Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!
Alhambra, Generalife en Albaicín



  1. Algemeen
  2. Alhambra
  3. Generalife
  4. Albaicín
  5. Toeristische Dienst voor Toerisme
  6. Website
1. Algemeen

Dit artikel gaat enkel over de 3 plaatsen in Granada, het Alhambra = Paleis, het Generalife = tuinen en het Albaicín = een oude Moorse wijk. De stad Granada komt in een ander artikel aan bod omdat dit artikel nu al veel te groot is en omdat dit hoofdstuk enkel over het werelderfgoed gaat.

Wat kan u hier vinden:
  • Alhambra
  • Generalife
  • Albaicín
  • Adres toeristische dienst van Granada
  • Inkomprijzen van het Alhambra
2. Alhambra

Het Alhambra is een Andalusisch stedelijk paleis in Granada. Het is een rijk paleis complex en een fort dat de koning van het Koninkrijk der Nasriden in Granada huisvestte.

Zoals andere islamitische werken uit die tijd is het een zeer mooi paleis en het interieur met zijn inrichting is een van de hoogtepunten van de toenmalige islamitische kunst.


Een kort promofilmpje over het Alhambra van 5,58 minuten, er is een nadeeltje, de commentaar is in het Engels

2.1. Waar komt de naam vandaan?

Het woord Alhambra is Arabisch en komt van “Al Hamra”, dat is dan weer afkomstig van de volledige Arabische naam "Qal'at al-hamra" (Fortaleza Roja).of in het Nederlands “Rood fort”.



In zijn evolutie is er in het Kastiliaans tussen de M en de R een B zoals in alfombra (tapijt) wat in het klassiek Arabisch betekend de “roodheid” en dat is geschreven als “humrah”.

De vorige betekenis van Alhambra is een versie maar er zijn andere bronnen die zeggen dat in die periode de kleur van het Alhambra wit was.

De naam “rood” komt volgens hen omdat men tijdens de bouw van het Alhambra ook 's nachts werkte en als men er naar keek vanuit de verte alles rood kleurde door het licht van de gebruikte toortsen.

Nog anderen beweren dat de naam “Alhambra” simpelweg de naam is van de vrouw van de oprichter van het paleis, Abu Alahmar wat in het Arabisch de betekenis heeft van “de Rode” omdat deze vrouw roodharig was.

2.2. Geschiedenis

Het Alhambra is een ommuurde stad (medina) gelegen op het beste deel van de heuvel “La Sabika”.



De stad Granada had zijn eigen systeem van ommuring, daarom kon het Alhambra apart functioneren van de stad Granada, temeer omdat naast het koninklijk paleis alle diensten aanwezig zijn om de eigen bevolking het leven mogelijk te maken zoals een moskee, scholen en werkhuizen.

Wanneer Ben-Al-Hamar ofwel Mohamed-Ben-Nazar Granada als overwinnaar binnenkomt in 1238 ontvangt de bevolking hem met de schreeuw “Welkom aan de overwinnaar dankzij de gratie van Allah” waarop hij antwoord “Alleen Allah overwint”.

Dit is ook de wapenspreuk op het wapenschild van de Nasriden en het staat op de muren geschreven doorheen het ganse Alhambra.

Mohamed Ben-Nazar bouwde het eerste deel van het paleis en zijn zoon Mohamed II, die een vriend was van koning Alfonso X de wijze, versterkte het paleis.

De bouwstijl van het Alhambra is het hoogtepunt van de Andalusische bouwkunst in de helft van de XIVde eeuw met Yusuf I en met Mohamed V.

In 1492 met de verovering door de Katholieke Koningen van Granada is het Alhambra geen koninklijk paleis meer.

De graaf van Tendilla, van de familie Mendoza werd de eerste christelijke slotvoogd van het Alhambra. Hernando del Pulgar, kroniekschrijver uit die tijd schreef hierover:”De graaf van Tendilla en de Groot Commandeur van Léon, Gutierre de Cárdenas ontvingen de sleutels van de stad uit de handen van Fernando de Katholieke en zij gingen het Alhambra binnen en zij plaatsten bovenop de Toren van Comares het kruis en de vlag.

Op de bijeenkomst van het comité van de UNESCO op 2 november 1984 nam men het Alhambra en de Generalife van Granada op op de lijst van het werelderfgoed en 5 jaar later kwam er het El Albaicín bij, een oude middeleeuwse islamitische stad.

Het Alhambra was een van 21 laatst overgebleven kandidaten om genoemd te te worden als een van 7 nieuwe wereldwonderen maar het behaalde uiteindelijk de titel niet.

2.3. Toegang tot het Alhambra

De centrale weg die omhoog loopt door de Puerta de la Granadas (Poort van de Granaatappels) dient voor publiek transport en stopt aan het Paleis van Karel V.

Lopend kan men tot aan de Puerta de la Justicia (Poort van de Gerechtigheid) gaan. Deze poort is gebouwd in de periode van Yusuf I in 1348. Zij is ook een van de oude hoofdingangen van het Alhambra. Zoals in alle oude Moorse verdedigingswerken en hun poorten is ook deze poort gebogen.

Op de sluitsteen van de buitenste boog staat een hand, zij is met de palm naar buiten gericht. De vijf vingers van de hand verwijzen naar de 5 peilers van de islam, deze peilers zijn: het geloof in één god, het gebed, de vasten, de bedevaart naar Mekka en het geven van aalmoezen.
Deze poort komt uit op een terrein met de naam Plaza de los Aljibes, het plein met de regenbakken, omdat er hier een aantal drinkbakken staan. Aan de rechterkant is de Puerta del Vino (Wijnpoort) . Deze poort had geen enkele defensieve functie en zij dateert uit de XIVde eeuw maar de naam komt uit de christelijke periode toen de wijnhandelaars hier de wijn afzetten voor de bewoners van het Alhambra. De poort is de verbinding tussen het Alcazaba en de paleizen.
 
Het Alcazaba is het oudste deel van het Alhambra en het is een burcht met zware torens en verdedigingsmuren. Deze burcht bestaat uit:
  • de tuin van de Adarves: er is een mooi panoramisch uitzicht
  • de Torre de la Vela: nog een herinnering uit het martiale verleden, het is ook hier dat de katholieke koningen de vlag hesen na de verovering van Granada. Vanaf hier heeft men een uitzicht over Granada, de Sacromonte en het Albaicín.
  • de Torre del Homenaje
  • de Torre Quebrada
  • de Torre Adarguero
De laatste drie zijn aan het grote plein. Achter de Puerta del Vino, aan de rechterkant is het Paleis van Karel V en komt men aan de paleizen.

Wanneer de katholieke koningen, Isabella en Ferdinand het koninkrijk Granada veroverden en ze daardoor de Moorse koning, Boabdil uitGranada verdreven was deze zeer triestig om wat hij had verloren, namelijk “het paradijs op aarde”. Toen hij vertrokken was naar zijn ballingsoord en nog een laatste blik op de stad wierp zou zijn moeder gezegd hebben:”Ween als een vrouw om wat je niet kon houden als een man”.

Op de weg naar de kust is er een plek die nu de naam draagt van “El Suspiro del Moro” (de zucht van de Moor), een naam die een verwijzing is naar die legende. Van op deze plek kan men de stad overzien met het Alhambra in de verte en Boabdil stond hier om voor de laatste maal in bewondering te staan voor het geen hij verloren had.

2.4. Paleizen (met een korte beschrijving van de voornaamste verblijven)

Niets aan de buitenkant verraadt iets van de rijkdom van wat er binnenin te zien is, de variatie en de decoratieve oorspronkelijkheid van de gewelven, de koepels, de friezen en het stucwerk.

De 3 paleizen (Mexuar, Comares en Leones) zijn opgetrokken rond binnenhoven (de patio del Cuarto Dorada), de patio de los Arrayanes en de patio de los Leones.

Mexuar

Het is de meest oorspronkelijke zaal. Het was zowel een audiëntiezaal als rechtszaal en raadzaal. Als rechtszaal werden hier belangrijke zaken besproken. Er is hier een verhoogde kamer die afgesloten is met jaloezieën en waar de sultan kon luisteren zonder zelf gezien te worden. Er zijn hier vier zuilen en zij dragen een met stucwerk verfraaide lijst. Er is een interessante fries versierd met wandtegels en de muren zijn versierd met koninklijke blazoenen. Achteraan is er een oratorium. Gaat men verder dan komt men in een patio met fontein.

Patio del Mexuar of Patio del Cuarto Dorado

Met een schitterende muur die bedekt is met decoratieve elementen. De versiering bestaat uit geometrische patronen, panelen met planten motieven, stroken met inscripties, een brede rand met tegels rond beide deuren en 5 sierlijke vensters.



Ertegenover ligt het Cuarto Dorado, de ruime gouden salon met mooie tegel panelen en een prachtig houten goudkleurig plafond waaraan het salon zijn naam te danken heeft . Hier noteerden de beheerders en de secretarissen van de emir zijn orders en voerden ze ook uit. Het verblijf is ook versierd met gotisch schilderwerk en met schilden en emblemen van de katholieke koningen.

Comarres

Patio de la Alberca of de los Arrayanes

Het is het centrale verblijf in het Comares paleis. Aan beide zijden van het waterreservoir die een groot deel beslaat van de patio, zijn er aanplantingen van mirtestruiken. In deze patio kan men een van de belangrijke elementen en kenmerken van het Alhambra vinden, de aanwezigheid van water. Niet alleen gebruikt als drinkwater maar ook als een spiegel. Precies in dit waterreservoir reflecteerd de indrukwekkende Torre de Comares. Aan de ene zijde is er een galerie over de ganse lengte van de patio en vanaf de galerie komt men in een wachtkamer met de naam:

Sala de barca

Vanaf de noordelijke galerie van de patio de los Arrayanes komt men in de Sala de la Barca. Deze naam komt van het woord “baraka” wat “zegening” betekent. De rechthoekige zaal van 24,5 op 4,35 meter was kleiner in het begin en de vergroting werd gerealiseerd door Mohamed V.

In deze zaal is er een overdekking met een schitterend gewelf die vernield is in een brand in 1890. De hernieuwing was klaar in 1964. De muren dragen de wapenschilden van de Nasriden dynastie en die hebben de inscriptie “Bendición” (zegening) en zij dragen tevens het devies van de dynastie “Sólo Dios es Vencedor”, (Alleen God is overwinnaar).
Vanaf hier komt men in de:

Salón de Comares of het Salón de los Embajadores (Ambassadeurszaal)

Dit is de meest uitgebreide en de meest hoogstaande zaal van het paleis. Zij diende voor de privé audiënties van de sultan met andere personen. Deze personen werden geplaatst in nissen in de muren. In deze zaal was er ook de troon van de sultan.



De vloer was oorspronkelijk uit marmer maar heden ten dage zijn het vloertegels. Deze plaats is er een met een rijke poëtische inhoud, we vinden er poëzie op de muren terug die God en de Emir loven en er zijn ook fragmenten uit de Koran te vinden. Elke centimeter van de muur is bedekt met decoratieve elementen.

Een van de meest aantrekkelijke aspecten van deze zaal is de koepel. Volgens Fernández-Puertas is deze koepel een afbeelding van de zeven hemelen uit het islamitisch paradijs, met de troon van God op de achtste hemel, uitgebeeld door de centrale kubus van mocarabes en de 4 bomen van het leven zijn de diagonalen.

De koepel is een houten meesterwerk van vakmanschap. Deze koepel is gemaakt van 8.000 ceder houten stukjes, versierd met sterren en geschilderd op een dergelijke manier dat ze op zilver en ivoor lijken.  Dit salon vinden we binnen de :

Torre de Comares

Zijn zijbeuken bevatten 9 slaapkamers met glas in lood ramen en gesloten door houten jaloezieën. Alle muren hebben stucwerk met motieven van schelpen, bloemen, sterren en geschriften. Het is een meerkleurige kamer, goud in het reliëf en heldere kleuren in de diepte. De originele vloer was van geglazuurde keramiek in wit en blauw met wapenschilden als decoratieve motieven.

Het dak bestaat uit een afbeelding van het universum en deze afbeelding is een van de mooiste afbeeldingen uit de Middeleeuwen. Gemaakt uit cederhout en versierd met inlegwerk in verschillende kleuren die sterren afbeelden en in verschillende niveaus liggen

In het midden en verhoogd is het Escabel. Vanaf hier gaan er geometrische figuren die het dak verdelen in 7 hemelen die opeenvolgend neerdalen tot op aarde. Nummer 7 is een van de symbolische nummers bij uitstek. Tussen hen figureert de Troon, die het symbool is van de ganse schepping.

Dit symbolisch gebruik van de kosmologie uit de Koran, met vele verwijzingen zoals de Escabel, de troon en de koning die er op zetelt hebben de duidelijke intentie om de vorst te beschouwen als de vertegenwoordiger van God op aarde.

Maar de symboliek in deze zaal stopt hier niet: de 4 diagonalen van het dak van Comares vertegenwoordiger de 4 rivieren van het Paradijs en van de Levensboom (Axis Mundi) die zijn wortels heeft vanaf het Escabel (voetbankje) en zijn verspreid over het ganse Universum.

Toch stopt de symboliek hier nog niet, de 9 slaapkamers (3 in elke muur) met 3 in de gang naar de zaal van de baraka zijn een referentie aan de 12 huizen van de zodiac. Zij corresponderen met het papier van de zevende hemel.

De muren zijn bovendien versierd met verzen en gedichten uit de Koran en gemaakt in gips. Als we aan deze zaal denken aan zijn oorsprong, met zijn versieringen, zijn spel met licht en zijn koninklijke omgeving is dit een van meest indrukwekkende paleiszalen uit de islamitische wereld.
De centrale slaapkamer was die voor de sultan, in dit geval Yusuf I, die het paleis liet bouwen. De verwarming gebeurde met vuurpotten en de verlichting gebeurde met olielampen.

Wij gaan weer naar de Patio de los Arrayanes. Aan de andere linker zijde van de patio is een kleine boog die dient als toegang naar een smalle doorgang die naar de private vertrekken van de koning gaat, de Harén (Haram betekend private plaats).  We bereiken het Palacio de los Leones (Paleis van de Leeuwen) door de:

Sala de los mocárabes

Er zijn hier muren met plaasterwerk waarin religieuze inscripties gemaakt zijn samen met het wapenschild van de Nasriden dynastie.

Leones (Het Leeuwenpaleis)



Gebouwd in 1377 door Mohamed V, zoon van Yusuf I. Het rechthoekige gebouw, dat omringd is met een galerij met 124 witte marmeren zuilen uit Almeria. Rondom zijn de slaapkamers van de sultan en zijn echtgenotes op een open hoge verdieping. De ramen hebben geen zicht naar buiten maar er is een binnentuin die in overeenstemming is met het islamitisch idee van het paradijs. Wat vroeger tuin was is nu aarde. Van elke zaal vloeit er een beek naar het centrum die de vier rivieren van het paradijs verbeelden.

De zuilen worden samengevoegd met panelen welke het licht doorlaten. Tevens ziet men ronde zeer dunne zuilen, met ringen aan het bovenste deel met kubusvormige kapittels die inscripties dragen.

De twee tempeltjes aan de beide tegenoverstaande zijden van de patio zijn een herinnering aan de tent van de bedoeïenen. Ze zijn vierkant van vorm, versierd met houten koepels. De overstekende dakrand is een werk uit de XIVde eeuw.

Fuente de los Leones (Leeuwenfontein)

De meest recente studies hebben uitgewezen dat de leeuwen afkomstig zijn uit het huis van de joodse vizier Yusuf Ibn Nagrela (1066). Het is niet bekend of het gebouwd is voor zijn dood, maar het lijkt er op dat men een paleis wilde bouwen dat grootser was dan dat van de koning.



Het werd bewaard door de dichter Ibn Gabirol met een exacte beschrijving van deze bron. Zij beelden de 12 stammen van Israël uit. Twee van de leeuwen hebben een driehoek op het voorhoofd welke wijzen op de twee uitverkoren stammen: Juda en Levi. De beker draagt de inscripties verzen van de minister en dichter Ibn Zamrak welke de fontein beschrijven.

Momenteel is de bron in restauratie wat de verwijdering van de leeuwen met zich meebracht, daarom kan men de leeuwen momenteel niet zien.

De leeuwenbron heeft diverse betekenissen of symbolieke betekenissen. Voor een deel hebben de twaalf leeuwen een astrologische betekenis, elke leeuw staat dan voor een teken uit de dierenriem.

Voor een ander deel heeft het een politieke of majestueuze betekenis door zijn verband met koning Salomon (de koning architect) omdat er een inscriptie op de bron staat die hier naar verwijst. Ten laatste en tevens het belangrijkste is er een zinspeling op een symbool die voor het paradijs staat en de oorsprong van het leven en ook voor de 4 rivieren van het paradijs.

De zaal van de Abencerrajes

Deze zaal was de slaapkamer van de sultan. Omdat het de privaatkamer is van de sultan zijn er geen ramen naar de buitenzijde en de muren van de slaapkamer zijn hier rijkelijk versierd. Het stucwerk en de kleuren bevinden zich nog altijd in de originele toestand.

De tegelplinten zijn afkomstig uit de XVIde eeuw. De koepel is versierd met mocarabes en de vloer heeft in het midden een bron om er de koepel in te reflecteren. De licht weerspiegeling veranderde gedurende gans de dag, elk uur was het anders.

De zaal dankt haar naam aan een rivaliserende familie van koning Boabdil, namelijk de familie Abencerraje. Na de uitroeiing van deze familie werden de hoofden van de leden van de familie op spietsen gestoken en in het bassin in het midden van de zaal gezet.

Sala de los Reyes (Zaal van de Koningen)

Zij beslaat de ganse oostelijke kant van de patio. Deze zaal dankt haar naam aan de schildering op het gewelf van de centrale plaats. Het is de grootste kamer in de Jarén, verdeeld in 3 gelijke kamers en er zijn 2 kleine kamers welke ook kasten kunnen geweest zijn gelet op de ligging en het ontbreken van licht.

Waarschijnlijk diende de zaal voor familiefeesten. Op het centrale gewelf zijn er schilderingen die de 10 eerste koningen van Granada voorstellen sinds de stichting van het koninkrijk, een van hen heeft een rode baard en dat kan dus Mohamed ben Nazar zijn geweest bijgenaamd Al-Hamar of de Rode en ook de stichter van de Nasriden dynastie.

In de zijgewelven zijn er schilderingen die dames en heren voorstellen die gemaakt zijn op het einde van de 14de eeuw. Zij zijn een artistieke uitwisseling tussen Pedro I van Castilië, die hulp zocht bij de koningen van Granada voor de restauratie van de Reales Alcázares in Sevilla. De schilderingen zijn gemaakt met een zeer moeizame techniek:

Men nam houten platen van perenbomen, goed geschaafd en in de vorm van een ellips gebracht  Over het holle oppervlak is er nat leder geplaatst, vastgekleefd met lijm en met spijkers versierd  Over het leder is er dan een laag gips aangebracht die daarna rood geschilderd werd en waar vervolgens versieringen zijn op aangebracht

Sala de las Dos Hermanas (Zaal van de Twee Zusters)

Zij komt uit op de patio van de Leeuwen en ze is tegenover de Sala de los Abencerrajes. Men komt langs een deur met inlegwerk, een van de mooiste deuren van het paleis.



De twee zusters zijn twee witte vloertegels uit marmer in het plaveisel rond de fontein. Ze hebben exact dezelfde grootte, dezelfde kleur en hetzelfde gewicht. Het zijn de twee grootste vloertegels in het Alhambra. Het is tevens een uitkijkpunt over de stad en is een directe verbinding met de baden.

Deze zaal heeft zoals alle andere zalen in het Alhambra geschreven gedichten op de muren.

In elke kamer van de harén zijn er twee deuren, een naar het hoger gelegen gedeelte en een naar het toilet. Er zijn hier geen keukens, men kookt er buiten. In de achtergrond van de zaal is er de Mirador de Lindaraja, een verbastering van Ain-dar Aicha (de ogen van het huis Aicha).
Men had hier uitzicht over de vallei van de rivier Darro en men zag in de verte de stad Granada. Het paviljoen van Karel V onderbreekt nu het zicht door de constructie van de Jardin de Lindaraja.

Cuarto del Emperador (Kamer van de Keizer)
Gebouwd voor Keizer Karel wanneer hij in Granada was en voor zijn huwelijksreis. In de volgende kamer is er een marmeren herinneringsplaat ter nagedachtenis aan de schrijver Washington Irving toen hij zijn werk “Cuentos de la Alhambra” schreef in 1829.

El Peinador de la Reina (De kapper van de koningin)

Arabische toren genoemd naar Abul-Hachach, en door de sultan gebruikt voor feestelijkheden. Hier woonde ook Keizerin Isabel.

Baños (Baden)

Het kroonjuweel van een Arabisch huis. Een bad is voor een islamiet een religieuze verplichting. Deze bouw is een kopie van de romeinse termen en er zijn hier 3 zalen:
  • De eerste kamer dient voor het veranderen van kledij en voor rust, daarom zijn er bedden aanwezig om te rusten. Hier ontkleed men zich en dan gaat men naar het bad om er verder te rusten Men kan hier ook een maaltijd nemen en op de bovenverdieping bevinden zich zangers en muzikanten.
  • De tweede kamer dient voor massage.
  • De derde kamer is die met stoom, het is een zeer kleine kamer De gewelven zijn open met lichtkoepels en de vorm van sterren die gesloten kunnen worden met gekleurde ruiten. Zij worden niet hermetisch gesloten omdat de stoom nog een uitweg moet hebben.
Palacio de Carlos V ( Paleis van Karel V)

Het paleis is een vierkant gebouw met een ronde binnenplaats en de architect van het gebouw was Pedro Machuca, die in Italië in de leer is geweest bij Michelangelo.
Verrassend voor het jaar van de bouw van het gebouw (1527) is dat men gebruikt gemaakt heeft van karakteristieken binnen het maniërisme:
  • dorische zuilen op de beneden verdieping
  • ionische zuilen op de boven verdieping en friezen met de hoofden van stieren in de Grieks-Romeinse traditie.
De eenvoud van zijn ontwerp, een cirkel binnen een vierkant, is een ware ode aan de meetkunde. De perfecte vorm van de cirkel verwijst naar het eeuwigdurende en het hemelse. Het vierkant vertegenwoordigt het aardse en de mens.



Zijn voorgevel is volledig renaissance, op de eerste plaats de Toscaanse stijl en op de tweede plaats door het gebruik van versieringselementen uit de barok.

Boven de poort zijn er twee beelden van gevleugelde vrouwen leunend tegen het fronton. Bovenaan zijn er 3 medaillons ingelijst in groene marmer. Aan de zijkant zijn er afbeeldingen van Hercules. De ijzeren ringen aan de benedenkant zijn enkel voor de versiering.

In het paleis zijn er 2 musea: het Alhambra museum, de toegang is gratis voor onderdanen van de EU lidstaten, anders is het € 1,5. Het is geheel gewijd aan de hispano-Moorse kunst die het meesterschap van de kunstenaars uit die tijd toont.

Het museum van schone kunsten, de toegang is gratis voor onderdanen van de EU lidstaten, anders is het € 1,5. Men toont er een collectie schilderijen uit de 15, 16 en 17de eeuw.

Convento de San Francisco

Dit is momenteel een Parador. Vroeger was dit een huis van een aristocraat uit de Nasriden tijd. Na de herovering werd het aan de Franciscanenorde gegeven en het is eerste convent in Granada. Het heeft een Andalusische binnentuin die zeer goed bewaard is gebleven met mocáraben, een gesloten balkon met jaloezieën en een regenbak.

Secano o Alhambra alta (Niet bevloeid gebied of het Hoge Alhambra)

Momenteel gebeurt er hier onderzoek door middel van opgravingen. Het is een Andalusische wijk, bewoond door zowel de gewone bevolking als door edelen. Men kan hier ruïnes vinden van het Palacie de los Abencerrajes.

Torre de los Siete Suelos (Toren van de 7 vloeren)

Zij zijn beroemd omdat ze voorkwamen in de avonturen in het boek Cuentos de la Alhambra, geschreven door de Amerikaanse schrijver Washington Irving. Volgens de legende is de laatste Moorse koning Boabdil van op deze plaats vertrokken naar zijn ballingsoord.

Torre de la Cautiva (Toren van de gevangenen)

Gebouwd onder Yusuf I en de toren heeft een weelderige constructie. Hij heeft zijn naam gekregen omdat Isabel de Solis hier gevangen zat.

Torre de las Infantas (Prinsentoren)

Gebouwd in 1445 en hij is het best bewaard gebleven. Deze toren is een goed voorbeeld van een Andalusische woning met al zijn mogelijke gerieflijkheden. Het is een klein paleis met banken aan de ingang voor de eunuchen en er is een binnenplaats met slaapkamers.
De ingang is in een hoek, met centraal gelegen een fontein en ramen met uitzicht op een bloementuin, in dit geval op het Generalife.
Het was de woonplaats van de zusters Zaida, Zoraida en Zorahaida en hun geschiedenis in het boek “Cuentos de la Alhambra” van de Amerikaanse schrijver Irving.

3. Generalife

Her Generalife is een villa met tuinen die door de islamitische koningen van Granada gebruikt werd als een rustplaats.



Het was opgevat als een landelijke villa, waar grootse tuinen, moestuinen en architectuur een deel uitmaakten te samen met de omgeving van het Alhambra. Waar de naam vandaan komt is niet zeker. Sommigen zeggen dat de naam komt van Yannat al-Arif zoals in het Nederlands “Tuin van de architect”, hoewel het ook kan betekenen “de hoogst verheven tuin”. Deze tuin werd de standaard aan de Spaans-Arabische hoven.

De tuin wordt gemaakt tijdens de XIIde en de XIVde eeuw en werd veranderd door Abu I-Walid-Ismail. Het gebeurde is de stijl van de Nasriden en hij ligt aan de noordelijke zijde van het Alhambra.

Het Generalife is een geheel van gebouwen, binnenplaatsen en tuinen, en dit geheel is gemaakt tot een van de mooiste plaatsen van de stad Granada. Samen met het Alhambra is dit een van de meest onderscheiden architectonische werken van de burgerlijke islamitische architectuur.

De toegang gebeurt vandaag de dag door de zogeheten Jardines Nuevos (Nieuwe Tuinen) een vrucht van het werk van Francisco Prieto Moreno welke halverwege de XX ste eeuw een aaneenschakeling maakte van open ruimtes gevormd door cipressen.
De gesloten ruimten geven de modellen van de binnenplaatsen weer die gebruikt werden door de Nasriden in Granada.

De slimme combinatie van de historische referenties en de traditie in Granada (geplaveide vloeren, het gebruik van water, de weelderige bloemenparken,...) hebben de Nieuwe Tuinen gemaakt tot een opvallende plaats die door velen word beschouwd als onafscheidelijk met de paleizen van het Alhambra.

Onlangs is een groot deel van de tuinen vernield voor de bouw van een auditorium.
In aansluiting hierop komt men in de binnentuinen die geheel de architectonische stijl van de Nasriden uit ademend, zij zijn die gebouwd op een helling en die een samenstelling volgen die de basis zijn van veel mooie huizen met een tuin in Granada, met smalle stroken gescheiden door muurtjes.

Zo dus, maakten de architecten ruimtes met de nodige intimiteit en geschikt om zich even terug te trekken, dit werd veelvuldig toegepast in de islamitische architectuur, maar deze muurtjes kunnen ook gekanteld worden om een prachtig zicht te hebben op de stad en het Alhambra.

Het eerste en tevens meest symbolische aan de binnenplaatsen zijn de Acequia (bevloeiingskanalen) Het beantwoord aan het Arabisch vierdeels schema van de binnenplaats (Char-Bagh), van origine Perzisch en met een grote traditie in Andalusië, maar het is afhankelijk van de lengte van het terrein door de aanwezigheid van het Koninklijke Bevloeiingskanaal die het water brengt naar de rest van de moestuinen en naar het Alhambra.

Het bevloeiingskanaal is gestremd door 2 rijen waterstralen die zijn waterstralen kruisen op een spectaculaire wijze en die zijn toegevoegd in de XIXde eeuw.

We mogen niet vergeten dat, hoewel de Generalife, evenals het Alhambra een uitmuntend islamitisch bouwwerk is, de christelijke culturele invloed eminent aanwezig is in zijn architectonische opvatting, ook vóór 1492.

Dit komt vooral door de constante omgang met de naburige christelijke koninkrijken en door het isolement met de rest van de islam.

Later kwam er dan de invloed van de eigenaars en de bewoners bij en hun aanpassing van de ruimtes aan hun westerse opvattingen..

Op de achtergrond van de binnenplaats, en achter een portiek met 5 bogen, komt men in de Sala Regia, fraai versierd met gips en het brengt u naar een uitkijkpunt uit de XIVde eeuw.
De versiering zowel in deze zaal als in de rest van het gebouw is tegenover de zalen in het Alhambra veel soberder.

Zoals het in een landelijke villa past die gemaakt is voor rust, is de afwezigheid van pracht en praal overheersend.

Van de Sala Regia komt men via enkele trappen in de Patio del Ciprés de la Sultana, hoofdrolspeler in de legendes en mysteries in Granada. Een van deze legendes zegt dat de vrouw van de sultan Boabdil hier onder de cipres de leider ontmoette van de rivaliserende familie Abencerraje. Toen de sultan dit vernam, liet hij deze familie afslachten in de zaal die nu hun naam draagt in het Alhambra.

De binnenplaats, veranderd in de christelijke tijd, heeft zonder twijfel nog steeds de invloed van zijn vroegere bewoners
Vervolgens en na het verder bestijgen van de trappen komen we in de Jardines Altos del Palacio.

Daarom gaan we verder langs de Escalera del Agua (Watertrap), een mooi voorbeeld van Moorse cultuur. Het belangrijkste objectief van deze trap was de mogelijkheid van communiceren van het paleis in het Generalife met een kleine kapel boven op een heuvel.

De toegang, op de helling toont een probleem dat de Nasriden architecten met wonderlijk vakmanschap wisten te overbruggen, dee trap, onderbroken door verschillende overlopen van planten die overheerst worden door lagere bronnen.

Voor hen loopt het water van het koninklijk bevloeiingskanaal, abrupt en onregelmatig een symfonie producerend van stilte en rust en de omgeving vochtig makend onder een gesloten gewelf van laurier.

De ruimte dient, schaduwrijk en fris, voor de reiniging voorafgaand aan het gebed en veranderd de ruimte in een oord die elke moskee vereist.
De trap is een les in architectuur en hij is gemaakt van armzalige materialen.

4. Albaicín

4.1. Geschiedenis

Er is een begin van bevolking in de Iberische tijd, en de bevolking is verspreid geraakt in de Romeinse periode. Er zijn geen gegevens beschikbaar van een islamitische vestiging voor de aankomst van de Ziriden dynastie.

De stad was verlaten vanaf het einde van het Romeinse tijdperk tot de stichting van het Nasriden koninkrijk in 1013, toen zij de stad omringden met een stadsmuur “Alcazaba Cadima”.
Volgens meerdere taalkundigen komt de actuele naam van de bewoners van de stad van Baeza, die als balling na de “Batalla de las Navas de Tolosa” in het gebied van Granada aankwamen en zich vestigden buiten de bestaande stadsmuren.



Andere taalkundigen beweren dat de plaatsnaam komt van het Arabisch al-bayyāzīn, wat betekent “de buitenwijk van de valkeniers”.

Zonder twijfel zijn er in Andalusië meerdere wijken met die naam, in Alhama de Granada, Salobreña en Huéneia in Granada, Antequera en Villanueva de Algaidas in Málaga, Baena in Cordoba, Sabiote in Jaén en Constantina in Sevilla.

Er zijn ook andere bestaande wijken met die naam in andere delen van Spanje, zoals in Campo de Criptana in Ciudad Real, vrucht van de uitwijzing van de Moren na de Revuelta de la Alpujarras (de Opstand van de Alpujarras) of Pastrana in Guadalajara, een wijk gemaakt door Doña Ana de Eboli, om de Moren op te vangen die uit het koninkrijk Granada kwamen.
Het is zeker dat albaicin altijd verwijst naar een wijk in de hoogte (heuvel) en met een bevolking los van de rest van de stad.

Het Albaicin is een van de oude kernen van Granada, samen met het Alhambra.
Voor de aankomst van de Arabieren op het Iberisch schiereiland was wat nu de stad Granada is, en zijn omgeving 3 kleine plaatsen
  • Iliberis (Elvira), in wat later het Albaicín en Alcazaba werd
  • Castilia, dichtbij de huidige stad Atarfe
  • Garnata, op de heuvel tegenover de Alcazaba.
In 756 zijn de Arabieren op het schiereiland en het is het tijdperk van het Onafhankelijke Emiraat. Er zijn 2 kerken waarin er een Arabische bevolking aanwezig is.
  • El Albaicín
  • La Alhambra
De wijk Albaicín heeft de grootste invloed in het tijdperk van de Nasriden.

Het Albaicin handhaaft het stedelijk weefsel uit de Nasriden tijd, met nauwe straatjes, in een ingewikkeld weefsel dat zich uitstrekt vanaf het hoogste deel (San Nicolas) tot aan de loop van de rivier Darro en tot aan de Calle Elvira die je kan vinden aan de Plaza Nueva.

De traditionele stijl van een woning is de “cármen”, een mooi huis met een tuin, samengesteld uit een vrijstaande woning omringt met een hoge muur die een afscheiding is tussen de straat en die ook een moestuin of een tuin omsluit.

Het was kenmerkend voor deze wijk de kanalisering en de distributie van drinkbaar water door middel van waterreservoirs, er zouden in het totaal een 28 van dergelijke reservoirs geweest zijn. Een groot aantal is momenteel nog in dienst.

4.2. Architectuur

In de wijk vinden we een groot aantal monumenten en een verzameling monumenten uit verschillende tijdperken, meestal uit de Nasriden tijd maar ook uit de renaissance.

  • Palacio de los Córdova: dit is een kopie van het originele paleis waarvan nog enkele oorspronkelijke elementen bewaard zijn gebleven zoals het portaal. Momenteel is het gebouw het gemeentearchief.
  • Casa del Chapiz: hier is de school voor Arabische studies gevestigd. Het betreft hier 2 oude Moorse huizen met hun patio uit de 15de en de 16de eeuw.
  • Mirador de San Nicolás: dit terras van de Iglesia de San Nicolás biedt een adembenemend uitzicht op het Alhambra en op de wit besneeuwde toppen van de Sierra Nevada.
  • Arco de las Pesas: deze typisch Moorse poort uit de 11de eeuw maakte ooit deel uit van de oude alcazaba. Werd een koopman op fraude betrapt dan werden zijn gewichten (pesas) hier opgehangen.
  • Iglesia de San José: deze kerk staat op een plaats waar vroeger een moskee stond en de minaret is omgebouwd tot klokkentoren.
  • Carmen de los Cipreses: de bomen waaraan de villa haar naam dankt zijn zichtbaar vanaf de straat.
  • Museo de San Juan de Dios: de stichter van de orde van de Hospitaalridders overleed in 1550 in dit paleis. Momenteel toont men hier sacrale kunst en werken die aan de orde toe behoorden.
5. Toeristische dienst van Granada

Calle Virgen Blanca 9
18071 Granada
telefoon: 902 405 045
telefax: 958 536 973

Openingsuren:
van maandag tot vrijdag 9.00 – 18.00
zon- en feestdagen: 10.00 – 14.00

6. Website: Het Alhambra en het Generalife, de site is beschikbaar in het Spaans en het Engels. Hier kan men de inkomprijzen vinden, er zijn een 8 tal aanbiedingen.