Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Dassen

  1. Algemeen
  2. Voedsel
  3. Burcht
  4. Voortplanting
  5. Spaanse dassen

1. Algemeen

Dassen zijn kortbenige alleseters uit de mustelidae familie welke ook de otters, bunzings, wezels en veelvraten bevat. De 11 soorten van de dassen zijn verdeeld in 3 sub-families, waaronder de Melinae (9 Europese dassen), Mellivorinae (de honing das) en de Taxideinae (de Amerikaanse das).

De das heeft een herkenbare vachttekening: de bovenzijde is grijs van kleur, de onderzijde en poten zijn zwart. De kop, haren op de oren en de staartpunt zijn wit. Er lopen twee brede evenwijdige strepen over beide zijden van de kop, van de snuit via de ogen naar de oren en het achterhoofd..

De das is aangepast aan het leven in de gangen van de burcht. Hij heeft een wigvormig lichaam, met een vrij kleine kop en een lange snuit. Ook heeft hij korte, stevige poten en een korte staart.

De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 68,6 tot 80,3 centimeter en een staartlengte van 12,7 tot 17,8 centimeter. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 67,3 tot 78,7 centimeter en een staartlengte van 11,4 tot 19 centimeter.

Dassen hebben een schouderhoogte van ongeveer 30 centimeter. Het lichaamsgewicht verschilt per regio, geslacht en jaargetijde maar het varieert tussen de 7 en14 kg bij de vrouwtjes en 9 en 17 kg bij de mannetjes.

2. Voedsel

Dassen eten voornamelijk regenwormen, insectenlarven en plantaardig voedsel als vruchten, noten, knollen, bessen, granen, klaver en gras. Tot hun dieet behoren naast wormen en plantaardig voedsel ook insecten, slakken, kikkers en kleine zoogdieren, op de grond broedende vogels en hun eieren, aas en zelfs egels, wespen en bijennesten. De dieren zijn meer carnivoor in de lente en meer herbivoor in de herfst.

Omdat boeren mest in de grond moeten infiltreren, zijn de regenwormen in landbouwgebieden in aantal toegenomen. Bij zeer droog weer ploegt de das het gras om om bij zijn favoriete voedsel te komen.

3. Burcht

Burchten gaan soms generaties, sommige zelfs honderden jaren, lang mee en ze worden continu uitgebreid. Ze worden over het algemeen gegraven in struiken, heggen en houtwallen. De burcht heeft drie tot tien ingangen, die tien tot twintig meter van elkaar verwijderd liggen. Bij uitzondering kunnen de ingangen zelfs honderd meter van elkaar af liggen. Voor de ingangen liggen hopen aarde en oud nestmateriaal.

De gangen zijn gemiddeld zo'n tien tot twintig meter lang en hebben een diameter van minstens dertig centimeter. Ze leiden naar verscheidene kamers. Kamers worden bekleed met plantaardig materiaal, als varens, bladeren en droog gras. Het nestmateriaal wordt tussen de kin en de voorpoten geklemd achterwaarts de gangen ingebracht. Buiten de burcht liggen vaste latrines: ondiepe, onbedekte putten waar de uitwerpselen worden achtergelaten. Deze latrines liggen soms vlakbij de ingangen, maar de meeste liggen aan de territoriumgrenzen, en markeren zo het territorium.

Overdag blijven de dieren in hun burcht. In de zomermaanden zijn ze meestal actief voor zonsondergang, maar meestal blijven ze tot na zonsondergang in hun hol. Tijdens de wintermaanden komen ze minder vaak naar buiten. Dassen houden geen winterslaap, wel winterrust, hetgeen inhoudt dat ze minder actief zijn. In de herfst kunnen dassen tot wel tien uur van hun burcht wegblijven. Ze leggen dan een wintervoorraad aan.

Een territorium is meestal zo'n dertig tot vijftig hectare groot. Voedselgronden overlappen vaak met die van nabijgelegen groepen. Binnen een hectare leven vijf tot acht volwassen dieren (varieert van twee tot vijfentwintig) met hun jongen, die één burcht delen. Een groep bestaat meestal uit meer vrouwtjes dan mannetjes. De dieren zijn niet monogaam en het komt vaak voor dat meer dan één dier binnen de groep jongen krijgt. Meestal delen twee tot drie dieren één nestkamer. De dieren gebruiken zelden langer dan een paar dagen dezelfde kamer als slaapplaats. De dieren verzorgen elkanders vacht. Zij produceren een grote verscheidenheid aan geluiden.

4. Voortplanting

De paartijd duurt van februari tot mei, maar ook buiten de paartijd vinden paringen plaats, voornamelijk van juli tot september. In de paartijd kunnen ook mannetjes uit naburige groepen paren met vruchtbare vrouwtjes. De paring duurt een kwartier tot een uur. De eigenlijke draagtijd duurt slechts zeven weken, maar wordt verlengd met drie tot tien maanden.

In januari en februari worden de meeste jongen geboren. Per worp krijgt een dassenvrouwtje één tot vijf jongen. Als de dassen twaalf weken oud zijn, hebben ze hun volwassen gebit. Na acht weken verlaten de jongen voor het eerst de burcht. De zoogtijd duurt minstens twaalf weken. Bij voedselgebrek kan de zoogtijd nog tot zes maanden duren. Nadat de jongen worden gespeend, leven ze de eerste paar dagen van half verteerd voedsel, dat door de moeder wordt uitgebraakt.

Dassen worden in het wild maximaal veertien jaar, in gevangenschap tot zestien jaar. Vele wilde dassen sterven vroeger door onder de wielen van auto's terecht te komen.

5. Spaanse dassen

Dassen worden doorheen gans Spanje gevonden, van de groene bossen in Cantabrië tot in struikgewas van de half-woestijn van Almeria. Dassen komen wel niet voor op de Canarische Eilanden en op de Balearen.

Alhoewel zij niet beschouwd worden als dieren van de hoge bergen zijn er al dassen gezien in La Cerdanya op 2.300 m in the Catalaanse Pyreneeën.

Dassen zijn niet ongewoon in Spanje maar zij zijn hier niet zo talrijk als in Groot-Brittannië dat vermoedelijk de grootste concentratie in de wereld heeft.

Cijfers over de gemiddelde dassenpopulatie zijn moeilijk te verkrijgen, volgens het boek ‘Mamiferos de España’ van Purroy y Varela zijn er in Spanje 1 à 2 dassen per vierkante kilometer.

Maar Juan Carlos Blanco in zijn ‘Mamiferos de España’ zegt dat de gemiddelde dassenpopulatie in het Nationaal Park van Doñana op 0,5 dassen per vierkante kilometer ligt en dat dat veel hoger is dan het landelijk gemiddelde.

Welke cijfers men ook gebruikt, in het noorden van Spanje zal het gemiddelde veel hoger liggen dan in het droge zuid-oosten van het land. Ze komen zelden voor in stedelijke gebieden maar in de buitenwijken van Barcelona in Collserola zijn er al dassen gezien.

Door de schaarste aan aardwormen eten Spaanse dassen praktisch alles wat hun pad kruist. Dat gaat dan van slangen tot braambessen. Zijn er echter aardwormen beschikbaar dan staan die bovenaan hun verlanglijst.

Kevers maken deel uit van hun menu, de grote Felix Rodriguez de la Fuente vermeld in Fauna Ibérica een das die in Santander gedood werd door een auto en die 600 kevers in zijn maag had. Dassen in het Nationaal Park van Doñana hebben dan weer een voorliefde voor jonge konijnen.

De natuurkundige uit de negentiende eeuw, Mariano de la Paz Graells plaatste de Spaanse das in de kleinere en lichtere subgroep marianensis maar dit wordt niet door andere onderzoekers gesteund. ,

Spaanse dassen houden geen winterslaap alhoewel de dassen in het noorden er tijdens de wintermaanden een rustiger leven op na houden.

Vlees van dassen stond in bepaalde delen van Spanje tot niet zo lang geleden op het menu. Vandaag de dag wordt de pels gebruikt als scheerborstels.

De grootste bedreiging, naast het verkeer, voor de das zijn de strikken die gebruikt worden voor vossen.

Alhoewel zij niet speciaal beschermd zijn is het een misdrijf om een das te doden. De enige dieren die bejaagd mogen worden zijn de dieren die op de officiële lijst staan. Spaanse dassenpopulaties worden vermoedelijk kleiner en kleiner maar de juiste cijfers zijn niet beschikbaar.

Ondanks de enorme lijst van benamingen doorheen Spanje die het dier heeft is de das relatief onbekend en ontbreekt het volledig in culturele referenties in tegenstelling met de vos, de wolf, het everzwijn en de beer.