Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Het oude stadscentrum van Córdoba

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Het historisch centrum van Córdoba
  4. De moskee van Córdoba (Mezquita de Córdoba) 
  5. Het Bisschoppelijk Paleis
  6. Het oud hospitaal van San Sebastián
  7. De synagoge
  8. Het fort van de katholieke koningen (Alcázar de los Reyes Cristianos)
  9. De Romeinse brug 
  10. De Toren van Calahorra
  11. De baden van de kalief
  12. De koninklijke stallen
  13. De Molens van de Guadalquivir
  14. Website

1. Algemeen

Córdoba is een stad in Andalusië, Spanje en is de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De stad ligt in een laagte aan de oever van de Guadalquivir en aan de voet van Sierra Morena.


Vandaag is het een stad van een gemiddelde grootte maar zonder twijfel roept de oude binnenstad architectonische herinneringen op aan de tijd dat Córdoba de hoofdstad was van de provincie Bética tijdens de Romeinse overheersing. 

Maar er zijn ook herinneringen aan de periode van het Kalifaat van Córdoba dat tijdens de Islamitische overheersing een groot deel van het Iberische schiereiland overheerste.

Volgens archeologische overblijfselen die in de stad gevonden zijn lijkt het er op dat de stad een half miljoen inwoners had in de X de eeuw, het was de belangrijkste stad op cultureel en onderwijs gebied ter wereld. Kroniekschrijvers uit de X de eeuw beweren dat de stad een miljoen inwoners had.

De moskeeën, de bibliotheken, de baden en de soeks, allemaal overvloedig aanwezig in de stad, liggen aan de oorsprong van de Europese renaissance. 

We spreken nu over een stad die, terwijl de rest van Europa ondergedompeld was in de duisternis, het lichtpunt was met zijn cultuur, zijn letteren en wetenschappen. In de periode van het Kalifaat had de stad al een riolering en een stadsverlichting.

Zijn historische binnenstad is dan ook opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco in 1984. De stad is tevens kandidaat om Europese Cultuur Hoofdstad te worden in 2016.

Córdoba is tevens de geboorteplaats van drie grote filosofen: de Romein Séneca, de Islamiet Averroes en de Jood Maimónides.

2. Geschiedenis

Córdoba was de hoofdstad van de Romeinse provincie Hispania Ulterior Baetica (Bética) en het was een periode van pracht en praal. Er waren in Córdoba een aantal gebouwen zoals in Rome en er leefden grote filosofen zoals Lucio Anneo Séneca, redenaars zoals Marco Anneo Séneca en de poëet Lucano had hier ook zijn woning.

Later werd Córdoba een belangrijke plaats in de Spaanse provincie van het Byzantijnse Rijk tijdens de Visigothische periode.

Córdoba bleef de hoofdstad tijdens het Onafhankelijk Emiraat en tijdens het Omajjaden Kalifaat van het Westen. Dit was een periode waarin de stad zijn toppunt van ontwikkeling bereikte, er waren toen tussen de 250.000 en de 500.000 inwoners.

In de X de eeuw was Cordoba de grootste stad ter wereld, maar het was tevens een centrum van cultuur, politiek en economie. De stad had op dat moment een zeer beroemde universiteit Uit deze periode dateert een van de beroemdste monumenten van Spanje, de Mezquita de Córdoba.

In 1236 volgde de “reconquista”, de herovering van de stad door de koning van Castilla en León, Fernando III de Heilige. De architectuur in de stad ondergaat een grote verandering, de moskee wordt een kathedraal en er worden 14 “Fernandistische” kerken gebouwd in de stad. Córdoba wordt een bruggenhoofd in de strijd tegen de Moren.

3. Het historisch centrum van Córdoba

Het historisch centrum van Córdoba is een van oudste en een van de grootste stadskernen van Europa. In 1984 heeft de Unesco de Moskee van Córdoba opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed. Veel later, in 1994 heeft de Unesco dan een uitbreiding opgenomen op de lijst en daarin was het grootste deel van de oude binnenstad opgenomen. Het historisch centrum bezit een grote rijkdom aan monumenten die bewaard gebleven zijn uit de periode van de Romeinen, de Moren en de Christenen.

4. De moskee van Córdoba (Mezquita de Córdoba)

De oude Moskee van Córdoba die in de XIII de eeuw veranderd werd in de huidige Kathedraal van Santa Maria wordt samen met het Alhambra in Granada beschouwd als het belangrijkste monument van Andalusische architectuur.



Men begon met de bouw van de moskee in het begin van de VIII de eeuw op de plaats waar de Visigothische kathedraal van San Vicente heeft gestaan. Tijdens het Kalifaat van Córdoba zijn er verschillende vergrotingen geweest en uiteindelijk veranderde men in 1236 na de herovering van Córdoba door de Christenen.de Moskee in een Kathedraal.

Men begon direct met aanpassingen en veranderingen aan het gebouw maar de belangrijkste en tevens de verbouwing die het meeste weerstand opriep gebeurde in 1523 toen men de oude gebedsruimte verbouwde volgens de criteria van de Renaissance. Men plaatste toen gewoon de kathedraal in de moskee.

Het was een verbouwing waarvan zelfs Karel V zei:”Jullie hebben alles vernietigd wat men nergens anders ziet en jullie hebben er iets voor in de plaats gebouwd wat men overal kan zien”.

Met 23.400 vierkante meter is de moskee van Córdoba de tweede grootste na Mekka.

5. Het Bisschoppelijk Paleis

Dit gebouw is gebouwd over het oude Alcázar uit de periode van het Kalifaat. Het staat tevens tegenover de westelijke gevel van de moskee. Sinds de herovering door de Christenen tot op vandaag is het de zetel van de bisschop van Córdoba. 

In het midden van de jaren 80 van de vorige eeuw verbouwde men een deel van het gebouw tot het Diocesaan Museum voor Schone Kunsten.

De eerste belangrijke verbouwing van het paleis dateert uit de XV de eeuw, met een constructie in Gotische spitsbogen stijl. In 1745 had het gebouw te leiden onder een grote brand welke zichtbaar bleef tijdens deze en de volgende eeuw.

Men voegde in de XVII de eeuw andere bijgebouwen toe aan het complex zoals de gevel aan de Plaza del Campo de los Santos Mártires en een patio in de XVIII de eeuw.

6. Het oud hospitaal van San Sebastián

Het werd gebouwd tussen 1512 en 1516 en is het werk van Hernán Ruiz I. Vanaf haar oprichting tot in 1724, toen het Hospitaal van Cardenal Salazar gebouwd werd, was het hospitaal van San Sabastián het grootste van de stad. 

In 1816 verhuisde het Casa de Expósitos de San Jacinto naar deze plaats. De kern van het gebouw vormt de kloostergang in mudejar stijl en de kapel in flamboyant-gotische stijl met een versiering in plateresca (Spaanse stijl uit de XVI de eeuw) stijl. Het is het werk van Hernán Ruiz I, die ook de voorgevel maakte in 1514.

De muren zijn van steen en de zuilen zijn van baksteen met verhoogde bogen op de beneden verdieping en met verlaagde bogen op de boven verdieping. Momenteel is het de zetel van van het Palacio de Congresos.

7. De synagoge

Deze Hebreeuwse tempel vinden we in de Joodse wijk van Córdoba en is een van de zeldzame Middeleeuwse synagogen in Spanje. De andere 2 middeleeuwse synagogen in Spanje staan in Toledo. 

Deze synagoge werd gebouwd in 1315 in mudejar stijl. Er is een patio die toegankelijk is vanaf de straat en welke toegang geeft tot een hal naast de gebedsruimte. Aan de oostelijke zijde van de hal is er een trap die naar de galerij voor vrouwen gaat. Deze galerij is verbonden met de gebedsruimte door middel van drie balkons die versierd zijn met gelobde bogen.

De gebedsruimte heeft een bijna vierkante oppervlakte van 6,95 op 6,37 meter met een hoogte van meer dan 6 meter. Aan de oostelijke zijde opent het tabernakel, dat is een ruimte gereserveerd voor de Tora en is bekroond met gelobde bogen, rondom zijn er versieringen met geometrische motieven.

8. Het fort van de katholieke koningen (Alcázar de los Reyes Cristianos)

Dit gebouw heeft een militair karakter en werd gebouwd voor koning Alfonso XI van Castillië in 1328. Het gebouw bood onderdak aan de katholieke koningen die hier meer dan acht jaar verbleven. 

Vanaf hier leiden zij de campagne tegen het Moorse koninkrijk van Granada. Het was ook in dit fort dat Christoffel Columbus geldelijke middelen vroeg voor zijn Amerikaans avontuur. Na de herovering van Spanje op de Moren werd dit fort de zetel van de Inquisitie, dit duurde tot in 1821.

Het gebouw heeft een sobere architectuur aan de buitenzijde maar aan de binnenzijde heeft het een schitterende architectuur, met zijn mooi onderhouden tuinen en patio's die hun inspiratie haalden in de mudejar stijl. Het is aangevuld met vier torens die het gebouw een bijna vierkant uitzicht geven.

De belangrijkste zaal van het gebouw noemt men de Zaal van de Mozaïeken welke ongelooflijk mooie mozaïeken bevat uit de Romeinse periode alsook een sarcofaag uit de III de eeuw. In de kelders van het gebouw kan men de resten vinden van wat naar men geloofd de koninklijke baden uit de Moorse periode zijn.

9. De Romeinse brug

De brug is tijdens de Romeinse periode gebouwd in de I ste eeuw voor Christus en de brug ligt over de rivier de Guadalquivir. Aan de ene zijde staat de Puerta del Puente en aan de andere zijde is er de Torre de la Calahora. 

Deze brug was de enige brug die toegang gaf naar de stad in twintig eeuwen tijd. Zij heeft een lengte van 331 meter en bestaat momenteel uit 16 bogen maar oorspronkelijk waren het er 17.

In de loop van de geschiedenis onderging de brug aan aantal aanpassingen en verbouwingen maar de grootste gebeurden in de periode van het kalifaat. De volgende grote aanpassing was tijdens de herovering (Reconquista) en de laatste gebeurde in het begin van de XX ste eeuw.

Vandaag de dag zijn enkel de bogen met de nummers 14 en 15 origineel.

10. De Toren van Calahorra

Dit is een Arabische burcht aan de zuidzijde van de Romeinse brug en dient voor de beveiliging van deze brug. Deze burcht werd gerestaureerd door Enrique II de Trastámara als verdedigingswerk voor zijn broer Pedro I van Castillië. 

Aan de twee bestaande torens werd een derde toren toegevoegd, deze verenigde beide torens door een ronde verbinding van dezelfde hoogte. De burcht werd later nog gebruikt als gevangenis voor de adel, als kazerne en als school.

Veel later werd de toren afgestaan voor de “Dialoog tussen Culturen” van Roger Garaudi die er een audiovisueel museum in onderbracht. Dit museum presenteert een cultureel overzicht van de hoogstaande middeleeuwse cultuur van Córdoba, van de IX de eeuw tot de XIII de eeuw, gebaseerd op de samenleving tussen christenen, joden en islamieten.

11. De baden van de kalief

De baden van de kalief zijn Moorse baden in Córdoba, de resten hiervan zijn per ongeluk gevonden in 1903 op het Heilig Veld van de Martelaren.

Tussen 1961 en 1964 heeft een groep historici uit Córdoba aan de oppervlakte gebracht hoe groot deze baden geweest zijn. Deze baden of hammam waren grenzend aan het verdwenen Alcázar en naar alle zekerheid behoorden zij hieraan toe. De baden waren de belangrijkste van de stad.

Het wassen en het reinigen van het lichaam is een belangrijk deel in het leven van een islamiet. Er waren de voorschriften voor het gebed maar zij maakten ook deel uit van het sociaal leven.

De baden werden gebouwd tijdens het kalifaat van Alhakén II voor het genot van de kalief en van zijn hof. Zij vormen een verzameling van kamers met muren van natuursteen. De baden zijn gebaseerd op de Romeinse baden met hun koude, gematigde en warme kamers.

Tijdens de XI de tot de XIII de eeuw, werden de baden gebruikt door de Almoraviden en de Almohaden heersers van Córdoba. Bewijs hiervan kunnen we vinden in het gebruikte stucwerk en de door hen gebruikte motieven.

12. De koninklijke stallen

De Koninklijke Stallen bevinden zich in Córdoba. Zij werden gebouwd in 1570 op bevel van Felipe II die er raspaarden wou fokken ten behoeve van de monarchie.

De stallen werden gebouwd op de oude terreinen van het Fort van de Katholieke Koningen, zij hebben een rechthoekige vorm met gewelfde kamers die dienst deden als stallen. Koning Felipe II, wou een paardenras hebben dat mooi en elegant was om de oefeningen van de Hoge School dressuur te kunnen doen. Daarom kruiste men paarden om uiteindelijk het Spaanse Paard te hebben, men noemt het ook het Andalusisch Paard.

Van de gebouwen van de Koninklijke Stallen moeten we de voornaamste paardenstal vooral onthouden, die bedekt is met een ribvormig gewelf dat ondersteund is door zuilen van zandsteen die ook de afzonderlijke boxen afbakenen.

De stallen werden terug opgebouwd na een brand in 1734 en momenteel zijn de stallen eigendom van de stad Córdoba. Het wordt gerenoveerd om de geschiedenis van het paard te tentoonstellen. Zij werden ook nog gebruikt als fokkerij van paarden tot 1995 onder het bestuur het Ministerie van Defensie. In 1995 heeft het ministerie deze fokkerij overgebracht naar Écija.

13. De Molens van de Guadalquivir

De molens van de Guadalquivir zijn karakteristieke sporen van Middeleeuwse gebouwen aan de loop van de Guadalquivir tijdens de zijn loop door Córdoba. Zij hebben een verschillende mate van beschadiging maar de molens die gerestaureerd zijn worden gebruikt voor culturele en toeristische doeleinden zoals de molen in de Botanische Tuin.

  • Molino de la Albolafia: de molen vinden we aan de rechteroever van de Guadalquivir, dicht bij de Romeinse brug. Zijn oorsprong gaat terug tot in de Romeinse periode en men gebruikte deze molen om bloem te maken.
  • Molino de la Alegría: de molen vinden we aan de rechteroever van de Guadalquivir, stroomafwaarts van de San Rafael brug. Deze molen is geïntegreerd in de Botanische Tuin Hij is gebouwd tussen twee kanalen en heeft een waterrad en een verbinding met de grond. Er zijn drie verdiepingen, de benedenverdieping met de molensteen en de andere twee verdiepingen zijn gebouwd in de XIX de eeuw.
  • Molino de Téllez o de Pápalo Tierno: de watermolen bevindt zich aan de Guadalquivir, stroomafwaarts van de Romeinse brug. Gezien vanaf de brug is het de molen rechts van de twee die in het midden van de bedding staan. Momenteel vinden we hem bijna helemaal bedekt met plantengroei. Het is nu een ideale broed en woonplaats voor de vele vogels die hier een prachtige omgeving gevonden hebben.
  • Molino de Enmedio: de watermolen bevindt zich aan de Guadalquivir, stroomafwaarts van de Romeinse brug. Gezien vanaf de brug is het de molen links van de twee die in het midden van de bedding staan. Momenteel vinden we hem bijna helemaal bedekt met plantengroei.
  • Molino de Hierro: de watermolen die op de linkeroever van de Guadalquivir ligt, stroomafwaarts van de Brug van San Rafael. Samen met de molen van San Rafael is deze molen het dichtst bij de oever.
  • Molino de Martos: de watermolen ligt aan de Quadalquivir en was tussen 1237 en 1550 een typische middeleeuwse watermolen, dat wil zeggen dat er twee verschillende huizen waren. Tussen de jaren 1550 en 1555 werden de twee huizen omgebouwd tot een nieuw gebouw. In 2003 begonnen de renovatie werken om de op dat moment totaal vervallen molen zijn oude glans weer te geven. Nu is er in het gebouw het museum van het water.
  • Molino de San Antonio: de molen ligt aan de linkeroever van de Guadalquivir, stroomafwaarts van de Romeinse brug. Tijdens de laatste jaren dat de molen in werking was maakte hij bloem voor het leger. In de jaren 60 van de XX ste eeuw gebruikte men de benedenverdieping als kleine scheepswerf voor de bouw van houten bootjes die men hier in de streek gebruikte. De molen heeft dan een aantal jaren leeg gestaan en in 2007 begon zijn restauratie, samen met de restauratie van de Romeinse brug en met die van de Torre de la Calahorra.
  • Molino de San Rafael: de molen vinden naast de Molino del Hierro, stroomafwaarts op de linkeroever. 

14. Website: Dienst toerisme van Cordoba, de site is beschikbaar in het Spaans, Engels en het Frans.