Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Het carnaval van Cádiz


  1. Algemeen
  2. Oorsprong
  3. De twintigste eeuw
  4. Typische feesten in Càdiz
  5. Het democratisch Carnaval of het carnaval in vrijheid
  6. Het programma
  7. Groeperingen
  8. De nummers
  9. De instrumenten

1. Algemeen

Het carnaval van Cádiz is naast het carnaval van Santa Cruz de Tenerife een van de beroemdste carnavalsvieringen van Spanje en het is dan ook opgenomen op de lijst van Internationaal Toeristisch belang. Beide carnavals zijn sinds 2010 verbroederd.

Elk jaar tijdens de maanden januari en februari gaat er in het Gran Teatro Falla de Wedstrijd van de Verenigingen van het Carnaval door.

2. Oorsprong

Om de oorsprong van het carnaval te kunnen verklaren moeten we kijken naar de verschillende beschavingen die hier geweest zijn en die allemaal iets van hun cultuur in het carnaval gebeuren hebben achter gelaten. Zo zijn er overblijfselen te vinden van de Bacchanalia of orgiën (feesten ter ere van Baccus), de saturnaliën of de zonnewende (van de God Saturnus) en de Lupercalia (van de God Pan), vieringen die men ook kende in het oude Griekenland en het oude Rome.

Zonder twijfel, na verloop van tijd werden eigen aspecten opgenomen in het carnaval van Cádiz en werd het een heel eigen feest. Tijdens de ontwikkeling van haar eigen stijl nam het carnaval een aantal eigenaardigheden over van het Italiaans carnaval en dan vooral met het carnaval van Genua. De maskers, de serpentines en de confetti zijn vooral de elementen die een verbinding vormen met het Italiaanse carnaval.

3. De twintigste eeuw

De periode tussen 1920 en 1936 omvat een periode van een grotere volwassenheid van de groepen. Hier kunnen we vooral Manuel López Cañamaque situeren, de meest vruchtbare auteur van het carnaval samen met Agustín González, El Chimenea.

Het carnaval van 1936 was de laatste die doorging voor het begin van de burgeroorlog.

Tijdens de oorlog, op 5 februari 1937 werd er in het staatsblad het verbod gepubliceerd dat het carnaval verbood. Deze onderbreking zou duren tot 1948.

4. Typische feesten in Càdiz

Paradoxaal genoeg kwam het carnaval van Cádiz in 1947 terug door het lijden dat werd veroorzaakt door de ontploffing in de mijnen van San Severiano. Daarom dat de civiele gouverneur, Carlos María Rodríguez de Valcárcel, er aan dacht om het verbod gedeeltelijk op te heffen.

Na het beluisteren van de tango's van de koren Piñata Gaditana en Los Chisperos, kon hij niets vinden om de feesten verder te verbieden. Zo werden buiten het Carnaval de feesten in de zomer terug toegestaan met de medewerking van de oude koren van het carnaval en werden er terug de oude tangos gezongen. Er waren door de inrichters wel politieke garanties gegeven.

Dus kwamen de koren met hun oude tango's terug en steunde de gouverneur, Rodríguez de Valcárcel, het stedelijk initiatief en hij slaagde er zelfs in om de regering in Madrid te overtuigen om het carnaval te laten doorgaan. Dit moest wel gebeuren volgens de toenmalige ideologie. Zo kwam er in Cádiz een eigen soort carnaval zonder maskers en zonder vermommingen in de straten en was het alleen toegelaten voor de groepen. Volgens het culturele dirigisme van deze periode was het carnaval meer een feest van het stadhuis dan van het volk. De esthetiek in de stoet was er een van bloemen en van het feest van de druivenoogst met de koningin van de feesten en die koningin was altijd een dochter van een minister.

Dank zij deze typische feesten in het carnaval begon er een periode van grote pracht en praal. Paco Alba was een van grote exponenten in deze periode. Er kwam een vergroting van het carnaval met groepen uit gans Spanje en zelfs Latijns-Amerika.

In 1967 worden de feesten verplaatst naar de maand mei en kwam er een authentieke beurs, inclusief standjes met allerlei producten en eten.

Vanaf 1973 namen de cuartetos (carnaval vereniging typisch voor Cádiz) actief deel aan de wedstrijd voor de verenigingen. In 1975 was er tijdens de wedstrijd een historische gebeurtenis, het was de grap van Paco Alba, de vereniging Los belloteros won de eerste prijs in de categorie figuranten samen met de groep Los napolitanos van Pedro Romero Varo. Deze beslissing viel niet in goede aarde bij de liefhebbers maar door deze beslissing wordt Paco Alba algemeen beschouwd als de uitvinder van de huidige feesten.

Op 6 juni 1976 vierde men in Cádiz de laatste feesten in de huidige vorm en het volgende jaar gingen de feesten door in februari en noemde men het gewoon carnaval.

5. Het democratisch Carnaval of het carnaval in vrijheid

Op 15 februari 1977 werd het eerste democratisch carnaval gevierd en in dit jaar was het koor, Los dedócratas, het eerste koor dat terug mee carnaval vierde.

Op 5 februari 1978, om kwart na vijf in de namiddag begon de begrafenisstoet van de Feesten in Cádiz. Dat is een evenement onder de bescherming van het koor, La guillotina, de opvolger van Los dedócratas. Het leidt de begrafenisstoet met de grootst mogelijke ernst van zijn deelnemers en er wordt een spandoek meegedragen waarop de volgende tekst staat: «Entierro de las Fiestas Típicas R.I.P. ¡Ya era hora!» en het spandoek wordt gedragen door twee leden van het koor die gekleed zijn als burgers van de Franse revolutie.

Zij volgen twee tamboers die tijdens de ganse optocht een typisch rouw geroffel spelen. Er zijn ook nog twee leden van het koor die een wierookvat en een wijwaterkwast dragen. Daarna volgen er vier beulen en zij dragen een doodskist waarop het klassiek hamertje van de oude feesten ligt. Verder zijn er op de kist zes kronen waarop de inscripties : «Un concejal in memoriam», «Vicente no te olvida», «Pepiño con amor», «El látigo Macareno», «De tus amigas las casetas» en «El Quini no sabe si olvidarte» staan.

Vier soldaten van tijdens de revolutie, met bajonet, vergezellen de kist. Dan komen er vrouwen die de ganse weg huilen en kaarsen dragen. Zij worden gevolgd door een prelaat, de voorzitter van het koor, en drie vertegenwoordigers van de autoriteiten. De muzikanten volgen hierna en zij spelen rouwmarsen en carnaval liedjes. Dan volgt de rest van het koor en een groep die allen maskers dragen, vier soldaten sluiten de optocht.

In 1984 kreeg de Fundación Gaditana del Carnaval (FGC), Organismo Autónomo del Ayuntamiento de Cádiz, de toelating om zelf de organisatie en de programmatie van de optocht en de feesten in de stad in te richtten. In datzelfde jaar namen 111 groepen deel en dat was de eerste maal dat er meer dan 100 groepen aanwezig waren.

In 1989 veranderde men voor de eerste maal de ganse finale en het jaar daarop werd het door het Andalusische televisiekanaal Canal Sur integraal uitgezonden.

6. Het programma

In 1862 werd onder het voorzitterschap van Juan Valverde het eerste programma gemaakt dat een dubbel doel had, het eerste was het inperken van het populaire carnaval en ten tweede was er het binnenbrengen van buitenstaanders in het carnaval gebeuren in de stad. Het programma omvatte een toespraak, tablaos, gemaskerde bals, optochten, versieringen, wedstrijd van de verenigingen en vuurwerk.

In Cádiz duurt het officiële carnaval elf dagen maar als je alles bij elkaar telt, de dagen van de wedstrijd, de eetfestijnen, de repetities en het «carnaval van de kleine kinderen» dan duurt het carnaval gebeuren ongeveer een maand.

In chronologische volgorde hebben we.

Voorafgaand

  • Algemene repetities.
  • Voorstelling van het carnaval in Madrid.
  • Voorbereidende fase van het COAC.
  • Kwart finale van het COAC.
  • Semifinale van het COAC.
  • COAC jeugd categorie
  • COAC jeugd categorie

Donderdag, begin van het Carnaval

  • Inhuldiging van de verlichting.

Vrijdag van de finale

  • Uitroepen van de Godin van het carnaval.
  • Finale van het COAC.

Zaterdag van het carnaval

  • Openbare aankondiging voor de kinderen.
  • Optocht van de koren van Puerta Tierra.
  • Openbare aankondiging van het carnaval van Cádiz.
  • Wedstrijd van de liedboekjes.

Zondag van het carnaval

  • Optocht van de koren.
  • Optocht magna.
  • Vuurwerk in La Caleta.

Maandag van het carnaval

  • Optocht van de koren.

Dinsdag van het carnaval

  • Verbranding van de Goden Momo.

Vrijdag van het carnaval

  • Optocht van de koren in La Viña.
  • Concerten.

Zaterdag van Piñata

  • Panizada Popular.
  • Huldebetoon aan de comparsista.
  • Concerten.

Zondag van Piñata

  • Optocht van de koren.
  • Frito popular.
  • Verbranding van de Heks Piti.
  • Vuurwerk in La Caleta.

II Zondag van Cuaresma

  • Kindercarnaval.

De rest van het jaar

  • Gala Lo mejó de lo mejón.
  • Festival Me Río de Janeiro.
  • Wedstrijden van de bloemlezingen.
  • Zomeroptocht van de koren.

Tijdens de week van carnaval kunnen illegale groeperingen zich op een aantal punten van de stad bevinden. Maar er worden verder een aantal wedstrijden voor verschillende groeperingen ingericht waaraan verenigingen aan kunnen deelnemen voor de COAC. Vanaf de eerste donderdag tot de zondag is er een tent opgezet voor de gemaskerde bals.

7. Groeperingen

Soorten verenigingen die kunnen deelnemen aan de COAC (Concurso oficial de agrupaciones) Officiële Wedstrijd van de Verenigingen:

  • Chirigota.
  • Comparsa.
  • Coro.
  • Cuarteto.

Verenigingen met een eigen wedstrijd tijdens de carnaval week:

  • Romancero.

Verenigingen die niet deelnemen aan de wedstrijd (illegale verenigingen):

  • Murgas en charangas familiale verenigingen.
  • Koren, grappen, figuranten, liedboekjes en kwartetten die er voor kiezen om niet deel te nemen aan de COAC.

8. De nummers


De soorten “verzen” die verenigingen opzeggen volgens de regels van de COAC:

  • De presentatie is de eerste compositie en interpretatie en is al dan niet origineel. Ze mag niet langer duren dan drie minuten.
  • De pasodoble, dit vers moet een originele compositie hebben. Elke vereniging brengt twee versies.
  • De tango moet een originele compositie zijn. Het is het meest “echte” stuk van het koor en het meest gewaardeerde in het repertoire.
  • De parodia is het meest gewaardeerde deel van een kwartet. Het is geen muzikale compositie en het is eerder een dialoog tussen de leden van het kwartet.
  • De cuplé dit stuk is het meest gebruikelijk bij alle groepen en het moet een origineel werkstuk zijn.
  • De estribillo dient om de cuplés te beëindigen en het variëren van de ene cuplé naar de andere, alle groepen brengen dit.
  • De popurrí mag niet langer dan acht minuten duren. Het is een mengeling van muziek, origineel of niet, Het is een verplicht stuk met uitzondering voor de kwartetten waar het optioneel is.
  • Het tema libre of het vrije werk en het is optioneel. Het kan een popurrí, een andere parodia of een reeks cuplés zijn.

9. De instrumenten

Hoewel er veel meer instrumenten worden gebruikt en dan vooral op straat en tijdens de vertolkingen van de medleys, refreinen en de introducties zijn de meest gebruikte instrumenten:

  • De kleine drum en de bass drum wordt gebruikt door de comparsas en chirigotas.
  • De kazoo of het fluit riet wordt gebruikt door de comparsas, chirigotas en kwartetten.
  • De gitaar wordt gebruikt door de koren, comparsas, chirigotas en voor de kwartetten is het optioneel.
  • De bandurria wordt gebruikt door de koren.
  • De luit wordt gebruikt door de koren.
  • De claves (twee houten stokjes) worden gebruikt door de kwartetten.