Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Jazz in Spanje


  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Het begin
  4. De jaren '30 en de periode na de oorlog
  5. De periode 1950-1975
  6. De jazz op het einde van de twintigste eeuw
  7. Links
  8. Kalender

1. Algemeen

Tijdens de zomer worden er ook in Spanje jazzfestivals gehouden en hier aan de oostkust zijn het vooral San Javier, Alicante en Cartagena.

Jazz is vrij nieuw in Spanje, een land dat sterk gebonden is aan zijn tradities, niet alleen op muzikaal, maar op alle gebied. De coplas, zarzuela en flamenco nemen nog steeds een belangrijke plaats in op grote festivals. In zijn grote jazz encyclopedie schreef Leonard Feather al dat Spanje op het gebied van jazz een woestijn met weinig oases is. 

Tete Montoliu

Hij vermeldde enkel Tete Montoliu. De laatste decennia is daar echter veel verandering in gekomen en de jazz neemt nu ook een belangrijke plaats in bij het festivalgebeuren in Spanje. Dit is uiteraard vermengd met de Mediterrane ritmes, al haalt men uit het buitenland wel grote jazzgroepen, zangers en muzikanten naar de festivals.

2. Geschiedenis

De jazz kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Europa. Londen en Parijs ontvingen de nieuwe stijl met open armen en jazz was er al snel thuis. De muziek, ontstaan bij de laagste sociale klassen in het zuiden van de Verenigde Staten werd een muziek met stijl onder de intellectuelen in Europa.

Componisten als Debussy en Ravel gebruikten jazzritmes in hun muziek.

3. Het begin

In Spanje vinden we de eerste referentie naar de jazz in 1929 toen Sam Wooding en zijn Chocolate Kiddies optraden in Madrid, San Sebastian en Barcelona waar ze zelfs een opname maakten. Ook in 1929, tijdens de Wereldtentoonstelling in Barcelona, speelde het orkest van Jack Hilton en later het orkest van Harry Flemming, met onder andere de trompettist Tommy Ladnier. Daarvoor was er wel een ouverture van ragtime in de balzalen. In 1927 speelde in de benedenzaal van Hotel Palace, in de Rector's Club, een orkest van negers.


Sam Wooding

De foxtrot was in feite de muziek die de jazz introduceerde in Spanje. Ragtime, rumba-habanera, foxtrot, charleston en andere Afro-Amerikaanse ritmes vonden hun plaats in de maatschappij. Men vond in de jazz Latijnse en Spaanse ritmen terug en het was weer Barcelona dat de eerste echte Spaanse jazz zou brengen met Miguel Torné en die ook een aantal nieuwe instrumenten gebruikte. Het was Isidro Paulí die in 1919 in Barcelona al een nieuw instrument introduceerde, de baterie. Andere voorlopers van de Spaanse jazz in die periode waren Jesús Guridi en José Iturbi.

4. De jaren '30 en de periode na de oorlog

Vanaf 1930 verschenen in de Spaanse steden de eerste Hot Clubs, die zich in in Frankrijk ontwikkeld hadden en tegelijk de verzamelaars van jazzplaten. Natuurlijk ontstonden er ook gespecialiseerde winkels zoals Saci in Madrid. Bekende orkesten en groepen werden uitgenodigd zoals Willie Lewis and his Entertainers, Bill Coleman, Adelaide Hall en George Johnson.Het populairst was nog steeds de jazz met de Latijnse ritmen zoals het orkest van Havana Cubains Jazz.

Bovendien brachten tal van jazz-dancers optredens in Spanje en dat waren echte spektakels. Onder hen waren Eddie Brown en Louis Douglas (acteur, danser en showman) en dan vooral de tournee in februari in 1930 van Josephine Baker.

Barcelona werd het epicentrum van de “hot” tijdens de jaren 30. Een aantal van de orkesten uit het begin van de eeuw bleven de “swing” spelen en daaronder waren en "Demon's jazz", "Napoleon's", "Melodian`s Orchestra", "The Venus Orquesta"...

Belangrijk was het ontstaan in 1934 van de Hot Club Barcelones en dat gaf ook het Jazz Magazine uit en ook nog een radioprogramma had. In 1935 werd hier het eerste jazzfestival van Spanje gehouden en er zouden in de loop der jaren bekende muzikanten optreden. Daarna breidden de Hot Clubs zich uit naar heel Catalonië en dan naar Bilbao, Valladolid, Madrid en Valencia. Belangrijk voor deze uitbreiding was de tandem Augusto Algueró – Josep Casas Auge, respectievelijk directeur en arrangeur - pianist.

In die tijd schreef men in Spanje Yas maar de burgeroorlog maakte een einde aan een gouden tijdperk van de jazz. De censuur was heel streng en verbood de korte rokken en het immorele gedrag van de dansers en de danseressen. Zelfs het lied “Cheek to Cheek” vond men immoreel en het werd vervolgens verboden. “Ansiedad” van Nat King Cole werd echter per vergissing door de censuur vergeten.

5. De periode 1950-1975

De jazz kwam vanaf 1947 echter weer op in Madrid en dan vooral na het oprichten van de Hot Club de Madrid in 1948. Hier organiseerde men jamsessions en gaf men tijdschriften en platen uit van George Johnson, Don Byas en de “Hot Club de Madrid All Stars”.

Tussen 1948 en 1953 herleefde de jazz ook weer in Barcelona. De censuur was ondertussen minder streng geworden en Spaanse jazzmuzikanten vonden hun weg zoals Joe Moro, Salvador Arevalillo, Salvador Font, Pere Bonet en nog vele anderen. In 1959 opende in een kelder op de Plaza Real in Barcelona, de Jamboree Jazz. Hier passeerden prestigieuze muzikanten als Ornette Coleman, Lee Konitz, Chet Baker, Dexter Gordon en anderen.

De optredens van het Ornette Coleman trío, samen met Tete Montoliu en Billy Brooks op de drum werd door de critici begroet als een echte intellectuele gebeurtenis. Er begon nu een periode van het openen en sluiten van tal van historische clubs zoals de "Whisky Jazz" in Madrid.

Deze club is de langst geopende club maar er waren wel tal van wijzigingen. In de Whisky Jazz kwamen tal van internationale artiesten spelen zoals Dexter Gordon, Lee Konitz, Paul Bley, Donald Byrd maar bovenal gaf deze club, zoals de Jamboree een podium aan jonge artiesten zoals Tete Montoliu, Pedro Iturralde, Enrique Llácer "Regolí", Vlady Bas en Juan Carlos Calderón.

Whisky en Jamboree gaven niet alleen een podium aan buitenlandse musici maar zij gaven vooral een podium aan jonge, Spaanse musici en zij deden daarbij dienst als een echte leerschool wegens het ontbreken van een academie. Onder deze huismuzikanten vinden we de pianist Tete Montoliu. Na zijn optredens op de Festivals van Cannes (1958), San Remo (1959) en Berlín (1961) maakte Montoliu een enorme indruk in het kleine jazzwereldje. Hij had de kans om samen te spelen met de jazzgiganten Dexter Gordon en Niels-Henning Ørsted Pedersen.

In 1967 speelde hij in New York en keerde hij terug naar zijn geboortestad en zijn recent geopende club Jamboree. De tenorsax Pedro Iturralde speelde tijdens jam-sessies in de club Suevia. Zijn internationale erkenning kreeg hij in 1967 toen hij speelde op het Festival van Berlín, samen met een jonge Paco de Lucía en hij er zijn flamenco jazz vertolkte.

Ook Juan Carlos Calderón een pianist uit Santander was belangrijk voor de jazz in Spanje. In zijn geboortestad speelde hij samen met groepjes die zich hielden bij de traditionele jazz maar hij speelde ook met buitenlandse artiesten zoals Donna Hightower. Hij dirigeerde ook een big band waarmee hij een van de belangrijkste album van de Spaanse jazz maakte, Bloque 6.

Een andere belangrijke jazz muzikant uit de jaren 70 was de saxofonist Vladimiro Bas, de enige Spanjaard die ooit met Louis Armstrong heeft gespeeld en die later een van de weinigen was die de overstap naar de free jazz heeft gemaakt.

Verder is er nog de drummer Enrique Llácer, "Regolí", die bekend was in de jaren 80 en hij was een van de oprichters van de beroemde Spaanse dixieland groep, de "Canal Street Jazz Band", die in 1967 in Madrid, amen met James Kashishian, Jeff Hughes en Fernando Sobrino werd opgericht.

Een belangrijke datum voor de ontwikkeling van de jazz in Spanje was 25 januari 1966 toen Duke Ellington en Ella Fitzgerald voor het eerst optraden in het Palacio de la Música van het Barcelona. In het zelfde jaar werd het Festival de Jazz de San Sebastián geboren en een maand later dat van Barcelona, dit laatste met Dave Brubeck, Paul Desmond, Sonny Rollins, Max Roach en Tete Montoliu.

In de marge van de Hot-Clubs in Barcelona en Madrid waren er nog in Sevilla, Granada en Valladolid. In Valencia was er de Hot Club en in Santander de Drink Club. Maar er waren nog andere belangrijke clubs zoals “Balboa Jazz" en de "Bourbon Street" in Madrid; "La Casa del Loco" in Bilbao; "Indigo" in Palma de Mallorca en de "Club 28" in Las Palmas op Gran Canaria.

6. De jazz op het einde van de twintigste eeuw

De Jazz die wereldwijd terug populairder werd was in Spanje op sterven na dood. De hot-clubs van Barcelona en Madrid kwijnden weg en niemand was geïnteresseerd in hen. Gesticht in de jaren 70 zet de muziek en jazzclub van het Colegio Mayor San Juan Evangelista terug op de kaart. "Raíces", een piepkleine kelder in de calle Galileo de Madrid, was de legitieme erfgenaam van de oude Whisky and Jazz maar waarmee hij helemaal verschillend is. Aan de basis van de Raices liggen de saxofonisten Juan Muro, Antonio Moltó en Alejandro Pérez.

Tijdens de laatste decennia van de twintigste eeuw kreeg de Spaanse jazz een eigen taal, een mengeling van de beste en de diepste flamenco met de hedendaagse jazz. De saxofonist Jorge Pardo, de contrabassist Carles Benavent en de Braziliaanse percussionist Rubem Dantas hebben de jazz gemengd met de flamenco van Paco de Lucía en zijn twee broers. 

Wat betreft de meer orthodoxe jazzmusici is Tete Montoliu een bastion voor een aantal generaties jazzmusici. De pianist Ricardo Miralles, na een lange professionele relatie met Joan Manuel Serrat, keerde terug naar de hoofdstad waar hij zowel een solo-carrière als een duo-carrière met Horacio Icasto begon. Lou Bennett behoort ook tot deze generatie en hoewel hij in de Verenigde Staten geboren is speelde het belangrijkste deel van zijn carrière zich in Frankrijk en Spanje af. Ook zijn er nog de gitarist uit Valencia, Ximo Tebar en de Amerikaans-Sevillaanse saxofonist Abdu Salim.

Valencia wordt een bastion met betrekking tot het aantal en de kwaliteit van musici, fans en critici. De stad is in feite de jazzhoofdstad van Spanje geworden. Muzikanten zoals de saxofonist Perico Sambeat en de trombonist Toni Belenguer komen uit deze stad. Maar als Valencia een belangrijke factor is in de jazz dan is in deze tijd Andalusië de Autonome Regio waar er de grootste toename is aan volgelingen, festivals en concerten. Er zijn tal van concerten in Sevilla en Málaga, het Jazz Festival van Granada, het Jazz Festival van Almeria. De Andalusische muzikanten zijn de gitaristen Tito Alcedo en Nono García, de pianisten Chano Domínguez en Henry Vincent, de trompettist Julián Sánchez, de saxofonist Pedro Cortejosa, de contrabassist Francisco Posé en de zangeres Celia Mur.

Onder de muzikanten die de weg van het experiment hebben gekozen of voor diegenen die de weg naar de jazz rock zijn ingeslagen met al hun elektronische evoluties is er sprake van de saxofonisten Valentín Álvarez, Javier Paxarino en Wade Matthews, de contrabassisten Baldo Martínez en Zé Eduardo, de gitarist Max Sunyer en groepen zoals Pegasus, Clónicos, Zyklus enz. Hoogtepunten zijn ook de drummer Jordi Rossy die gespeeld heeft met Paquito de Rivera en Brad Mehldau, de pianist Chano Domínguez met George Mraz en Jeff Ballard of Ignasi Terraza met Gregory Hutchinson en Pierre Boussaguet.

We kunnen ook de internationale uitstraling van een aantal muzikanten niet vergeten waaronder Carles Benavent die bassist was gedurende meer dan een jaar in de groep van Chick Corea. Benavent heeft twee albums gemaakt met Corea (The Jobourg Sessions en Touchtone).

Jorge Pardo en Carlos Benavent hebben ook andere internationale ervaringen gehad zoals hun «Flamencos en New York». Zij vormden de groep Zebra Coast met Gil Goldstein, Alex Acuña, Don Alias, Mino Cinelu en Wolfgang Muthspiel.

Spanje had zijn weg gevonden: jazz maar dan typisch Spaans.

7. Links

Jazzclubs in Barcelona

Jazzclubs in Madrid

8. Kalender

Op de site Jazzfests.net kan men de kalender van de Spaanse festivals vinden.