Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

De Spaanse stier


  1. Algemeen
  2. Oorsprong
  3. Kenmerken van de rassen
  4. De uitstraling
  5. Het gedrag

1. Algemeen

Dit artikel gaat over een van de meest typische dieren in Spanje, de Spaanse stier. Het feit dat voor ons noorderlingen het gebruik van dit dier in de stierengevechten barbaars kan overkomen neemt niet weg dat dit een van de meest opmerkelijke dieren in Spanje is.

Momenteel is er ook een verandering in de Spaanse geesten aan de gang, in Catalonië en op de Canarische Eilanden is er nu een verbod op deze stierengevechten.

De toro de lidia, ook bekend als de toro bravo, is het mannelijke exemplaar van wat men algemeen omschrijft als runderen. Deze stier is ontwikkeld, geselecteerd en gefokt voor gebruik in een aantal voorstellingen met stieren zoals de stierengevechten en stierenrennen.

Ze komen uit inheemse rassen van over het ganse Iberisch schiereiland en zij staan bekend als de Iberische stam. Deze rassen hebben verschillende kenmerken gemeen zoals een gevoel voor “verdediging” en hun temperament, wat men vandaag omschrijft als “moed”. Verder zijn er enkele fysische kenmerken zoals de grote hoorns en de mogelijkheid om snel voorwaarts aan te vallen (acceleratie).

2. Oorsprong

Een van de aspecten in de geschiedenis van deze stier is de bepaling wanneer men begonnen is met de fok van deze dieren. Er lijkt een speciale selectie te hebben bestaan tijdens de Middeleeuwen waarin stieren naast andere wilde dieren in gevangenschap werden gehouden. Deze dieren werden gebruikt voor de fok of de jacht. 

Ten tijde van de Katholieke Koningen kwamen er indicaties dat er in de vijftiende en de zestiende eeuw sporen waren van het fokken van deze stieren. Dit gebeurde in de omgeving van Valladolid, in de nabijheid van het koninklijk hof, waar men begon met het fokken van deze stieren en er waren er ook de eerste sporen van het stierengevecht. Vanuit het gebied van Boecillo, La Pedraja de Portillo en Aldeamayor de San Martín, namen de stieren deel aan dorpsfeesten, feesten aan het hof en kerkelijke feesten. Dit eerste ras noemde men Raso de Portillo en dit ras bleef bekend tot in de negentiende eeuw.

Gelijktijdig begon men met de ontwikkeling van een veestapel in andere delen van Spanje. Andalusië was een leider in het fokken van de stieren maar zij waren ook van belang in de fok van de stieren aan de oevers van de Jarama, deze noemden Jijones van Villarrubia de los Ojos.

Het was in het tweede deel van de zeventiende eeuw toen men begon met het organiseren de kuddes maar er waren nog altijd geen commerciële motieven. Het duurde nog een eeuw voordat er commerciële motieven en dus stierengevechten aan te pas kwamen.

Zo kan de stier die we vandaag kennen het resultaat genoemd worden van het selectiewerk dat in het begin van de achttiende eeuw gedaan werd. Deze kenmerken kunnen tijdens de eeuwen veranderen maar een kenmerk blijft onveranderd, de moed van de stier. De stieren uit de tweede helft van de achttiende eeuw kunnen beschouwd worden als de stamvaders van de huidige rassen: Morucha Castellana (Boecillo), Navarra, Toros la Tierra y Jijona (Madrid y la Mancha), Cabrera y Gallardo (El Puerto de Santa María), Vazqueña, Vega-Villar (Utrera) en Vistahermosa. Zo kunnen we stellen dat 90 procent van de huidige rassen afkomstig zijn uit de achttiende eeuw.

3. Kenmerken van de rassen

Ras van Navarra: deze stieren waren afkomstig uit het berggebied, klein van grootte maar zij hadden een groot temperament. Zij compenseerden hun gebrek aan elegantie door hun grote strijdlust en moed.
Ras van Jijona: Herkenbaar door zijn groot aantal kleurschakeringen. Vandaag noemt men de stieren met deze kleurschakering toros jijones.
Ras van Castilië of Morucha-Castellana: Grote, mooie stieren die moeilijk te behandelen zijn.
Ras van Andalusië: José María de Cossío moet beschouwd worden als diegene die er in geslaagd is om het prototype van de vechtstier vast te leggen.
Cabrera ras: Met een grote schofthoogte en een grote lengte, met een sterk ontwikkeld afweer. Zij stammen uit onder andere de stieren van Miura.
Casta vazqueña: Ontwikkeld vanaf 1780 door Gregorio Vázquez die de beste en de mooiste exemplaren uit Castilië en Andalusië samenbracht. Het ras kwam in handen van koning Fernando VII en later in de handen van de hertog van Veragua en waarmee hij een onvergankelijke roem vergaarde.
Ras Mooi-Zicht: Ontwikkeld door de graaf van Vistahermosa in 1772 en waarvan de hedendaagse rassen afstammen.
Ras Atanasio-Fernandez: Stieren met een groot breed hoofd, een brede borst en een lange brede staart. Vandaag vinden wij nog slecht weinig exemplaren van dit ras en het loopt gevaar om volledig te verdwijnen.

4. De uitstraling

De uitstraling van een vechtstier is een samengaan van externe karakteristieken, de lichaamshouding en reacties die waarneembaar zijn met het blote oog. Er bestaat een rijke woordenschat om de diverse aspecten van een stier te beschrijven. Volgens Pedraza Jiménez zijn de voornaamste kenmerken om een vechtstier te beschrijven de volgende:

  • Grootte en gewicht.
  • Postuur, lengte.
  • De vorm van de romp.
  • De vorm van de ledematen.
  • De vorm van het hoofd en nek.
  • De vorm de hoorns.
  • Huid, haar en vacht.

5. Het gedrag

De vechtstier is een kuddedier dat zijn veiligheid en bescherming zoekt in de kudde. Vanaf zijn geboorte en vanaf het spenen leeft het kalf acht tot negen maanden bij zijn moeder waar het gevoed en beschermd wordt. De dieren zijn geslachtsrijp vanaf ongeveer 16 maanden en daarom worden stieren en koeien van elkaar gescheiden als ze 1 jaar oud zijn. Vanaf dit moment leven de dieren in aparte afgescheiden ruimtes. De verschillende leeftijden hebben verschillende benamingen: añojos (1 jaar), erales (twee jaar), utreros (drie jaar), cuatreños (vier jaar en cinqueños (vijf jaar).

In de kuddes is er een strikte hiërarchie. We onderscheiden één dominante stier die de andere stieren de baas is maar met een zekere regelmaat wordt hij door een andere stier uitgedaagd. Dit gevecht heeft als doel om het leiderschap van de kudde te bepalen. De verslagen stier wordt dan aangevallen en achtervolgd door de rest van de kudde en het blijft achter als een opvliegend en zeer gevaarlijk dier.

Aangezien de stieren geen toegang tot de koeien hebben bestijgen zij elkaar om hun seksuele driften te temperen. In elke kudde is er wel een zwakkeling aanwezig en de andere stieren kiezen dit dier meestal uit om hun driften te temperen.

Het is een wijdverbreid geloof dat stieren vooral reageren op de kleur rood: Maar dit is niet waar evenals dat stieren enkel zwart en wit kunnen zien. In realiteit hebben stieren een tweekleurig zicht en dat is een speciale vorm van kleurenblindheid. Het is te zeggen zij kunnen het lichtspectrum ontleden in twee essentiële componenten en volgens de hoeveelheid van het ene of het andere component kunnen zij verschillende kleuren onderscheiden.

Stieren reageren dus niet op de rode kleur maar hun agressief gedrag wordt veroorzaakt door de cape, door de bewegingen in het algemeen.