Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

De oude stad Cáceres


  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Onderscheidingen
  4. Kerken
  5. Paleizen en andere gebouwen
  6. Toegangspoorten van de stad
  7. Verdedigingstorens
  8. Andere interessante plaatsen
  9. Website

1. Algemeen

Cáceres is een stad in het westen van Spanje en het tevens de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De stad ligt in het centrale deel van de oude Romeinse provincie Lusitania, en in de huidige autonome regio Extremadura.


Met zijn 92.187 (2008) inwoners is Cáceres de grootste stad van de provincie, 23,8 % van de bevolking woont in de stad Cáceres. Wat oppervlakte betreft is de stad de grootste van Spanje met een oppervlakte van 1.750,33 km².

De stad werd opgenomen op de lijst van het werelderfgoed van de Unesco in 1986, de reden hiervoor was dat Cáceres een van de mooiste stedenbouwkundige plaatsen uit de Middeleeuwen en de renaissance ter wereld is.

De concathedraal van Santa Maria, het Palacio de la Veletas (archeologisch museum), de paleizen van de Golfines, het Casa del Sol, de Torre de Bujaco zijn hier de mooiste monumenten.

2. Geschiedenis

A. Prehistorie

De eerste menselijke aanwezigheid in dit gebied gaat terug tot de prehistorie. In de streek van Calerizo zijn er meerdere grotten, zoals de grot van Santa Ana, die het oudste menselijk leven in de Extremadura hebben. Deze aanwezigheid gaat tot 1 miljoen jaar in de oudheid terug in de Cueva de El Conejar en in de grot van Maltravieso. Deze grotten werden ontdekt door de academicus en officiële kroniekschrijver van Cáceres, Carlos Callejo.

In deze grotten vond men schilderingen terug die door mensen aangebracht werden en zij hebben als bijzonderheid dat de pink van de hand verborgen was onder een laagje verf. Men dacht dat dit wees op amputaties. De ouderdom van de schilderingen gaat terug tot het Boven Paleolithicum. In de nabijgelegen grot van El Conejar heeft men potscherven en gebruiksvoorwerpen gevonden uit het Oud Neolithicum.

B. Romeinse tijd

Het was in de eerste eeuw voor Christus dat de Romeinen hun eerste kampementen bouwden (Castra Cecilia en Castra Servilia) in de omgeving van de heuvel en die kampementen groeiden later uit tot de kolonie Norba Caesarina. Tevens kwam er een belangrijke verbindingsweg die we nu nog kennen als de “Via de la Plata”, de “Weg van het Zilver”.

In de vijfde eeuw na Christus vernietigden de Visigoten deze plaats en tot in de achtste-negende eeuw werd er over deze plaats niet meer gesproken.

Op ongeveer 2 km van de stad was er de oude gemeente Aldea Moret die momenteel een wijk van Cáceres is met dezelfde naam. Naast de gemeente kan men twee archeologische sites vinden uit de Romeinse tijd, het “Cuarto Roble” en “El Jonquillo”.

De Zilverweg, heeft een traject in zuidelijke richting doorlopen niet ver van het "Centro de Instrucción y Movilización" (CIMOV) Santa Ana en er is een uitgegraven traject in Valdesalor. Waar de weg de rivier de Salor kruist is er een middeleeuwse brug die recentelijk gerestaureerd is en die de plaats inneemt van een oude Romeinse brug.

C. Moorse tijd

Het waren de Moren die afkomstig waren uit het noorden van Afrika die gebruik maakten van de strategische ligging. Zij bouwden boven op de oude Romeinse versterkingen een militaire basis die hen toeliet om tijdens de eerste eeuwen van de herovering (reconquista) van Spanje weerstand te bieden tegen de christelijke koninkrijken uit het noorden.

In de twaalfde eeuw, tijdens de christelijke vooruitgang werd de stad versterkt met een muur van leem en stro (deze muur bestaat nu nog altijd). Deze muur kon niet voorkomen dat Alfonso IX, koning van León, de stad innam op 23 april 1229 na verscheidene jaren van belegering. Dit was ook de dag van San Jorge en sedert deze dag is hij de patroonheilige van de stad.. Voordien waren de christelijke legers onder leiding van Fernando II al in de stad geweest. Dit gebeurde in 1169 en zij konden de stad in hun bezit houden tot de Moren ze terug in handen kregen in 1174.

Vanaf de inname van de stad door Alfonso IX werd Cáceres een vrije stad en er werden 12 wethouders verkozen. Onmiddellijk daarna kwamen er mensen uit León, Asturië, Galicië en Castillië in de stad aan. Hierdoor viel de bevolking uiteen in 2 groepen, een met de mensen afkomstig uit León, Asturië en Galicië en dan de andere groep bestond uit mensen afkomstig uit Castillië.

De eerste groep woonde in het bovenste gedeelte van de stad, in de San Mateo wijk en de tweede groep woonde in de beneden wijk Santa Maria.

De edelen uit de beide groepen stonden regelmatig gewelddadig tegenover elkaar en de situatie werd zodanig op de spits gedreven dat Cáceres geregeerd werd door 2 verschillende raden. Deze situatie bleef duren tot de heerschappij van Isabella de Katholieke die vrede bracht in de stad. Zij gaf ook nieuwe voorschriften voor het beheer van de stad. De stad werd een kroondomein in 1477. Vanaf dit moment begon Cáceres te veranderen, men ging kerken bouwen op de plaats van de moskeeën en er werden christelijke paleizen gebouwd op de plaats van de primitieve Moorse paleizen. Het geld dat uit Amerika kwam diende voor de monumentale uitbouw van de stad.

D. Moderne tijd

In 1822 werd Cáceres de hoofdstad van Opper Extremadura. In 1864 werd er in de omgeving van de stad een belangrijke vondst van fosfaat gedaan. Daarom werd er een nieuwe stad gebouwd om er de arbeiders van de mijn te huisvesten, Aldea Moret. In 1881 kwam de spoorweg naar de stad waardoor de stad uitbreiding nam in de richting van het zuiden.

E. De Spaanse burgeroorlog in Cáceres

Na de militaire staatsgreep op 18 juli 1936 werd het snel duidelijk dat de troepen in de omgeving van de stad de kant kozen van de opstandelingen van Franco.

De opstandige troepen bevrijden de falangist Luna en die mobiliseerde een 1.000 aanhangers van de Spaanse Falange waarmee hij strategische punten in de stad bezette.

Na de inname van de stad begon onmiddellijk onder leiding van kapitein Luna de repressie. Een van de eerste slachtoffers van deze moord partijen van de Falange was de voorzitter van de vakbond “Unión y Trabajo” Pedro Montero Rubio..

Daarna volgden er nog vele anderen, zoals de verkozen burgemeester van Cáceres Antonio Canales González (1885-1936), gefusilleerd in de omgeving van de kazerne Infanta Isabel. De arrestaties begonnen op hetzelfde moment, de gouverneur en de vervangende burgemeester werden opgesloten en de muitende militaire bevelhebber Alvarez Díaz werd hoofd van de Guardia Civil, Fernando Vázquez werd de nieuwe gouverneur en kapitein Luciano López Hidalgo werd burgemeester.

Met de steun van de Falangisten en door de muitende troepen werd Cáceres een deel van opstand tegen de regering. Hierdoor werd de opmars vanuit het zuiden van de troepen van Franco vergemakkelijkt en lagen de wegen naar Mérida en Badajoz wijd open.

Op 26 augustus 1936 arriveerde Franco in Cáceres waar hij zijn voorlopig hoofdkwartier inrichtte. Hier ontmoette hij ook zijn vrouw en dochter die hij niet gezien had sinds het begin van de opstand.

3. Onderscheidingen

De “Oude stad van Cáceres” is door de Raad van Europa in 1968 uitgeroepen als derde meest monumentale plaats van Europa na Praag en Tallin en de stad werd opgenomen op de lijst van het werelderfgoed in 1986.. Cáceres kreeg nog andere prijzen en vermeldingen, in 1996 kreeg de stad de Pomme d'Or voor zijn toeristische verdienste van de Internationale Vereniging van Toeristische schrijvers en journalisten. Van de Europese Commissie kreeg de stad de “Les Etoiles d'Or” en zo zijn er nog meer onderscheidingen, teveel om op te noemen. .


4. Kerken

De patroonheilige van de stad is de Maagd van de Berg ("Virgen de la Montaña") een beeld dat de stad verkreeg in 1641 en dat een kopie is van een andere oud beeld, dat van de Virgen de Montserrat. Dit beeld werd naar Cáceres gebracht door de kluizenaar Francisco de Paniagua. Hij kwam naar Cáceres in 1600 en hij droeg een beeld van de Virgen de Montserrat terwijl hij door de stad ging en aalmoezen vroeg om een heiligdom te bouwen.

Een priester uit Cáceres Sancho de Figueroa stichtte samen met Paniagua, de Cofradía de Nuestra Señora de la Montaña, van waaruit zij het beeld aanbidden dat op de hoogtes van de Sierra de la Mosca staat.

A. Conkathedraal van Santa Maria

De conkathedraal van Santa Maria is de grootste en de belangrijkste kerk van de stad. Volgens José Ramón Mélida heeft de kerk tevens de oudste fundering van de stad.

Deze kerk is gebouwd in de vijftiende en de zestiende eeuw boven op een gebouw uit de dertiende eeuw. De kerk is volledig gebouwd met stukken graniet, de stijl kan men romaans noemen met een verwijzing naar de gotiek. De kerk heeft twee voorgevels in gotische stijl, die van het Evangelie; met fijne archivolten en met een beeld van de Heilige Maagd op een timpaan. De andere voorgevel is die van de los Pies, en hier is het schild van Orellana.

De kerk heeft een toren, in renaissance stijl met drie secties en hij heeft een rechthoekige vorm, bekroond met drie fakkels. In de buitenste hoek van de toren die gebouwd is tussen 1554 en 1559 is er een standbeeld van San Pedro de Alcántara dat gemaakt is door Enrique Pérez Comendador.

De kerk, van ruime afmetingen en met dikke muren is een voortzetting van de gebruikelijke verdediging van de stad en zij is verdeeld in zes beuken. Elke beuk heeft een bijna identieke hoogte en de gewelven zijn in geribde gotiek.

De sacristie heeft een voorgevel in platereske stijl en is gebouwd door Alonso de Torralbo in 1527. Zij herbergt een museum met sacramentale werken en stukken in zilver uit de regio. Zij herbergt ook het graf van Francisco de Godoy, kapitein van Pizarro.

De kapel van Blázquez of van de Heilige Christus bevat de figuur van de Zwarte Christus, een kruisbeeld in gotische stijl uit de veertiende eeuw dat toebehoorde aan een klooster naast de kerk maar dat nu verdwenen is.

In het gebouw is er iets dat zich zeer onderscheid van de rest van het gebouw en dat is het groot retabel in 1551. Het is gebouwd door Guillén Ferrant en Roque Balduque in den en cederhout zonder veel kleuren en in een typische stijl van de Extremadura..

Het is gemaakt in renaissance stijl en het is verdeeld in drie delen en vijf blokken met beeldhouwwerken in hoog reliëf en met de beelden van de apostelen. In het centrale deel zien we beelden van de Heilige Maagd en met Jezus. Het belangrijkste beeld is dat van de Maagd Maria ter Hemelvaart.

In de kerk is er ook een orgel aanwezig dat in 1703 gemaakt werd door Manuel de la Viña en dat gerestaureerd werd in 1973.

Op 3 juni 1931 werd de kerk uitgeroepen tot “Monumento Histórico Artístico” en in 1957 werd de kerk aangewezen als concathedraal voor het diocees van Coria-Cáceres.

B. De kerk van San Francisco Javier

De kerk van San Francisco Javier ligt op de Plaza de San Jorge. Het is een kerk van de Jezuïeten orde, ze is gebouwd in gotische stijl in de achttiende eeuw en ze is samen met het aanliggend klooster gebouwd met het fortuin van een lid van de Jezuïetenorde uit de familie Figueroa. De werken begonnen in 1698 en duurden tot in 1755.

Pedro Sánchez Lobato was de architect en hij maakte een ontwerp met een gelijkvloers in de vorm van een Latijns kruis, met zijkapellen en afgesloten door een koepel met een lantaarn. De scherpe daling van het plein laat de kerk meer monumentaal lijken.

Wij onderscheiden de twee torens aan de voorgevel met vierkante bakstenen in het metselwerk. Tussen beide torens zien wij een poort met een halve punt en die is bewaakt door dubbele kolommen die dienst doet als deur. Daarboven is er een nis en daar staat een beeld van San Francisco Javier en het wapenschild van Castilla y León. De voorgevel is gerestaureerd in 1992.

Binnenin de kerk staat het groot retabel bezet door een schilderij uit de achttiende eeuw met beeltenissen van San Francisco Javier.

Sinds 1899 staat het onder de bescherming van de paters missionarissen van het Heilig Bloed en daarom kent men de kerk ook als de kerk van het Heilig Bloed. Momenteel zijn er geen erediensten meer in de kerk.

C. De kerk van San Mateo

De werken voor de bouw van deze kerk zijn begonnen in de zestiende eeuw en op deze plaats stond eeuwen eerder een moskee maar later was er ook al een kerk.

Esteban de Lezcano begon de werken en daarna kwam Pedro Ezquerra aan het begin van de zestiende eeuw en tot slot was er nog Pedro de Marquina en Pedro de Ibarra die het werk afmaakte. De kapel van Sande werd gemaakt door Rodrigo Gil de Hontañón en de voorgevel is het werk van de grote meester Guillén Ferrán die het maakte in een platereske stijl.

De kerk is gebouwd in een gotische stijl, er is een elliptische poort die geflankeerd is door twee kolommen en op elk van hen staan twee medaillons met de afbeeldingen van San Pedro en van San Pablo. In het centrum van de fries staat een beeld van San Mateo. In 1780 is de toren als laatste bijgebouwd.

De kerk bevat een schip en het retabel van het altaar is in de typische stijl van de Extremadura. Het wordt toegeschreven aan Vicente Barbadillo.

In de kapellen zijn een aantal graven van edelen uit Cáceres, voornamlijk de graven van de familie Ovando. De kapel van San Juan Bautista herbergt de Cristo de la Encina, een schilderij dat verwijst naar een mirakel dat gebeurt is in Amerika.

D. De kerk van Santiago

De kerk van Santiago is een kerk die buiten de monumentale omgeving van Cáceres ligt hoewel zij er nog altijd dichtbij ligt.

Men ziet aan de kerk romaanse en gotische elementen alhoewel het een kerk in renaissance stijl is uit de dertiende eeuw maar die zwaar verbouwd is in de zestiende eeuw. De kerk staat op de resten van wat men denkt de overblijfselen van een kerk van de orde van Fratres, de voorloper van de orde van Santiago. De hervorming van de kerk gebeurt door de familie Carvajal wier schild aanwezig is doorheen de ganse kerk, de werken zelf gebeuren door Rodrigo Gil de Hontañón tot er een verschil in inzicht van het werk komt met de opdrachtgevers. Hij is opgevolgd door Sancho Cabrera.

Er zijn vier kapellen in gotische stijl en een koor aan de voet van de kerk en het gebouw is aan de buitenkant ingelijst door vierhoekige steunberen die ondersteund zijn door ronde pilaren.
Binnen in de kerk vinden we de beelden van Jezus Nazareno dat gemaakt is door Tomás de la Huerta, het beeld van Christus van de wonderen (Cristo de los Milagros) uit de vijftiende eeuw en er is een beeld van de Nuestra Señora de la Esclarecida.

Maar het element dat het meest opvalt is het groot retabel, met vier verdiepingen met afbeeldingen uit het leven van Christus en van andere heiligen. Het retabel is onbetwistbaar gemaakt door Alonso de Berruguete, maar leden van zijn atelier hebben het voltooid in 1565, vier jaar na zijn overlijden. Tijdens de verplaatsing vanuit Valladolid heeft de regen schade toegebracht aan het retabel, schade die men nu nog kan zien.

De kerk is nu de canonieke zetel van de Confraters van Nuestro Padre Jesus Nazareno en van Nuestra Señora de la Misericordia tijdens de Heilige week in Cáceres.

E. De kerk San Juan Bautista

De kerk is gebouwd in gotische stijl en is uit de dertiende eeuw alhoewel er grote verbouwingen geweest zijn in de veertiende, de vijftiende en de zestiende eeuw om uiteindelijk af te zijn in de achttiende eeuw. Tijdens de twintigste eeuw is de kerk gerestaureerd en ze is zoveel als mogelijk is hersteld in haar oorspronkelijke staat.

De kerk heeft een gesloten kerkschip met een kruisgewelf. De absis is bedekt met geribde gotische gewelven. Binnen in de kerk zijn er ook een aantal kapellen en de belangrijkste van deze kapellen is die van de relikwieën met een voorgevel in platereske stijl en versierd met engeltjes.

F. Kapel van de Vrede (Ermita de la Paz)

De kapel van de vrede leunt aan tegen een zijmuur van de toren van Bujaco en dichtbij de westelijke muur van de stad Cáceres. De bouw van de kapel was klaar in 1750 en zij staat op de resten van de kapel die gewijd was aan San Benito. De Broederschap van de Nuestra Señora de la Paz heeft in 1720 toelating gevraagd aan de bisschop om hier een kapel te zetten om er de misviering te kunnen bijwonen.

Drie bogen ondersteund door stenen pilaren vormen de voorgevel en is omsloten door een traliehek van de hand van Juan de Acedo. Binnenin is er een gewelf met schilderingen en een stuk in mudejarstijl waarin een retabel staat met een klein beeldje van de Maagd met Kind in de armen. Het beeldje is van de hand van Pedro Correa.

5. Paleizen en andere gebouwen

A. Bisschoppelijk Paleis

De voorgevel ligt op het plaza de Santa Maria en is gebouwd in renaissance stijl. In deze voorgevel uit 1587 zien we een poort met een halve boog met twee rijen met bewerkte stenen en kolommen. In het gebouw zijn er twee medaillons waarop twee indiaanse figuren te zien zijn, een man en vrouw. Het wil een idee geven van de participatie van de streek met de kolonisatie van Amerika. 

In de bovenste fries kan men de naam lezen van de bisschop van Coria, hij liet dit paleis bouwen. Boven het centrale venster en omringd door bewerkte stenen staat het schild van Galarza. Binnenin op de patio vinden we hetzelfde bisschoppelijk schild meerdere malen terug.
In 1853 verbleef koning Felipe II hier in dit paleis voor zijn kroning als koning van Portugal.

B. Paleis van de Golfines van Beneden (Palacio de los Golfines de Abajo)

Dit is een van de representatieve gebouwen van Cáceres. Het werd gebouwd door de familie Golfin onmiddellijk na de herovering van de stad op de Moren. Het gebouw combineert twee stijlen, de eerste is de versterkte woning uit de vijftiende eeuw en de andere stijl is die van een woning uit de zestiende eeuw. 

Het eerste dat opvalt aan het paleis is zijn toren met twee twee schietgaten en zijn twee verlaagde poorten. Het tweede dat opvalt is de kroonlijst in platereske stijl met zijn fantastische dieren die de ganse gevel omlijst. Er is ook een richel uit graniet welke ook ramen en deuren gebruikt is.

Het bijvoegsel “van beneden” onderscheid hen van de andere tak van de familie, “van boven”. Met dank voor de vele diensten die de familie aan de Katholieke Koningen verleend hebben heeft de koninklijke familie toegelaten dat de familie het koninklijk schild op hun paleis plaatsten. Het wapenschild kan men vinden bekroond met een kruis boven het hoogste raam in de voorgevel. Twee keer zijn de vorsten in Cáceres geweest zijn beide keren hebben zij hier overnacht.

C. Het paleis van Carvajal (Palacio de Carvajal )

De familie Carvajal kwam naar Cáceres in de vijftiende eeuw en zij was afkomstig uit Plasencia. Zij bouwden hun paleis dicht tegen het belangrijkste religieuze monument van de stad, de Concathedraal van Santa María. Door een brand in de negentiende eeuw staat het paleis nu ook bekend als “het verbrand huis”.

Momenteel is het in gebruik als zetel van de vereniging ter promotie van het toerisme in de provincie Cáceres.

De voorgevel heeft een poort met een halve boog en daar kan men een reliëf bewonderen van het wapenschild van de familie Carvajal.

De toren aan het paleis heeft een ronde vorm en er is al veel gespeculeerd over zijn mogelijke Arabische afkomst en over zijn gebruik door de orde van de Fratres. In feite is dit het eerste element dat de familie bouwde in de veertiende eeuw, een nieuwe toren bovenop een bestaande oudere toren.

Men kan vandaag het paleis bezoeken zoals de patio en de tuin waar een gigantische vijgenboom staat die ongeveer 300 à 400 jaar oud is.

D. Paleis van de ooievaars (Palacio de la Cigüeñas)

Men kent het onder deze naam doordat er een groot aantal ooievaars nestelen in het paleis. Het werd gebouwd in de vijftiende eeuw door Diego de Ovando bovenop de ruïnes van de oude Almohaden vesting. De gevel bestaat uit eenvoudige ronde bogen met gewelf stenen er boven en er is een venster met twee wapenschilden van de Ovando-Mogollón familie. Aan beide zijden, op de eerste verdieping zien we twee boogvensters. 

Maar het meest in het oog springende van het paleis is zijn toren met zijn kantelen. Het is de enige toren in de stad die niet korter gemaakt is. Door de tussenkomst van Diego de Ovando moest deze familie het bevel van koningin Isabel niet volgen om de toren te verkorten. De koningin lag in een dispuut met Juana la Beltraneja om de troon van Castillie.

In 1940 werd het paleis de zetel van de Militaire Regering en vandaag is het paleis nog altijd in het bezit van het ministerie van defensie.

E. Paleis van de Windwijzers (Palacio de las Veletas)

Dit is een paleis met een rechthoekige vorm en het is opgetrokken zonder defensieve elementen. Evenals het Paleis van de Ooievaars staat het op de Almohaden vesting. In 1477 bouwde Diego Gómez de Torres een gebouw op deze plaats maar het huidige paleis is van Lorenzo de Ulloa die het oude paleis volledig verbouwde in 1600.

Bovenop de hoofdingang vinden we twee grote wapenschilden in barokstijl met verwijzingen naar de grote families uit Cáceres, de Torres en de Ulloa. Een balustrade met waterspuwers en siertorentjes uit keramiek bekronen het gebouw.

Het museum dat in het gebouw aanwezig is bevat een belangrijke collectie met archeologische, etnografische en beeldende kunsten.

Zonder twijfel is het meest in het oog springende stuk de watertank. Hij heft een onregelmatige vorm en meet ongeveer 15 meter lengte en 10 meter breedte.

Na de paleizen zijn er de vroegere huizen van de adel uit Cáceres. Wij vermelden een aantal van deze huizen:

  • Casa de los Solis o Casa del Sol
  • Palacio de los Golfines de Arriba 
  • Palacio de Toledo-Moctezuma 
  • Casa de los Ovando 
  • Casa de los Becerra 
  • Casa de los Cáceres Ovando 
  • Casa de los Sánchez Paredes 
  • Casa de los Paredes Saavedra 
  • Casa de Lorenzo de Ulloa 
  • Casa de los Saavedra 
  • Casa de Aldana 
  • Casa de Ovando, Mogollón, Paredes y Perero 
  • Casa del Mono 
  • Casa de Moragas
  • Casa de los Ribera 
  • Casa de los Caballos; dit is momenteel het Museum van schone Kunsten. Er bevinden zich een aantal schilderijen en beelden in vanaf de vijftiende eeuw.
  • Casa de los Pereros: dit bevindt zich in de straat met dezelfde naam en er is een patio in renaissance stijl uit 1561 van de hand van Pedro Marquina.

6. Toegangspoorten van de stad

A. Poort van de ster (Arco de la Estrella )

De poort van de ster is in de vijftiende eeuw de voornaamste toegangspoort tot de ommuurde stad . De poort ligt naast de toren van Bujaco waar in de vijftiende eeuw op dezelfde plaats een poortje was dat toegang gaf aan rijtuigen vanaf de Plaza Mayor. Het gevolg was dat de muur een groot deel van zijn natuurlijk defensief karakter verloor. Daarna kreeg de poort om voor de hand liggende redenen de naam puerta Nueva.

De huidige vorm van de poort is te danken aan de verandering aangebracht door Manuel de Lara Churriguera in 1726, die de opdracht van Bernardino de Carvajal Moctezuma uitvoerde. Hij bezat het paleis naast de toren van Bujaco en hij wou een gemakkelijke toegang voor zijn rijtuigen aan zijn paleis. Daarom vroeg hij toelating aan het stadsbestuur om de oude poort te slopen en een nieuwe poort te openen.

Aan de buitenzijde draagt de poort het wapenschild van Cáceres en aan de binnenzijde is er een overkapping met daaronder een beeld van de Onze-Lieve-Vrouw van de Ster (Nuestra Señora de la Estrella, wat de naam gaf aan de poort. Het beeld wordt verlicht door een kleine lantaarn in de vorm van een ster en onder het beeld staat het wapenschild in steen van de familie Carvajal.

B. De poort van Christus (Arco del Cristo )

De poort van Christus of de poort van de Rivier is de oudste toegangspoort tot de stad en zij is gebouwd in de eerste eeuw. De poort ligt in het midden van de oostelijke zijde van de muur. Zij is opgericht met grote bewerkte stenen die twee grote halve bogen vormen.

Aan de binnenzijde van de poort geeft een nis onderdak aan een beeld van Christus dat in het begin van de negentiende eeuw geplaatst is. De poort leunt aan tegen een van de verdedigingstorens, de toren van de Rivier. De poort geeft toegang tot de bedding van de Ribera del Marco.

C. Poort van Sinte Anna (Arco de Santa Ana)

Van de Moorse periode was dit een minder belangrijke toegang tot de stad. In 1758 werd de poort gerestaureerd. Zij geeft toegang tot de trappen die leiden naar de Foro de los Balbos, aan de voet van het gemeentehuis op de Plaza Mayor.

Dan zijn er nog: Portillo de la Plaza de las Piñuelas, Puerta de Mérida, Puerta de Pizarro,Puerta de Coria

7. Verdedigingstorens

In Cáceres werden op bevel van Isabella de Katholieke alle torens vernield, behalve die van de familie Cáceres-Ovando, die ook de Toren van de Ooievaars werd genoemd. Dit gebeurde als strafmaatregel omdat de eigenaars steun hadden verleend aan Juana de Trastámara, bijgenaamd Juana la Beltraneja.

A. Torre de Bujaco

Embleem van Cáceres en het meest opvallend gebouw op het Plaza Mayor beschermd de toren van Bujaco de noordwestelijke zijde van de stad. Het is een gebouw met een duidelijke Moorse invloed met een rechthoekig oppervlak en het is opgetrokken in bewerkte steen. 

Bovenaan staat er een ring van kantelen, de toren bezit aan de beide zijden een schietgat en er is er ook een vooraan. Deze schietgaten zijn bijgevoegd in de achttiende eeuw. Aan de westzijde van de toren, aan de kant van de Plaza Mayor is er een klein balkon uit de zestiende eeuw. De toren zelf heeft een zijde van 10 meter en hij is 25 meter hoog.

In de lente van 1173 nam de Almohaad Abu Ya'qub de stad in nadat hij de 40 christelijke ridders verslagen had die de toren verdedigden. Deze kalief verbouwde tevens de ganse stad. Sommigen denken dat de nam van de toren van deze kalief kwam.

B. Toren van de preekstoel (Torre de los Púlpitos)

Deze toren ligt in het westelijk deel van de muur en ij heeft een vierkant vloeroppervlak. De toren is gemaakt van granieten stenen en hij is gericht naar de Plaza Mayor. Hij leunt aan tegen het buiten gedeelte van de muur en heeft een duidelijk christelijk karakter met zijn schietgaten en zijn vorm van een kruis. Er is een vergelijking met een preekstoel van een kerk en daar zal zijn naam van komen. De toren heeft een hoogte van 16 meter.

Hij is gebouwd om de nieuwe poort te verdedigen en het is tevens de enige toren die gebouwd is sedert de christelijke herovering van de stad. De toren is verbonden door middel van een poort met een van de paleizen, het Mayoralgo.

De verbinding van de toren met het paleis liet de bewoners toe om door middel van een verhoogde gang van 4 meter deel te nemen aan de evenementen op de Plaza Mayor zonder over straat te lopen.

Er zijn nog meer torens in de stad zoals de:

  • Torre de Carvajal: behorend bij het paleis met dezelfde naam, hij is rond van vorm en heeft een beknotte vorm bovenaan. Hij is uit de twaalfde eeuw maar heeft een restauratie ondergaan in de zestiende eeuw.
  • Torre de las Cigüeñas: behorend bij het paleis met dezelfde naam en is uit de vijftiende eeuw. 
  • Torre Cotaja o de los Aljibes: ligt op het einde van het oostelijk deel van de muur. 
  • Torre del Horno: uit de twaalfde eeuw en hij ligt in het midden van het westelijk deel van de muur.
  • Torre de los Espaderos: uit de veertiende-vijftiende eeuw 
  • Torre Mochada: uit de dertiende eeuw. 
  • Torre Ochavada: uit de twaalfde eeuw. 
  • Torre de los Pozos: deze ligt in het zuidoostelijk deel van de muur. Hij heeft een hoogte van 30 meter boven de grond en hij steekt nog 6 meter boven het schietgat. Aan zijn noordelijke kant kan men ornamenten zien in de vorm van een band met sterren.


8. Andere interessante plaatsen

A. Plaza Mayor

De Plaza Mayor is in het oosten begrensd door de muur en door de toren van Bujaco, De poort van de Ster (arco de la Estrella) en door de toren van de preekstoel (torre de los Púlpitos). 

Aan de zuidelijke kant zien we het gemeentehuis, het foro de los Balbos en het is het begin van de calle Pintores.

Aan de oostelijke kant zien we een overdekte galerij vol met bars, restaurants en andere winkels. In het midden van het plein is er een wandelplein gebouwd in 2001.

Gedurende eeuwen was het plein het trefpunt voor samenkomsten, het was het centrum van het sociaal en commercieel leven van de stad. Het plein kwam op gelijke afstand van de twee belangrijkste woonkernen in de buurt tijdens de veertiende eeuw. Het waren aan de ene kant de kernen rond de kerk van Santiago en aan de andere kant de huizen aan de poort van Coria.

Op dat moment was dit rechthoekig, licht hellend plein de ideale plaats voor het houden van markten, beurzen en recreatieve evenementen.

Gedurende de loop der jaren zal het plein veranderen in het belangrijkste plein van de stad.

B. Balbos forum (Foro de los Balbos)

Balbos forum, ook bekend als het atrium van Corregidor is een kleine ruimte aan de zuidelijke kant van het Plaza Mayor waar het aanleunt tegen de stadsmuur.

Het beeld staat op de plaats waar vroeger een poort stond van de oude Romeinse kolonie Norba Caesarina, op het grootste deel van het terrein tussen de toren van het Kruid (torre de la Hierba) en de toren van de Oven (torre del Horno).

Het is ook de plaats waar de gemeenteraad zijn beslissingen nam.

Momenteel staat er op Balbos Forum een reproductie van het beeld van Genio Andrógino en de pilaar van San Francisco, een van de drinkbakken buiten de stad op de weg naar Mérida.
Het is een werk in platereske stijl uit de zestiende eeuw en verbouwd in de achttiende eeuw. Hij draagt de wapenschilden van de Katholieke Koningen aan beide zijden en in het Midden.

C. Het plein van San Jorge (Plaza de San Jorge)

Het plein van San Jorge ligt in het centrum van de ommuurde stad en we vinden hier de kerk van San Francisco Javier, het huis van de familie Becerra, een aantal toeristische winkels en de toren van het paleis van deGolfines de Abajo.

Op de trappen naar de kerk vinden we een nis met daarin een beeldje van San Jorge, beschermheilige van de stad die de draak verslaat. Het beeld, in brons is van de hand van José Rodríguez.

D. Het Romeins kamp "Cáceres el Viejo"

Het Romeins kamp herbergde 2 legioenen en heeft een rechthoekige vorm met 680 meter lengte en 400 meter breedte. Het heeft muren van leisteen met modder, er is een dubbele gracht en er waren 4 poorten.

E. Palacio de la Audiencia

Dit is sedert 1790 de zetel van het koninklijk hof van Extremadura en is momenteel het gerechtsgebouw.

F. De kastelen van de familie Arguijuela de Abajo y de Arriba

De kastelen vinden we op enkele kilometer van de stad op de weg N-630 naar Mérida.

G. De arena

Gebouwd in 1846 en het is een van de oudste van Spanje en een van de best bewaard gebleven. 

H. De grot van Maltravieso

Met schilderingen van ongeveer 22.000 jaar geleden. Er zijn ook beenderen van dieren en gereedschappen van ongeveer 350.000 jaar geleden gevonden. 

9. Website: Toeristische Dienst van Caceres, de site is beschikbaar in het Spaans, Portugees, Engels en Frans.