Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

De Koninklijke Plaats El Escorial en het klooster El Escorial

UwCitytrip.be

  1. Algemeen
  2. De grenzen
  3. Geschiedenis
  4. Cultureel en natuurlijk erfgoed
  5. Gebied van San Lorenzo de El Escorial 
  6. Gebied van El Escorial
  7. Gebied van San Lorenzo de El Escorial, El Escorial, Zarzalejo y Santa María de la Alameda
  8. Toeristische routes
  9. Toegang
  10. Het klooster
  11. Geschiedenis van het Koninklijk Klooster van San Lorenzo De El Escorial
  12. De aanleiding van de oprichting
  13. Oorsprong van het gebouw
  14. De eerste ontwerpen
  15. Monastieke voorgeschiedenis
  16. Een voorbeeld uit de bijbel: de tempel van Salomon
  17. De bibliotheek
  18. Het paleis van koning Felipe II 
  19. Basiliek
  20. Zaal van de veldslagen
  21. Crypte 
  22. Kapittelzalen
  23. Het Museum voor de Schilderkunst
  24. Architectuurmuseum
  25. Tuinen van de broeders
  26. Relikwieën
  27. Website
1. Algemeen

De Koninklijke Plaats van El Escorial is een kruising tussen een kroondomein en een abdij die gebouwd is in het laatste deel van de zestiende eeuw op verzoek van koning Felipe II.


Het strekt zich uit rond de abdij met de gelijknamige naam over de huidige gemeenten San Lorenzo de El Escorial, El Escorial, Zarzalejo en Santa María de la Alameda en het ligt op de zuidelijke helling van de Sierra de Guadarrama, in de Communiteit van Madrid.

Dit gebied en dan voornamelijk de gemeenten San Lorenzo de El Escorial en El Escorial heeft een bloeiende toeristische industrie.

Het is een verbinding van het klooster van Escorial en andere artistieke gebouwen, historische panden en natuur gebieden die sinds de zestiende eeuw met de koninklijke huizen van Asturias en Borbon verbonden zijn. Sommige van de gebieden werden eveneens gebruikt door de dynastie van Trastámara tijdens de veertiende en de vijftiende eeuw.

Het Nationaal Erfgoed, een organisatie die het beheer heeft over de bezittingen die in handen zijn van de Spaanse Kroon geeft uitvoering aan het toeristisch beheer van het gebied.. Het beheer bevat ook de Vallei van de Gevallenen (Valle de los Caídos). Dit monument, gelegen op het koninklijk domein werd gebouwd in de twintigste eeuw op initiatief van Franco.

Het klooster en het domein, maar niet de Vallei van de Gevallenen, werden in 1984 opgenomen op de Werelderfgoed lijst van de Unesco.

2. De grenzen

De historische grenzen van deze Koninklijke Plaats werden bepaald door Felipe II en de begrenzing werd afgemaakt door Carlos IV en Isabel II.

Ze loopt door de huidige gemeenten San Lorenzo de El Escorial, El Escorial, Zarzalejo en Santa María de la Alameda. Bovendien gaat het door de aangrenzende gebieden van Guadarrama, Alpedrete, Collado Mediano, Collado Villalba, Galapagar, Colmenarejo, Robledo de Chavela en Valdemorillo.

De grens ging ook rond het gehucht La Fresneda, maar dat is totaal verdwenen en opgenomen in het koninklijk domein.  Navalquejigo, een dorp dat verlaten werd in de negentiende eeuw is nu ook een onderdeel van El Escorial..

Vanuit natuurkundig oogpunt gezien is er de uitbreiding met de bossen die op de hellingen en de uitlopers van het zogenaamde “Circo del Escorial”, die we vinden op de Monte Abantos en Las Machotas.

De bovenste vallei van de rivier de Aulencia, de voornaamste afvoer van de Guadarrama, is geïntegreerd in het domein evenals de bron van de Perales.Deze plaats is voor het grootste deel beschermd door de Communiteit van Madrid. Het ministerie voor Cultuur en Toerisme heeft het gebied benoemd als belangrijk cultureel gebied, en dat is gebeurt met het decreet 52/2006. In het decreet zijn de gemeenten San Lorenzo de El Escorial, El Escorial, Zarzalejo en Santa María de la Alameda ook opgenomen evenals de volgende plaatsen die specifiek zijn opgenomen in het decreet:

  • Het Klooster van El Escorial, met zijn tuinen en bijgebouwen
  • De aangehechte gebouwen uit de zestiende eeuw 
  • De gebouwen uit de achttiende eeuw 
  • Verscheidene monumenten in de stedelijke gebieden van San Lorenzo de El Escorial en El Escorial 
  • De gebouwen voor de watervoorziening die gebouwd zijn in de zestiende en de achttiende eeuw

De Unesco heeft in zijn declaratie voor het Werelderfgoed een veel kleiner gebied opgenomen dan in dit decreet is opgenomen Voor de Unesco gaat het voornamelijk over het klooster en het huis van de kroonprins in San Lorenzo de El Escorial, evenals het huis van de kroonprins in El Escorial.

In 2007 hebben de Spaanse autoriteiten getracht om de Unesco te bewegen om de declaratie te herzien en het gebied te vergroten maar deze poging is mislukt en alles is bij het oude gebleven.

3. Geschiedenis

Uit het handvest van stichting van het klooster van El Escorial kan men afleiden dat Felipe II het gebouw en zijn omgeving juridisch wou beschermen door middel van een juridische structuur die het midden hield tussen een priorij, een kroondomein en een abdij. 


Vandaag de dag komt deze constructie volgens de Spaanse Grondwet overeen met een Koninklijk Domein.

De oorsprong van deze koninklijke site gaat terug tot in 1562, een jaar voor de eerste steen legging van het klooster van El Escorial.

Koning Felipe II begon met het verwerven van gronden rondom het gebouw en deze uitbreiding moest dienen om een plaats te creëren van rust, ontspanning, jacht, landbouw en veeteelt. Deze laatste twee punten waren nodig om de in het onderhoud te kunnen voorzien van de monastieke gemeenschap in het klooster.

Tussen de verkregen gebouwen is er “El Campillo” dat uit de periode van Enrique IV van Castilla stamt. Het proces van het verwerven van gronden duurde tot in 1595.

De koninklijke site werd juridisch beheerd door drie belangrijke instanties en dat zijn:

  • Het beheer van de jachtterreinen valt onder het beheer van het koninklijk huis
  • De prior van het klooster heeft het beheer heeft over de gronden die gebruikt worden voor de landbouw en de veeteelt.
  • De derde partij in het beheer van het domein is de burgemeester van El Escorial die het beheer heeft over de gemeente El Escorial. Deze gemeente heeft een eigen onafhankelijk statuut.

Het was een complexe administratieve structuur wat dan weer resulteerde in tal van conflicten. Het grootste conflict kwam er in de achttiende eeuw, tijdens de regeerperiode van Carlos III.  De monniken en de gemeentelijke overheden van El Escorial stonden tegenover elkaar om de controle te krijgen over de gronden die geschikt waren voor residentieel gebruik.

De vraag naar woningen voor rekening van de functionarissen en het dienstpersoneel waren een delicate zaak op dat moment toen de koninklijke familie deze plaats veelvuldig bezocht. De reden dat de koninklijke familie deze plaats zo frequent bezocht was de bouw van de huizen voor de kroonprins en de prinses. Deze woningen waren een werk van Juan de Villanueva.

Carlos III kwam tussen in het conflict en hij besloot in 1782 om een figuur te creëren die verantwoordelijk zou zijn voor het beheer van het gebied. Deze gouverneur van de koninklijke site nam een deel van de verantwoordelijkheden van de prior en de burgemeester op zich.

Op dat moment stichtte men een nieuw territoriale eenheid die moest dienen om de ontwikkeling van een gehucht mogelijk te maken aangrenzend aan het koninklijke klooster maar verder afgelegen dan de gemeente El Escorial.

De woningen die gebouwd werden waren het begin van de huidige gemeente San Lorenzo de El Escorial. De gemeente werd officieel opgericht op 26 september 1836 als een afsplitsing van El Escorial.

Tijdens de regeerperiode van Carlos IV werd de afsplitsing ongedaan gemaakt. De onteigening van Juan Álvarez Mendizábal en Pascual Madoz was in private handen evenals de geannexeerde gebouwen in de zestiende eeuw. Onder deze gebouwen was de La Granjilla de La Fresneda, waar Felipe II een paleis liet bouwen en er een renaissance tuin liet aanleggen. Dit paleis kwam in het gehucht La Fresneda en dat moest hiervoor afgebroken worden.

La Granjilla de La Fresneda ligt buiten het toeristische circuit samen met andere plaatsen die van een groot historisch belang zijn. Deze plaatsen zijn opgenomen in het Nationaal Patrimonium.

4. Cultureel en natuurlijk erfgoed

Hierna volgt er een beschrijving van de artistieke, culturele, historische en de natuurkundige waarden van de belangrijkste plaatsen die uit de omgeving van Felipe II komen. De ruimtes die opgenomen zijn op de lijst hebben een grote culturele waarde voor de communiteit Madrid en dit omvat een grotere ruimte dan die is opgenomen door de Unesco in het verklaring van het Werelderfgoed.

5. Gebied van San Lorenzo de El Escorial

  • Klooster van El Escorial: werd gesticht in de zestiende eeuw volgens een bouwkundig plan van de architect Juan Bautista de Toledo. Het integrale karakter had een invloed op de ganse omgeving en het gebouw was de centrale kern. Na de dood van Juan Bautista de Toledo nam de architect Juan de Herrera het werk over en hij voltooide de bouw. Hij bracht wel een nieuwe architecturale stijl in die achteraf naar hem genoemd werd.
  • Dienstwoningen: de eerste twee werden tussen 1587 en 1596  gebouwd door de architect Juan de Herrera als woning voor het personeel van het koninklijk klooster. De derde woning werd twee eeuwen later opgericht door Juan de Villanueva. Zij hangen af van de gemeente San Lorenzo de El Escorial die de huizen verder gebruikt voor culturele en opvoedkundige activiteiten. In een van de huizen is het conservatorium “Conservatorio Profesional de Música Padre Soler” opgericht. Zij omringen de Lonja del Monasterio samen met het Casa de la Compaña dat opgericht is in de zestiende eeuw door Francisco de Mora. 
  • Huizen van de prinsen: deze huizen waren een project van de architect Juan de Villanueva en zij dateren uit de achttiende eeuw. Zij werden opgericht in de herreriano bouwstijl. Zij deden dienst als residentie van de graaf van Floridablanca. 
  • Huisje van de prins: Hier is de architect Juan de Villanueva verantwoordelijk voor. Het werd gebouwd voor de prins Gabriel de Borbón, zoon van Carlos III. 
  • De smidse: dit historische pand noemde men vroeger “Dehesa de las Ferrerías de Fuentelámparas” en er staan eikenbossen rond. Het is beschermd door de communiteit Madrid. 
  • Stoel van Felipe II. Volgens de traditie is dit gebouwd voor Felipe II om hem toe te laten de werken aan het klooster te volgen. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat het een pre Romeins altaar kan zijn. Dit soort altaren komen meer voor op het Iberische schiereiland. Volgens andere onderzoekers is het opgetrokken in de negentiende eeuw voor recreatieve doeleinden.

Stoel van Felipe II

6. Gebied van El Escorial

  • La Granjilla de La Fresneda: dit geheel van klooster en paleis is toegeschreven aan Juan Bautista de Toledo. Felipe II beval de bouw er van in 1563, hetzelfde jaar dat men de eerste steen heeft gelegd van het klooster. Het had recreatieve doeleinden en het moest dienen als contrapunt voor het klooster. Het ligt op een landgoed dat momenteel is terug gebracht tot 148 hectare, tien keer minder dan het oorspronkelijk was. Het is geïntegreerd in een renaissance tuin die ontworpen is zoals de tuin van het Casa de Campo in Madrid. Momenteel is het in private handen maar het is beschermd door de communiteit van Madrid sinds 2006.
  • Monasterio de Prestado: in dit groot huis dat veel ouder is dan het koninklijk klooster woonde Felipe II gedurende 21 jaar tijdens de duur van de werken aan het koninklijk klooster. 
  • Paviljoen van de Prins (Casita del Príncipe o de Abajo): is een van de belangrijkste constructies van Juan de Villanueva die voor zijn ontwerp tekeningen gebruikte die oorspronkelijk gebruikt werden in het Prado, het meesterwerk van deze architect. Het dateert uit 1772 en het werd gebruikt als recreatief paviljoen door Carlos IV, toen prins van Asturias. 
  • Versterkte woning van El Campillo. Het is een versterkt herenhuis en het is veel ouder dan het klooster. Felipe II heeft er een jachtslot van gemaakt. Het is eigendom geweest van Rodrigo Manrique, vader van dichter Jorge Manrique. 
  • Navalquejigo: dit verlaten dorp, van middeleeuwse oorsprong bevat tussen zijn ruïnes enkele gebouwen met een historische waarde. Dit is het geval voor de versterkte kerk die vermoedelijk gebouwd werd op het einde van de twaalfde of het begin van de dertiende eeuw.


Paviljoen van de Prins


Kerkje van Navalquejigo

7. Gebied van San Lorenzo de El Escorial, El Escorial, Zarzalejo y Santa María de la Alameda

  • Omheining van Felipe II: dit hek, dat opgetrokken is om de koninklijke site af te bakenen is nauwelijks voldoende om de 36 delen van de site die verspreid liggen over de gemeenten El Escorial, San Lorenzo de El Escorial, Zarzalejo en Santa María de la Alameda te omsluiten. Het hek is ongeveer 55 km lang en het had 10 toegangspoorten. Het is gemaakt van graniet en het heeft een hoogte van 1 tot 1,5 meter hoogte en een breedte tussen de 50 en 60 centimeter.
  • Natuurgebieden: Het monumentale complex van de koninklijke site van San Lorenzo de El Escorial y El Escorial wordt aangevuld met en rijk milieu en landschap patrimonium. We vinden hier de landgoederen van El Campillo, dat dikwijls bezocht werd door Enrique IV van Castilië, van El Dehesón en van El Castañar. Bovendien is hier de prachtige natuur met zijn bergachtige formaties van Abantos, Las Machotas en de Cuerda de Cuelgamuros naast de vallei van de rivier de Aulencia.

8. Toeristische routes

Rondom de koninklijke site zijn er vijf toeristische routes die een aantal waarden combineren in verband met cultuur, natuur en geschiedenis.

  1. Monasterio-Casita del Príncipe-Monasterio de Prestado-Iglesia de San Bernabé-La Granjilla de La Fresneda;
  2. Monasterio-Casita del Infante-La Herrería-El Castañar-Silla de Felipe II-Las Machotas;
  3. Monasterio-Monte Abantos-Cordel del Valle de la Cañada Real Leonesa-Valle de los Caídos; 
  4. La Granjilla de La Fresneda-El Campillo-Monesterio; 
  5. La Granjilla de La Fresneda-El Dehesón-Navalquejigo.


9. Toegang

De site San Lorenzo de El Escorial en El Escorial an men bereiken langs de M-505 en M-600 en die zijn toegankelijk vanaf de autostrade A-6 (Madrid-La Coruña). Bovendien is er het treinstation van El Escorial langs de spoorweg Madrid -Avíla.


10. Het klooster

Het klooster van El Escorial is een klooster van de Augustijner orde, het is de historische residentie van de Spaanse koninklijke familie en het is ook de begraafplaats van de Spaanse koningen. Het beheer van het complex ligt in de handen van een publiek orgaan, het Nationaal Patrimonium.

Het is een van de meest unieke architecturale werken uit de renaissance in Spanje en in Europa. Het bevindt zich in San Lorenzo de El Escorial op de zuidelijke helling van de berg Abantos op 1.028 meter hoogte in de Sierra de Guadarrama en het bezet een oppervlakte van 33.327 m².

Het klooster werd in de tweede helft van de zestiende eeuw ontworpen door koning Felipe II en zijn architect Juan Bautista de Toledo. Later werden de werken verder gezet door Juan de Herrera, Juan de Mijares, Gian Battista Castello El Bergamasco en Francisco de Mora.

De koning bedacht een groot multifunctioneel complex, dat zowel een monastiek als een paleis functie zou hebben en dat door Juan Bautista de Toledo vorm werd gegeven. Het was tevens de oorsprong van een nieuwe bouwstijl waarvan Juan de Herrera de bedenker was en hij gaf er ook zijn naam aan.

Het werd sinds het einde van de zestiende eeuw beschouwd als het achtste wereldwonder en dat was voor omwille van zijn omvang als voor zijn functionele complexiteit. Zijn architectuur markeerde de stap van de platereske renaissance naar de klassieke simpelere specifiek Spaanse renaissance stijl.

Het is niet alleen een gebouw met een perfecte aanblik, het is in feite een enorm reservoir van de andere kunsten.

Zijn schilderkunst, beeldhouwkunst, zangboeken, perkamenten, liturgische ornamenten en de overige luxe ornamenten, zowel heilig als werelds maken van het El Escorial ook een museum.

Het El Escorial is de kristallisatie van de ideeën en de wilskracht van zijn schepper, Felipe II.

11. Geschiedenis van het Koninklijk Klooster van San Lorenzo De El Escorial

  • 1557. Overwinning op de Fransen in de slag bij San Quintín.
  • 1558. Keizer Carlos V overleed in Yuste.  Hijj had zijn testament veranderd, eerst wou hij Granada begraven worden maar zijn wens aan zijn zoon was om in een nieuw op te trekken gebouw te worden begraven. Felipe II richtte een commissie op die een zoektocht moest houden naar een geschikte plaats en men vond die in de Sierra de Guadarrama, het geografisch centrum van het Iberisch schiereiland. 
  • 1559. Op 15 juli benoemde de koning Juan Bautista de Toledo uit Gent tot koninklijk architect en belast hem met alle werken voor de kroon. Een commissie onderzoekt alternatieven voor de ligging van het nieuw te bouwen klooster en men heeft de keuze tussen Guisando, Aranjuez, Manzanares en de Alberquilla y la Fresneda in de omgeving van het El Escorial. In november maakt men dan zijn keuze en het is de huidige plek, op ongeveer 50 km van Madrid die de voorkeur krijgt. In het gebied was er voldoende ruimte en mogelijkheid voor de jacht en er was voldoende brandhout. Er was water en lucht van goede kwaliteit en er waren graniet en leisteen groeven in de nabijheid.
  • 1561. Dit jaar is een sleutel moment voor het El Escorial:De koning verplaatst de hoofdstad van Spanje van Toledo naar Madrid. De koning draagt het klooster over aan de monniken van Sint-Hieronymus. Traditioneel is de Spaanse monarchie sterk verbonden met de Orde van Sint Hieronymus. De architect Juan Bautista de Toledo begint aan het ontwerp voor het El Escorial.
  • 1562. Felipe II begon met de verwerving van de gronden 
  • 1563. Op 23 april is het de feestdag van San Jorge en legt men de eerste steen van het klooster, op de fundering van de refter van het convent, onder de zetel van de prior in de zuidelijke gevel. 
  • 1567. Felipe II ondertekend op 22 april het handvest van de stichting en de schenking van het klooster. Weinige dagen later, op 19 mei, na de voltooiing van de gevel aan de Tuin van de Broeders, van een groot deel van de gebouwen van het klooster en van de Patio van de Evangelisten sterft Juan Bautista de Toledo. Tussen 1567 en 1569 werd de leiding van het project gedaan door Gian Battista Castello El Bergamasco, de maker van de hoofdtrap. 
  • 1572. Juan de Herrera werd een steeds grotere hoofdrolspeler met een groter wordende invloed en hij neemt de reorganisatie van het project op zich. 
  • 1575. De Cantabrische meester steenhouwer Juan de Nates komt samen met Diego de Sisniega en Francisco del Río in het project. 
  • 1576. Herrera werd benoemd tot koninklijk architect, ontwerper, wiskundige en ingenieur voor alle werken van de kroon, inclusief het klooster van El Escorial. Hij begon het oorspronkelijk plan te veranderen en hij neigde daarbij naar een grotere vereenvoudiging met een geometrisch ontwerp van het gebouw. De voornaamste veranderingen waren een verdieping meer in de voorgevel, de vermindering van het aantal torens in de gevels en de sluiting van de Patio van de Koningen met een “dubbele gevel” van de kerk. 
  • 1584. De beelden van David en Salomon worden in de voorgevel van de basiliek geplaatst. Op 13 september beëindigde men officieel de werken niettegenstaande de basiliek niet voltooid was. De werken duurden nog tot 1586 nadat men 11 jaar aan de basiliek gewerkt had onder de leiding van Francisco de Mora. 
  • 1814. Na het overwinnen van de wisselvalligheden van de Onafhankelijkheidsoorlog kwamen de monniken terug na hun verwijdering. 
  • 1820. Met het herstel van de grondwet van 1812 verliet de meerderheid van de monniken opnieuw het klooster maar zij kwamen terug in 1824. 
  • 1837. Het vertrek van de 150 monniken op 1 december na het in werking treden van de op de onteigening van kerkelijke eigendommen. 
  • 1869. De paters Escolapios zorgen voor de school. Tussen 1872 en 1875 hadden zij ook de zorg voor het klooster. 
  • 1885. Koning Alfonso XII geeft het klooster aan de Orde van Sint Augustinus. Deze monniken verblijven tot op vandaag de dag in het klooster.

12. De aanleiding van de oprichting

Het klooster van San Lorenzo de El Escorial werd gesteund door Felipe II om zijn zege op de Fransen te herdenken in San Quintín op 10 augustus 1557.  Deze slag markeerde het begin van het planningsproces voor de eerste steen legging op 23 april 1563. De architect was Juan Bautista de Toledo. Zijn opvolger na zijn dood in 1567 was de Italiaan Gian Battista Castello El Bergamasco en later kwam dan zijn leerling Juan de Herrera. De laatste steen werd 21 jaar later op 13 september 1584 gelegd.

Het gebouw komt er uit noodzaak om een klooster te bouwen die de koninklijke familie van een cultus rond zich zou verzekeren door de bouw van een nieuw familiegraf zoals het opgenomen is in een nieuw testament van Carlos V na zijn overlijden in 1558.

De keizer wilde begraven worden met zijn echtgenote Isabel van Portugal en zijn nieuwe dynastie maar dat moest op een andere plaats gebeuren dan bij de gebruikelijke begraafplaatsen van de vorige Trastamara dynastie.

Er zijn nog andere beweegredenen om het klooster van El Escorial op te richten zoals de viering van de eerste overwinning van Felipe II in de functie van koning op de Fransen in San Quintín en de verering van de Spaanse martelaar San Lorenzo. In deze, tijd toen er door de reformatie een aanval was ingezet op de heiligen en zijn relikwieën was er de noodzakelijk om een centrum te creëren dat het nieuwe geloof zou volgen van het concilie in Trente.

13. Oorsprong van het gebouw

Juan Bautista de Toledo werd door Felipe II naar Spanje geroepen om een reeks werken uit te voeren die een groot belang zouden hebben in de symboliek van de grootsheid van Spanje.

Deze grootsheid zou vanaf nu de nieuwe opvatting zijn van de moderne staat en deze grootsheid had een nieuw gebouw nodig waarmee het zich kon identificeren. Juan Bautista wordt beschouwd als de eerste architect van het klooster van El Escorial en zijn ontwerpen blijven de basis van waaruit de Spaanse bouwstijl het herreriano is gegroeid.

14. De eerste ontwerpen

In eerste instantie tonen de eerste ontwerpen die bewaard gebleven zijn van Juan Bautista de Toledo een gebouw dat een totaal verschillend beeld laat zien van wat er uiteindelijk gebouwd is.  Torens in het midden van de zijgevels en twee torens bij de hoofdingang, waar de patio van de koningen open bleef en die gezien kon worden van af het einde van de ingang van de basiliek. We weten van de overgebleven documenten van de priors van het klooster dat er oorspronkelijk plaats was voor 50 monniken en dat dat later opgetrokken is naar honderd.


Wat de kerk betreft, werd het ontwerp opgelost door enkele kerkschepen met een kleinere grootte dan de huidige en die afgesloten werd met een kapel met een halfronde absis. Felipe II was niet tevreden met deze oplossing en hij vroeg raad aan Francesco Paciotto die de vorst moest adviseren.  Deze gaf de raad om een vlakke absis te plaatsen. 


Uiteindelijk kwam de definitieve oplossing van Juan de Herrera die een kerk bouwde in en vierkante vorm, gebaseerd op de plannen van het Vaticaan die op een traditionele basiliek gebaseerd is.  Het altaar staat aan het einde van het voornaamste kerkschip.


Het was Herrera ook die verantwoordelijke is voor het uiteindelijke beeld van de gevels met minder torens en zonder spreiding ervan wat uiteindelijk het machtige uitzicht aan het gebouw heeft gegeven.

Het definitieve plan van het gebouw met enkel vier torens op de hoeken herinnert aan de vorm van een grill en daarom denkt men dat dit ter ere is van San Lorenzo, die in Rome de martelaarsdood stierf op een grill.

15. Monastieke voorgeschiedenis

Fernando Chueca Goitia zet uiteen waarom de algemene inrichting van het gebouw zo belangrijk was en waarom de orde van de hiëronymieten een zo grote invloed hadden op de eerste ontwerpen van het gebouw. Deze monniken stonden een ontwerp voor met een kern  van de kerk en het klooster.

De belangrijkste bijdrage van Juan Bautista de Toledo is geweest dat hij de publieke en de private paleizen integreerde in een symetrich renaissance ontwerp. Dit ontwerp met een koninklijk paleis dat tegen een klooster gebouwd is, is een gewoonte bij de middeleeuwse Spaanse koningen die de kloosters gebruikten als plaatsen voor retraites, rouw en rust. Wij vinden nog meer van deze voorbeelden in Santo Tomás de Ávila, Guadalupe, Poblet, Santa Creus of Yuste. Momenteel is het klooster in gebruik door de orde van de Augustijnen.

16. Een voorbeeld uit de bijbel: de tempel van Salomon

In werkelijkheid is de architectonisch oorsprong iet of wat controversieel. Aan de ene zijde is er het verhaal van San Lorenzo en de grill maar dat verhaal verscheen voor de eerste maal toen Herrera de voorgevel sloot.  Aan de andere zijde is er de beschrijving van het gebouw dat het lijkt op de tempel van Salomon. Deze beschrijving komt van de joods-romeinse historicus Flavio Josefo. Deze idee moet aangepast worden door de wijzigingen (vergroting) die aan het gebouw aangebracht worden en de functies die Felipe II in het gebouw wou zoals: een basiliek, een klooster, een bibliotheek, een paleis, een grafkelder en een school. Dit verdubbelde de oorspronkelijke omvang van het project. De standbeelden van David en Salomon flankeren de toegang tot de basiliek en zij symboliseren de krijger, Carlos V en de wijze Salomon, Felipe II.


Er staat ook een fresco van salomon in het midden van het gewelf in de bibliotheek en dat toont het beroemde gebeuren met de Koningin van Sheba.

17. De bibliotheek

De bibliotheek is een werk van de architect Juan de Herrera die ook de boekenkasten en de boekenrekken ontwierp die in de bibliotheek staan. De fresco's op het plafond zijn het werk van Pellegrino Tibaldi. In de bibliotheek is er een collectie van 40.000 boeken en er bevinden zich manuscripten in van een onschatbare waarde. Van deze manuscripten zijn er 2.700 aanwezig in de bibliotheek waaronder Arabische geschriften, een poëtisch werk van Alfonso de Wijze en een Beatus uit de elfde eeuw. 


Zij bevinden zich in een grote zaal van 54 meter lengte, 9 meter breedte en 10 meter hoogte. De vloer is van marmer en de boekenkasten zijn gemaakt van de kostbaarste houtsoorten.

Arias Montano maakt zijn eerste catalogus en selecteert hiervoor enkele van de belangrijkste werken in de collectie.

De boeken staan op een opmerkelijke manier in de rekken, ze staan namelijk met de rugzijde naar binnen om ze op deze manier beter te kunnen bewaren.

Het plafond van de bibliotheek is versierd met fresco's die de zeven vrije kunsten tonen en dat zijn: welsprekendheid, dialectiek, muziek, grammatica, rekenkunde, meetkunde en astrologie.

Daarnaast zijn er nog mooie portretten aanwezig van Spaanse koningen zoals die van Keizer Carlos V, Felipe II en Felipe III die geschilderd zijn door Pantoja de la Cruz.

18. Het paleis van koning Felipe II

De residentie van koning Felipe II is gevormd door een reeks sobere kleine kamers. Zij bevinden zich nabij het groot altaar van de kerk. Er is hier een raam dat de koning toeliet op de mis te volgen toen hij het bed moest houden met zijn jicht aanvallen.. Op de muren staat er een Heilige Christoffel van Patinir geschilderd en we zien eveneens een portret van de oude koning dat geschilderd werd door Pantoja de la Cruz. De troonzaal geeft een mooi uitzicht op de tuinen en zij is aangekleed met Brusselse wandtapijten. De zaal naast de troonzaal, de zaal der portretten is behangen met beeltenissen van vroegere koningen.

19. Basiliek

De architect Juan de Herrera liet zich inspireren door een aantal Italiaanse architecten. In het atrium is er een architecturale nieuwigheid in de vorm van een plat gewelf. Binnenin lijkt de basiliek op Sint-Pieter in Rome met zijn grondplan in de vorm van een Grieks kruis, een hoge koepel van 92 meter hoog die ondersteund is door vier kolossale zuilen. De fresco's in de koepel werden geschilderd door Luca Giordano en zij tonen onder andere de dood, de begrafenis en de hemelvaart van de maagd. 


Grote treden in rood marmer leiden naar het sanctuarium waar de koepel beschilderd is door Cambiasso met scènes uit het leven van Maria en Jezus.

Het enorme, 30 meter hoge retabel werd ontworpen door Juan de Herrera en omvat vier verdiepingen waartussen 15 bronzen beeldhouwwerken van Leone en Pompeo Leoni staan.

De monstrans is ook een werk van Herrera.

Het koor wordt geflankeerd door de mausolea van Keizer Carlos V en van koning Felipe II, zij werden door Pompeo Leoni al biddend tussen hun familie voorgesteld.

In de eerste kapel hangt het Martelaarschap van de Heilige Mauritius van Romulo Cincinato en in de aangrenzende kapel staat een gebeeldhouwde Christus van Benvenuto Cellini.

20. Zaal van de veldslagen

Deze zaal is versierd met fresco's die de belangrijkste gewonnen veldslagen tonen van het Spaanse leger. De fresco's aan de zuidkant tonen de veldslag waarin Higuerela de Moren overwon in de vijftiende eeuw en die aan de noordkant tonen tonen de slag van Saint-Quentin.



21. Crypte

Deze crypte werd gebouwd door Juan Gómez de Mora volgens plannen van Juan Bautista Crescenzi. De bouw van de kapel is gestart in 1617 en de werken waren voltooid in 1654.

Zij bevat de 26 marmeren graftombes waar de stoffelijke resten begraven liggen van de koningen en koninginnen van de huizen van Oostenrijk en Borbón, met uitzondering van Felipe V en Fernando VI, die respectievelijk begraven liggen op La Granja de San Ildefonso en de Salesas Reales.

Ontbreken hier ook de stoffelijke resten van Amadeo I, vanhet huis van Savoye en José I Bonaparte, die respectievelijk begraven liggen in de Basíliek van Superga in Turíjn en in de Invaliden kerk in Parijs.

22. Kapittelzalen

Dit waren de twee zalen waar de monniken hun kapittelen hielden om de puurheid van de congregatie te behouden maar die nu gebruikt worden om een aantal schilderijen te tonen. De plafonds zijn versierd met fresco's van Italiaanse schilders en zij vormen een waar museum van religieuze kunst.

Vanaf de tijd van Velázquez, is er hier een groot aantal belangrijke schilderijen aanwezig. In de eerste zaal zien we werken van El Greco en Ribera en “Het Kleed van Jozef” van Titiaan is hier ook te vinden. De tweede zaal bevat werken van Tintoretto, Veronese en Titiaan.

23. Het Museum voor de Schilderkunst

Dit bestaat uit werken uit de Duitse, Vlaamse, Venetiaanse, Italiaanse en Spaanse school uit de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw. Er zijn hier werken aanwezig van Titiaan, Ribera, Rogier Van der Weyden en van El Greco. Een van de doeken van El Greco, Het Martelaarschap van de Heilige Mauritius, was besteld door Felipe II maar het werd door hem geweigerd omdat hij gechoqueerd was door de originaliteit en de gebruikte kleuren van het doek.

24. Architectuurmuseum

In zijn elf zalen toont men de gereedschappen, takels en andere gereedschappen die men nodig had voor de bouw van het klooster. Men kan er ook reproducties bekijken van de tekeningen van Herrera en van ander documenten die men gebruikt heeft tijdens de bouw.

25. Tuinen van de broeders

De tuinen werden gebouwd door Felipe II en zij waren een plaats voor de liefhebbers van de natuur. Het was een ideale plaats voor rust en bezinning.. Manuel Azaña, die aan het college in het klooster studeerde schreef in zijn memoires en in zijn werk “El jardín de los frailes” over deze plaats die een plaats was voor studie en vermaak voor de studenten.

26. Relikwieën

Volgens een van de voorschriften die werden goedgekeurd op het Concilie van Trente in verband met de aanbidding van de heiligen gaf Felipe II aan het klooster een van grootste collecties relikwieën van de christelijke wereld.

De collectie bevat 7.500 relikwieën die bewaard worden in 507 dozen of beeldhouwwerken die voor het grootste deel ontworpen zijn door Juan de Herrera en die gemaakt werden door de zilversmid Juan de Arfe y Villafañe.

Deze relikwieën hebben de meest verschillende vormen: hoofden, armen enz. Zij liggen verspreid over het ganse klooster maar de belangrijkste liggen in de basiliek.

27. Website: De Koninklijke plaats El Escorrial, de site is beschikbaar in het Spaans.  Het El Escorial, de site is beschikbaar in het Spaans.