moet men naar de cijfers kijken, zij is reeds 2.000 jaar actief en een derde van alle gewonnen kwiksulfide in de wereld komt uit deze mijnen.

De vindplaats van Almadén werd 430 miljoen jaar geleden gevormd toen het kwartsiet dat vandaag de ondergrond vormt onder de zeespiegel werd afgezet in een ondiep continentaal plat. Gelijktijdig met deze afzetting hadden we een diepliggend vulkanisme wat tot gevolg had dat het kwik verbonden werd met de zwavel en dat daardoor het kwiksulfide ontstond.

In het gebied van Almadén zijn er nog andere minder belangrijke vindplaatsen van kwik zoals El Entredicho, Las Cuevas, La Concepción Vieja en Concepción Nueva. De gezamenlijke productie van deze vindplaatsen is ongeveer 700.000 flessen. Elke fles heeft een inhoud van 2,5 liter kwik van 34,5 kg. Dat is slechts een tiende van de totale productie van de mijn van Almadén.

In alle vindplaatsen van Almadén is het voornaamste mineraal het kwiksulfide met zijn specifieke rode vermiljoen kleur die bijna altijd in blokken gevonden wordt en zelden in een gekristalliseerde vorm.

Sinds 2002 zijn de mijnen gesloten omwille van de dalende prijs van het kwik op de wereldmarkt. Deze sluiting is te wijten aan de daling in het gebruik van kwik omwille van zijn giftigheid. Ook zijn de meeste thermometers vandaag de dag elektrische thermometers. Het zijn enkel de wetenschappelijke thermometers die vandaag nog kwik hebben.

De mijnen zijn vandaag nog altijd in een goede staat en bij een stijging van de prijs van de kwik op de wereldmarkt kunnen de mijnen zo geopend worden.

In 2006 werden de poorten van de mijn van Almadén geopend voor het publiek. Bezoekers kunnen de mijn ervaren zoals ze doorheen de jaren in gebruik was.

4. De Mijnbouwacademie

De academie werd tijdens de regeerperiode van Carlos III gesticht met het Koninklijk Besluit van 14 juli 1777. Aan het hoofd kwam Enrique Cristóbal Störr, de toenmalige directeur van de mijnen. De oorspronkelijke benaming van de school was de “Academia de Minas”.

In 1785 vergrootte men het aanbod aan onderwijs en er kwam een modern schoolgebouw. De leerlingen verblijven in de school als in een internaat. In die periode had de school briljante professoren en leerlingen zoals Fausto Elhúyar, ontdekker van het wolfram en Andrés Manuel del Río, ontdekker van het vanadium. In 1785 gaf men hier in de school voor de eerste maal in Spanje onderricht in logaritmische berekening.

De school verhuisde in 1835 naar Madrid, in 1962 kreeg de school de naam “Escuela de Peritos de Minas y Fábricas Mineralúr­gicas y Metalúrgicas”.

5. Gevangenis

Om het gebruik van een gevangenis te beschrijven moeten we weten dat in die periode de winning van kwik zeer belangrijk was.

De verschijning van veroordeelden in de mijnen van Almadén hing samen met de straf die men kreeg om naar de galeien gestuurd te worden, men gebruikte gevangen als werkkrachten. Er was hier ook altijd een tekort aan werkkrachten voor de ertswinning en het onderhoud van de mijn.

Het was een feit dat vrije werkkrachten duurder waren dan gevangenen of zelfs “slaven”.
De gevangenen werden verzonden uit de gevangenis van Toledo waar de gevangen in kettingen wachten op hun vertrek naar de marine. In de uitgesproken straffen werd er uitdrukkelijk opgenomen dat de staf uitgesproken werd om “te dienen in de mijnen van Almadén”.

Met het Koninklijk Besluit van 22 mei 1799 werden de straffen in de mijnen afgeschaft.
In het midden van de zestiende eeuw kwam er een verplichting om een ziekenzaal en een apotheek in te richtten en er moest een dokter en een barbier in dienst genomen worden. Beiden hadden de verplichting om dagelijks in de voor- en in de namiddag de zieken te bezoeken, zij moesten geneesmiddelen voorschrijven en voedsel en drank ter beschikking stellen. De voorschriften van de dokter moesten nagekeken worden door het diensthoofd van de mijn.

6. Nieuwe gevangenis

Op aanvraag van de opzichter werd er door de ingenieur van de Koninklijke Landmacht, Silvestre Abarca in 1754 een nieuwe gevangenis gebouwd. Deze gevangenis moest de grootste criminelen en slaven uit de Afrikaanse kolonies gevangen houden.

Op 30 september 1793, op een voorstel van de opzichter, werd er besloten om de ziekenzaal van de gevangenis te sluiten omdat deze zieken ook behandeld worden in het Hospitaal van de Mijnwerkers.

De gevangen kwamen naar Almadén om er een tijdelijke of levenslange straf uit te zitten. De gevangenen met een tijdelijke straf leefden over het algemeen niet lang genoeg om hun periode van vrijheid te bereiken. Voor diegene met een levenslange straf of voor de slaven kwam er ook een periode waarop men moest beslissen van wat men met hen moest doen. Zij waren te oud of te ziek om nog te werken. In 1712 stelde men dus voor om tien slaven vrij te laten en de andere kregen voedsel tot aan hun dood.

Een Koninklijk Besluit van 4 februari 1716 liet toe dat slaven die in de mijnen gewerkt hadden na 10 jaar op eenvoudige vraag konden vrijgelaten worden. Later kregen zij hun vrijheid terug op een automatische manier.

7. De school

De school werd opgericht met een Koninklijk Besluit van 14 juli 1777 en op 8 juni 1781 begon men met de bouw van het gebouw, vier jaar later was het gebouw klaar.
Het is een rechthoekig gebouw met achteraan een binnentuin. Er zijn twee verdiepingen aan de straatzijde en twee kelders aan de achterzijde.

Het belangrijkste ligt in de voorgevel met zijn balkon en een wapenschild.

8. De stierenarena

De arena is een van de meest typische gebouwen in Almadén en hij is uniek in wereld door zijn zeshoekige vorm. Het is tevens een van de oudste arena's in Spanje, hij werd gebouwd in het begin van 1752.

De oorspronkelijke bouw van de arena hing samen met de bouw van het Koninklijk Hospitaal van de Mijnwerkers van San Rafael. In augustus 1752 begon men onder de druk van epidemies en een hoog sterftecijfer onder de mensen die in de mijn werkten met de bouw van een hospitaal. Men bouwde tevens vierentwintig woningen op deze zeshoekige plaats. Deze woningen deelden een dubbel doel, zij moesten de overbevolking en de epidemies tegen gaan. Tevens kon men nog verdienen aan de verhuur van de woningen. Het plein, met een capaciteit van vier duizend personen werd gebruikt voor de stierengevechten en het was het centrum in het dorp.

Er zijn hier twee verdiepingen waarin de vierentwintig woningen aan de buitenkant geïntegreerd zijn. Het is bedekt met in het oog springende dakpannen en interessante schoorstenen.

De werken werden beëindigd in 1765 en men had hier meer dan 320.000 reales aan uitgegeven. Maar in 1752, was men al begonnen met het inrichtten van de eerste feestelijkheden. Er werden papieren terug gevonden dat er op 19, 21 en 23 oktober reeds stierengevechten met 21 stieren waren.

In 1754 verbood Fernando VI alle stierengevechten in het koninkrijk. Met deze beslissing maakte men het mogelijk dat de veestapel terug op peil kon komen nadat hij gedecimeerd was door droogte en epidemies. Op Almadén had deze maatregel minder effect omdat men hier een soort van vrijstelling kreeg. In de periode van het verbod op de stierengevechten, die tot in 1759 duurde, had men hier toch 35 gevechten.

Vanaf 1979 is het een Nationaal Historisch Monument. In de eenentwintigste eeuw is de arena een privaat eigendom.

De laatste restauratie werd uitgevoerd in 2003 en vandaag de dag gaan er terug stierengevechten door maar er zijn ook tentoonstellingszalen, de toeristische dienst, een restaurant en een hotel.

9. Koninklijk Hospitaal van de Mijnwerkers

Binnen het uitgebreide erfgoed in Almadén onderscheidden we het hospitaal van San Rafael. Het gebouw werd gebouwd tussen 1755 en 1773 en het is nauw verbonden met de stierenarena van Almadén. Het is onlangs gerestaureerd en het is een goede bron om een betere kennis te verkrijgen van de geschiedenis en de mijnbouw in de stad. Het hospitaal is in 1752 gesticht door Francisco Javier de Villegas. Het is een van de eerste hospitalen in Spanje waar men een echte professionele structuur uitbouwde volgens de geneeskundige idealen uit de achttiende eeuw. 

Het is een merkwaardige constructie in een "L" vorm gevormd door een een wandelgang, binnentuinen en bijgebouwen. Er is nog een tweede kleiner gebouw waarin allerhande diensten gevestigd werden zoals woningen voor het personeel, keukens enz.

De sobere gevel is verdeeld in twee delen waarin we de stenen voorgevel hebben met een beeld van de Aartsengel Rafael. De toegangspoort wordt geflankeerd door twee slanke pilaren en binnenin zijn er grote zalen voor de zieken.

Het gebouw is recent gerestaureerd en nu vinden we hier het Historisch Archief van de Mijnen van Almadén, de zetel van de Stichting Almadén-Francisco Javier de Villegas en het Museum van het mijnwezen.

Achter het museum zijn er tuinen van waaruit men toegang heeft tot de kerkers waar de gevangenen behandeld werden die in de mijnen werkten. 

10. Website: De Kwikmijnen van Almadén, de site is beschikbaar in het Spaans.