Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!

Archeologische site van Atapuerca (Burgos)


  1. Algemeen
  2. De culturele ruimte van de Sierra de Atapuerca
  3. Eerste ontdekkingen in de negentiende eeuw
  4. De mijnbouw spoorweg
  5. De eerste opgravingen en onderzoeken
  6. Huidige tijd
  7. Vindplaatsen in de Sierra de Atapuerca
  8. De sleuf van de spoorweg
  9. Grote Grot
  10. Andere vindplaatsen in Atapuerca
  11. Website

1. Algemeen

De Sierra de Atapuerca is een kleine bergketen in het noorden van Ibeas de Juarros, provincie Burgos in de autonome deelstaat Castilla y León.

Deze bergketen loopt van het noordwesten naar het zuidoosten en ligt tussen de twee bergketens Cordillera Cantábrica en het Sistema Ibérico. 

Het gebied is door zijn grote culturele waarde uitgeroepen tot "Interessante Natuurlijke Plaats" en  tot "Patrimonium van het erfgoed".  Het gebied kreeg dit als gevolg van de uitzonderlijke archeologische en paleontologische vondsten die hier gedaan werden. Er zijn hier overblijfselen gevonden van minstens drie verschillende soorten mensachtigen zoals de Homo antecessor, de Homo heidelbergensis en de Homo sapiens.


In het zuiden is het gebied begrensd door de Arlanzón, in het noorden door de Vena en door de sierra de la Demanda, een uitloper van het Sistema Ibérico in het oosten.  Het gebied maakt deel uit van de zogeheten Gang van Bureba, een belangrijke historische doorgang tussen de vallei van de Ebro en het stroomgebied van de Duro.

Vanuit het oogpunt van berg beschrijving is het eerder een bescheiden gebergte met een maximale hoogte van 1.079 meter boven zeeniveau op de top van San Vicente. Het gebergte bestaat voornamelijk uit kalksteen en is bedekt met grote aantallen steeneik (Quercus ilex), hulsteik (Quercus faginea) en bijna overal brem(Genista scorpius), rozemarijn (Rosmarinus officinalis), lavendel (Lavandula spica), tijm (Thymus sp.) en salie (Salvia sp.).

De Gang van Bureba werd altijd al gebruikt, het is de belangrijkste doorgang van het binnenland van het Iberische schiereiland naar Europa. Maar zoals eerder al aangegeven was was het ook een verbinding tussen de vallei van de Ebro (mediterrane helling) met de vallei van de Douro (Atlantische helling). 

Een van de belangrijkste Romeinse wegen kwam hierheen, evenals de Weg naar Santiago in de Middeleeuwen, de belangrijke weg N-I op het einde van de negentiende eeuw en vandaag de dag komt de autostrade AP-1 door dit gebied.

Niet alleen de mens heeft deze plek uitgekozen, ook de natuur maakt veelvuldig gebruik van deze streek. De fauna en flora is hier in een grote verscheidenheid aanwezig en de belangrijkste oorzaak hiervoor is de grote vruchtbaarheid van de bodem en de overvloed aan natuurlijke rijkdommen.

2. De culturele ruimte van de Sierra de Atapuerca

De regering van de autonome regio Castilla y León heeft op zijn vergadering van 26 juli 2007 ingestemd met de afkondiging van een culturele ruimte “"Sierra de Atapuerca" in Burgos.
Atapuerca is daarmee de eerste culturele ruimte in de regio. De nieuwe wet “Ley de Patrimonio de Castilla y León” beschermd samen met de nieuwe strategieën van het plan PAHIS 2004-2012 de territoriale ruimtes met een grote culturele waarde in samenwerking met de bevolking die reeds op deze plaats woonachtig is.

3. Eerste ontdekkingen in de negentiende eeuw

De eerste systematische verkenningen van de Grote Grot gaan terug tot in het midden van de negentiende eeuw. Het staat echter vast dat deze grot al sinds lange tijd bekend was. In 1863 heeft Felipe Ariño een concessie gevraagd voor deze grot.

Vijf jaar later, in 1868 werd er een gedetailleerde beschrijving van de grot gepubliceerd door Pedro Sampayo en Mariano Zuaznávar. Zij beschreven voor de eerste maal de plaats die nu bekend staat als Sima de los Huesos.

Een tweede vermelding kwam er in 1890 in een rechtsvordering om het exploitatierecht te verkrijgen voor de grot en het gebied er om heen. Deze eerste onderzoeken leidden tot meerdere exploitaties en vernielingen binnen in de grot.

4. De mijnbouw spoorweg

Op het einde van de negentiende eeuw trad Spanje binnen in het tijdperk van de Industriële Revolutie en men bouwde een spoorweg die de mijnen verbond vanaf de Sierra de la Demanda tot in Burgos.

Tijdens deze jaren had de metaalindustrie in het Baskenland behoefte aan grote voorraden ijzererts en steenkool en dat was meer dan de toenmalige mijnen in León en Asturië konden leveren.

De Sierra de la Demanda had mijnen met het broodnodige ijzererts en de steenkool maar er was geen enkele vorm van transport om dit naar de fabrieken in Vizcaya te brengen. Om het probleem op te lossen kende men in 1896 aan Richard Preece Williams het recht toe om een spoorweg aan te leggen doorheen het gebied van Atapuerca.

Deze maatschappij “The Sierra Company Limited” legde een spoorweg aan vanaf Monterrubio de la Demanda tot in Villafría. Er kwamen investeringen in een aantal mijnen en in verschillende stadjes zoals Pineda de la Sierra, Riocavado de la Sierra en Barbadillo de Herreros. De aanleg van de spoorweg duurde 5 jaar en er werkten 1.500 mensen aan mee. Men overbrugde een afstand van 65 km.

In het begin kwam dit traject niet tot aan de Sierra de Atapuerca. Er is geen verklaring te vinden waarom het traject van de spoorweg aan de zuidwestelijke kant door een diepe greppel gaat van een kilometer lengte en een diepte van op zijn diepste punt van 20 meter.
Deze gemaakte bergpas met een lengte van een kilometer extra ten opzichte van de oorspronkelijke plannen kan gemaakt zijn om op een commerciële basis het kalk gesteente te exploiteren.

Deze greppel van zijn kant passeert een aantal grotten die gevuld zijn met elementen uit het pleistoceen zoals grote aantallen gebeente en stenen werktuigen. Niemand merkte dit alles op tijdens hun blootstelling aan het licht en die vondsten gaven een duidelijke gelaagdheid aan.

Om de toelating tot de bouw van de spoorweg te verkrijgen moest de “ The Sierra Company Limited” een toezegging doen om ook passagiers en goederen te vervoeren die niet tot de mijnbouw behoorden. Daarvoor verkreeg zij een toelage van de regering.

De spoorlijn echter was nooit economisch rendabel en daarvoor waren de hoge prijzen verantwoordelijk die de Ferrocarriles del Norte aanrekende. Tot in 1910 bleef de lijn in bedrijf en in 1917 ging de maatschappij Vasco-Castellana, erfgenaam van de “ The Sierra Company Limited” failliet en ze verdween voorgoed.. Toch bleven bruggen, hellingen, tunnels en  stations van deze spoorweg bewaard.

In 1950 benutte men de spoorbaan terug voor de steengroeve en dit had een negatief effect op de opgravingen in dit gebied.

5. De eerste opgravingen en onderzoeken

In 1964 begon professor Francisco Jordá Cerdá met de eerste opgravingen maar een weinig later zette hij de werkzaamheden stop. Acht jaar later ontdekte een groep archeologen “Grupo Espeleológico Edelweiss” de Galería del Sílex die resten bevatte van begrafenis rituelen en van schilderingen uit het Brons tijdperk.

In 1973 begon professor Apellániz de opgravingen in de toegang van de Grote Grot.

6. Huidige tijd

In 1976 werkte de mijnbouw ingenieur Trinidad de Torres Pérez-Hidalgo (Trino) aan zijn doctoraat en tijdens dit werk vind hij hier een aantal menselijke resten waarmee hij naar Emiliano Aguirre (antropoloog) gaat. Hij had deze resten gevonden in een van de vindplaatsen van de bergen van Burgos, de Sima de los Huesos. 

In 1980 begon men met opgravingen in de Galeria en zij duurden meer dan 10 jaar. In 1984 begonnen dan de opgravingen in de Sima de los Huesos.

In 1990 gaat Emiliano Aguirre met pensioen en hij gaat het team van Juan Luis Arsuaga, José María Bermúdez de Castro en Eudald Carbonell Roura vervoegen.

Sindsdien hebben ze stenen werktuigen gevonden uit de “technische modus I” en dat zijn de meest primitieve werktuigen aan de voet van Gran Dolina (deze werktuigen zijn ongeveer 900.000 oud) en een beetje later in 1992 vinden zij een aantal schedels in de Sima de los Huesos. Hierbij is de fameuze schedel nummer 5 die de naam kreeg van Miguelón ter ere van Miguel Indurain. Hierdoor krijgt de site een internationale en wetenschappelijke erkenning in de studie van de menselijke evolutie.

In de jaren 1994 en 1995 vinden zij nog een groot aantal gereedschappen uit de “technische modos I” maar ook menselijke resten die allen ongeveer 800.000 oud zijn. Dit geeft aan dat er een oude menselijke aanwezigheid in Europa was.

Tijdens het volgende jaar vind men door een onderzoek van de beenderen dat zij sporen dragen die wijzen op een ritueel kannibalisme wat dan weer een bewijs is van kannibalisme in Europa. In dit jaar zal men ook beginnen met de eerste opgravingen in de Sima del Elefante, (de Kloof van de Olifant).

1997 is een jaar met een grote belangrijkheid voor de vindplaats van Atapuerca doordat men dit jaar een nieuwe menselijke vorm kan duiden, het is de Homo antecessor. Deze vondst is aanleiding tot het verkrijgen van belangrijke prestigieuze prijzen.

In 1988 leverde het bewijs dat de menselijke resten die gevonden werden in de Sima de los Huesos, van de Homo heidelbergensis waren. Zij maakten deel uit van een menselijke soort die het vermogen had van abstractie maken en die ook symbolen kende. Twee mystieke vormen die eigen zijn aan het mens zijn. Dit wordt bewezen door de vondst van een werktuig dat in feite zonder nut was en dat gemaakt werd uit een zeer populair materiaal. Het kreeg de naam Excalibur en diende als eerbewijs aan een begraven lid van de groep.

In 1999 begint men met de opgravingen in de Cueva el Mirador en het volgend jaar werd de plaats opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco. In de Sima del Elefante vind men resten van werktuigen die meer dan 1 miljoen jaar oud zijn.

Men geeft een naam aan een nieuw gevonden soort knaagdier; de Microtus (Allophaiomys) lavocati en in dit jaar hervat men de opgravingen in de Portalón de Cueva Mayor.

De Gran Dolina geeft een nieuwe specie van de holenbeer, de Ursus dolinensis

7. Vindplaatsen in de Sierra de Atapuerca

In het tweede deel van de negentiende eeuw realiseerde men verschillende vondsten die een aanduiding waren voor de archeologische rijkdom van deze streek. Uiteindelijk duurde het tot in het laatste kwart van de twintigste eeuw voordat men systematisch onderzoek ging uitvoeren die uiteindelijk bepaalden dat deze plaats bestempelde als een van de meest belangrijke vindplaatsen van prehistorische fossielen in Europa en in de wereld. Met de vondsten die hier zijn gebeurt heeft men de geschiedenis van de mensheid gedeeltelijk kunnen herschrijven.

Men heeft resten gevonden in een chronologische volgorde vanaf het pleistoceen (met een oudheid van meer dan 1 miljoen jaar) tot aan het holoceen (hedendaagse tijd). De gevonden  gegevens hebben betrekking op de fauna, de flora en het klimaat.

Dit archeologisch complex is uitgeroepen tot het Patrimonium van het Werelderfgoed van de Unesco in 2000.

De vindplaatsen zijn uitzonderlijk door de overvloed aan fossiele gegevens die bovendien in een goede staat verkeren en dus een grote wetenschappelijke waarde hebben. De stenen werktuigen die men gevonden heeft omvatten alle technologische stadia, van het meest primitieve tot aan de bronstijd.

Wat de natuur betreft heeft men een nieuwe soort van de holenbeer gevonden die de naam kreeg van Ursus dolinensis.

De meest belangrijke vondsten zijn ongetwijfeld de menselijke resten. In de vindplaatsen vond men resten van de oudste voorouders van de mens in Europa, de Homo antecessor, de laatste soort tussen de neanderthalers, de Homo sapiens en de pre-neanderthalers, de Homo heidelbergensis.

Verderop in dit artikel beschrijven we uitgebreider de meest relevante vindplaatsen waaronder degene die we vinden in de loop van de spoorweg zoals de Sima del Elefante, Galería y Gran Dolina en een aantal die behoren bij de karst zoals de Cueva Mayor/Cueva del Silo, Portalón, Galería del Sílex en Sima de los Huesos.

Apart daarvan vinden we de Cueva del Mirador, een grot die ligt op een terrein in het zuidoosten van de bergketen.

8. De sleuf van de spoorweg

A. Sima del Elefante (de kloof van de olifant)

De vindplaats van de kloof van de olifant ligt in de sleuf van de spoorweg en het is de eerste vindplaats die we in zuidelijke richting vinden in de sleuf. In de complexe context uit de karst in de Cueva Mayor/Cueva del Silo, ligt dit op het einde van de Galería Baja.

Het bestaat uit een galerie uit de karst van meer dan 15 meter hoogte en 18 meter breedte.

Het is een grot die gevuld is met sediment en die ontdekt werd op het einde van de negentiende eeuw tijdens de bouw van de spoorweg. De kloof heeft zijn naam te danken aan een vondst in 2001 van een aantal fossielen die men oorspronkelijk toeschreef aan olifanten maar die na verder onderzoek neushoorns bleken te zijn.

Echter, tijdens latere opgravingen ontdekte men een nekwervel die aan een olifant heeft toebehoort waardoor de aanwezigheid van deze dieren toch werd aangetoond.

Het is de vindplaats van de groeve waarin men later op een meer systematische manier begon met opgravingen. De 21 meter afzetting omvat de ganse periode van menselijke bewoning van de berg en die periode komt overeen met het pleistoceen.

De lagere niveaus zijn de oudste van de ganse bergketen en wij vinden zij 3,5 meter lager dan het huidige niveau van de geul, zij hebben een ouderdom die ouder is dan 1 miljoen jaar.

Hier zijn dierlijke resten gevonden samen met stenen werktuigen waardoor zij de aanwezigheid van mensachtigen aantoonden in een tijdperk ouder dan de Homo antecessor van Gran Dolina (ongeveer 780.000 jaren).

Bovendien zijn er op een aantal dierlijke overblijfselen sporen gevonden die enkel kunnen gemaakt zijn door werktuigen waardoor er dan weer kan aangetoond worden dat er mensachtigen deze dieren als voedsel gebruikten.

Op hogere niveaus zijn er werktuigen gevonden die gekoppeld worden aan de neanderthalers samen met fossielen van paarden en herten.

In maart 2008 heeft men nieuwe resten op deze plaats gevonden van de Homo antecessor waaronder een kaak van een individu van ongeveer 20 jaar. Samen met deze menselijke resten waren er 21 stuks stenen gereedschap die ongeveer 1,2 miljoen jaar oud zijn. Dat is veel ouder de de andere vondsten in de Gran Dolina. Deze vondsten gaan terug tot de oudste menselijke resten in Europa.

B. De Galerij en de Hut van de Klauw

De vindplaats van de Galerij situeert zich in de kloof van de spoorweg en het was de eerste plaats in de groeve waar men systematisch ging opgraven. Het betreft een ondergrondse ruimte die toegang heeft tot buiten via een schoorsteen in de vorm van een ravijn. De toegang ligt aan de linkerzijde en die staat bekend als de Hut van de Klauw (Covacha de los Zarpazos).

De instorting van het dak van de galerij vormde de schoorsteen en dat werd een natuurlijke valkuil waar de jagers veel dieren ingejaagd hebben. Daarna werden ze als voedsel gebruikt door de jagers.

De afzettingen in de galerij overspannen een tijdsduur van 200.000 tot 400.000 jaar er men kan er 5 fases in erkennen. Vanaf de derde fase is er een intense menselijke aanwezigheid te vinden.

In die derde fase zijn er 13 verschillende plaatsen waar er menselijke aanwezigheid gevonden is en grote aantallen gereedschappen. Ook beenderen van herten, paarden, bizons en neushoorns werden er aangetroffen.  Er is ook een stuk van een schedel van de Homo heidelbergensis gevonden

C. Gran Dolina

De vindplaats van de Gran Dolina vinden we binnen de sleuf van de spoorweg en het is de meest bekende omdat hier de eerste resten zijn gevonden van de Homo antecessor. De afzetting hier heeft een tijdlijn van 1 miljoen jaar tot 200.000 jaar geleden.

Op de lagere niveaus zijn er resten gevonden van vleeseters zoals de sabeltandtijger,de gevlekte hyena en van een soort beer (Ursus dolinensis) . Deze naam heeft hij te danken aan de vindplaats van de resten van het dier.

In 1994 werden er resten gevonden van een nieuwe menselijke soort, de Homo antecessor en dat was een van de oudste inwoners van Europa. Na onderzoek van deze menselijke resten heeft men ontdekt dat zij het kannibalisme beoefenden.

9. Grote Grot

A. De kloof van de Benderen

De vindplaats van de kloof van de beenderen is een kleine kamer die aan de basis ligt van een put van 13 meter diepte in het diepste deel van de grote grot.

Hier vinden we een grote hoeveelheid beenderen van dieren en mensen. Het sediment van deze plaats dateert van 400.000 jaar en is zeer mooi bewaard gebleven.

Het belang van deze plaats ligt vooral in het vinden van een groot aantal menselijke overblijfselen, er zijn meer dan 5.000 fossielen terug gevonden die van 30 individuen afkomstig zijn van de Homo heidelbergensis. Zij zijn van beide geslachten en van alle leeftijden.

Bij de menselijke resten zijn er een aantal schedels en onder hen is er de schedel nummer 5. Populair noemt men deze schedel “Miguelón” en dat is ter ere aan Miguel Indurain. Er zijn een groot aantal beenderen gevonden van elke soort zoals een aantal bekkens (pelvis) wat dan populair Elvis genoemd werd. Het behoorde aan een volwassen man van 175 cm groot en met ongeveer 95 kilo aan gewicht. Daaruit kunnen we besluiten dat de Homo heildebergensis van dezelfde grootte was dan wij maar hij was robuuster van bouw.

Men denkt dat deze plaats een begraafplaats en een plaats voor aanbidding van de overledenen was. Men heeft er een stenen werktuig gevonden tussen de andere werktuigen en dit werktuig was een “bifaz” (dat is een instrument met twee gezichten).

Het instrument was niet gebruikt en het is gemaakt van rode en oker kwartsiet. Dergelijk materiaal is onvindbaar in het ganse complex. Het werd gevonden in 1998 en men gaf het de naam Excalibur.

Men denkt dat “Excalibur” met de doden mee is begraven en dat is een aanduiding dat de Homo heidelbergensis een complete mens was, niet alleen op lichamelijk gebied maar ook op geestelijk gebied.

Tussen de dierlijke overblijfselen zijn er een groot aantal van een soort beer, de Ursus deningeri.  Er zijn overblijfselen van 180 exemplaren gevonden.  Dit alles samen maakt van deze vindplaats een unieke plaats op de wereld.

B. De Toeganspoort (Portalón)

De vindplaats van de toegangspoort ligt aan de ingang van de Grote Grot (Cueva Mayor) en deze vindplaats laat toe om een belangrijk deel van de Bronstijd, tussen 3.690 en 2.900 jaar te documenteren. Men heeft er aardewerk gevonden met meer dan 400 verschillende motieven en verschillende soorten werktuigen van been en van brons.

C. De Galerij van vuursteen (Galería de Sílex)

Deze galerij is ontdekt in 1964 door de Speleologische Groep Edelweiss van Burgos en zij bevat spectaculaire overblijfselen uit de Bronstijd. De galerij bleef lang gesloten en dat liet toe om een uitzonderlijke bewaring te krijgen van de bodem en van de menselijke aanwezigheid met hun schilderkunst.

In een van de kamers vinden we een groot aantal menselijke en dierlijke resten en daarbij liggen er een aantal werktuigen van steen en been maar ook van aardewerk. Dit alles geeft aan dat de kamer een ritueel doel had.

Op de muren zijn er een aantal schilderingen aangebracht en veel van de symbolen op de muren vinden we terug op aardewerk.

10. Andere vindplaatsen in Atapuerca

A. Het uitkijkpunt (Mirador)

Deze vindplaats is de meest afgelegen van het archeologisch complex en de gevonden overblijfselen dateren uit de Bronstijd.

De vondst van deze begraafplaats met overblijfselen van 6 mensen van verschillend geslacht en leeftijd dateert van 3.670 jaar geleden en het geeft aan dat deze plaats gebruikt werd als begraafplaats.

B. De Vallei van de Orchideeën (El valle de las orquídeas)

De vindplaats van de vallei van de orchideeën is een vindplaats die niet in een grot ligt maar die buiten de grotten ligt. Deze vindplaats is 27.000 tot 30.000 jaren oud en ze was bewoond in het Pleistoceen en het Neolithicum. De uitzonderlijke ligging was hiervoor verantwoordelijk met zijn voldoende aanwezigheid van voedingsmiddelen en zijn afgesloten ligging.

11. Website: Stichting Atapuerca, de site is beschikbaar in het Spaans en het Engels.